Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Een totaal gebrek aan pretentie
23 april 2013 | Hans van der Klis

Joop Swieringa en Jacqueline Jansen houden niet van ingewikkeld doen. Zijn er problemen, dan moeten we daar niet omheen draaien. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Op tafel ermee en uitpraten, is hun devies. Kortom: Gedoe op tafel.

Het is bijzonder nuchter, wat Joop Swieringa en Jacqueline Jansen te berde brengen in hun boekje Gedoe op tafel. Het is de opvolger van Gedoe komt er toch van acht jaar geleden waarin zij de klassieke wijsheden over organisatieveranderingen ontleden. In hun nieuwe boekje beschrijven de auteurs hoe zij te werk gaan als zij worden ingeschakeld: ze onderzoeken welke negatieve gevoelens zijn ontstaan, bij wie en waarom. En vervolgens proberen zij de betrokken personen aan tafel te krijgen om het uit te praten.

Swieringa en Jansen etaleren in hun boekje van nog geen honderd pagina’s zo’n totaal gebrek aan pretentie, dat er wel sprake van opzet moet zijn. Ze zijn immers niet van de straat: de veteraan Swieringa werkte voor EMDC Nyenrode en had een eigen consultancybureau, Jansen haalde op Nyenrode haar MBA en werkte onder meer voor de Koninklijke Marine en Cinevideo. Het gebruik van huis-, tuin- en keukentaal, zoals ze het zelf noemen, is inderdaad weloverwogen: de problemen bij veranderingen zijn volgens hen vooral te wijten aan de emoties die daarmee gepaard gaan. En emoties op de werkvloer zijn lastig: we houden ons liever bezig met harde feiten. Maar net als in een relatie zul je die emoties op zeker moment moeten uitpraten, anders etteren ze door.

Knap is het hoe Swieringa en Jansen gebruik maken van eenvoudig taalgebruik zonder in simplisme te vervallen. Onder de tekst ligt duidelijk een schat aan ervaring. Misschien is ‘helder’ ook wel een betere omschrijving dan ‘eenvoudig’: Swieringa en Jansen weten waar ze het over hebben. Ze hebben hun verhaal over emoties als gevolg van veranderingen scherp afgebakend en erkennen ze dat gedoe uitpraten binnen organisaties een bijzonder complexe aangelegenheid kan zijn.

Uit Gedoe op tafel blijkt nog maar eens hoe belangrijk de rol van de psychologie is voor de manager. Waar mensen met elkaar samenwerken, ontstaan soms problemen en zonder psychologisch inzicht zijn die problemen haast niet op te lossen. Managers moeten in zulke gevallen het voortouw durven en kunnen nemen, door zichzelf op te werpen als bemiddelaar of door anderen – bijvoorbeeld Swieringa en Jansen! – in te huren als experts. Dat is, zoals ze zelf benadrukken, heel wat goedkoper dan een consultancybureau inhuren om een rapport te laten schrijven waarin de voorspelbare conclusie luidt dat er een communicatieprobleem is.

Natuurlijk dient Gedoe op tafel als showcase voor hun eigen praktijk, maar ze hebben absoluut een punt, ook als ze stellen dat dit soort problemen de komende tijd als gevolg van nieuwe vormen van organiseren vaker zullen voorkomen. Klassieke hiërarchische organisatievormen worden in toenemende mate vervangen door andere structuren, zoals allianties, netwerken en dergelijke, waarin goed samenwerken van nog groter belang is.


10 april 2013 | Nico Jong

Gedoe komt er toch, en wel bij iedere verandering. Swieringa en Jansen stelden in 2005 al een aantal klassieke wijsheden over organisatieverandering aan de kaak.

Uit gesprekken met managers blijkt dat managers angst hebben voor gedoe, omdat zij bang zijn het niet in de hand te kunnen houden. Maar gedoe dat niet op tafel komt, leidt vaak tot grotere problemen dan gedoe dat wel besproken wordt. Gedoe op tafel krijgen, is samen uitzoeken wie negatieve gevoelens heeft, welk gedrag die gevoelens veroorzaakt , hoe dit gedrag zich verspreidt in de organisatie en wat de consequenties daarvan zijn. In de volksmond noemen we dat uitpraten. Daar gaat 'Gedoe op tafel over'.

De auteurs bespreken eerst wat gedoe is, hoe het ontstaat en hoe je het kunt herkennen. Dan volgen vijf klassieke reacties van managers en medewerkers op gedoe. Die gaan allemaal over gedoe onder het tapijt vegen. Gedoe lijkt wel taboe en daarom praat je er niet over. Swieringa en Jansen beschrijven daarna de principes die managers en adviseurs moeten gebruiken om gedoe op tafel te krijgen. En welke regels hen kunnen helpen voorkomen dat de emotioneel beladen communicatie die erbij hoort uit de hand loopt. Ten slotte bespreken zij de methoden die zij zelf gebruiken om gedoe bespreekbaar te maken en behandelen zij de rol en taken van de manager bij gedoe.

Net als hun vorige boek over dit onderwerp is 'Gedoe op tafel' weer een juweeltje. Swieringa en Jansen zijn er opnieuw in geslaagd een beladen onderwerp uitgebreid te behandelen in nog geen honderd pagina's. Hun vlotte schrijfstijl zorgt ervoor dat het leest als een goede roman. Het geheel is gelardeerd met duidelijke praktijkvoorbeelden en ondersteunende strips van Peter de Wits Sigmund. De uitgever heeft er een mooie editie van gemaakt: een ingenaaid boekblok met een harde kaft en een stofomslag eromheen. Wederom een succesnummer!


4 april 2013 | Marjolein Boeren-Hermans

Je werkt volgens de voorschriften, gaat netjes naar het wekelijkse overleg, doet precies wat je functieomschrijving van je vraagt. Deze zin op zich roept al een hele grote maar op. De 'maar' in bedrijven, eigenlijk in alle interacties tussen mensen, zit hem vaak in de relaties. Verwachtingen, (voor) oordelen, al dan niet terecht getrokken conclusies, meningen, wensen, emoties. Gedoe, zoals de auteurs van het boekje 'Gedoe op tafel – uitpraten in organisaties' zeggen. Er is altijd, en overal gedoe. En gedoe wordt problematisch, als we het niet meer zien of erkennen. Dan kan gedoe veel verzieken. Gelukkig is er wel een manier om daarmee om te gaan: maar dat vraagt wel veel lef en doorzettingsvermogen.

'Gedoe op tafel is niet meer en niet minder dan met elkaar uitzoeken bij wie er welke negatieve gevoelens ontstaan, welke gedragingen deze gevoelens hebben veroorzaakt, hoe deze gedragingen zich vervolgens hebben verspreid in de organisatie en wat de gevolgen daarvan zijn.' Deze zin uit de inleiding vat het boek 'Gedoe op tafel – uitpraten in organisaties' mooi samen. Maar simpel is het niet: mensen zijn niet gewend zaken 'gewoon' uit te praten. De auteurs, Joop Swieringa en Jacqueline Jansen erkennen dit ook, maar betogen ook: Gedoe komt er toch, zeker bij reorganisaties. Ze maken een tweedeling in communicatie en gedrag boven de streep: de formele organisatie, de regels, plannen, procedures en strategie. Daartegenover staat communicatie en gedrag onder de streep: energie, cultuur, emotie, samenwerking, informele regels. Het ligt voor de hand dat je de fenomenen van gedoe (roddelen, zondebok aanwijzen, wantrouwen etc) wilt aanpakken. Toch gebeurt dit zelden.

In hun boek geven de auteurs inzicht in de meest voorkomende strategieën om gedoe te ontwijken en begraven: ontkennen, bezweren, wegregelen, reorganiseren of overplaatsing van de 'boosdoener'. Wat mooi is, is dat ze daarna aantonen dat vooral dat laatste zinloos is: gedoe wordt zelden veroorzaakt door één persoon, maar is een combinatie van keuzes van alle betrokkenen. Vervolgens wordt ingegaan op de redenen waarom gedoe in zoveel organisaties taboe is. We praten niet graag over emoties, zeker niet op de werkvloer, het is lastig de relaties met anderen ter discussie te stellen en de gevolgen van uitpraten staan niet van tevoren vast, zijn een aantal van die redenen. Toch heeft een bedrijf veel te winnen bij uitpraten van gedoe. Maar dan moet het proces van uitpraten wel goed ondersteund worden en aan bepaalde regels voldoen. Volgens Swieringa en Jansen zijn er 8 basisregels:

- Gedoe komt er toch.
- Ieder is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de relaties en de interacties met degenen met wie hij samenwerkt.
- Wie het gedoe hebben veroorzaakt, moeten het ook oplossen.
- De schuldvraag is niet relevant.
- Het proces is pas afgerond als ook de inhoudelijke gevolgen besproken zijn.
- De inzet mag niet zijn om van mensen af te komen.
- Door deelname aan het proces committeer je je aan de uitkomst.
- Over gedoe praat je met elkaar op ooghoogte.
- Het doel is zakelijk.

Als je de regels hebt vastgesteld, ga je kijken naar de randvoorwaarden van goede communicatie. Als dat alles goed afgesproken is en er commitment is vanuit de deelnemer, kun je aan de slag. In de laatste hoofdstukken wordt toegelicht hoe het begeleidingsproces van 'gedoesessies' gaat, en als laatste wordt ingegaan op de rol van leiders. Hierbij wordt niet perse het management bedoeld, maar wordt betoogd dat leiderschap in dit soort processen door iedereen opgepakt kan worden. Hiermee wordt weer aangetoond: gedoe voorkom je door alle verwachtingen neer te leggen en elkaar open en eerlijk tegemoet te treden. Dat vraagt behoorlijk wat beheersing en zelfreflectie. Alle onderwerpen in dit boek worden helder toegelicht, en steeds worden er praktijkvoorbeelden gegeven. Ook voorbeelden waarbij de uitkomst niet perse goed was: waardoor het proces van uitpraten en omgaan met gedoe helder en duidelijk naar voren komt. De auteurs geven in de inleiding aan dat dit boek bedoeld is voor bepaalde groepen (managers, directeuren etc). Ik denk dat ze gelijk hebben in hun eerdere bewering: gedoe komt er toch, en overal, dus iedere werknemer heeft baat bij het leren omgaan met gedoe.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden