Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
9 november 1999 | FEM Business

Goed leven: een kwestie van inzicht en reflectie

Aristoteles maakt menig managementboek overbodig

Henk van der Waal

Nu bijna iedere manager een cursus ethiek in zijn trainingspakket heeft zitten, komt het goed uit dat de 'Ethica' van Aristoteles in vertaling is verschenen. Dit standaardwerk staat aan de wieg van ons ethisch bewustzijn. Al lezende wordt duidelijk hoeveel afstand er geslopen is tussen ons en de Griekse denker uit de vierde eeuw voor Christus. Juist die afstand werpt een verrassend licht op onze verengde wijze van leven op de rand van de eenentwintigste eeuw. Aristoteles zou trouwens weinig op hebben gehad met al die ethische commissies en cursussen ethiek. De huidige gewoonte om tot op het bot uit te vogelen hoe een individu of organisatie in een bepaalde situatie hoort te handelen, vond hij van ondergeschikt belang. Niet een afzonderlijke handeling bepaalt volgens hem of iemand goed of slecht is, maar de wijze waarop hij dag in dag uit leeft.

Ethiek richt zich daarmee niet op geïsoleerde activiteiten, maar op de vraag wat goed leven is. Voor Aristoteles staat dat gelijk aan gelukkig zijn. Als het goede en geluk in laatste instantie niet samen zouden vallen, zou dit aardse bestaan niet meer dan een tranendal zijn. Bovendien zou geen mens bereid zijn het goede na te streven. Tegelijkertijd verbreedt hij zijn definitie van geluk zodanig dat de opdracht die in de Ethica besloten ligt, geenszins een gemakkelijke is. Geluk in Aristotelische zin beperkt zich niet tot enkele momenten, maar strekt zich uit over iemands hele leven, en als het even kan ook nog tot de maatschappij waarin hij functioneert. Een dergelijk geluk bewerkstelligen is geen sinecure.

Toch is dat wel de bedoeling. Geluk is volgens de Griekse wijsgeer namelijk niet iets dat iemand overkomt. Het is maakbaar en af te dwingen. Aristoteles noemt het zelfs een activiteit. Hij erkent de spelingen van het lot, maar vindt die geen reden om bij de pakken neer te zitten. Er is echter wel een probleem, want degene die in het wilde weg geluk na gaat jagen, loopt grote kans aan drank en drugs verslaafd in de goot te eindigen. In het algemeen wordt zo iemand meewarig nagekeken en ongelukkig genoemd.

We moeten dus weten wat geluk is voor we aan het werk gaan, aldus Aristoteles. Om daar achter te komen gaat hij na wat er nu zo specifiek is aan de mens. Hij zou geen Griek zijn als hij niet snel had uitgedokterd dat de ratio en het vermogen tot inzicht ons tot mens maakt. Iemand die 'goed' wil zijn, viert niet als een dier zijn lusten bot, maar brengt zijn denken, inzicht en beoordelingsvermogen in stelling. Met die opdracht onderwaardeert Aristoteles niet het genieten, maar hij wil voorkomen dat de mens slaaf wordt van zijn eigen genot en wordt meegesleept door zijn emoties. Verstand en inzicht in wat nastrevenswaardig is voor mens en maatschappij moet afstand scheppen tot verlangens en emoties. Zodanig dat het individu er mee om kan gaan en het kan inzetten voor het welzijn van zichzelf en de gemeenschap.

Blind genot ombuigen tot een bewuste ervaring is echter niet zo gemakkelijk en vereist volgens Aristoteles veel studie, opvoeding en gewoontevorming. Door middel van belonen en straffen moet de toekomstige bestuurder daarom al geleerd worden gevoelens van vreugde en genot te koppelen aan de geestelijke modus van afstand en reflectie. Wie dat niet op kan brengen, zal nooit meester worden van zijn handelen en dus zijn eigen leven, werk en omgeving niet tot bloei kunnen brengen.

Het is de verdienste van de vertalers Christine Pannier en Jean Verhaeghe dat ze deze Aristotelische les toegankelijk hebben gemaakt in appetijtelijk Nederlands. Ze hebben daarmee menig managementboek, dat de argeloze lezer in no time met een aantal formules succes belooft, overbodig gemaakt.

Eerder verschenen in FEM Business


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden