Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
3 september 2013 | Elske Verbeek

De auteurs van het boek 'Koplopers in de Zorg' zijn, niet onterecht, gevallen over het feit dat de Nederlandse gezondheidszorg er niet voldoende in slaagt om zichzelf goed over het voetlicht te brengen. Incidenten beheersen de beeldvorming; wanneer er een medische fout wordt gemaakt of zowel patiënten als zorgverleners per ongeluk met een virus worden besmet staan de kranten er vol mee. Het is dan ook een mooie gedachte om eens een boek uit te geven dat bol staat van succesverhalen. Waar is de gezondheidszorg nu eigenlijk goed in? Waar innoveren zij, stijgen zij boven zichzelf en anderen uit?

De schrijvers van 'Koplopers in de Zorg' hebben dan ook twee doelen met hun boek: enerzijds het in kaart brengen en voor breed publiek toegankelijk maken van inspirerende cases, anderzijds het stimuleren van kennisuitwisseling tussen zorgorganisaties.

Ik ben als junior adviseur inmiddels een half jaar werkzaam voor een academisch ziekenhuis. In het eerste punt kan ik mij dan ook perfect vinden; wanneer je de ontwikkelingen in de zorg volgt zie je enorme verbeteringsslagen en dat er enorm hard aan de organisatie getrokken wordt om 'de beste' te zijn. Die verbeterslagen voor hoogwaardige patiëntenzorg, kostenbesparende bedrijfsvoering en efficiënte samenwerking mogen zeker wel eens worden besproken in het acht-uurjournaal. Maar datzelfde geldt eigenlijk ook voor alle verbeteringen bij banken, gemeenten, kinderopvang, enzovoorts. Volgens mij zijn we als het over zorg gaat extra kritisch omdat het gaat om onze gezondheid, ons geld en onze familie. Alle organisaties met een maatschappelijke functie hebben wat dat betreft toch wat meer uit te leggen aan 'het volk' als er iets mis gaat. Mij zul je niet horen als Philips een spaarlamp op de markt heeft gebracht die uiteindelijk toch niet zo besparend blijkt te zijn. Heb ik echter de zeldzame ziekte van Pompe en worden mijn medicijnen vanuit kostenbesparing niet meer vergoed, dan zal ik zeker niet de enige zijn die aan de bel trekt.

Het valt me op dat in het boek lovend wordt gesproken over thema's als zelfregie, efficiënte bedrijfsvoering en flexibilisering van de organisatie. De auteurs noemen het 'toegenomen interesse' vanuit zorginstellingen, maar volgens mij is het niets anders dan pure noodzaak. Veel veranderingen uit de casuïstiek zijn noodgedwongen voor het voortbestaan van de instelling, zeker wanneer het kleine zorgorganisaties betreft. Het verschil tussen 'het hoofd boven water houden' en 'koplopen' is mij in dit boek niet altijd even helder.

In een ideale samenleving zouden zorgorganisaties elkaar opzoeken, gezamenlijk grote lijnen uitzetten en gebruik maken van elkaars talenten en ideeën. De praktijk brengt echter verregaande bezuinigingen met zich mee. 'Helaas' nodigt crisis uit tot concurrentie en leidt concurrentie vaak tot onderscheiding in plaats van gemeenschap. Dit boek is hiervan het bewijs; enorm veel verschillende zorginstellingen met ieder een inspirerende, onderscheidende visie. Iedereen innoveert en verandert op zijn eigen manier. Ik vraag me af of de auteurs hun doel van meer kennis uitwisselen waarmaken met dit boek. Alle voorbeelden van visies, interventies en innovatieslagen die beschreven worden gaan alleen op in een specifieke cultuur en context. Dit maakt praktische toepasbaarheid een uitdaging. Toch deel ik de hoop dat de voorbeelden uit het boek worden gedeeld en opgepakt en dat over een tijd een 'best practice' niet meer dan een 'practice' zal zijn.


Koplopers in de zorg
3 september 2013 | Elske Verbeek

De auteurs van het boek 'Koplopers in de Zorg' zijn, niet onterecht, gevallen over het feit dat de Nederlandse gezondheidszorg er niet voldoende in slaagt om zichzelf goed over het voetlicht te brengen. Incidenten beheersen de beeldvorming; wanneer er een medische fout wordt gemaakt of zowel patiënten als zorgverleners per ongeluk met een virus worden besmet staan de kranten er vol mee. Het is dan ook een mooie gedachte om eens een boek uit te geven dat bol staat van succesverhalen. Waar is de gezondheidszorg nu eigenlijk goed in? Waar innoveren zij, stijgen zij boven zichzelf en anderen uit? De schrijvers van 'Koplopers in de Zorg' hebben dan ook twee doelen met hun boek: enerzijds het in kaart brengen en voor breed publiek toegankelijk maken van inspirerende cases, anderzijds het stimuleren van kennisuitwisseling tussen zorgorganisaties.

Ik ben als junior adviseur inmiddels een half jaar werkzaam voor een academisch ziekenhuis. In het eerste punt kan ik mij dan ook perfect vinden; wanneer je de ontwikkelingen in de zorg volgt zie je enorme verbeteringsslagen en dat er enorm hard aan de organisatie getrokken wordt om 'de beste' te zijn. Die verbeterslagen voor hoogwaardige patiëntenzorg, kostenbesparende bedrijfsvoering en efficiënte samenwerking mogen zeker wel eens worden besproken in het acht-uurjournaal. Maar datzelfde geldt eigenlijk ook voor alle verbeteringen bij banken, gemeenten, kinderopvang, enzovoorts. Volgens mij zijn we als het over zorg gaat extra kritisch omdat het gaat om onze gezondheid, ons geld en onze familie. Alle organisaties met een maatschappelijke functie hebben wat dat betreft toch wat meer uit te leggen aan 'het volk' als er iets mis gaat. Mij zul je niet horen als Philips een spaarlamp op de markt heeft gebracht die uiteindelijk toch niet zo besparend blijkt te zijn. Heb ik echter de zeldzame ziekte van Pompe en worden mijn medicijnen vanuit kostenbesparing niet meer vergoed, dan zal ik zeker niet de enige zijn die aan de bel trekt.

Het valt me op dat in het boek lovend wordt gesproken over thema's als zelfregie, efficiënte bedrijfsvoering en flexibilisering van de organisatie. De auteurs noemen het 'toegenomen interesse' vanuit zorginstellingen, maar volgens mij is het niets anders dan pure noodzaak. Veel veranderingen uit de casuïstiek zijn noodgedwongen voor het voortbestaan van de instelling, zeker wanneer het kleine zorgorganisaties betreft. Het verschil tussen 'het hoofd boven water houden' en 'koplopen' is mij in dit boek niet altijd even helder.

In een ideale samenleving zouden zorgorganisaties elkaar opzoeken, gezamenlijk grote lijnen uitzetten en gebruik maken van elkaars talenten en ideeën. De praktijk brengt echter verregaande bezuinigingen met zich mee. 'Helaas' nodigt crisis uit tot concurrentie en leidt concurrentie vaak tot onderscheiding in plaats van gemeenschap. Dit boek is hiervan het bewijs; enorm veel verschillende zorginstellingen met ieder een inspirerende, onderscheidende visie. Iedereen innoveert en verandert op zijn eigen manier. Ik vraag me af of de auteurs hun doel van meer kennis uitwisselen waarmaken met dit boek. Alle voorbeelden van visies, interventies en innovatieslagen die beschreven worden gaan alleen op in een specifieke cultuur en context. Dit maakt praktische toepasbaarheid een uitdaging. Toch deel ik de hoop dat de voorbeelden uit het boek worden gedeeld en opgepakt en dat over een tijd een 'best practice' niet meer dan een 'practice' zal zijn.


10 juni 2013 | Henk den Uijl

In een wereld die gedomineerd wordt door negatieve media-aandacht, politieke druk en hoge salarissen voor bestuurders is dit boek een verademing. Alleen daarom al is het aardig om te lezen hoe verschillende organisaties hun best doen om voor hun patiënten en cliënten te zorgen.

De meeste organisaties die beschreven worden hebben allemaal hun eigen specifieke eigenschap waardoor ze als 'koploper' worden bestempeld. De ene doet aan Planetree, de ander aan Lean Six Sigma, weer een ander stuurt op kernwaarden of op innovatie. Daarnaast is er een grote verscheidenheid in het soort organisaties: van groot tot klein, van oude institutie tot nieuwe onderneming, van ziekenhuis tot welzijn. Dit boek geeft daarom een aardig beeld van de veelheid aan initiatieven die er beschikbaar is om de zorginstituties beter aan te laten sluiten bij hedendaagse bestuurlijke vraagstukken.

De auteurs hebben vooral bestuurders geïnterviewd. Door de veelheid aan interviews geeft het een aardig inzicht in het huidige discours bij zorgbestuurders. Ze hebben het bijvoorbeeld allemaal over een bepaalde vorm van 'empowerment' bij zowel werknemers als patiënten. Bureaucratie komt er ook niet goed van af, en de meesten zijn op zoek naar 'kernwaarden'. Hoewel deze taal in het huidige zorglandschap erg belangrijk is, mis ik in dit boek een taal die gaat over kwetsbaarheid, de onmogelijkheid en eindigheid van het leven voor veel patiënten. Er gaat vanuit dit boek een groot medisch maakbaarheidsideaal uit (dat blijkt alleen al uit de gekozen foto's waarop louter blije en actieve mensen staan).

Toch denk ik dat dit boek voor veel bestuurders inspiratie op kan leveren. Het is een grote grabbelton aan methodes waar je uit kunt kiezen om organisatieprocessen en inhoudelijke zorg te verbeteren of te vernieuwen. Bovendien is dit boek ook interessant voor politici die bij de minste of geringste fraude vooraanstaan om te roepen dat het allemaal zo niet verder kan. Dit boek geeft vertrouwen dat het, in ieder geval bij de beschreven instellingen, wel zo verder kan.

Een aardige vraag voor de auteurs zou zijn hoe ze deze organisaties als 'koplopers' hebben bestempeld. Hoe bepaal je wanneer een zorgorganisatie voorop loopt? Opvallend is bijvoorbeeld dat het meest gebruikte voorbeeld in Nederland als het gaat om goede zorg – Buurtzorg Nederland – er niet in staat. Dit is ook niet erg, en misschien juist wel verfrissend, maar het brengt op zijn minst de vraag met zich mee hoe organisaties worden geselecteerd. De auteurs nuanceren dit zelf overigens ook, en ze beloven in het najaar met een onderbouwing te komen over de achtergronden van de verschillende successen. Wij zijn benieuwd!


Koplopers in de zorg
10 juni 2013 | Henk den Uijl

In een wereld die gedomineerd wordt door negatieve media-aandacht, politieke druk en hoge salarissen voor bestuurders is dit boek een verademing. Alleen daarom al is het aardig om te lezen hoe verschillende organisaties hun best doen om voor hun patiënten en cliënten te zorgen. De meeste organisaties die beschreven worden hebben allemaal hun eigen specifieke eigenschap waardoor ze als 'koploper' worden bestempeld. De ene doet aan Planetree, de ander aan Lean Six Sigma, weer een ander stuurt op kernwaarden of op innovatie. Daarnaast is er een grote verscheidenheid in het soort organisaties: van groot tot klein, van oude institutie tot nieuwe onderneming, van ziekenhuis tot welzijn. Dit boek geeft daarom een aardig beeld van de veelheid aan initiatieven die er beschikbaar is om de zorginstituties beter aan te laten sluiten bij hedendaagse bestuurlijke vraagstukken.

De auteurs hebben vooral bestuurders geïnterviewd. Door de veelheid aan interviews geeft het een aardig inzicht in het huidige discours bij zorgbestuurders. Ze hebben het bijvoorbeeld allemaal over een bepaalde vorm van 'empowerment' bij zowel werknemers als patiënten. Bureaucratie komt er ook niet goed van af, en de meesten zijn op zoek naar 'kernwaarden'. Hoewel deze taal in het huidige zorglandschap erg belangrijk is, mis ik in dit boek een taal die gaat over kwetsbaarheid, de onmogelijkheid en eindigheid van het leven voor veel patiënten. Er gaat vanuit dit boek een groot medisch maakbaarheidsideaal uit (dat blijkt alleen al uit de gekozen foto's waarop louter blije en actieve mensen staan).

Toch denk ik dat dit boek voor veel bestuurders inspiratie op kan leveren. Het is een grote grabbelton aan methodes waar je uit kunt kiezen om organisatieprocessen en inhoudelijke zorg te verbeteren of te vernieuwen. Bovendien is dit boek ook interessant voor politici die bij de minste of geringste fraude vooraanstaan om te roepen dat het allemaal zo niet verder kan. Dit boek geeft vertrouwen dat het, in ieder geval bij de beschreven instellingen, wel zo verder kan.

Een aardige vraag voor de auteurs zou zijn hoe ze deze organisaties als 'koplopers' hebben bestempeld. Hoe bepaal je wanneer een zorgorganisatie voorop loopt? Opvallend is bijvoorbeeld dat het meest gebruikte voorbeeld in Nederland als het gaat om goede zorg – Buurtzorg Nederland – er niet in staat. Dit is ook niet erg, en misschien juist wel verfrissend, maar het brengt op zijn minst de vraag met zich mee hoe organisaties worden geselecteerd. De auteurs nuanceren dit zelf overigens ook, en ze beloven in het najaar met een onderbouwing te komen over de achtergronden van de verschillende successen. Wij zijn benieuwd!


Jaap Jan Brouwer, Giedo van der Zwan
Koplopers in de zorg

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden