Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
6 december 2013 | Nico Jong

Economie als wiskundige efficiencybenadering heeft ons een enorme welvaart gebracht. Maar door jarenlang uitsluitend technocratisch te focussen op cijfers en efficiency zijn we ook in een diepe economische crisis terecht gekomen. Reden voor de Tsjechische econoom Tomáš Sedlácek om een breder kleurenpalet van zijn vakgebied te schetsen dan slechts zwart en wit.

De mens verdiept zich al heel lang in de economie. Vroeger zocht hij verklaringen van de wereld in mythen en geloofsovertuigingen, tegenwoordig vervult de wetenschap die rol. Sedlácek dook in de geschiedenis om in oude mythen op zoek te gaan naar het denken over economie. Daarnaast probeert hij in het hedendaagse denken over economie bloot te leggen welke mythen daarin leven. Economie bestaat voor de auteur uit verhalen van mensen, over mensen, aan mensen. Zelfs het meest ingewikkelde wiskundige model is een verhaal, een allegorie, een poging om de wereld om ons heen rationeel te begrijpen. Economen zijn opgeleid om normatieve oordelen en meningen over goed of slecht uit de weg te gaan. Maar volgens Sedlácek is de economische wetenschap juist vooral een normatief terrein. De economie beschrijft niet alleen de wereld zoals zij is, maar ook hoe zij zou moeten zijn. Het is een vakgebied dat zich vooral verdiept in waarden, maar dat zelf waardevrij wil zijn.

De economie van goed en kwaad bestaat uit twee delen. In het eerste deel zoekt de auteur naar economisch denken in mythen, religie, theologie, filosofie en wetenschap. Hij begint bij het Gilgamesj-epos van ruim vierduizend jaar geleden en reist via het Oude Testament, het Oude Griekenland en het christendom naar Descartes en Mandeville om te eindigen bij Adam Smith, die traditioneel gezien wordt als de grondlegger van de economie. Sedlácek laat zien dat economische denken dus van alle tijden is.

In het tweede deel gaat hij op zoek naar mythen, religie, theologie, filosofie en wetenschap in de economie. Aan de hand van zeven thema's die hij uit het historische deel destilleert. Sedlácek wil de lezer laten begrijpen hoe de kijk op de economische kant van de mens zich heeft ontwikkeld. Hij vindt dat economen van vandaag zich sterk concentreren op de zwart-witcultus van de homo economicus. Door hun dominante rol in onze samenleving zijn wij verblind geraakt voor de belangrijkste drijfveren van het menselijke handelen. De homo faber, ludens en narrans zijn te veel op de achtergrond geraakt. Wiskunde op de voorgrond en de mens op de achtergrond. Dat heeft geleid tot eenzijdige en kunstmatige modellen die ons vaak niet helpen als we de werkelijkheid proberen te begrijpen. Zij bieden nog slechts een illusie van begrip. Om het menselijk handelen goed te begrijpen, is het belangrijk kennis te nemen van de historische ontwikkeling van de ideeën die ons maken tot wie we zijn.

De economie van goed en kwaad is een meesterwerk dat toegankelijk is voor een breed publiek. Het helpt inzicht te krijgen in hoe we gekomen zijn waar we nu staan.


De economie van goed en kwaad
6 december 2013 | Nico Jong

Economie als wiskundige efficiencybenadering heeft ons een enorme welvaart gebracht. Maar door jarenlang uitsluitend technocratisch te focussen op cijfers en efficiency zijn we ook in een diepe economische crisis terecht gekomen. Reden voor de Tsjechische econoom Tomáš Sedlácek om een breder kleurenpalet van zijn vakgebied te schetsen dan slechts zwart en wit. De mens verdiept zich al heel lang in de economie. Vroeger zocht hij verklaringen van de wereld in mythen en geloofsovertuigingen, tegenwoordig vervult de wetenschap die rol. Sedlácek dook in de geschiedenis om in oude mythen op zoek te gaan naar het denken over economie. Daarnaast probeert hij in het hedendaagse denken over economie bloot te leggen welke mythen daarin leven. Economie bestaat voor de auteur uit verhalen van mensen, over mensen, aan mensen. Zelfs het meest ingewikkelde wiskundige model is een verhaal, een allegorie, een poging om de wereld om ons heen rationeel te begrijpen. Economen zijn opgeleid om normatieve oordelen en meningen over goed of slecht uit de weg te gaan. Maar volgens Sedlácek is de economische wetenschap juist vooral een normatief terrein. De economie beschrijft niet alleen de wereld zoals zij is, maar ook hoe zij zou moeten zijn. Het is een vakgebied dat zich vooral verdiept in waarden, maar dat zelf waardevrij wil zijn.

De economie van goed en kwaad bestaat uit twee delen. In het eerste deel zoekt de auteur naar economisch denken in mythen, religie, theologie, filosofie en wetenschap. Hij begint bij het Gilgamesj-epos van ruim vierduizend jaar geleden en reist via het Oude Testament, het Oude Griekenland en het christendom naar Descartes en Mandeville om te eindigen bij Adam Smith, die traditioneel gezien wordt als de grondlegger van de economie. Sedlácek laat zien dat economische denken dus van alle tijden is.

In het tweede deel gaat hij op zoek naar mythen, religie, theologie, filosofie en wetenschap in de economie. Aan de hand van zeven thema's die hij uit het historische deel destilleert. Sedlácek wil de lezer laten begrijpen hoe de kijk op de economische kant van de mens zich heeft ontwikkeld. Hij vindt dat economen van vandaag zich sterk concentreren op de zwart-witcultus van de homo economicus. Door hun dominante rol in onze samenleving zijn wij verblind geraakt voor de belangrijkste drijfveren van het menselijke handelen. De homo faber, ludens en narrans zijn te veel op de achtergrond geraakt. Wiskunde op de voorgrond en de mens op de achtergrond. Dat heeft geleid tot eenzijdige en kunstmatige modellen die ons vaak niet helpen als we de werkelijkheid proberen te begrijpen. Zij bieden nog slechts een illusie van begrip. Om het menselijk handelen goed te begrijpen, is het belangrijk kennis te nemen van de historische ontwikkeling van de ideeën die ons maken tot wie we zijn.

De economie van goed en kwaad is een meesterwerk dat toegankelijk is voor een breed publiek. Het helpt inzicht te krijgen in hoe we gekomen zijn waar we nu staan.


11 april 2013 | Henk den Uijl

Een ogenschijnlijk dik boek, maar voor een historische analyse van economisch denken tot ver voor Christus is het eigenlijk maar een klein boekje. Laat ik, omdat er zoveel recensies over geschreven zijn, inzoomen op het sleutelargument in 'De Economie van Goed en Kwaad'.

Sedlácek wil laten zien dat in de economie, maar eigenlijk in vele aspecten van het maatschappelijk verkeer, er een groot en overdreven vertrouwen in de wiskunde is. Wiskunde is volgens Sedlácek de wereld van abstracties. De wiskunde heeft zich in het maatschappelijk debat geworteld als vorm van absolute kennis. In de eerste plaats in het economisch denken; de gemiddelde economiestudie is eerder een econometriestudie dan een studie naar hoe het maatschappelijk leven ervoor staat. Het is, zo gezegd, afgedwaald van het primaire sociale aspect van economisch denken. In de tweede plaats is het wiskundig denken doorgedrongen in alle andere aspecten van samenleven. Denk bijvoorbeeld aan politiek (de voorspellingen van het CPB en analyses van het CBS), maar ook in de managementwereld (P&C cycli, dashboards, klanttevredenheid). Sedlácek betoogt dat op het moment dat we dit soort kennis als absoluut en primair beschouwen, we de werkelijkheid veel schade kunnen toebrengen.

Dit gaat als volgt. Wiskundige abstracties geven de werkelijkheid, opgeteld, in cijfers weer. Aan deze activiteit van abstraheren liggen echter een aantal aannames ten grondslag. Eén daarvan is dat we aannemen dat wiskundige kennis objectiever is dan niet-wiskundige kennis. Het probleem is echter dat in de wiskunde wordt opgeteld en wordt gedacht in parameters zoals het 'gemiddelde'. Het gekke is dat in de werkelijkheid het gemiddelde nooit bestaat, er zijn alleen maar individuele gevallen. Hier ontstaat een vreemde paradox: we willen de werkelijkheid beter begrijpen door te abstraheren, maar in deze activiteit verliezen we het individu uit het oog; denken in abstracties gaat per definitie over een optelsom.

Deze activiteit van abstraheren hangt volgens Sedlácek nauw samen met een mythe van beheersbaarheid. Zijn boek is in feite een analyse van hoe de mens in de geschiedenis steeds aan de ene kant de natuur probeert te beheersen, en aan de andere kant steeds heimwee heeft naar de onbeheerste 'wilde' natuur. Wiskundig denken staat symbool voor het denken dat de wereld beheersbaar en manipuleerbaar is. Dit komt niet in de laatste plaats doordat economen altijd bezig zijn met cijfers de toekomst te voorspellen; toch hebben ze maar zelden gelijk en ze zijn het ook bijna nooit met elkaar eens.

Sedlácek wil laten zien dat de werkelijkheid veel rijker is dan wiskundige modellen en abstracties ons doen laten geloven. Sterker nog, hij noemt de wereld van de abstracties de 'dode wereld'. Als de economie weer van belang wil zijn, zal zij terug moeten naar sociale vraagstukken en een breder mensbeeld moeten ontwikkelen. Als managers, bestuurders en toezichthouders hun organisatie willen begrijpen, zullen ze vooral gewoon de werkvloer op moeten.

Dit boek gaat uiteindelijk over levenskunst. De toekomst is in alle aspecten van het leven fundamenteel onzeker, in tegenstelling tot wat veel wiskundige modellen ons doen laten geloven. Levenskunst is loslaten, zien dat elke activiteit in het maatschappelijk verkeer een morele dimensie heeft, en dat juist deze morele dimensie van levensbelang is.


De economie van goed en kwaad
11 april 2013 | Henk den Uijl

Een ogenschijnlijk dik boek, maar voor een historische analyse van economisch denken tot ver voor Christus is het eigenlijk maar een klein boekje. Laat ik, omdat er zoveel recensies over geschreven zijn, inzoomen op het sleutelargument in 'De Economie van Goed en Kwaad'. Sedlácek wil laten zien dat in de economie, maar eigenlijk in vele aspecten van het maatschappelijk verkeer, er een groot en overdreven vertrouwen in de wiskunde is. Wiskunde is volgens Sedlácek de wereld van abstracties. De wiskunde heeft zich in het maatschappelijk debat geworteld als vorm van absolute kennis. In de eerste plaats in het economisch denken; de gemiddelde economiestudie is eerder een econometriestudie dan een studie naar hoe het maatschappelijk leven ervoor staat. Het is, zo gezegd, afgedwaald van het primaire sociale aspect van economisch denken. In de tweede plaats is het wiskundig denken doorgedrongen in alle andere aspecten van samenleven. Denk bijvoorbeeld aan politiek (de voorspellingen van het CPB en analyses van het CBS), maar ook in de managementwereld (P&C cycli, dashboards, klanttevredenheid). Sedlácek betoogt dat op het moment dat we dit soort kennis als absoluut en primair beschouwen, we de werkelijkheid veel schade kunnen toebrengen.

Dit gaat als volgt. Wiskundige abstracties geven de werkelijkheid, opgeteld, in cijfers weer. Aan deze activiteit van abstraheren liggen echter een aantal aannames ten grondslag. Eén daarvan is dat we aannemen dat wiskundige kennis objectiever is dan niet-wiskundige kennis. Het probleem is echter dat in de wiskunde wordt opgeteld en wordt gedacht in parameters zoals het 'gemiddelde'. Het gekke is dat in de werkelijkheid het gemiddelde nooit bestaat, er zijn alleen maar individuele gevallen. Hier ontstaat een vreemde paradox: we willen de werkelijkheid beter begrijpen door te abstraheren, maar in deze activiteit verliezen we het individu uit het oog; denken in abstracties gaat per definitie over een optelsom.

Deze activiteit van abstraheren hangt volgens Sedlácek nauw samen met een mythe van beheersbaarheid. Zijn boek is in feite een analyse van hoe de mens in de geschiedenis steeds aan de ene kant de natuur probeert te beheersen, en aan de andere kant steeds heimwee heeft naar de onbeheerste 'wilde' natuur. Wiskundig denken staat symbool voor het denken dat de wereld beheersbaar en manipuleerbaar is. Dit komt niet in de laatste plaats doordat economen altijd bezig zijn met cijfers de toekomst te voorspellen; toch hebben ze maar zelden gelijk en ze zijn het ook bijna nooit met elkaar eens.

Sedlácek wil laten zien dat de werkelijkheid veel rijker is dan wiskundige modellen en abstracties ons doen laten geloven. Sterker nog, hij noemt de wereld van de abstracties de 'dode wereld'. Als de economie weer van belang wil zijn, zal zij terug moeten naar sociale vraagstukken en een breder mensbeeld moeten ontwikkelen. Als managers, bestuurders en toezichthouders hun organisatie willen begrijpen, zullen ze vooral gewoon de werkvloer op moeten.

Dit boek gaat uiteindelijk over levenskunst. De toekomst is in alle aspecten van het leven fundamenteel onzeker, in tegenstelling tot wat veel wiskundige modellen ons doen laten geloven. Levenskunst is loslaten, zien dat elke activiteit in het maatschappelijk verkeer een morele dimensie heeft, en dat juist deze morele dimensie van levensbelang is.


25 februari 2013 | Peter de Roode

In dit zeer intrigerende boek legt Tomas Sedlacek, econoom en voormalig adviseur van de Tsjechische president Havel, het verband tussen economie en moraliteit. Hij stelt dat de moraliteit in het gedrang is gekomen. Sedlacek laat op meeslepende wijze zien hoe die moraliteit zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. De huidige economische modellen zijn volgens hem te veel op wiskunde en te weinig op filosofie gebaseerd. Het concept van de homo economicus staat te veel centraal en daarmee jaagt men te veel materialisme na. De vraag die hij in dit boek aan de orde stelt is dan ook: kunnen we ons losmaken van onze materiële veeleisendheid?

In het voorwoord stelt Vaclav Havel zich de vraag: Waarom zijn wij zo afhankelijk van dat onophoudelijke groeien? Deze vraag is de rode draad van het boek. Vandaag de dag lijken wij doorgeschoten te zijn: we zijn te sterk gericht op de materiële wereld en te weinig op de innerlijke, spirituele wereld.

Als de huidige crisis íets duidelijk heeft gemaakt, is het wel dat economen de toekomst niet kunnen voorspellen. Economen staan voor de vraag, aldus de auteur, of zij werkelijk geloven in hun modellen. Geloven zij werkelijk dat de mens een rationeel handelend en kleingeestig egoïstisch wezen is? Sedlaceks kritiek op zijn eigen vakgebied is dat de economie te veel op calculatie is gebaseerd en te weinig op gevoel en intuïtie. De wijze waarop de huidige crisis wordt aangepakt zal de auteur bepaald niet aanspreken - we moeten niet zozeer bezuinigen maar matigen. We leven in een consumptiemaatschappij waarin we steeds meer willen hebben. Dat is een van de grootste problemen, maar daar horen we de economen niet over, stelt Sedlacek. Integendeel, zij jagen de boel alleen maar op met hun groeimodellen.

Sedlacek neemt zijn lezers mee naar de oudheid en begint bij het Gilgamesj-epos en via het Oude Testament, de Hebreeërs, de Stoïcijnen, de econoom Adam Smith, en de filosoof Mandeville belandt hij bij de recente crisis. Als lezer ben je dan wel een stuk wijzer - je kijkt wat breder en begint te begrijpen waar de auteur zich druk over maakt. Hij beschrijft een prachtige lijn over moraliteit die begint bij Kant en eindigt bij Mandeville. De lezer krijgt duidelijk uiteengezet dat de moraliteit, beginnend bij Kant, streng werd gerespecteerd, maar dat hedonistische principes zoals genot en plezier gaandeweg belangrijker werden. Bij Mandeville waren die op hun hoogtepunt. Sedlacek stelt zich halverwege het boek de vraag: Hoe heeft het zover kunnen komen dat we de moraliteit zo uit het oog zijn verloren? Het antwoord zoekt hij bij de filosoof Mandeville die de relatie tussen economie en ethiek op zijn kop zette: hoe meer egoïsme er is, des te beter dat is voor de economie.
Deze filosoof, die niet zo bekend werd als de econoom Adam Smith, lijkt toch enorme invloed te hebben op het huidige handelen van veel leiders.

Maar Sedlacek concludeert dat menselijk gedrag niet kan worden verklaard uit een enkel (egoïstisch) principe. De economie, die gerekend kan worden tot de sociale wetenschappen, gaat naar zijn smaak te veel uit van een mechanische, wiskundige, deterministische en rationele wereld. Andere disciplines zoals filosofie, theologie, antropologie, geschiedenis, cultuur, psychologie, sociologie moeten ook hun rol gaan spelen in de economie. Of in de woorden van de auteur: 'De economie heeft niet nog meer wiskunde nodig maar meer van al het andere.'

Al met al een geweldig boek van een econoom mét een visie.


De economie van goed en kwaad
25 februari 2013 | Peter de Roode

In dit zeer intrigerende boek legt Tomas Sedlacek, econoom en voormalig adviseur van de Tsjechische president Havel, het verband tussen economie en moraliteit. Hij stelt dat de moraliteit in het gedrang is gekomen. Sedlacek laat op meeslepende wijze zien hoe die moraliteit zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. De huidige economische modellen zijn volgens hem te veel op wiskunde en te weinig op filosofie gebaseerd. Het concept van de homo economicus staat te veel centraal en daarmee jaagt men te veel materialisme na. De vraag die hij in dit boek aan de orde stelt is dan ook: kunnen we ons losmaken van onze materiële veeleisendheid? In het voorwoord stelt Vaclav Havel zich de vraag: Waarom zijn wij zo afhankelijk van dat onophoudelijke groeien? Deze vraag is de rode draad van het boek. Vandaag de dag lijken wij doorgeschoten te zijn: we zijn te sterk gericht op de materiële wereld en te weinig op de innerlijke, spirituele wereld.

Als de huidige crisis íets duidelijk heeft gemaakt, is het wel dat economen de toekomst niet kunnen voorspellen. Economen staan voor de vraag, aldus de auteur, of zij werkelijk geloven in hun modellen. Geloven zij werkelijk dat de mens een rationeel handelend en kleingeestig egoïstisch wezen is? Sedlaceks kritiek op zijn eigen vakgebied is dat de economie te veel op calculatie is gebaseerd en te weinig op gevoel en intuïtie. De wijze waarop de huidige crisis wordt aangepakt zal de auteur bepaald niet aanspreken - we moeten niet zozeer bezuinigen maar matigen. We leven in een consumptiemaatschappij waarin we steeds meer willen hebben. Dat is een van de grootste problemen, maar daar horen we de economen niet over, stelt Sedlacek. Integendeel, zij jagen de boel alleen maar op met hun groeimodellen.

Sedlacek neemt zijn lezers mee naar de oudheid en begint bij het Gilgamesj-epos en via het Oude Testament, de Hebreeërs, de Stoïcijnen, de econoom Adam Smith, en de filosoof Mandeville belandt hij bij de recente crisis. Als lezer ben je dan wel een stuk wijzer - je kijkt wat breder en begint te begrijpen waar de auteur zich druk over maakt. Hij beschrijft een prachtige lijn over moraliteit die begint bij Kant en eindigt bij Mandeville. De lezer krijgt duidelijk uiteengezet dat de moraliteit, beginnend bij Kant, streng werd gerespecteerd, maar dat hedonistische principes zoals genot en plezier gaandeweg belangrijker werden. Bij Mandeville waren die op hun hoogtepunt. Sedlacek stelt zich halverwege het boek de vraag: Hoe heeft het zover kunnen komen dat we de moraliteit zo uit het oog zijn verloren? Het antwoord zoekt hij bij de filosoof Mandeville die de relatie tussen economie en ethiek op zijn kop zette: hoe meer egoïsme er is, des te beter dat is voor de economie.
Deze filosoof, die niet zo bekend werd als de econoom Adam Smith, lijkt toch enorme invloed te hebben op het huidige handelen van veel leiders.

Maar Sedlacek concludeert dat menselijk gedrag niet kan worden verklaard uit een enkel (egoïstisch) principe. De economie, die gerekend kan worden tot de sociale wetenschappen, gaat naar zijn smaak te veel uit van een mechanische, wiskundige, deterministische en rationele wereld. Andere disciplines zoals filosofie, theologie, antropologie, geschiedenis, cultuur, psychologie, sociologie moeten ook hun rol gaan spelen in de economie. Of in de woorden van de auteur: 'De economie heeft niet nog meer wiskunde nodig maar meer van al het andere.'

Al met al een geweldig boek van een econoom mét een visie.


Belezen en provocatief
13 september 2012 | Pierre Spaninks

De economie is ontspoord, vindt Tomáš Sedlácek. Niet alleen de reële economie maar ook de economie als wetenschap. Tegenover de bestaande economie van rijk en arm stelt hij De economie van goed en kwaad. De bronnen daarvoor vindt hij niet in de wiskunde en de econometrie maar in de literatuur en de kunst. ‘Economie is geen waardenvrije wetenschap, maar een product van onze beschaving.’

Eigenlijk is De economie van goed en kwaad een mislukt proefschrift. Tomáš Sedlácek, 35 jaar oud en chef-econoom bij de voormalige Tsjechische staatsbank CSOB, schreef de eerste versie vier jaar geleden. Zijn promotoren aan de Karelsuniversiteit in Praag vonden de wetenschappelijke waarde ervan dubieus en weigerden hem er de doctorsgraad voor te verlenen. Sedlácek werkte het om tot een ook voor niet-economen leesbaar verhaal dat eerst een bestseller werd in eigen land en dat vervolgens de wereld over ging. Na de Engelse en de Duitse staat er nu ook een Nederlandse vertaling op stapel.

In feite is 'De economie van goed en kwaad' een poging om de economische wetenschap opnieuw uit te vinden, in een periode dat die geen antwoord blijkt te hebben op een wereldwijde financiële crisis. Economie wordt wel voorgesteld als een exacte wetenschap met waardevrije wiskundige methoden, schrijft Sedlácek, maar het is niet meer en niet minder dan een cultureel fenomeen en als zodanig een product van onze beschaving. Economie is ooit begonnen als integraal onderdeel van de filosofie: Adam Smith schreef niet alleen 'The Wealth of Nations' maar ook 'The Theory of Moral Sentiments' en had niet alleen oog voor het maximaliseren van welvaart maar ook van welzijn.

Sedlácek grijpt terug naar die filosofische oorsprong van de economie en laat zien dat onze ideeën over waarde(n) en over de manier waarop we daar het beste mee om kunnen gaan nog steeds worden bepaald door de geschiedenis, door oude mythen, door religie en door ethiek. ‘Zelfs het meest geavanceerde wiskundige model,’ zegt hij, ‘is in de grond een verhaal, een parabel, een poging om met ons verstand greep te krijgen op de wereld om ons heen.’ In die zin is economie behalve een beschrijving van hoe de wereld in elkaar zit ook een poging om vast te leggen hoe die er idealiter uit zou moeten zien.

Wetenschap is in de opvatting van Sedlácek een stelsel van aannames waar we ons lot aan hebben verbonden. Om te begrijpen welke aannames ten grondslag liggen aan de economie doorbreekt hij de grenzen van die wetenschap en reconstrueert hij hoe ons begrip van de economie in de loop der eeuwen is gevormd. Dat verhaal begint wat hem betreft al bij het vierduizend jaar oude epos van Gilgamesj en bij het Oude Testament. Via de ontwikkeling van het vroege Christendom voert hij ons mee naar het werk van Descartes en Adam Smith, om te eindigen bij het volstrekt uit de hand gelopen consumentisme in de film Fight Club.

Het lijdt geen twijfel dat Sedlácek met De economie van goed en kwaad een belangrijk boek heeft geschreven. Hij is terecht kritisch over de rol en de betekenis van de economische wetenschap en houdt een aansprekend pleidooi om terug te keren naar duurzame economische waarden. De manier waarop hij dat doet is even belezen als provocatief. Dat zal ook de lezers van de Nederlandse vertaling aanspreken.

Tegelijk zit in die bevlogen aanpak van Sedlácek ook zijn zwakte. De grote lijn interesseert hem duidelijk meer dan het detail. Voor een essay is dat prima, voor een wetenschappelijke analyse schiet het tekort. Als Sedlácek zich afzet tegen ‘de’ academische economie scheert hij wel heel veel en heel diverse opvattingen van het vak over één kam. Als hij een alternatieve economie probeert te ontwikkelen die van betekenis is voor ons praktisch handelen komt hij niet heel veel verder dan tegeltjeswijsheden à la ‘De kost gaat voor de baat uit’ en ‘De tering naar de nering zetten’. En als hij een nieuw stabiliteitspact aanbeveelt voor de eurozone – waarbij de som van economische groei en begrotingstekort in een gegeven jaar drie procent van het bruto nationaal product mag bedragen, zowel in goede tijden als in slechte – lijkt hij zich geen moment te realiseren welke gevolgen het zou hebben voor volgende generaties als we die regel nu zouden invoeren.

Zo beschouwd lijkt Sedláceks 'De economie van goed en kwaad' eerder een bron van inspiratie dan een betrouwbare wegwijzer.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden