Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
13 december 2006 | Marjan Grootveld

In de oudheid vergrootten retorici hun vaardigheden door het werk van illustere voorgangers te imiteren en te emuleren. Dat wil zeggen dat zij ernaar streefden om hen te evenaren met het doel hen te overtreffen. Een eigentijds beleidsadviseur als Martin Reekers zou deze leermethode misschien onder copy+ scharen. Hier bedoelt hij mee dat we bij het kopiëren van andermans 'good practices' kunnen proberen direct wat verbeteringen toe te voegen. Reekers' boek 'Een + een = drie' wil methoden bieden om teams, teamleden en coaches te leren hoe ze effectiever kunnen werken. Een deel van de coachinsgmethoden is overigens ook te vinden in zijn eerder verschenen boek 'Coachen in het Hoger Beroepsonderwijs'.

Dat effectief teamwerk noodzakelijk is in een wereld waar organisaties zich steeds meer voor complexe, zeg maar 'venijnige' problemen gesteld zien, hoeft geen betoog. Martin Reekers stapt terecht snel over van complexe problemen via veranderdynamiek naar kennisontwikkeling. Hij is een vertegenwoordiger van het sociaalconstructivisme dat stelt dat mensen kennis construeren op basis van verschillende perspectieven, in interactie met anderen. Reekers introduceert hier de metafoor van jammende muzikanten. Jammen is improviserend muziek maken in groepsverband. De muziek die zo ontstaat, is vergelijkbaar met de kennis die een team idealiter tijdens interactie creëert. Van groot belang hierbij zijn toeval en het vaardig benutten van dat toeval, het luisteren naar elkaar als in een dialoog, en het knippen, plakken en herschikken van opgenomen geluiden. Cruciaal is bovendien het expliciet maken van deskundigheid in iemands hoofd: 'Hoe doe je dat precies?' De Japanner Nonaka is een bekende naam op dit gebied en het boek gaat uitvoerig in op Nonaka's SECI-proces. Het voert te ver om dat hier te bespreken, maar Reekers' metafoor gaat goed op. De jammende muzikanten bevinden zich in de Externalisatie-fase (E), waarin deelnemers hun impliciete kennis expliciet maken. In de Combinatie-fase (C) monteren ze vervolgens de muziekpassages (lees: deeltjes kennis) op een nieuwe manier. Bij deze fase noteert de auteur '1+1=3' als trefwoord. En al wordt het niet met zoveel woorden gezegd, de boodschap van deze paragraaf en tevens van het gehele boek luidt dat bij echt teamwerk het - nieuwe - geheel meer is dan de som der delen.

De hoofdstukken dragen titels als 'Kenmerken van effectieve teams', 'Teamleren' en 'Coachingsvaardigheden als hulpmiddel bij teamleren', en hierin worden veel zaken vanuit verschillende invalshoeken belicht. Naast SECI beschrijft Reekers bijvoorbeeld uitgebreid de kenmerken van een goed leer- en ontwikkelklimaat, zoals management- en teamstijl en autonomie. En dit is pas de eerste helft van het boek! In de tweede helft brengt de auteur namelijk maar liefst elf werkvormen bijeen om zelf aan de slag te gaan met kenniscreatie in teams. Zo is er een scan om bij leden van uw team de verhouding tussen toevalsgerichtheid en planmatig werken te typeren, en er zijn coachingsvormen zoals observatie en gedragsgericht interviewen. Onder meer bij het maken van ontwikkelplannen komen de bekende 'STARR-vragen' en 'SMART-doelen' aan bod.

Een sterke kant van het boek is dat de praktische instrumenten achter in het boek duidelijk gerelateerd zijn aan de theorieën voor in het boek. Dat helpt mij als teamleider om het doel van een instrument beter te begrijpen en aan anderen uit te leggen. Soms gaat de auteur overigens naar mijn smaak te ver in het afstemmen van theorie en werkvorm: zo worden voorin alle 50 (!) kenmerken van een goed leerklimaat opgesomd en toegelicht die de diagnostische vragenlijst achterin ook bevat.

Een kwestie van smaak is ook het veelvuldig gebruik van metaforen: naast de jammende muzikanten komen we ijsbergen tegen (ongelukkigerwijs 'ingezet' voor twee totaal verschillende zaken), individualistische roodborstjes versus zwermende mezen, en de blinden met de olifant. De puristische lezer vindt ook nogal wat typefouten en incidenteel passages van het kaliber 'Managers geven voorbeeldgedrag in ondersteuning'. En wat zou het praktisch zijn als de uitgever de nu strak vormgegeven formulieren online beschikbaar zou stellen, zodat de gebruiker ze naar behoefte kan aanpassen. Maar dit neemt niet weg dat het boek 'Een + een = drie' een zeer breed, onderbouwd en goed bruikbaar scala aan instrumenten presenteert waarmee we ons (team-)vermogen om kennis te creëren kunnen toetsen en vergroten.


Een + een = drie
13 december 2006 | Marjan Grootveld

In de oudheid vergrootten retorici hun vaardigheden door het werk van illustere voorgangers te imiteren en te emuleren. Dat wil zeggen dat zij ernaar streefden om hen te evenaren met het doel hen te overtreffen. Een eigentijds beleidsadviseur als Martin Reekers zou deze leermethode misschien onder copy+ scharen. Hier bedoelt hij mee dat we bij het kopiëren van andermans 'good practices' kunnen proberen direct wat verbeteringen toe te voegen. Reekers' boek 'Een + een = drie' wil methoden bieden om teams, teamleden en coaches te leren hoe ze effectiever kunnen werken. Een deel van de coachinsgmethoden is overigens ook te vinden in zijn eerder verschenen boek 'Coachen in het Hoger Beroepsonderwijs'. Dat effectief teamwerk noodzakelijk is in een wereld waar organisaties zich steeds meer voor complexe, zeg maar 'venijnige' problemen gesteld zien, hoeft geen betoog. Martin Reekers stapt terecht snel over van complexe problemen via veranderdynamiek naar kennisontwikkeling. Hij is een vertegenwoordiger van het sociaalconstructivisme dat stelt dat mensen kennis construeren op basis van verschillende perspectieven, in interactie met anderen. Reekers introduceert hier de metafoor van jammende muzikanten. Jammen is improviserend muziek maken in groepsverband. De muziek die zo ontstaat, is vergelijkbaar met de kennis die een team idealiter tijdens interactie creëert. Van groot belang hierbij zijn toeval en het vaardig benutten van dat toeval, het luisteren naar elkaar als in een dialoog, en het knippen, plakken en herschikken van opgenomen geluiden. Cruciaal is bovendien het expliciet maken van deskundigheid in iemands hoofd: 'Hoe doe je dat precies?' De Japanner Nonaka is een bekende naam op dit gebied en het boek gaat uitvoerig in op Nonaka's SECI-proces. Het voert te ver om dat hier te bespreken, maar Reekers' metafoor gaat goed op. De jammende muzikanten bevinden zich in de Externalisatie-fase (E), waarin deelnemers hun impliciete kennis expliciet maken. In de Combinatie-fase (C) monteren ze vervolgens de muziekpassages (lees: deeltjes kennis) op een nieuwe manier. Bij deze fase noteert de auteur '1+1=3' als trefwoord. En al wordt het niet met zoveel woorden gezegd, de boodschap van deze paragraaf en tevens van het gehele boek luidt dat bij echt teamwerk het - nieuwe - geheel meer is dan de som der delen.

De hoofdstukken dragen titels als 'Kenmerken van effectieve teams', 'Teamleren' en 'Coachingsvaardigheden als hulpmiddel bij teamleren', en hierin worden veel zaken vanuit verschillende invalshoeken belicht. Naast SECI beschrijft Reekers bijvoorbeeld uitgebreid de kenmerken van een goed leer- en ontwikkelklimaat, zoals management- en teamstijl en autonomie. En dit is pas de eerste helft van het boek! In de tweede helft brengt de auteur namelijk maar liefst elf werkvormen bijeen om zelf aan de slag te gaan met kenniscreatie in teams. Zo is er een scan om bij leden van uw team de verhouding tussen toevalsgerichtheid en planmatig werken te typeren, en er zijn coachingsvormen zoals observatie en gedragsgericht interviewen. Onder meer bij het maken van ontwikkelplannen komen de bekende 'STARR-vragen' en 'SMART-doelen' aan bod.

Een sterke kant van het boek is dat de praktische instrumenten achter in het boek duidelijk gerelateerd zijn aan de theorieën voor in het boek. Dat helpt mij als teamleider om het doel van een instrument beter te begrijpen en aan anderen uit te leggen. Soms gaat de auteur overigens naar mijn smaak te ver in het afstemmen van theorie en werkvorm: zo worden voorin alle 50 (!) kenmerken van een goed leerklimaat opgesomd en toegelicht die de diagnostische vragenlijst achterin ook bevat.

Een kwestie van smaak is ook het veelvuldig gebruik van metaforen: naast de jammende muzikanten komen we ijsbergen tegen (ongelukkigerwijs 'ingezet' voor twee totaal verschillende zaken), individualistische roodborstjes versus zwermende mezen, en de blinden met de olifant. De puristische lezer vindt ook nogal wat typefouten en incidenteel passages van het kaliber 'Managers geven voorbeeldgedrag in ondersteuning'. En wat zou het praktisch zijn als de uitgever de nu strak vormgegeven formulieren online beschikbaar zou stellen, zodat de gebruiker ze naar behoefte kan aanpassen. Maar dit neemt niet weg dat het boek 'Een + een = drie' een zeer breed, onderbouwd en goed bruikbaar scala aan instrumenten presenteert waarmee we ons (team-)vermogen om kennis te creëren kunnen toetsen en vergroten.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden