Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
7 mei 2008 | Henk Hogeweg

Klimaat is hot, afval is not. Wakker geschud door de film 'An Inconvenient Truth' van Al Gore, is er momenteel veel aandacht voor milieu en klimaat. Niet dat er, volgens de maker van de film, sindsdien al zichtbaar veel is veranderd overigens. Er zal meer moeten gebeuren. Michael Braungart en William McDonough geven in hun boek 'Cradle to Cradle' (C2C, van Wieg tot Wieg) richting aan concrete mogelijkheden om werkelijk iets te doen aan de oorzaak van het milieuprobleem. En dat begint met anders te denken, zo stellen zij. Je kunt problemen immers niet oplossen met hetzelfde denken dat ze heeft veroorzaakt. C2C in plaats van eco-efficiency.

Het huidige milieudenken is volgens de auteurs te eenzijdig. Het richt zich vooral op efficiency: minder uitstoot, het gebruik van schaarse of schadelijke stoffen beperken en het inzamelen van te recyclen producten. Dit herkenbare 'machinedenken' is ontstaan tijdens de industriële revolutie en tot op de dag van vandaag nog de basis van ons economische denken en bedrijfsvoering. Regelgeving is de motivator in het proces om hieraan mee te doen. 'Eco-efficiency' noemen Braungart en McDonough deze aanpak.

Met 'eco-efficiency' is het begin van milieugericht denken wel gemaakt, maar echt iets oplossen, doet deze aanpak niet. Eenmaal verwijderde CO2, afgewerkt afval of vuil afvalwater moet immers ergens heen en met weggooien is het nog niet weg uit ons ecosysteem, het is slechts ergens anders. Wel worden er goede zaken gedaan met efficiënte milieuadviezen, het opstellen van milieuregelgeving en de controle op de naleving daarvan. CO2- en geluidsquota's zijn tegenwoordig interessante handelswaar en energiebedrijven sporen huishoudens aan tot zuinig verbruik. Zo kunnen zij de overtollig geproduceerde energie op de zeer lucratieve energiebeurs in Genève winstgevend verkopen -om zo hun aandeelhouderswaarde te verhogen. De symptomen worden dus wel bestreden, maar de oorzaken niet. Het klassieke milieudenken kan dan wel efficiënt zijn, maar effectief lijkt het niet.

Eco-efficiency werkt binnen het bestaande systeem, maar dat is tegelijk ook de veroorzaker van het probleem. Morele spelregels en sancties houden dit systeem bovendien overeind. Dat eco-efficiency het milieuprobleem oplost, is volgens de auteurs dan ook een illusie.

C2C is fundamenteel anders. C2C streeft naar kringloopontwerpen. Afval = Voedsel, iedere output is input ergens anders in het ecosysteem. Weggooien betekent niet dat het echt weg is: in een kringloop bestaat afval namelijk niet. Met krachtige argumentatie, veel voorbeelden en verwijzingen naar hoe de natuur het probleem aanpakt, wekken Braungart en McDonough enthousiasme op voor 'eco-effectiviteit'. In plaats van denken vanuit beperkte beschikbaarheid, is eco-effectiviteit gebaseerd op overvloed, die ontstaat vanuit een groter en beter ontwerp van een product of een systeem.

Als voorbeeld van eco-effectiviteit noemen de auteurs een kantoorgebouw dat aan de buitenzijde zoveel zonnepanelen heeft, dat er meer energie opgewekt wordt dan voor het gebouw nodig is. Deze energie is beschikbaar voor gebruik in de omgeving van het gebouw. Het zonne-energiesysteem levert meer op dan de een efficiënte airconditioning of hoog rendement verwarmingssysteem. Het betekent dat 'de juiste dingen' worden ontwikkeld en gedaan, die leiden tot een groei en verbetering van niches, gezondheid, voeding, verscheidenheid, intelligentie en overvloed voor nu en voor de toekomst. Het is noodzakelijk om producten en diensten fundamenteel te herontwerpen en we moeten nadenken over zo goed mogelijk gebruik van de overvloed van de natuur, in plaats van alles maar zo snel mogelijk op te ruimen, omdat we dat niet begrijpen.

Om in onze hersenen ruimte te laten ontstaan voor eco-effectiviteit, C2C, moet echter eerst worden afgerekend met het ego-systeem van de mens. Dat vergt moed, discipline en doorzettingsvermogen. Wegwerpproducten zijn de norm geworden door de jacht naar korte-termijn-resultaten (met het verhogen van aandeelhouderswaarde als belangrijkste motivator) en het uitdrukken van succes en geluk in geld en bezit. En met een versoepeld ontslagrecht hebben we spoedig ook wegwerpwerknemers. Ons ego-systeem leidt ons van 'cradle to grave'. En dan is het echt helemaal over.

C2C is inspirerend en de moeite waard, maar niet nieuw. De 'circle of life' dateert van het begin van alle leven. Het denken erachter hebben we echter verdrongen door het aangeleerde maximaliseren van efficiency. De klimaatcrisis van nu is hopelijk groot genoeg om er anders over na te gaan denken en een goede beweging te veroorzaken. Hierbij is de juiste vraag is niet: 'Waarom zouden we dat willen?' maar 'Waarom willen we dit niet?'

31 maart 2008 | Jaap Hollaar

Als we de natuur goed bestuderen, kunnen we zien dat deze mooi geschapen is. Resten van planten of dieren worden door de natuur weer gebruikt in een natuurlijke kringloop. Zelfs giftige stoffen van dieren worden na een periode door de natuur afgebroken en in de kringloop opgenomen. Dit is een tegenstelling met de technologische wereld. Daar produceren we zeer veel afval. Zoveel en soms zo schadelijk dat we het niet vernietigd krijgen en opslaan in vaten. Voor de volgende generatie…

In 'Cradle to Cradle' doen de auteurs Michael Braungart en William McDonough een aanzet om technische producten zo te ontwerpen dat ze weer hergebruikt kunnen worden -zoals in de natuur. Vandaar de titel 'van wieg tot wieg' of anders gezegd: “Afval is voedsel”. Kortom: doe meer met minder om de schade te beperken. Maar dat leidt gewoonlijk alleen maar tot het in stand houden van 'cradle to grave', zoals chemicus Michael Braungart en architect William McDonough in dit visionaire boek aangeven. Dit productiemodel produceert enorme hoeveelheden afval en vervuiling.

De visie van Braungart en McDonough klinkt provocerend: 'we moeten niet minder consumeren, maar juist meer.' Dat kan, als we ophouden met het maken van minder 'slechte producten' en uitsluitend nog intelligente producten ontwerpen, gemaakt van materialen die we steeds weer kunnen teruggeven aan technische of biologische kringlopen. Met dit grondbeginsel als richtlijn, leggen de auteurs uit hoe producten van meet af aan kunnen worden ontworpen. Braungart en McDonough bouwen een revolutionaire argumentatie op om eco-effectiviteit in de praktijk te brengen. Daarbij putten zij uit hun ervaringen met het (her)ontwerpen van producten voor grote opdrachtgevers als Ford, Unilever, Nike, Herman Miller, BP en Rohner Textil.

Het is een loffelijk streven om de aarde op een verantwoorde manier te bewaren en te bebouwen. Het westerse denken is echter sterk individu- en winstgericht. Wel gaan er steeds meer stemmen op voor duurzaamheid in plaats van winstmaximalisatie. Dit heeft soms ook iets weg van een spel dat handig wordt gespeeld. Willen we echte duurzaamheid of is het een nieuwe markt? Ik denk dat het Cradle to Cradle concept (C2C) eerder in Azië zal aanslaan dan in Europa. De eerste Chinese oplage van dit boek is al groter dan die van de oplagen in alle andere landen bij elkaar. Desondanks blijft het onze verantwoordelijkheid om duurzaam om te gaan met de aarde. En er is hoop. Onlangs heeft de regio Venlo de auteurs betrokken bij het creëren van een sterke regio op basis van de C2C-principes.

'Cradle to Cradle' is een aanrader voor zie zich geroepen voelt tot duurzame productie. Wie heeft die verantwoordelijkheid nu niet?

William McDonough, Michael Braungart
Cradle to cradle

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden