Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
19 januari 2011 | Peter de Roode

Voor wie meer wil weten over coaching is 'De excellerende sportcoach' een aanrader. Topcoaches uit de sportwereld bieden een blik achter de schermen en vertellen openhartig hoe zij het beste uit hun mensen halen. Het excelleren zit 'm vooral in het motiveren en stimuleren.

Wat 'De excellerende sportcoach' van andere onderscheidt, zijn de opvattingen van de diverse sportcoaches. Bekende autoriteiten komen voorbij, zoals Ton Boot (basketbal), Robert Eenhoorn (honkbal), Vera Pauw (damesvoetbal), Joop Alberda (volleybal) en Charles van Commenée (atletiek). Tel daarbij op dat auteur en voormalig bondscoach van het vrouwenteam Peter Murphy gepokt en gemazeld is in de sportwereld, dat 'good old' Foppe de Haan aan het woord komt en Ankie van Grunsven de inleiding voor haar rekening heeft genomen en het wordt duidelijk dat je een 'sportief' boek in handen hebt.

De vraag is natuurlijk of de inzichten uit de sport vertaald kunnen worden naar het bedrijfsleven. Dat blijft wat vaag, want er wordt geen expliciete aandacht aan besteed. Maar wie als beginnend of ervaren coach weet waarnaar hij op zoek is, zal het hoogstwaarschijnlijk in dit boek weten te vinden.

'De excellerende sportcoach' is als volgt opgebouwd: in het eerste de deel 'De warming up' presenteren Peter Murphy en Rogier Offerhaus een aantal theorieën die in de sportwereld veel gebruikt worden. De lezer ziet hier het aloude model van Bruce Tuckman voorbij komen over teamfasen: forming, storming, norming, performing en adjourning. Maar dan blijkt gelukkig dat dit boek geen 'overschrijfwerk' is; de auteurs laten zien hoe dit model vertaald kan worden naar de sportwereld, of beter gezegd naar coaching. En in die vertaalslag zit zeker de link naar het bedrijfsleven. Zo wordt bijvoorbeeld de koppeling van het Tuckman-model gelegd met het fasenmodel van leren. U weet wel: de fasen van onbewust-onbekwaam naar onbewust-bekwaam. De forming fase kan gezien worden als onbewust-onbekwaam en de performing fase als onbewust-bekwaam. Het zijn deze 'kleine' wetenswaardigheden die het boek aantrekkelijk maken.

In het tweede deel komen de coaches aan het woord aan de hand van een thema. De auteurs hebben verschillende coachingthema's gekozen zoals 'start van het nieuwe', ontkenning, boosheid of acceptatie. Vervolgens hebben ze een coach gevraagd daarover te vertellen. Dit deel vormt voor mij het hart van het boek. Hier zien we de vakman en -vrouw aan het woord die het ogenschijnlijk allemaal logisch beschrijft. Totdat je als lezer de vertaling wilt maken naar het bedrijfsleven; dan bemerk je dat dingen misschien wel logisch zijn, maar niet altijd worden toegepast.

Zo illustreert honkbalcoach Robert Eenhoorn dat informele leiders die het verkeerde voorbeeld geven, aangepakt moeten worden. Niemand is zeker van zijn plaats, aldus de coach. Zekerheid moet je verdienen door te presteren. Interessant vond ik zijn opmerking dat de amateurs in Nederland de professionals aansturen, met het bijbehorende probleem dat bestuurders het tempo bepalen. Voor het bedrijfsleven en de overheid zeker herkenbaar.

Wat opvalt, is dat al die coaches een eigen manier van 'kijken' hebben ontwikkeld. Al die manieren matchen natuurlijk lang niet altijd met elkaar, en dat hoeft ook niet. Neem de opmerking van Robert Eenhoorn die stelt dat de grootste valkuil het ontkennen van emoties is, terwijl de sport er vol mee zit. Sport is voor hem emotie. Maar zijn collega-coach van atletiek, Van Commenée, ziet dat blijkbaar heel anders. Hij ziet zich als een rationele coach die nooit vertrouwt op intuïtie of gevoel. Ook coaches zijn blijkbaar mensen met hun eigen kijk op de werkelijkheid. Daarom is de opmerking van een van de coaches zeer to the point: 'Ook een coach heeft zijn houdbaarheidsdatum'.

Het derde deel ten slotte, 'De Cooling down', is vooral een werkboek dat een veelheid aan instrumenten en checklisten biedt voor de coach. Al met al een zeer fris en uniek boek waar ik slechts één kritiekpunt op heb: de fictieve verhalen die in het tweede deel worden beschreven om de theorie te illustreren vind ik volstrekt overbodig. Verder is het een prima boek waar menig organisatiecoach veel inspiratie uit kan putten.


27 september 2010 | Sven Laudy

Een nieuw boek van Peter Murphy met ondertitel 'Leidinggeven aan verandering. Peak Performance. Master coaching' maakt nieuwsgierig. Peter Murphy heeft als sportcoach en trainer zijn sporen ruimschoots verdiend. Zijn vorige boek 'Totaalcoachen' vond ik zeer geslaagd. Zijn huidige boek 'De excellerende sportcoach' borduurt hier gedeeltelijk op voort en kan in het verlengde hiervan worden gelezen. Met toevoeging van de auteur Rogier Offerhaus zal beoogd zijn dat dit sportboek ook de leestafel van de manager bereikt.

Het indeling van 'De excellerende sportcoach' is eenvoudig: een Warming-up, de Wedstrijd en de Cooling-down. De Warming-up introduceert de leidende theorieën die verderop in het boek gebruikt worden. Sommige zijn bekend, zoals de attributietheorie, weer andere zijn aanpassingen op bestaande theorieën, zoals het Coachmodel van niveaus van coaching (namelijk op Bateson). Van de theorie Pad van verandering is het onduidelijk hoe deze tot stand is gekomen. Het lijkt op een inspiratiemoment waarbij Peter Murphy en Rogier Offerhaus enkele bestaande theorieën, zoals het ontwikkelingsmodel van Tuckman (forming, storming, norming, performing) aan elkaar vastknopen. Het is mij onduidelijk waarom bij Tuckman en Bateson niet wordt vastgehouden aan de oorspronkelijke theorie. Die zijn rijk genoeg.

Na de Warming-up wordt de Wedstrijd gespeeld. De drie fictieve hoofdpersonen, twee onervaren coaches en hun mentor, komen regelmatig bijeen om hun dilemma's en uitdagingen met elkaar te bespreken. Hun mentor Henk voorziet hen daarbij van advies. Henk zal in het 'echt' best een aardige man zijn, zoals hij in het boek wordt neergezet, begint hij mij gedurende het lezen steeds meer te irriteren. Hij smijt met oneliners 'vermoeidheid is relatief' en komt met veel te simpele, kort door de bocht en betweterige adviezen: 'Ik wist dat dit ging gebeuren... Je moet nu ver-binding in je team creëren.' Hij is een coach die afgezien van 'wil je koffie?' weinig vragen stelt. In die zin geeft hij niet bepaald het goede voorbeeld. Ik zou in ieder geval niet graag door deze mentor gecoacht worden. Dat hoeft ook niet - ik ben slechts lezer - maar zeer leerrijk is het evenmin.

Murphy en Offerhaus wisselen de hoofdtekst af met columns van bekende (ex)sportcoaches zoals Ton Boot, Joop Alberda en Jacco Verhaeren. Deze columns zijn lezenswaardig, hoewel de relatie met de hoofdtekst soms ver te zoeken is of wel heel gekunsteld is.

De Cooling-down bestaat uit twee gedeelten: een hoofdstuk over 'alles draait om de juiste attitude'. Wat dit hoofdstuk hier doet, is mij onduidelijk. Zouden we niet met de juiste attitude moeten beginnen? Of op zijn minst deze zo snel mogelijk creëren? Het tweede hoofdstuk van de Cooling-down is een werkboek, vrijwel een één-op-één kopie van de bijlagen uit het boek 'Totaalcoachen', aangevuld met een korte samenvatting van Action Type. Het bevat vragenlijsten, invulformulieren, heldere figuren en tabellen en een basislijst met vragen die je je medewerkers/sporters kunt stellen. Begrijpelijk dat de auteurs dit toevoegen, het is degelijk materiaal waar elke coach ooit mee in aanraking moet komen.

Als je geïnteresseerd bent in het onderwerp (sport)coaching, koop dan direct het boek 'Totaalcoachen' van Peter Murphy. Hoewel dit boek zich richt op de sport, is de vertaalslag naar coachen en leidinggeven in het bedrijfsleven snel gemaakt.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden