Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
17 augustus 1998 | Kees Visser

Recent verscheen De levende onderneming van de Nederlander Arie de Geus, die jarenlang hoofd was van Group Planning van Shell. In dit boek moedigt De Geus moedigt zijn lezers aan ondernemingen te beschouwen als levende wezens in plaats van een verzameling vaste activa weergegeven op een balans. In een tijd waarin steeds meer ondernemingen zich richten op het maximaliseren van aandeelhouderwaarde en het management zichzelf royaal winstopties uitkeert lijkt de verschijning van De levende onderneming perfect getimed te zijn.

Organisaties als levende wezens

Als het aan Arie De Geus ligt brandt het debat over de invloed van aandeelhouders op ondernemingen in volle hevigheid los. De wettelijke bescherming die aandeelhouders genieten heeft zijn oorsprong in de jaren '50, toen kapitaal schaars was. Daarom verdiende kapitaal de speciale aandacht van het management en diende de aanwending van kapitaal geoptimaliseerd te worden. Dit leidde ertoe dat ondernemingen werden beoordeeld op basis van financiële maatstaven, zoals rendement op investeringen of eigen vermogen. Intussen is de situatie volgens De Geus drastisch veranderd. We zijn in een tijdperk aangekomen waarbij kapitaal niet meer schaars is. Een optimale benutting van de hersencapaciteit die aanwezig is in de organisatie is thans dan ook de kritische succesfactor in organisaties. Het is volgens De Geus dan ook onzin om ondernemingen nog steeds te beoordelen op maatstaven die ontleend zijn aan economische indicatoren, zoals rendement op investeringen, rendement op eigen vermogen en uitgekeerd dividend. Overleving en de ontplooiing van haar potentieel zijn de belangrijkste doelen van een onderneming en de mate waarin zij dit bereikt is bepalend voor haar succes. De Geus verhaalt in zijn boek over de wortels van zijn denken over organisaties, waarvoor we moeten teruggaan naar zijn studententijd. Tijdens een keuzevak Zielkunde maakte hij kennis met de inzichten van de Duitse psycholoog William Stern, die ervan uit ging dat de term levend niet ophoudt bij het menselijk individu. Stern beschouwde instituten zoals de Kerk ook als levende wezens. Sinds deze openbaring vindt De Geus het legitiem ondernemingen als levende wezens te beschouwen. En hoewel daar wel het een en ander op valt af te dingen, is het een invalshoek die aardige nieuwe gezichtspunten op organisaties oplevert. De Geus noemt in elk geval de volgende kenmerken van levende ondernemingen: (1) gevoeligheid voor de omgeving, (2) samenhang en een sterk gevoel van identiteit, (3) tolerantie en het logische gevolg daarvan, decentralisatie, en (4) een behoudend financieel beleid dat zich uit in zuinigheid. Levende ondernemingen hebben een ouderwetse opvatting over geld, lenen derhalve weinig en erkennen het nut van reservegeld in kas. De cynicus zou na lezing van dit boek kunnen zeggen dat het concept van de levende onderneming leuk klinkt, maar dat het de vraag is of managers hier iets mee kunnen. Je moet sterk in je schoenen staan om het overleven van de onderneming in plaats van het maximaliseren van de aandeelhouderwaarde de hoogste prioriteit te geven. De beurs heeft in het dumpen van aandelen effectieve methoden om dergelijk gedrag te bestraffen. De Geus zal reëel genoeg zijn om dit te beseffen, maar dat ontneemt hem uiteraard niet het recht een andere mening te verkondigen. Als zijn boek eraan kan bijdragen dat ondernemingen minder beursbericht opereren, zouden zij allicht een menselijker gezicht krijgen. En die gedachte is te aantrekkelijk om te laten verknallen door cynisme over het realiteitsgehalte ervan.


De levende onderneming
17 augustus 1998 | Kees Visser

Recent verscheen De levende onderneming van de Nederlander Arie de Geus, die jarenlang hoofd was van Group Planning van Shell. In dit boek moedigt De Geus moedigt zijn lezers aan ondernemingen te beschouwen als levende wezens in plaats van een verzameling vaste activa weergegeven op een balans. In een tijd waarin steeds meer ondernemingen zich richten op het maximaliseren van aandeelhouderwaarde en het management zichzelf royaal winstopties uitkeert lijkt de verschijning van De levende onderneming perfect getimed te zijn. Organisaties als levende wezens

Als het aan Arie De Geus ligt brandt het debat over de invloed van aandeelhouders op ondernemingen in volle hevigheid los. De wettelijke bescherming die aandeelhouders genieten heeft zijn oorsprong in de jaren '50, toen kapitaal schaars was. Daarom verdiende kapitaal de speciale aandacht van het management en diende de aanwending van kapitaal geoptimaliseerd te worden. Dit leidde ertoe dat ondernemingen werden beoordeeld op basis van financiële maatstaven, zoals rendement op investeringen of eigen vermogen. Intussen is de situatie volgens De Geus drastisch veranderd. We zijn in een tijdperk aangekomen waarbij kapitaal niet meer schaars is. Een optimale benutting van de hersencapaciteit die aanwezig is in de organisatie is thans dan ook de kritische succesfactor in organisaties. Het is volgens De Geus dan ook onzin om ondernemingen nog steeds te beoordelen op maatstaven die ontleend zijn aan economische indicatoren, zoals rendement op investeringen, rendement op eigen vermogen en uitgekeerd dividend. Overleving en de ontplooiing van haar potentieel zijn de belangrijkste doelen van een onderneming en de mate waarin zij dit bereikt is bepalend voor haar succes. De Geus verhaalt in zijn boek over de wortels van zijn denken over organisaties, waarvoor we moeten teruggaan naar zijn studententijd. Tijdens een keuzevak Zielkunde maakte hij kennis met de inzichten van de Duitse psycholoog William Stern, die ervan uit ging dat de term levend niet ophoudt bij het menselijk individu. Stern beschouwde instituten zoals de Kerk ook als levende wezens. Sinds deze openbaring vindt De Geus het legitiem ondernemingen als levende wezens te beschouwen. En hoewel daar wel het een en ander op valt af te dingen, is het een invalshoek die aardige nieuwe gezichtspunten op organisaties oplevert. De Geus noemt in elk geval de volgende kenmerken van levende ondernemingen: (1) gevoeligheid voor de omgeving, (2) samenhang en een sterk gevoel van identiteit, (3) tolerantie en het logische gevolg daarvan, decentralisatie, en (4) een behoudend financieel beleid dat zich uit in zuinigheid. Levende ondernemingen hebben een ouderwetse opvatting over geld, lenen derhalve weinig en erkennen het nut van reservegeld in kas. De cynicus zou na lezing van dit boek kunnen zeggen dat het concept van de levende onderneming leuk klinkt, maar dat het de vraag is of managers hier iets mee kunnen. Je moet sterk in je schoenen staan om het overleven van de onderneming in plaats van het maximaliseren van de aandeelhouderwaarde de hoogste prioriteit te geven. De beurs heeft in het dumpen van aandelen effectieve methoden om dergelijk gedrag te bestraffen. De Geus zal reëel genoeg zijn om dit te beseffen, maar dat ontneemt hem uiteraard niet het recht een andere mening te verkondigen. Als zijn boek eraan kan bijdragen dat ondernemingen minder beursbericht opereren, zouden zij allicht een menselijker gezicht krijgen. En die gedachte is te aantrekkelijk om te laten verknallen door cynisme over het realiteitsgehalte ervan.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden