Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
29 juli 2015 | Mark Buck

Als beginnend adviseur kijk je met andere ogen naar organisaties. De eerste keren dat je uitspraken hoort als ‘zo doen we dat hier nu eenmaal’, ‘het protocol schrijft voor dat we deze procedure volgen’ en ‘ik heb besloten dat…’ (een persoonlijke favoriet) branden de vraagtekens in je ogen. Waarom vervallen organisaties hier toch in?

Toch raak je je bewust dat je – zelfs als beginnend adviseur – handelt vanuit een eigen denkkader. Ook jij hebt een bepaalde bril op, hebt ideeën over hoe werk gedaan zou moeten worden en hoe een organisatie eruit zou moeten zien. En omdat die ideeën vaak niet eens voortvloeien uit eerder opgedane ervaring, rijst dus ook de vraag waarom je kijkt zoals je kijkt.

Persoonlijk heb ik me altijd erg aangetrokken gevoeld tot het Rijnlands denken, maar waarom? Daarover had ik geen heel concrete ideeën. Toen dit voorjaar dus een boek op de markt kwam dat het Rijnlands denken niet vanuit een wetenschappelijk, maar meer vanuit een praktijkgericht perspectief beschouwde, heb ik het direct aangeschaft. Da’s toch logisch van een schrijverscollectief van vier ploft op de mat als een echt werkboek. Een ringband, een bijgevoegde pen, pagina’s met veel ruimte om te schrijven en randen die het mogelijk maken om pagina’s uit te scheuren. Al met al dus anders dan anders.

Het boek bestaat uit zestien interviews, die alle gevolgd worden door een beschouwing vanuit Angelsaksisch en Rijnlands perspectief. En daar wreekt zich meteen mijn beeld van de Rijnlander als een persoon die conflicten uit de weg gaat en bruggen probeert te bouwen. De tegenstellingen in het boek maken van de Angelsaks een verkapte boeman die niets opheeft met persoonlijke ontwikkeling en louter uit is op winst en van de Rijnlander een engel die zich bekommert om mensen en met oog en oor voor een ander door het leven schrijdt. Toegegeven: de beschouwingen zijn karikaturen, zo merken de auteurs zelf op. Maar na de analyses van zo’n vijf interviews, treedt er toch enige irritatie op. Naar mijn beeld is het Rijnlands denken geen bekeringsreligie, maar een fundamentele andere manier van zijn door hoe je omgaat met je werk.

Die gedachte wordt gelukkig geboekstaafd door prachtige interviews, waarin een echt diverse groep mensen (van docent tot Commissaris van de Koning, van pianorestaurateur tot bankdirecteur) uitlegt hoe zij op hun manier proberen vanuit gedeelde waarden hun werk te doen. De verhalen leveren een schat aan inspiratie op en rekenen af met het beeld dat Rijnlands denken in sommige organisaties niet zou passen. Als je Rijnlander bent, kun je zelf die waarde toevoegen. En dat verklaart de aantrekkingskracht die Rijnlands denken voor mij heeft.

Het boek nodigt uit om zelf met geïnterviewden te praten. Ik mocht ooit op bezoek gaan bij woonzorgboerderij De Hagert. Zoals ‘professioneel vrijwilliger’ en eigenaar Ton in het boek aangeeft een zorgconcept waar geprobeerd is een zinvol leven voor iedereen op de boerderij voorop te stellen. Niet de beste zorg, maar het beste leven staat centraal. Als je dat een keer hebt mogen meemaken, kom je schrijfruimte in het werkboek tekort.

Al met al is ‘Da’s toch logisch’ dus een leerzaam en inspirerend boek, dat zich helaas soms laat verleiden tot scherp afzetten tegen Angelsaksische gedachten. En dat is niet nodig. Zoals oud-directeur van de Technische Unie Yvan Dejaeghere het verwoordt: ‘Angelsaks of Rijnlander, allemaal bedrijfskundig geneuzel’. Binnen het Rijnlands denken is het zaak om een rol te verwerven in een maatschappij die allicht door Angelsaksisch denken gedomineerd wordt. Niet door het oproepen van tegenstellingen, maar door het overbruggen daarvan. Daar zou je eens een boek over moeten schrijven!


30 juni 2015 | Wim Oolbekkink

Dit werkboek is van:………. staat er op de cover van Da’s toch logisch! Onwennig vul ik mn naam in. Het is werkelijk een werkboek. Ringband met kartonnen omslag, pagina’s met perforatie rand zodat je de bladzijde eenvoudig uit het boek kunt scheuren (als je dat zou willen) en regelmatig open ruimte waarin je zelf met pen kunt aanvullen.

Ik lees: dit boek wil je helpen om eigen keuzen te kunnen maken. En de auteurs willen me een hart onder de riem steken wanneer ik al Rijnlands werk. Tot mijn vreugde zie ik mooie verhalen van mensen die werken bij een aantal van mijn mooiste klanten. Ik voel me direct meer Rijnlands. Maar ben ik ook een Rijnlandse doener?. Dat is de vraag.

Om dat te kunnen checken onderscheiden de auteurs 4 principes.
1. Rijnlandse doeners vinden wat ze doen vrij normaal. Ze gaan af op hun intuïtie en vertrouwen op hun vakmanschap. Das toch logisch! zegt de Rijnlandse doener.
2. In de stap ontvouwt zich de weg. Rijnlandse doeners doen stap voor stap. Na iedere stap wordt bepaald wat de volgende wordt. Ook vrij logisch nietwaar? Behalve wanneer je bedenkt dat er nog steeds hele afdelingen planning en control zijn die denken maanden of zelfs jaren vooruit te kunnen kijken en dat als wet opleggen.
3. Het derde principe heeft dezelfde naam als mijn schoonmoeder ANNA: altijd nadenken, nooit aannemen. Ik kan mijn schoonmoeder niet meer ontmoeten zonder aan haar afkorting te denken. Want geloof het of niet; het klopt. Rijnlandse doeners zijn kritische mensen op een prettige manier.
4. Met het laatste principe slaat de Rijnlandse doener zijn vleugels uit. Meervoudige waardecreatie. Het draait niet om mij; het draait ook om jou en ons. Het draait niet alleen om geld, het draait ook om mensen.

Er wordt best veel geschreven over Rijnlands denken en organiseren. Met als kernbegrippen; vakmanschap, verbinden, vertrouwen en inspiratie. Wie kent niet de boeken van Jaap Peters en Matthieu Weggeman. En eerlijk gezegd vind ik die al behoorlijk praktisch. Van Weggemans boek ‘Leidinggeven aan professionals; niet doen!’ hoef je alleen maar de titel toe te passen om Rijnlands te doen lijkt me.

Toch is er een onderscheid met dit werkboek. Hier komen de 20 Rijnlandse doeners in willekeurig volgorde en intuïtief geselecteerd aan het woord. Het resultaat is een wonderlijke baaierd aan mooie mensen uit alle sectoren van werkend Nederland. Van Wim van der Donk tot en met een dame wiens naam niet genoemd mag worden (vreemd genoeg). De interviews beslaan het belangrijkste deel van het boek. En tegelijkertijd zijn de interviews studiemateriaal waardoor de principes boven kwamen drijven. Principes die ik overigens ook lees in de boeken van de Rijnlandse denkers en organiseerders. Toch leest het boek niet als de selffulfilling prophecy. Daarvoor is het scala aan geïnterviewden te divers. Het is meer als een antropologisch onderzoek naar de menssoort ‘Rijnlandse doener’.

Wat ik wel irritant vind is de duiding aan het einde van ieder interview van wat De Rijnlander en De Angelsaks er van vinden. De Rijnlander, de Angelsaks die bestaan immers niet? Ze komen daardoor ook geforceerd over in het boek. Leuker was geweest om de vleesgeworden Rijnlander Matthieu Weggeman en de een of andere dominante Angelsakse CEO te laten reflecteren op de interviews.

Een bemoedigende quote wil ik nog noemen ‘Rijnlandse doener zijn is te doen’. Het getuigt van Cruijffiaanse eenvoud en tegelijkertijd ontroerende diepgang. Blijf doen, Rijnlandse doener! Blijf doen! Je Kunt Het. Ik Kan Het. Zelfs tegen de klippen op.


Sjaak Evers, Jurriaan Cals, Henk van der Steen
Da's toch logisch

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden