Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
5 april 2005 | Harold Janssen

Een maestro over de maestro. McKinsey-frimant, lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, hoogleraar en minister van VROM Pieter Winsemius schrijft over voetballer van de eeuw, topcoach, technisch directeur, commentator en gevraagd en ongevraagd adviseur Johan Cruijff. Een boek over leiderschap, waarvan het schrijvershonorarium gaat naar de Cruyff Foundation dat wereldwijd sport en beweging stimuleert voor kinderen met en zonder handicap. 'Als je de mogelijkheid hebt om iets voor een ander te doen,' aldus het orakel, 'dan moet je dat doen.'

Een één-tweetje tussen twee van deze grootheden kan niet anders dan gejuich op de tribune opleveren. Steeds één keer rakend, snijdt Winsemius dwars door de verdediging van zelfs de grootste managementliteratuur-dyslecticus. Aanvallend voetbal. De ene kans na de andere. Komt dat schòòòòòt. De bal spat uiteen op het houtwerk. Wat een actie. Genieten, puur genieten. Maar of het genoeg is voor de volle winst?

In een woordenboek verwijst elk woord naar andere woorden in datzelfde woordenboek. Zo zit dat met de menselijk taal. Alles is dus een metafoor voor al het andere. In die zin is het beschrijven van de gang van zaken in voetbaltermen net zo realistisch als in het misschien wat meer vertrouwende managementjargon. Winsemius - groot Cruijff-kenner - maakt handig gebruik van de vrije ruimte die dat gegeven biedt. Beter dan welke bedrijfskundig jargon leent het Cruijfferiaans zich voor de beschrijving van het onbeschrijfbare, het intuïtieve, het impliciete, het taciete, het 'da's logisch'. "Ervaring die je niet in woorden kunt uitdrukken, doe je op door te spelen en door af te kijken van mensen die er al eerder geweest zijn," aldus Johan. En dus is het zo.

Johan praat over voetbal. Winsemius interpreteert. Het gaat 'm om vier vragen. Wat is het verschil tussen een goede en een slechte voetballer? Vervolgens: Stel je hebt zestien goede spelers, heb je dan ook een goed team? En: Stel je hebt een goed team, waarom heb je dan nog een coach nodig? En als afmaker: Wat is het verschil tussen een goede en een slechte coach? In de interpretatie moet je dan lezen vakman, manager en leider.

Om een tipje van de sluier op te lichten: techniek, discipline en karakter is de drie-eenheid voor het vakdiploma topvoetbal. 'Techniek is niet duizend keer de bal hooghouden, want dat kan iedereen die er een beetje op oefent. Techniek is in één keer de bal doorspelen op de juiste medespeler.' Dat vereist natuurlijk wel inzicht. En efficiency. Johan staat erom bekend dat hij een reuze hekel heeft aan hardlopen. Bij overheid en bedrijfsleven worden daar volgens Winsemius veel fouten mee gemaakt, soms ontaardend in organisatorische liposuctie waarbij hele ploegen mensen radicaal overboord worden gezet. En dat is natuurlijk iets anders dan strak in je vel zitten door afgetraind te zijn.
Even een vraag voor de voetbalkenners. Wat is de grootste kwaliteit van Overmars? Snelheid. Wat heb je ervoor nodig om snelheid te ontwikkelen? Licht gewicht en goede start. Mis. Luister naar de maestro: 'Nee, ruimte, ruimte! Want dan maak je gebruik van je kwaliteiten. Want als ik hem bij wijze van spreken in het toilet laat sprinten, dan komt hij niet snel weg, dus je moet ruimte hebben, wil je gebruik maken van die snelheid. Maar je ziet dat in aanvallen - dus ik zeg niet één op de tien, ik zeg negenennegentig op de honderd - als hij die bal vraagt, de spits bijna altijd dat gat voor hem dichtloopt.'
Zo gaat het maar door. De ene wijsheid na de andere. Op een gegeven moment wordt zelfs het commentaar van Winsemius overbodig. Want Cruijff - dat weet eenieder - heeft gewoon gelijk. U twijfelt? Met Cruijff, zo rekent Winsemius voor, nam de productiviteit van het Nederlands elftal met 28 procent toe (zonder hem scoorde de nationale trots 1,1 doelpunt per wedstrijd, met hem was dat 2,5 waarvan Cruijff meer dan een kwart voor zijn rekening nam).

Maar ook de opmerkingen van Winsemius zelf zijn niet mis. Ik geeft weer een willekeurig voorbeeld. 'Als je bovenbazen vraagt hoeveel managementleerboeken zij gedurende het laatste jaar hebben gelezen, volgt steeds een verbluffend rond getal. Als je diezelfde bovenbazen vraagt of hun arts of hun computerexperts regelmatige bijscholing behoeven, stemmen zij volmondig in (...) Teveel veteranen denken toe te kunnen met een ontspannen training. Dat kan dus niet.' En dan Cruijff weer: 'Wanneer je goed wilt trainen, moet je geconcentreerd zijn. Die concentratie houdt een voetballer nooit langer dan een uur vast. Als de concentratie verslapt, geven de hersenen geen instructies meer, dan gaat de speler over op de automatische piloot. Dan is er van enige scherpte al geen sprake meer, waardoor verder trainen zinloos is."

Goed, dit boek is dan misschien iets wat de bovenbazen wel lezen. Misschien heeft Winsemius het daarom ook wel geschreven. Als dat bovenbazen aan het lezen brengt, prima. Nog mooier als het niet alleen bovenbazen aan het lezen brengt. Want er is een hoop gemystificeer rond leiderschap en als we de toekomst een beetje de baas willen, dan zal dat onderwerp in hoge mate gedemocratiseerd moeten worden. Ergens had ik het idee dat Winsemius daar naartoe wilde met de keuze voor de titel van het boekje. Dat het verslag zou doen van wat Winsemius dan zelf was gaan zien nadat-ie het doorhad.

Mis. Het gaat om de dingen die Cruijff logisch vindt ('ik snap niet dat ze dat niet zien') en die Winsemius logisch vindt. Van de kant van laatstgenoemde komt bijvoorbeeld het 7 s'en model - het bekende McKinsey-model dat zegt dat een organisatiecultuur bestaat uit strategie, structuur, systemen en de zachte s'en sleutelvaardigheden, stijl, staf en samenbindende waarden. Na een denkbeeldige fusie tussen de Ajax-voorhoede en de Feyenoord-verdediging, met als belangrijkste resultaat een gapend middenveld, concludeert Winsemius Cruijfferiaars: 'Wie nu nog niet gelooft in het belang van het oplijnen van de 7 s'en, moet het zelf maar weten.' Maar ook brengt de auteur bijvoorbeeld het meest gelezen managementboek aller tijden in (In Search of Excellence van zijn toenmalige Mc-Kinsey collega's Tom Peters en Bob Waterman) in stelling. Niks mis mee voor wie nooit een managementboek leest. Maar...

Meneer Winsemius, ik heb een serieus verzoek. De opbrengst van het boekje is bestemd voor het straatvoetbal. Doel en boekje allebei fantastisch. Maar wilt u alstublieft nog zo'n ontzettend leuk boek schrijven, maar dan over straatvoetbal? En over de nieuwe en innovatieve manieren van organiseren die overal op straat, buiten de gevestigde orde, de kop op steken? De titel kan dan hetzelfde blijven.


4 augustus 2004 | Niek Visser

Ik geef een 4.

Er is weinig te bedenken waar zoveel behoefte aan is in Nederland als aan echt leiderschap. Zowel bij het bedrijfsleven als op alle niveaus van de overheid stagneren de ontwikkelingen vooral vanwege het ernstige gebrek aan inspirerende leiders. En dan komt er een boek dat ons zou kunnen inspireren om een leider te zijn of te worden. Een geschenk uit de hemel, zou je zeggen.

De titel doet je een redelijk luchtig boek(je) verwachten waarin op een kernachtige wijze de visie van Cruijff op leiderschap wordt overgebracht. Helaas, de werkelijkheid is anders.

Het boek blijkt één lange lofzang op Cruijff, zijn prestaties en zijn ideeën. Nu waren die prestaties fenomenaal. En de ideeën van Cruijff over leiderschap en hoe een succesvol team in elkaar zit zijn zeker de moeite waard. Alleen, waar Cruijff kans ziet om zijn visie met enkele woorden duidelijk te maken, vaak verduidelijkt met een beeld, verzandt het boek in lange uitweidingen.
Als het boek half zo dik was geweest en er wat meer beelden waren opgenomen, zoals een overzicht met de benamingen van de spelers in het voetbalveld en wat uitgewerkte beelden van de voorbeelden van Cruijff, dan was het een geweldig boek geweest. Nu is het een vrij dik, stug lezend boek. Geen inspiratiebron voor nieuwe leiders. Een gemiste kans.


4 augustus 2004 | Jan van der Moolen

Ik geef een 8

Mijn eerste reactie bij het boek: laat Winsemius zich nu ook in met het promoten van het 'merk' Cruyff? Maar na lezing moet gezegd dat het een leuk en leerzaam boek is. In een vlotte, directe schrijfstijl pakt Winsemius uitspraken van en voorvallen uit het leven van Cruyff om lijnen te trekken naar aspecten van leiderschap. Wat maakt een speler nu een professional? Volgens Cruyff drie dingen: techniek, discipline (gewoon je werk goed doen) en karakter. Gelden die eigenschappen niet voor iedere professional, ongeacht de organisatie? Of de volgende uitspraak: "Een goede voetballer heeft bijna altijd het probleem van een gebrek aan rendement. Hij wil het altijd mooier doen dan strikt noodzakelijk". Hoe vaak hebben we het niet over effectiviteit en efficiency om vervolgens weer met minder genoegen te nemen. Winsemius draagt consequent bouwstenen aan om in de eigen organisatie stil te staan of ze ook van toepassing zijn. Ik heb twee minpuntjes. Aan het eind van het boek haalt Winsemius bij de persoonlijke kwaliteiten 'In search of excellence' van Peters en Waterman van stal. Dit gebeurt zonder enige toelichting, klaarblijkelijk heeft de auteur iets met dit boek. Het is niet storend, maar enige diepgang had hier niet misstaan. Ten tweede, als je echt niet van voetbal houdt, moet je het boek niet kopen. Het boek is rijk aan citaten van mensen uit de voetbalwereld.


4 augustus 2004 | Walter Franssen

Ik geef een 7

Een leuk boekje. Vooral goed te lezen als je in voetbal geïnteresseerd bent en de tijd hebt meegemaakt dat Cruijff voetbalde. Het boek heb ik gelezen tijdens de Europese kampioenschappen. Johan was toen ook veel op televisie als commentator en dan gaat het boek nog meer leven. Cruijff zelf is natuurlijk een grootheid, iemand die een eigen invulling geeft aan leiderschap op en rond het voetbalveld. Zijn uitleg over voetbal is meeslepend. De link naar leiderschap in het bedrijfsleven is wat gezocht, maar wat springerig wel aanwezig. De schrijver tipt rond cultuur een 7s-raamwerk aan bestaande uit Strategie, Structuur, Systemen, Sleutelvaardigheden, Stijl, Staf en Samenbindende waarden. Dat raamwerk spreekt me wel aan en is zonder meer te gebruiken binnen ieder bedrijf dat kwalitatief wil presteren en investeert in de lange termijn.
Cruijff wil altijd winnen en altijd het laatste woord hebben. De foto op de omslag is nou juist een foto waar hij in de documentaire, un momento dado, met zijn mond vol tanden staat. Ten overstaande van 130.000 uitzinnige Catalanen, die hem bedanken voor wat hij gedaan heeft voor FC Barcelona, kan hij de grote leider niets zinnigs uitbrengen en staat met zijn ogen vol tranen van emotie. Je gaat het pas zien als je het door hebt. Als voetballiefhebber krijgt het boek van mij een dikke 7.


1 juni 2004 | Remko van der Honing

Pieter Winsemius heeft een intrigerende combinatie gezocht, een boek over de overeenkomsten tussen Cruijff en leiderschap. Het boek is een verzameling voetbalverhalen, voorzien van een vertaling naar leiderschap in organisaties. Winsemius put uit zijn rijke ervaring als firmant van McKinsey, zijn hoogleraarschap in Tilburg en politieke ervaring als minister en lid van de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid.

Aan de hand van vier vragen onderzoekt de auteur het leiderschap van Cruijff en wat managers daarvan kunnen leren: Wat is het verschil tussen een goede en een slechte voetballer? Stel je hebt zestien goede spelers, heb je dan een goed team? Stel je hebt een goed team, waarom heb je dan een coach nodig? Wat is het verschil tussen een goede en een slechte coach?

Winsemius beantwoordt de vragen niet op een directe wijze. Er volgt bijvoorbeeld het verhaal over het balanceren van een hockeystick. Winsemius liet bij een congres 20 seconden een hockeystick balanceren op zijn vinger en oogst applaus. Daarna vertelde hij het publiek dat ze alles hadden geleerd over leiderschap. Ten eerste, als hij twee seconden zijn ogen had gesloten was de stick gevallen. Ten tweede, hij kan niet navertellen welke corrigerende acties met zijn hand waren uitgevoerd. Ten slotte, de stick was voortdurend aan het vallen, maar hij viel niet omdat door snelle actie het wankele evenwicht werd hersteld. Prachtige metafoor: iets gaat permanent fout, maar eindigt nooit fout omdat de ogen alle signalen registreren, de handen zonder nadenken weten wat ze moeten doen en de gezamenlijkheid de correcties aanbrengt voordat de zaak omvalt.

Verder geeft hij onder het kopje cultuur het 7S-raamwerk invulling door een vergelijking tussen Ajax en Feyenoord op het gebied van strategie, structuur, systemen, sleutelvaardigheden, stijl, staf en samenbindende waarden. Hoeveel spelers, bestuurders of coaches ook komen en gaan, de cultuur zit ingebakken en is onafhankelijk van personen geworden.

Bij de uitleg over het verschil tussen een goede en een slechte coach worden diverse eigenschappen genoemd. Leiders (de goede coach) moeten echte, authentieke mensen zijn. Mensen met een zekere hardheid, over zichzelf maar ook over degene die om hen heen zijn. Dat is nodig voor spanning, je moet elkaar scherp houden, maar ook respecteren. Winsemius vraagt zich terecht af of deze hardheid ook gewenst is binnen organisaties. Topsport is waarschijnlijk harder dan de samenwerking tussen leider en medewerkers in organisaties.

De uitspraken van mensen die onder de leider Cruijff gewerkt hebben worden uiteindelijk verwerkt in de eigenschappen die volgens Peters en Waterman (In Search Of Excellence) van toepassing zijn op succesvolle leiders: perfecte uitvoering van sleuteltaken, een sterke teamgeest, een vastomlijnd, maar flexibel plan en tenslotte duidelijkheid en geloofwaardigheid.

'Je gaat het pas zien als je het doorhebt' is leuk en leest prettig. Het bevat knappe vondsten en op meerdere punten ook eye-openers. Er blijken meer overeenkomsten te bestaan tussen voetbal en leiderschap dan ik had gedacht. Op diverse plaatsen in het boek staan anekdotes opgenomen met Cruijff in de hoofdrol. Er worden geen verwijzingen naar gemaakt en meestal is onduidelijk waarom de teksten zijn opgenomen. Sommige best grappig, maar niet ondersteunend aan de tekst en leiden daarom de aandacht af.

Hoewel het boek geen vernieuwende theorie brengt is is een toegankelijk boek over leiderschap, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de Cruijff Foundation onder Cruijffs motto: "Als je de mogelijkheid hebt om iets voor een ander te doen, dan moet je dat doen."


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden