Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
13 maart 2013 | Carla Derijck

De auteurs pleitten in 'Het Rijnland praktijkboekje' voor een Nederland dat wordt aangeduid als een typisch 'Rijnlands land'. Een land waar vakmanschap, verbinding en vertrouwen opnieuw als leidende principes gelden. Daarmee stellen zij de belangen van de stakeholders (belanghebbenden) voorop in plaats van die van de shareholders (de aandeelhouders). Aan de hand van een zestal bouwstenen leren zij ons hoe deze Rijnlandse organisatie te bouwen.

Het 'Rijnland praktijkboekje' is een aanvulling op het in 2009 verschenen 'Rijnland-boekje' en gaat in op de verschillen tussen het Rijnlands-Europees en het Anglo-Amerikaans denken en doen. In het Rijnlandse denken zijn teamgeest en solidariteit van belang. De organisatie wordt gezien als een gemeenschap, die betekenis krijgt door de collectieve kracht en ambitie van individuen. In de Rijnlandse traditie gelden vakmanschap, verbinding en vertrouwen (V3) als leidende principes. Peters & Weggeman betogen dat deze traditie onderdeel is van onze cultuur en om die reden niet inwisselbaar met de manier waarop andere 'modellen' - lees de Chinezen, de Brazilianen of Indiërs - werken. In de Rijnlandse cultuur staat vooral de langere termijn centraal en wordt verder gekeken dan het eerstvolgende kwartaal. Volgens de Rijnlanders kunnen de cijfers onder de streep best rood zijn als er maatschappelijke vooruitgang wordt geboekt. Bijvoorbeeld de jeugd nu laten bewegen op school kost extra geld, maar levert later aanzienlijke kostenbesparingen op in de gezondheidszorg.

Aan de hand van voorbeelden gaan de auteurs in op de verschillen tussen het Rijnlandse model en het Anglo-Amerikaanse model. De Rijnlandse organisaties respecteren de tradities en de gewoonten van streek of land en zijn om die reden succesvol in opkomende landen. Deze aanpak verschilt nogal van de Anglo-Amerikaanse die meestal probeert 'een Amerikaatje te bouwen' zo stellen de auteurs.
De beide modellen kennen tegengestelde denkramen zoals: transitie versus projectmatige aanpak, talenten versus competenties, betekenis versus zinvol. Waar in het Anglo-Amerikaanse model de organisatie centraal staat, handelt het Rijnlandse in verbinding met de omgeving (people, planet, profit).

Inzicht in deze denkramen maakt de worsteling van organisaties waar de verschillende modellen door elkaar worden gebruikt aanschouwelijk. In het Anglo-Amerikaanse model is de managementtheorie van Taylor vaak het fundament om te beheersen. Litter (1985) noemt dit een bijzondere vorm van rationalisering van arbeid, een vorm van 'systematisch management'. Met de bedoeling om grip te krijgen op processen en controle te kunnen uitoefenen. Dit staat haaks op het Rijnlandse model waarbij het gaat om het nemen van besluiten gebaseerd op visie en gericht op de langere termijn.

Uitgaande van zes bouwstenen: strategie, structuur, stijl van leidinggeven, systemen, personeel, en cultuur vertellen de auteurs hoe een Rijnlandse organisatie te bouwen. Dat deze manier van kijken en denken gevolgen heeft voor acties en prioriteiten én daarmee op de uiteindelijke effecten, is duidelijk.

Managen is geen vak en het organiseerproces moet worden teruggegeven aan inhoudelijke professionals, zo betogen de auteurs. Of vakdeskundigen per definitie betere managers zijn is de vraag. Uiteindelijk gaat het erom of het 'goeie' mensen zijn: managers die het primaire proces en de professionals weten te ondersteunen op efficiëntie, innovatie en klantgerichtheid.

Dit kleine boekje is er één van formaat.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden