Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
31 mei 2012 | Richard van der Lee

Nuttig! Dat is in deze de gedachte die na het lezen van de herziene editie van 'Het innovatieboek' naar voren komt. De auteurs Paul van der Voort en Frank van Ormondt hebben in deze een prima naslagwerk over het belang van innovatie geschreven.

Het boek leest makkelijk weg en bestaande wetenschappelijke modellen en inzichten worden op natuurlijke wijze gekoppeld aan relevante zaken die van belang zijn voor innovatieontwikkeling. Hierbij wel de kanttekening dat de modellen voor de gemiddelde lezer bekend zullen zijn, aangezien deze vaak terugkomen in andere managementliteratuur. De auteurs hadden de beschrijving van de diverse modellen en inzichten dan ook wat minder uitgebreid mogen doen, maar dat is slechts een persoonlijke voorkeur. Het is in ieder geval niet storend.

Het stroomschema voor innovatie staat volgens de auteurs uit de vier D's (Dromen, Denken, Durven en Doen). Dit stroomschema vormt feitelijk ook het 'hart' van het boek en hier wordt continu direct of indirect op teruggekomen. Waar het naar mijn gevoel in deze tijd vaak aan schort is de fase van 'durven'. Organisaties zijn vaak te behoudend en niet ondernemend genoeg. Er is angst. Dit heeft vooral te maken met de 'zesjescultuur', het ontbreken van leiderschap en een kortetermijnvisie. Natuurlijk, met risico's dient rekening te worden gehouden en dit dient men gecalculeerd te doen, maar zonder het nemen van risico's is nog geen enkele onderneming groot geworden. Hier is dus nog veel werk aan de winkel en dit heeft vooral te maken met bewustwording omtrent het strategisch belang van innovatie, in combinatie met het niet benutten van de ideeën die komen van de werkvloer. De auteurs geven zelf aan dat er vaak ook een bottleneck zit in de D van Doen. Dit is feitelijk het 'saaie' deel van het stroomschema en ook het meest tijdrovende deel. Door het echter alleen bij de eerste drie D's te houden, in combinatie met veel praten, zal er geen innovatie plaatsvinden en hier dienen organisaties meer rekening mee te houden. Ik kan niet anders dan het eens zijn met beide heren.

Wat mij opvalt in het boek is dat er veel wordt beschreven over processen en feitelijk ook over structuren en relatief weinig over leiderschap. Het belang van het werven, selecteren en ontwikkelen van het individueel benodigde talent van werknemers zie ik slechts indirect terugkomen. Dit hadden de auteurs meer mogen onderzoeken c.q. benadrukken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de relevantie van innovatief vermogen, ondernemerschap en creativiteit maar ook aan klantfocus. Zonder mensen en hun individuele talenten geen structuren, processen, financiële resultaten en al helemaal geen innovatie. Misschien een idee om hier bij een vervolg iets mee te doen, waarbij het uitgangspunt zou kunnen zijn dat innovatie ontstaat door een optimale match tussen de werknemer en zijn/haar talenten en de klant die zorgt voor een continue beweging in de markt.

Overall hebben de auteurs een meer dan prima en up-to-date naslagwerk. Het belang van innovatie voor organisaties is helder beschreven en nu is het een kwestie van 'Doen'. Leesadvies: Interessant voor allen die interesse hebben innovatie en durven te dromen en denken op de lange termijn.


Het innovatieboek, de herziene versie
31 mei 2012 | Richard van der Lee

Nuttig! Dat is in deze de gedachte die na het lezen van de herziene editie van 'Het innovatieboek' naar voren komt. De auteurs Paul van der Voort en Frank van Ormondt hebben in deze een prima naslagwerk over het belang van innovatie geschreven. Het boek leest makkelijk weg en bestaande wetenschappelijke modellen en inzichten worden op natuurlijke wijze gekoppeld aan relevante zaken die van belang zijn voor innovatieontwikkeling. Hierbij wel de kanttekening dat de modellen voor de gemiddelde lezer bekend zullen zijn, aangezien deze vaak terugkomen in andere managementliteratuur. De auteurs hadden de beschrijving van de diverse modellen en inzichten dan ook wat minder uitgebreid mogen doen, maar dat is slechts een persoonlijke voorkeur. Het is in ieder geval niet storend.

Het stroomschema voor innovatie staat volgens de auteurs uit de vier D's (Dromen, Denken, Durven en Doen). Dit stroomschema vormt feitelijk ook het 'hart' van het boek en hier wordt continu direct of indirect op teruggekomen. Waar het naar mijn gevoel in deze tijd vaak aan schort is de fase van 'durven'. Organisaties zijn vaak te behoudend en niet ondernemend genoeg. Er is angst. Dit heeft vooral te maken met de 'zesjescultuur', het ontbreken van leiderschap en een kortetermijnvisie. Natuurlijk, met risico's dient rekening te worden gehouden en dit dient men gecalculeerd te doen, maar zonder het nemen van risico's is nog geen enkele onderneming groot geworden. Hier is dus nog veel werk aan de winkel en dit heeft vooral te maken met bewustwording omtrent het strategisch belang van innovatie, in combinatie met het niet benutten van de ideeën die komen van de werkvloer. De auteurs geven zelf aan dat er vaak ook een bottleneck zit in de D van Doen. Dit is feitelijk het 'saaie' deel van het stroomschema en ook het meest tijdrovende deel. Door het echter alleen bij de eerste drie D's te houden, in combinatie met veel praten, zal er geen innovatie plaatsvinden en hier dienen organisaties meer rekening mee te houden. Ik kan niet anders dan het eens zijn met beide heren.

Wat mij opvalt in het boek is dat er veel wordt beschreven over processen en feitelijk ook over structuren en relatief weinig over leiderschap. Het belang van het werven, selecteren en ontwikkelen van het individueel benodigde talent van werknemers zie ik slechts indirect terugkomen. Dit hadden de auteurs meer mogen onderzoeken c.q. benadrukken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de relevantie van innovatief vermogen, ondernemerschap en creativiteit maar ook aan klantfocus. Zonder mensen en hun individuele talenten geen structuren, processen, financiële resultaten en al helemaal geen innovatie. Misschien een idee om hier bij een vervolg iets mee te doen, waarbij het uitgangspunt zou kunnen zijn dat innovatie ontstaat door een optimale match tussen de werknemer en zijn/haar talenten en de klant die zorgt voor een continue beweging in de markt.

Overall hebben de auteurs een meer dan prima en up-to-date naslagwerk. Het belang van innovatie voor organisaties is helder beschreven en nu is het een kwestie van 'Doen'. Leesadvies: Interessant voor allen die interesse hebben innovatie en durven te dromen en denken op de lange termijn.


20 maart 2007 | Carla Verwijs

Het wil maar niet lukken met innovatie in Nederland. De noodklok is zelfs geluid: Nederland is uit de top-10 van competitieve landen! Bedenk dat ons land ooit een derde plek innam. En als we niet uitkijken, zakken we nog verder. Om het tij te keren, werd het Innovatieplatform in het leven geroepen, onder voorzitterschap van de premier, om innovatie in Nederland te stimuleren. Maar dat platform oogstte vooral kritiek: het zou een praatgroepje zijn, terwijl het uiteindelijk toch de bedrijven zijn die actie moeten ondernemen. Om bedrijven te laten zien wat ze kunnen doen om te innoveren, en omdat hij zelf een dergelijk boek niet kon vinden, besloot Paul van der Voort een praktijkboek te schrijven: 'Het innovatieboek: Innoveren van droom tot daad'. Van der Voort put voor dit boek uit zijn ervaringen als adviseur bij Syntens, het innovatienetwerk voor ondernemers.

Beknopt, maar in duidelijke en vlotte taal beschrijft Van der Voort het proces van innoveren dat zich inderdaad laat omschrijven als 'van droom tot daad'. Hij laat zien dat innovatie niet iets geheimzinnigs is. Er is geen idee dat 'uit de lucht komt vallen' zoals veel mensen denken. Daarmee brengt hij innoveren dichter bij de activiteiten van bedrijven. 'U kunt het ook' is de onderliggende boodschap, al zult u er wel wat voor moeten doen, en misschien ook een en ander moeten wijzigen in de organisatie.

Van der Voort geeft eerst een definitie van innovatie. Dat is wel zo prettig, want dan hebben we het tenminste allemaal over hetzelfde. Er zijn drie typen innovaties: productinnovatie, procesinnovatie, en marktinnovatie. Innovatie betreft dus niet alleen technologische innovatie! Vervolgens gaat hij in op de fasen van het tot stand komen van een innovatie: dromen (ideevorming), denken (conceptontwikkeling), durven (haalbaarheidsonderzoek), en doen (realisatie).

Op deze wijze passeren veel onderwerpen rondom innovatie de revue. Ze worden kort beschreven en aangevuld met pakkende citaten en verhelderende cases. Voor meer informatie (diepgang) wordt de lezer verwezen naar de literatuursuggesties en de betreffende websites. Deze beknoptheid is plezierig, want zo blijft het boek 'to-the-point'. Maar in het derde hoofdstuk, daar waar de aansturing van innovaties centraal staat, werkt deze formule minder goed. Er worden diverse aspecten van (project)management behandeld, maar helaas te summier om er iets aan te hebben. De rest van hetzelfde hoofdstuk beschrijft hoe de Nederlandse overheid innovaties probeert aan te sturen. Aardig als achtergrondinformatie, maar ik mis hier de praktische toepassing.

In het laatste hoofdstuk beschrijft Van der Voort hoe bedrijven hun innovatievermogen kunnen vergroten. Met andere woorden: hoe creëer je de randvoorwaarden in een organisatie die ervoor zorgen dat er meer én succesvoller wordt geïnnoveerd. Tegenwoordig wordt ook steeds vaker gezocht naar samenwerking tussen bedrijven, waarbij elk zijn deskundigheid aanlevert waarmee een ontwikkeling op gang wordt gebracht die anders niet of lastig mogelijk was. De samenwerking tussen Philips en Douwe Egberts die heeft geleid tot Senseo, is een voorbeeld van zo'n succesvolle samenwerking.

Paul van der Voort is er met zijn 'Innovatieboek' in geslaagd in bijzonder weinig woorden bijzonder veel over innovatie te zeggen. Hij laat zien dat het mogelijk is er zelf ook meer aan te doen. Innovatie heeft vaak geen prioriteit bij bedrijven en zodoende dreigt de orde (of waan) van de dag altijd voor te gaan. En dat terwijl innovatie zorgt voor groeiende arbeidsproductiviteit en daardoor hét middel is om de welvaart in ons land te vergroten. Uiteindelijk hebben we dus allemaal baat bij meer innovatie.


Het innovatieboek
20 maart 2007 | Carla Verwijs

Het wil maar niet lukken met innovatie in Nederland. De noodklok is zelfs geluid: Nederland is uit de top-10 van competitieve landen! Bedenk dat ons land ooit een derde plek innam. En als we niet uitkijken, zakken we nog verder. Om het tij te keren, werd het Innovatieplatform in het leven geroepen, onder voorzitterschap van de premier, om innovatie in Nederland te stimuleren. Maar dat platform oogstte vooral kritiek: het zou een praatgroepje zijn, terwijl het uiteindelijk toch de bedrijven zijn die actie moeten ondernemen. Om bedrijven te laten zien wat ze kunnen doen om te innoveren, en omdat hij zelf een dergelijk boek niet kon vinden, besloot Paul van der Voort een praktijkboek te schrijven: 'Het innovatieboek: Innoveren van droom tot daad'. Van der Voort put voor dit boek uit zijn ervaringen als adviseur bij Syntens, het innovatienetwerk voor ondernemers. Beknopt, maar in duidelijke en vlotte taal beschrijft Van der Voort het proces van innoveren dat zich inderdaad laat omschrijven als 'van droom tot daad'. Hij laat zien dat innovatie niet iets geheimzinnigs is. Er is geen idee dat 'uit de lucht komt vallen' zoals veel mensen denken. Daarmee brengt hij innoveren dichter bij de activiteiten van bedrijven. 'U kunt het ook' is de onderliggende boodschap, al zult u er wel wat voor moeten doen, en misschien ook een en ander moeten wijzigen in de organisatie.

Van der Voort geeft eerst een definitie van innovatie. Dat is wel zo prettig, want dan hebben we het tenminste allemaal over hetzelfde. Er zijn drie typen innovaties: productinnovatie, procesinnovatie, en marktinnovatie. Innovatie betreft dus niet alleen technologische innovatie! Vervolgens gaat hij in op de fasen van het tot stand komen van een innovatie: dromen (ideevorming), denken (conceptontwikkeling), durven (haalbaarheidsonderzoek), en doen (realisatie).

Op deze wijze passeren veel onderwerpen rondom innovatie de revue. Ze worden kort beschreven en aangevuld met pakkende citaten en verhelderende cases. Voor meer informatie (diepgang) wordt de lezer verwezen naar de literatuursuggesties en de betreffende websites. Deze beknoptheid is plezierig, want zo blijft het boek 'to-the-point'. Maar in het derde hoofdstuk, daar waar de aansturing van innovaties centraal staat, werkt deze formule minder goed. Er worden diverse aspecten van (project)management behandeld, maar helaas te summier om er iets aan te hebben. De rest van hetzelfde hoofdstuk beschrijft hoe de Nederlandse overheid innovaties probeert aan te sturen. Aardig als achtergrondinformatie, maar ik mis hier de praktische toepassing.

In het laatste hoofdstuk beschrijft Van der Voort hoe bedrijven hun innovatievermogen kunnen vergroten. Met andere woorden: hoe creëer je de randvoorwaarden in een organisatie die ervoor zorgen dat er meer én succesvoller wordt geïnnoveerd. Tegenwoordig wordt ook steeds vaker gezocht naar samenwerking tussen bedrijven, waarbij elk zijn deskundigheid aanlevert waarmee een ontwikkeling op gang wordt gebracht die anders niet of lastig mogelijk was. De samenwerking tussen Philips en Douwe Egberts die heeft geleid tot Senseo, is een voorbeeld van zo'n succesvolle samenwerking.

Paul van der Voort is er met zijn 'Innovatieboek' in geslaagd in bijzonder weinig woorden bijzonder veel over innovatie te zeggen. Hij laat zien dat het mogelijk is er zelf ook meer aan te doen. Innovatie heeft vaak geen prioriteit bij bedrijven en zodoende dreigt de orde (of waan) van de dag altijd voor te gaan. En dat terwijl innovatie zorgt voor groeiende arbeidsproductiviteit en daardoor hét middel is om de welvaart in ons land te vergroten. Uiteindelijk hebben we dus allemaal baat bij meer innovatie.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden