Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Lessen van een gedecoreerd leider
8 januari 2013 | Hans van der Klis

Ruim zes jaar na het heldhaftige optreden in Afghanistan dat hem de Militaire Willems-Orde opleverde, heeft Kapitein Marco Kroon zijn ideeën over leiderschap aan het papier toevertrouwd. In Leiderschap onder vuur legt hij uit hoe hij de uiterst moeilijke beslissing durfde te nemen om te vragen om vuur op de eigen troepen.

‘De nacht licht op, het geweld rolt over ons heen. Het zijn oorverdovende klappen die het bloed uit je oren drukken. Flitsen als laserstralen, stenen als granaatscherven, rook, aarde en gruis. De mannen drukken zichzelf tegen de bodem, gezichten in de grond. Mijn Forward Air Controller en ik blijven staan. Indien de bommen verkeerd neerkomen, kunnen we de richting misschien nog corrigeren. Ze vallen vlakbij, maar niet op ons.’

Met die bloedstollende scène begint Kapitein Marco Kroon zijn boek Leiderschap onder vuur. Het is een aardige woordspeling, maar meer ook niet. Kroon, een van de weinige Nederlanders die met recht mag zeggen dat hij leiderschap kan tonen onder de hoogst denkbare druk, twijfelt in het geheel niet aan het belang van een strakke hiërarchie. Tijdens zijn laatste missie in Afghanistan, Task Force Uruzgan in 2006, nam hij een uiterst moeilijke strategische beslissing: omdat hij en zijn peloton in gevecht met de Taliban onder de voet dreigen te worden gelopen, vraagt hij het ondersteunende militaire gunship om vuur op de eigen troepen.

Het waagstuk loopt goed af. Door de bommenwerper uiterst secuur te begeleiden, weet Kroon de Taliban te verjagen en creëert hij een vluchtroute voor zijn eigen mannen. Zijn koelbloedig optreden tijdens deze operatie Chitag leverde hem als eerste militair in meer dan 50 jaar de Militaire Willems-Orde op, de hoogste onderscheiding die ons land kent.

In zijn boek komt Kroon regelmatig terug op Operatie Chitag. Het was zijn laatste operatie in Afghanistan, nadat hij al verschillende keren was uitgezonden naar landen als Irak, Bosnië en Cambodja. Hij is ervan overtuigd dat zijn ervaring hem heeft geholpen bij die cruciale beslissing, ’s nachts in Uruzgan. Tijdens eerdere missies en operaties – hij heeft er tientallen uitgevoerd – had hij de fouten gemaakt en de lessen geleerd waarvan hij nu kon profiteren.

Kroon ziet leiderschap als een aangeboren eigenschap, die gevoed moet worden met een kern van principes en overtuigingen. In korte, puntige hoofstukjes bespreekt hij zijn ideeën, waar nodig geïllustreerd met praktijkverhalen. Uit het boek komt Kroon, zoon van een tegelzetter, naar voren als een militair pur sang: kort van stof, duidelijk en niet snel van zijn overtuigingen af te brengen.

Toch is hij zich bewust van het probleem van een te grote loyaliteit. Hij weet dat het niet gemakkelijk is om in te gaan tegen de drager van de Militaire Willems-Orde. Maar hij heeft in de loop der jaren geleerd ook naar anderen te luisteren, al was het maar om op andere ideeën gebracht te worden. Gemakkelijk gaat dat hem niet af, is wel duidelijk. Zelf ziet Kroon onzekerheid en angst om te falen als de belangrijkste oorzaken hiervan. Dat is verrassend eerlijk voor zo’n stoere militair. Maar meestal is hij extreem stellig in zijn meningen. Dat doet toch verlangen naar een paragraaf over hoe hij zijn café in Den Bosch runde.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden