Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
18 november 2014 | Peter van den Boom

In het ‘Handboek Publiek Management’ laten Noordegraaf, Geuijen en Meijer er geen twijfel over bestaan dat dit boek publieke organisaties centraal stelt. Kenmerken van de publieke organisaties, strategisch beleidsvorming en bedrijfsvoering zijn anders dan in het bedrijfsleven. Dat rechtvaardigt zonder meer een specifiek boek voor de publieke sector.

Noordegraaf, Geuijen en Meijer zijn de redacteuren van de studie ‘Handboek Publiek Management’. Zij willen bijdragen aan het debat over ‘goed’ organiseren en managen in de publieke sector. Daarbij passen niet altijd de zogenaamd universeel in te zetten managementconcepten en -instrumenten. Een publieke organisatie moet ‘value for money’ leveren maar dat is een andere waarde dan bij een beursgenoteerde multinational. Natuurlijk vervagen op sommige terreinen mogelijk grenzen tussen de private sector en het publieke domein. Maar het is toch goed te benadrukken dat het hier gaat om het ontwikkelen van publieke waarde en daar past specifiek en gericht academisch onderzoek bij. De redacteuren zetten deze zaken goed uiteen in de inleiding.

Na enkele verkennende hoofdstukken over de maatschappelijke opdracht en de rol van managers komen strategische aspecten aan de orde: autonomie, netwerken, leiderschap en nieuwsmedia. Deel drie gaat in op de verschillende rollen, taken en verantwoordelijkheden van professionals en managers; het managen van cultuur, verantwoording afleggen en grensoverschrijdend samenwerken. De bedrijfsvoering is het laatste deel: kwaliteit, financiën, HR, informatie- en prestatiemanagement. De hoofdstukken in een concluderend deel over adviespraktijken en reflexief publiek management vormen waardevolle aanvullingen.

De studie ‘Handboek Publiek Management’ schuwt diepgang niet. Het hoofdstuk over cultuur geeft daar bijvoorbeeld blijk van. De auteurs schromen niet de discussie aan te gaan of een organisatie een cultuur heeft of is en of er altijd sprake is van een duidelijke grens bij organisatiecultuur in deze postmodernistische tijd. Ook relativeren zij de rol van managers bij het veranderen van een cultuur. Al krijg je ‘the art of management’ onder de knie dan wil dat nog niet zeggen dat je de cultuur even naar je hand zet. Zo zijn er meer van die diepgaande hoofdstukken te vinden in dit boek.

Wie hebben er baat bij het boek ‘Handboek Publiek Management’? Dat geldt in de eerste plaats de leidinggevenden, programmamanagers en managers van ondersteunende stafdiensten in publieke organisaties. Maar met presteren en processen op orde brengen zijn we er nog niet in de publieke sector. Ook de politiek kan veel baat hebben bij dit handboek.

Dat geldt ook voor studenten die na hun studie een rol willen vervullen in het publieke domein. Zij kunnen zich een zeer specifiek beeld vormen van publiek management v.w.b. rijksoverheid, lagere overheden, politie; maar ook ziekenhuizen, GGZ en onderwijsinstellingen die allemaal staan voor het leveren van maatschappelijke waarde. Het boek is in zijn specifieke benadering een aanwinst.


22 juni 2012 | Eelke Pol

'Dit boek komt voort uit dat academische veld en wil de belangrijkste managementopgaven voor publieke en semipublieke organisaties aan de orde stellen en van antwoorden voorzien. (..) Het boek heeft praktische ambities, maar geeft die vorm via academische ambachtelijkheid'. Een paar citaten afkomstig uit de inleiding van 'Handboek publiek management'. De publieke manager die dit boek van kaft tot kaft doorgrondt, weet het (weer): de uitdagingen waar hij/zij voor staat zijn fors. Met dit boek neemt deze manager stevige academische bagage tot zich en daarbij gelukkig ook praktische oplossingen op een breed vlak: van leiderschap tot het omgaan met media, en van samenwerking in publieke netwerken tot financieel management.

Jim Collins schreef het al eerder in 'Good to Great and the Social Sectors: A Monograph to Accompany Good to Great': de echte leiders bevinden zich tegenwoordig in de publieke sector. Immers, denk aan de tegenstrijdige eisen die gesteld worden aan publieke organisaties, het complexe krachtenveld waarbinnen men opereert en de ambiguïteit die dat met zich meebrengt. Al deze aspecten worden uitvoerig beschreven en geanalyseerd in het 'Handboek publiek management', dat is samengesteld vanuit het gerenommeerde departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

'Handboek publiek management' begint met een degelijke verkenning van de term 'publiek management'. Dat is buitengewoon nuttig, omdat gaandeweg duidelijk wordt hoe hedendaagse visies op effectief publiek management zijn ontstaan. Zo wordt New Public Management in het brede perspectief geplaatst van maatschappelijke ontwikkelingen uit de jaren '60, '70 en '80, toen de overheid min of meer gedwongen werd om zich bedrijfsmatig in te richten. Ook de opkomst van publiek-private samenwerking en de sterke groei van zelfstandige bestuursorganen (ZBO's) worden in de verkennende hoofdstukken van dit boek zeer helder geduid. De auteurs laten het overigens niet bij duiding, maar ontmaskeren bijvoorbeeld ook de mythe over het grote aantal managers in de publieke sector. Zo vormen het hoofdstuk 'Publieke managers: ficties en feiten' samen met het hoofdstuk 'Professionals en managers' een genuanceerd tegengeluid op inmiddels al wat oudere, maar nog immer betekenisvolle, uitgaven als 'Beroeps(z)eer'.

Zoals aangegeven, de verkennende hoofdstukken van dit Handboek zijn zeer krachtig. Daarnaast springen er voor mij twee hoofdstukken uit, die tot de 'pareltjes' uit dit boek behoren. Het eerste is het hoofdstuk 'Professionals en managers' van de hand van Margo Trappenburg. Zij weet aansprekende praktijk voorbeelden soepel aan een theoretische kapstop te hangen. Zo slaagt zij erin om het begrip 'professional' eenduidig te definiëren. Daarnaast slaagt Trappenburg erin om de verschillende invalshoeken, percepties en belangen van professional enerzijds en manager anderzijds voor het voetlicht te brengen. Zij maakt hierbij effectief gebruik van het historisch perspectief, waarmee zij de huidige animositeit tussen managers en professionals op een heldere manier weet te verklaren. Tot slot geeft zij praktische do's en don'ts voor managers en geeft zij een uitgebreide literatuurverwijzing.

Een tweede 'pareltje' in dit Handboek is voor mij het hoofdstuk 'Publieke managers en publieke verantwoording'. In een tijdsgewricht waarbij 'vertrouwen is goed, controle is beter' het motto is , is dit hoofdstuk onmisbaar. De auteurs Schillemans, Bovens en Le Cointre hebben ten behoeve van dit thema een 15-tal bestuurders uit de publieke sector geïnterviewd. De praktijkervaringen van deze bestuurders, gecombineerd met een degelijke academische onderbouwing, geven een mooie doorkijk in de afwegingen waarvoor publieke managers heden ten dage staan en de strategieën die men vervolgens kiest. Het hoofdstuk sluit niet voor niets af met een slotparagraaf genaamd 'Een oefening in evenwichtskunst', omdat de publieke manager continu moet schakelen tussen verschillende strategieën: van transparantie nastreven en investeren in relatiebeheer tot aan het zorgdragen voor een 'rijke informatieraffinaderij'. De interviews met bestuurders laten zien dat men balanceert tussen begrip voor de noodzaak tot verantwoording aan de ene kant, en aan de andere kant ergernis en frustratie over het 'circus' dat hiervoor wordt opgetuigd.

Dit Handboek is geen eenvoudige kost. De onderwerpen zijn stevig en niet elke auteur is erin geslaagd om theorie te verlevendigen met actuele en herkenbare casuïstiek. Het Handboek is geschreven door 25 wetenschappers, die sterk verschillend omgaan met de balans 'theorie – praktijk'. Maar dit soort Handboeken moeten misschien ook wel niet te gemakkelijk zijn. Ergens in het boek wordt gesproken over 'het uithoudingsvermogen waarover publieke topmanagers moeten beschikken'. Enig 'uithoudingsvermogen' is ook vereist om dit Handboek met bijna 500 bladzijden van kaft tot kaft te lezen. En eigenlijk is het Handboek ook vooral een Naslagwerk, dat zo nu en dan weer eens uit de kast wordt gehaald en ook helemaal niet volledig hoeft te worden gelezen.

Maar dat dit boek in de kast van elke manager en leider in de publieke sector behoort te staan, is evident. Echte leiders blijven immers investeren in hun ontwikkeling en, wederom, Jim Collins schreef het al: de echte leiders anno nu bevinden zich in de publieke sector.


26 april 2012 | Nico Jong

De overheid zit in een klem. Zij heeft steeds vaker te maken met complexe opdrachten en tegelijkertijd wordt verwacht dat zij resultaatgericht werkt en simpele oplossingen biedt. Alle publieke managers hebben te maken met deze klem. Om daar uit te komen, kunnen zij ervoor kiezen alleen maar op de winkel te passen, omdat iedere interventie toch leidt tot negatieve en onvoorziene gevolgen. Dan worden dringende maatschappelijke problemen echter niet opgelost. Of zij kunnen de complexiteit van het probleem negeren en tegen beter weten in eenvoudige oplossingen uit hun managementbibliotheek inzetten. Ook deze aanpak is gevaarlijk. Simplificatie kan namelijk leiden tot ingrepen die negatief uitpakken en schadelijk zijn voor professionals en burgers. Het Handboek publiek management wil overheidsmanagers laten zien hoe zij kunnen laveren tussen complexiteit en simpele oplossingen.

Een breed scala aan auteurs leverde een bijdrage aan dit handboek. Zij maken inzichtelijk waarom publiek management belangrijk is en verduidelijken waarom de nadruk op prestaties zo dominant is. Verder laten zij zien wat de belangrijkste organisatie- en managementopgaven zijn, wat de achtergrond van die opgaven is en hoe zij professioneel kunnen worden aangepakt.
De context van publiek management wordt beschreven in enkele verkennende hoofdstukken. Daarna volgt het boek de indeling van de drie klassieke managementthema's: strategie, organisatie en bedrijfsvoering. Publiek management gaat over het via anderen voor elkaar krijgen van zaken. Dat is ergens op gericht en moet betekenisvol worden gemaakt. Daar gaan strategie en strategische processen over: publieke organisaties moeten omgaan met omgevingen en met toekomsten. Publiek management heeft gemeenschappelijke actie tot gevolg. Die moet georganiseerd worden, ofwel geordend verlopen zodat zij tastbaar en zichtbaar wordt. Die gemeenschappelijke acties kunnen alleen vruchten afwerpen als in een aantal organisatorische randvoorwaarden is voorzien, zoals geld, mensen en informatie. Het boek eindigt met twee concluderende hoofdstukken.

Het 'Handboek publiek management' is door vijfentwintig auteurs van begin tot eind gevuld met zeer relevante en actuele inzichten. Het is de verdienste van de redactie dat het geheel helder ingedeeld is en alle hoofdstukken vlot lezen. In het huidige tijdperk wordt goede communicatie steeds belangrijker. Daarom is het jammer dat het nieuwe standaardwerk voor publieke managers dit onderwerp afdoet met een hoofdstuk over nieuwsmedia. Het belang van de media voor managers staat buiten kijf, maar zo blijft hun focus dominant gericht op de politieke omgeving. En dat terwijl managers bij de overheid minstens zo goed thuis moeten raken in de beleidsomgeving én de publieke omgeving om hun complexe problemen op te kunnen lossen.


Mirko Noordegraaf, Karin Geuijen, Albert Meijer
Handboek publiek management

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden