Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
1 april 2009 | Perry Oostrum

Mensen in het algemeen en managers en experts in het bijzonder erg feilbaar zijn in hun oordelen en beslissingen. Dit concluderen de hoogleraren Chris Snijders en Frits Tazelaar in
'Klapschaatsen in management'. Bovendien lijden mensen op dit punt vaak aan zelfoverschatting. Hun boek is de neerslag van jarenlang onderzoek op het gebied van samenwerking en management van transacties en relaties tussen bedrijven. Dit boek toont aan dat wij onze inschattingen, beoordelingen en beslissingen beduidend kunnen verbeteren als we systematisch gebruikmaken van computergestuurde instrumenten en innovatieve decision support tools. De auteurs onderbouwen hun betoog met het nodige bewijsmateriaal en zetten de manager vervolgens aan het werk...

Een slimme zet, ik kan het niet anders zeggen. Een boek over decision support systems (bent u er nog steeds?) verpakt in de catchy titel 'Klapschaatsen in management'. En dan ook nog eens in staat zijn tot een visie te komen waar u iets aan heeft. Het is niet het meest sexy onderwerp, daar komen Chris Snijders en Frits Tazelaar ronduit voor uit. En hoe eenvoudig hun aanbevelingen ook mogen klinken, deze zijn bepaald niet snel en eenvoudig te implementeren.

Het boek is geschreven op basis van verwondering, ongeloof en verbazing bij de auteurs. Zij zijn verbaasd over het feit dat overtuigingen en opvattingen over wat goed professioneel management is, gebaseerd zijn op gebakken lucht. 'Iedereen is gevoelig voor zogenoemde kennis verpakt in een sappig verhaal, en als dit bovendien van een expert komt, verslijt men het gemakkelijk voor de waarheid. De verspreiding van niet-representatieve verhalen over hoe de werkelijkheid in elkaar zit, is er echter mede de oorzaak van dat een verkeerd beeld ontstaat...' Snijders en Tazelaar hebben ongeloof over de grilligheid van die opvattingen en visies, over rages, ongeloof over de angst van managers en experts om voor ouderwets versleten te worden als ze daar niet aan meedoen. En zij verbazen zich over gemiste kansen omdat niet gebruikgemaakt wordt van de omvangrijke literatuur die inmiddels beschikbaar is uit de economische, sociologische en psychologische wetenschappen.

Een groot deel van 'Klapschaatsen in management' is ingeruimd voor empirisch materiaal om de bevindingen te onderbouwen. Hoe lovenswaardig ook, vrees ik dat dit potentiële lezers kan afschrikken. Want hoe gaat dat in de boekhandel? U pakt een boek, bladert het eens door en velt een initieel oordeel. Hoe onterecht ook, nodigt de aanblik van een veelheid aan tabellen en kwantitatief materiaal niet direct uit tot consumptie. Bovendien is het jammer dat de auteurs erg leunen op onderzoek uit de wereld van inkooporganisaties, terwijl toch voldoende aanvullend materiaal aanwezig is die de veralgemenisering van de bevindingen van Snijders en Tazelaar rechtvaardigt.

Zo durven de auteurs de volgende stelling aan: mensen beschikken niet of nauwelijks over de elementaire bouwstenen die nodig zijn om goede beslissingen te nemen in situaties waarin een groot aantal gegevens moeten worden gecombineerd tot één voorspelling. En al helemaal niet wanneer het toeval hierbij een rol speelt. De oplossing die zij aandragen, lijkt een eenvoudige, maar niet minder taaie, omdat dit nogal wat vraagt van de instelling van de manager of expert. Deze moet weer het ouderwetse 'meten is weten' oppakken en systematisch de eigen praktijk onder de loep nemen. Dit is goed voor de organisatie, verschaft de broodnodige feedback op beoordelingen en managementbeslissingen en stelt de betrokkenen in staat om te leren van fouten.

Een tweede stap is om beslissingen uit handen te nemen van de mens. Deze zouden, hoe gek het ook klinkt, volgens Snijders en Tazelaar in het bereik van de computer of van beslismodellen moeten liggen. Het onderzoek dat zij hiernaar verricht hebben, biedt overtuigend bewijs dat dit betere resultaten oplevert.

Nogmaals, de opzet van 'Klapschaatsen in management' nodigt niet direct uit tot gretig lezen, maar de auteurs steken als afsluiting een ieder een hart onder de riem: 'Slechts weinig managers zijn goed toegerust om nieuwe wegen in te slaan. Zorg dat u er één van bent.'


Aanval op de genoegzaamheid
30 maart 2009 | Hans van der Klis

In Klapschaatsen in management breken de hoogleraren Chris Snijders en Frits Tazelaar een lans voor een verdergaande automatisering van managementtaken. Wij zijn namelijk veel minder goed in het nemen van beslissingen dan wij zelf vaak denken.

‘Eurocontrol Beek krijgt nieuw luchtverkeersleidingssysteem’, meldden de kranten kort geleden. Dankzij het nieuwe systeem kunnen de vliegtuigen in de Benelux en Noord-Duitsland nauwkeuriger en efficiënter gevolgd worden, waardoor vluchten korter worden en het brandstofverbruik zal afnemen. Een mooie illustratie van de ideeën die Snijders en Tazelaar in hun boek Klapschaatsen in management uiteen zetten: kennelijk is het mogelijk vliegtuigen met behulp van automatisering sneller - en wellicht ook veiliger - op de plaats van bestemming te krijgen.

Het is iets waar je als leek niet snel bij stilstaat: dat de luchtverkeersleiders nog ruimte hebben een koers voor de vliegtuigen te kiezen die niet de meest efficiënte is. Snijders en Tazelaar laten in hun boek zien dat er wel meer managementprocessen zijn die beter kunnen verlopen. Managers laten zich vaak leiden door theoretische bespiegelingen die er in de loop der jaren ingesleten zijn en niet zijn onderzocht op hun doeltreffendheid. Met behulp van kwantitatief onderzoek weten de twee wetenschappers verschillende mythes uit de managementpraktijk onderuit te halen. Dat gebeurt soms op weinig zachtzinnige wijze: in vergelijkend onderzoek naar het vermogen problemen te voorspellen bij dagelijkse transacties blijken experts in bepaalde situaties slechter te scoren dan studenten. Ook hebben experts grote moeite hun eigen performance te voorspellen. Snijders en Tazelaar plaatsen daarom vraagtekens bij het nut van ervaring en minder grijpbare kwaliteiten als buikgevoel en intuïtie. Deze kunnen zelfs contraproductief zijn, concluderen zij.

‘Klapschaatsen in management’ is de weerslag van vijftien jaar wetenschappelijk onderzoek naar transacties en relaties tussen leveranciers en afnemers en steunt dus op een stevig fundament. Snijders en Tazelaar draaien er niet omheen: zij slaan de huidige managementpraktijk en het onderzoek ernaar met verbazing en ongeloof gade. Gebakken lucht, is hun oordeel over de breed gedeelde overtuigingen en opvattingen over wat goed professioneel management is. Hun ongeloof betreft vooral de grilligheid van die opvattingen en visies. Ze maken gehakt van het type studie waarmee ‘vier kritieke succesfactoren’ worden onderscheiden voor succesvolle managers. Maar ook andere veelgebruikte methodes, zoals het brainstormen, het ‘experience-based continuous learning’ en de ‘Balanced Scorecard’ ontsnappen niet aan hun kritische blik.

Hun eigen betoog is sterk genoeg om deze scherpe toon te rechtvaardigen. Met hun onderzoeksresultaten maken zij hun twijfels over het nut van ervaring en intuïtie meer dan aannemelijk. Ook maken zij gebruik van goede bronnen om hun stelling te staven dat toenemend gebruik van de computer nuttig kan zijn voor de onderneming. Het idee dat een formule in vergelijking met experts op sommige terreinen superieur presteert, blijkt niet nieuw: al in de jaren zeventig en tachtig hebben onderzoekers dat idee kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld met onderzoek naar kredietverstrekking en naar de kans op recidive van misdadigers. Uit de mate waarin deze twee onderwerpen uiteenlopen, kan al worden opgemaakt hoe breed toepasbaar de ideeën van Snijders en Tazelaar zijn.

‘Klapschaatsen in management’ is een weerbarstig boek, dat zich niet heel gemakkelijk laat lezen. Maar het betoog van Snijders en Tazelaar is volstrekt duidelijk. Managers moeten oog krijgen voor hun eigen tekortkomingen en leren inzien dat computermodellen - formules - soms beter in staat zijn beslissingen te nemen dan zijzelf. Tegelijk suggereren zij dat het door de genoegzaamheid van veel managers nog wel enige tijd zal duren voordat hun opvattingen gemeengoed zijn. De managers die hun ideeën oppikken kunnen zodoende een voorsprong nemen op de concurrentie, zoals ook schaatsster Tonny de Jong dat ooit deed met de klapschaatsen.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden