Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Wij wijzen u graag op het volgende
Door drukte rondom de feestdagen zijn de levertijden van PostNL aangepast en kan uw pakket vertraging oplopen
7 juni 2012 | Carla Verwijs

Wat maakt een goed leider? Het is een vraag die intrigeert en waar al veel boeken over zijn geschreven. Jo Caris geeft in 'Leiderschap: feiten en fictie' een mooi overzicht van de verschillende theorieën en onderzoeken en laat met behulp van de Managerial Cube zien dat het schaap met vijf poten niet nodig is voor elke situatie. Een goed leider? Het hangt er dus van af...

Managen en leidinggeven zijn nauw verbonden, waarbij 'managen' vaak als minderwaardig wordt gezien ten opzichte van 'leiden'. Toch kan het een niet zonder het ander. 'Leiderschap is wellicht het meest onderzochte en minste begrepen gebied van organisatiegedrag', stelt Jo Caris in 'Leiderschap: feiten en fictie'. Kennelijk wordt leiderschap beïnvloed door veel factoren en de interacties tussen die factoren, wat het te complex maakt om als geheel te bevatten. Caris beschrijft de verschillende stromingen van theorieën over leiderschap. Een van onderscheidende vragen is of leiderschap aangeboren is of aan te leren.

In de literatuur is veel interesse voor de persoonskenmerken van leidinggevenden. Het publiek lijkt alleen de helden te zien, leiders die opvallen (zowel positief als negatief). Maar er blijkt niet één type persoon te zijn, die wat betreft zijn kenmerken als 'de' leider kan worden beschreven. Kenmerken van leiders blijken eerder een mix te zijn van doelrealisatie, mensgerichtheid en zelfvertrouwen. Caris mist in veel beschrijvingen de relatie met de context of situatie. Hij gaat daarom op zoek naar een beschrijving van leiderschap die zowel situatie-, taak-, als menskenmerken in beschouwing neemt.

Caris introduceert vervolgens de kubusmethode om de kenmerken van leiders te beschrijven. Hij werkt de drie genoemde hoofdkenmerken (situatie, taak, mens) verder uit en plaatst deze langs de assen van de hoofdkubus, de Managerial Cube. Elke kenmerk kan ook weer als kubus worden gezien, wat het er niet makkelijker op maakt. Elke hoekpunt van de Managerial Cube levert een bepaald type leider op, al is de persoon die onderin zit (coördinaten 1,1,1) geen leider maar een volger. Een voorbeeld van een leiderstype is iemand die relatiegericht is, een groot competentiegevoel kent, maar weinig doelgericht is (1,9,9). Dit is een 'binder', een leider die mensen bindt in moeilijke tijden.

'Leiderschap: feiten en fictie' is tamelijk grondig over de verschillende gezichtspunten die er zijn over leiden en leiderschap. Ik kan me goed voorstellen dat dit boek z'n weg vindt in een opleidingssituatie. Het bevat namelijk genoeg stof tot nadenken en discussie, vooral waar het de vertaling naar de dagelijkse praktijk betreft. Wat betreft de opbouw van het boek, vraag ik me af of Caris de kubusmethode eerder had kunnen introduceren om zo herhaling te voorkomen.

Desalniettemin zal dit model een bevrijding zijn voor mensen met leiderschapsambities die weten dat ze niet op alle fronten hoog scoren. Dat is namelijk, afhankelijk van situatie, niet nodig. En wellicht is dit ook een boodschap voor HRM om de situatie- en taakkenmerken mee te nemen bij de zoektocht naar de perfecte leider. Wat dat betreft laat Caris zien dat we ondanks de vele boeken die er zijn, nog niet veel weten over leiderschap in een bepaalde (organisatie)context.

8 maart 2012 | Arie Buvens

Weer een boek over leiderschap? Dat is de titel van het eerste hoofdstuk van 'Leiderschap: feiten en fictie'. Jo Caris legt uit dat leiderschap veel meer dimensies heeft dan de afgelopen decennia is beseft. Hij brengt de verschillende aspecten samen in een driedimensionale 'managerial cube', waarin de functies van leiderschap in gradaties worden weergegeven. Op zo'n manier wordt het duidelijk dat verschillende soorten leiderschap in verschillende situaties noodzakelijk zijn. Eén oplossing voor alle kwalen bestaat niet.

Jo Caris is adjunct-professor aan de TIAS Nimbas Business School in Tilburg. Bij zijn afscheid, enkele jaren geleden, als voorzitter van de Raad van Bestuur van een grote zorginstelling, verschenen plotseling twee IJslandse pony's op de receptie. Dat was niet toevallig. Caris is kenner van paarden. En in dit boek geeft hij daar een aansprekend voorbeeld van. 'Een paardenkudde bestaat uit een groep merries en wordt geleid door een hengst. Tenminste, dat lijkt zo op het eerste gezicht. Wanneer een kudde ervandoor gaat, loopt de hengst voorop. Met indrukwekkende, rollende bewegingen en wapperende manen trekt hij de aandacht. Dat doet hij zozeer, dat het de toeschouwer (bijna) ontgaat, dat vlak achter hem een oude(re) merrie loopt. Zij heeft haar koude neus tegen zijn gevoelige achterwerk en stuurt hem zo in de voor de kudde gewenste richting. Dat is ook zinvol. Immers, zij weet het beste waar schuilplaatsen zijn of waar eten en drinken te halen is'.

Het is een prachtige illustratie van wat Alexander Rinnooy Kan schreef in het voorwoord van: 'Echt Leiderschap' door Ietje Lindermann en Marcel Wanrooy: 'ik volg u, want ik ben uw leider!' Het laat ook zien dat leiderschap vaak andere kenmerken heeft dan het op het eerste gezicht lijkt. De meeste beschrijvingen van leiders verwijzen naar persoonskenmerken. Maar volgens Caris is het vraagstuk van effectief leiderschap echter aanmerkelijk complexer. Om het niet te onoverzichtelijk te maken, noemt hij drie factoren die het meest relevant zijn: kenmerken van de persoon, kenmerken van de situatie en de kenmerken van de taak of het doel waar de leider en de groep voor staan. Deze drie dimensies zijn onafhankelijk van elkaar, gelijkwaardig en worden het meest relevant geacht. Voorbeelden: het bouwen van een huis is iets anders dan het geven van onderwijs. En het bouwen van een huis in Nederland is ook anders dan het bouwen van een huis in Centraal-Afrika. Een ziekenhuis of willekeurige zorginstantie in tijden van groei en ontwikkeling doet een ander beroep op de bestuurder dan het leiden van diezelfde organisatie in tijden van krimp en bezuinigingen.

De drie factoren: persoon, situatie en taak, zet hij af in een kubus, driedimensionaal dus. Vervolgens worden de drie factoren onderverdeeld in specifieke kenmerken. Voor de persoon van de leider zijn de specificaties: doelgerichtheid, relatievaardigheid, competentiegevoel. Voor de situatie zijn de specificaties: veranderlijkheid versus stabiliteit, onzekerheid, ontwikkelingsfasen en cultuur en stijl. En voor de taak of doel gelden de specificaties: duidelijkheid, structuur, complexiteit, time span of feedback en resultaat en risico. Als al deze specificaties van de drie factoren driedimensionaal worden gematcht, leidt dat minimaal tot 8x3x3= 72 mogelijkheden. Dat is niet de bedoeling van de schrijver, want hij wil met zijn analyse juist tot een vereenvoudiging komen. Hij beperkt het tot een achttal combinaties, dat er samengevat zo uitziet:

1) Eenvoudig en stabiel, minimale leiding type leider: volger
2) Eenvoudig en instabiel, uitdagend avonturier
3) Eenvoudig, mensafhankelijk, stabiel vertrouwenspersoon
4) Complex, stabiel, doelgericht goalgetter
5) Eenvoudig, mensafhankelijk, uitdagend binder
6) Doelafhankelijk, mensafhankelijk, stabiel teamleider
7) Doelafhankelijk, uitdagend verkenner
8) Doelafhankelijk, mensafhankelijk, uitdagend aanvoerder

Bij de keuze voor een leider moeten dus verschillende afwegingen worden gemaakt. Volgens Caris als eerste: wat is het gewenste profiel? Op de tweede plaats: hoe verhouden de verschillende gewenste kenmerken zich ten opzichte van elkaar? Op de derde plaats: hoe zullen de taak en situatie in de toekomst veranderen en wat betekent dit voor het gewenste profiel van de leidinggevende? En ten slotte: wat betekent het voor de afweging tussen de anderen die gekozen kunnen worden of die niet leider, maar volger zijn?

Het boek rekent overduidelijk en overtuigend af met het idee dat leiderschap uit eendimensionale trucs en oneliners bestaat. Het is daarmee verwant met het proefschrift van Arnold Roozendaal: 'Contextueel Leiderschap'. Maar de vraag blijft wel onbeantwoord hoe deze kennis in selectieprocedures geïncorporeerd te krijgen? Hoe zorg je ervoor dat naar de goede eigenschappen wordt gekeken of hoe ontwikkel je de gewenste kenmerken bij mensen? Of hoe selecteer je de juiste combinatie van mensen, die samen over de gewenste kenmerken beschikken?

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden