Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
De meeste mensen deugen - 'Boeit van begin tot eind'
23 december 2020 | Elly Stroo Cloeck

We zijn niet van nature slecht, stelt Rutger Bregman in De meeste mensen deugen uit 2019. We denken alleen dat we dat zijn, en daarom gedragen we ons zo. En we denken dat, omdat we veel historie èn onderzoeken verkeerd interpreteren. We kunnen de wereld dus verbeteren door uit te gaan van het goede. Hoe simpel kun je het maken?

In De meeste mensen deugen is de opzet van de hoofstukken vergelijkbaar met wat we zien bij bijvoorbeeld Malcolm Gladwell in zijn bestsellers: een pakkend verhaal over een specifiek onderzoek waar dan conclusies uit getrokken worden. In het geval van ‘De meeste mensen' zijn die onderzoeken vaak gericht op eerdere onderzoeken die aantonen dat de mens slecht is, en deze vervolgonderzoeken tonen juist aan dat die onderzoeken niet deugden en dat (de meeste) mensen (dus) wel deugen. (Volgt u mij nog?)

Zo komen en aantal onderzoeken uit Het beslissende moment (The tipping point) van Malcolm Gladwell (aha!) aan de orde, en ook het onderzoek naar de verdwijning van de beschaving van Paaseiland uit Ondergang (Collapse) van Jared Diamond. Vele lezers zullen deze boeken kennen, en waarschijnlijk ook de ontkrachting van de conclusies ervan, die een aantal jaren geleden breed de pers haalden. Maar Bregman behandelt zoveel onderzoeken dat er ook veel onderzoeken opgenomen zijn die ik niet kende, waardoor dit boek wel superleerzaam is.

Het voorwoord zet al de toon. In WO2 wordt Londen maandenlang door de Duitsers gebombardeerd. De Duitsers verwachten dat ‘de stad zou afglijden in totale chaos'. Het dunne laagje beschaving zou het begeven en onze ware natuur (‘beestachtigheid') zou boven komen drijven. Het Britse leger zou daar dan de handen vol aan hebben en geen capaciteit meer hebben om het tegen de Duitsers op te nemen. Maar dit alles gebeurde helemaal niet. Er daalde een grote kalmte neer over Londen. De bewoners gingen gewoon hun dagelijkse gangetje, en de onderlinge verbondenheid groeide. Iedereen hielp elkaar. Dit bleek niet typisch Brits te zijn. In WO2 werden ook de Duitsers gebombardeerd, en het effect was hetzelfde. Niet Brits dus, maar menselijk, deze veerkracht. Niks geen dun laagje beschaving.

Bregman verklaart veel ontwikkelingen vanuit het ‘nocebo-effect', de tegenhanger van het placebo-effect. Bij een placebo-effect versterkt een positieve verwachting de werking van het medicijn of de behandeling van een patiënt. Zo zijn er onderzoeken geweest waar mensen een nepmedicijn (placebo) kregen. Dit medicijn had geen werkende stof, maar patiënten ervaarden toch positieve resultaten omdat ze dachten dat het nepmedicijn zou werken.
Bij het nocebo-effect werkt dit omgekeerd. De verwachting van een negatief effect bevordert het optreden van dat negatieve effect. Het werkt zo: wanneer een patiënt gelooft dat een medicijn niet goed zal werken, zal de werking van het medicijn minder worden. Ook kan het zijn dat wanneer patiënten de bijsluiter lezen, zij meer bijwerkingen ervaren. Bijvoorbeeld: als de bijsluiter braken als bijwerking noemt, is er een kans dat de patiënten hier sneller last van krijgen.

Bregman stelt dat ons negatieve mensbeeld (het dunne laagje beschaving dat verdwijnt als we onder druk staan, oftewel de vernis-theorie) een nocebo is. Als we geloven dat we van nature slecht zijn, gaan we elkaar zo behandelen en ons daardoor ook zo gedragen.
Het boek bestaat uit 5 delen:

In deel 1: De natuurstaat, gaat het voornamelijk over de evolutie. Hoe we ons gedroegen als jager-verzamelaars, en wat er veranderde toen we landbouw gingen bedrijven en particulier bezit kregen. Hoe sommige ‘onbeschaafde' stammen nu nog leven. Hierin vinden we ook het onderzoek naar de beschaving op Paaseiland. Spoiler: zij moordden elkaar dus niet uit.

Deel 2 heet Na Auschwitz en gaat (naast natuurlijk over de Nazi's) onder andere over de schokmachine van Stanley Milgram en het Stanford Prison experiment. Ik weet nog hoe geschokt ik was toen ik de oorspronkelijke onderzoeksresultaten las! Die blijken dus niet juist te zijn ..... Gelukkig!

Het 3de deel is getiteld Waarom goede mensen slechte dingen doen, en gaat in op empathie, macht en de Verlichting. Over empathie bouwt Bregman een boeiend argument op. Bij empathie verplaats je je in een persoon die je goed leert kennen. Je buurman, of dat zielige weesmeisje uit de documentaire. Maar dat lukt niet voor honderd, of een miljoen, of 7 miljard mensen. En door de empathie voor een persoon, krijg je een hekel aan de vijanden daarvan. Daar heb je géén empathie voor, zelfs geen begrip. Empathie en xenofobie zijn zo twee kanten van dezelfde medaille. Het boek wat hierover gaat, Against Empathy, heb ik gelijk op mijn leeslijst gezet.

Een nieuw realisme is het 4de deel, wat onder andere gaat over Homo Ludens, de spelende mens, en over vrijheid. Maar ook over hoe we ons spiegelen aan anderen, niks vragen omdat we niet dom willen overkomen, ons druk maken over de mening van anderen over ons en over hoe we meelopen met anderen, ook bij racisme, groepsverkrachtingen en genocide. Komt daar ons negatieve mensbeeld vandaan, vraagt Bregman zich af. Denken we dat mensen slecht zijn, omdat we denken dat anderen dat ook denken?

Het laatste deel: De andere wang, gaat expliciet over voorbeelden hoe je uit kunt gaan van het goede in de mens. Hierin een fascinerende beschrijving van een Noorse gevangenis (eerder een gezellig resort), de aanpak van Mandela, en kerstavond 1914, toen de Britse en Duitse soldaten in de Franse loopgraven samen Kerst vierden.

Het boek eindigt met 10 leefregels, hoe je met anderen kunt omgaan als je uitgaat van het goede. Regel 10 is ‘Kom uit de kast'. Geef toe aan je natuur. Schenk vertrouwen, doe het goede in het volle daglicht. Mooi!

Dit boek is een dikke pil (bijna 500 pagina's ex de notes) en toch heb je het zo uit. Dat komt met name door de bijzonder prettige schrijfstijl die vaak grappig is, maar ook meeslepend. Je wordt heel makkelijk het volgende hoofdstuk in gezogen, en het volgende. Daarbij is het heel breed, a la Harari, en bijzonder boeiend als je van wetenschappelijk onderzoek in een verhalend jasje a la Malcolm Gladwell houdt. Ik werd er vrolijk van èn nieuwsgierig naar het bronmateriaal. En ook naar de onderzoeken die aantonen dat ook heel veel mensen niet deugen... en die nog niet ontkracht zijn. Want die (onderzoeken èn mensen) zijn er vast, en komen in het boek niet voor.

De meeste mensen deugen won in november 2020 de NS Publieksprijs 2020, en dat verbaast me niet.

Elly Stroo Cloeck is project- en interim-manager op het gebied van Finance, Internal Audit en Risk Management via haar bedrijf ESCIA. Daarnaast schrijft ze recensies en samenvattingen van managementboeken.


De meeste mensen deugen - 'Leest als een trein'
3 december 2020 | Paul Misdorp

Het boek De meeste mensen deugen van Rutger Bregman is al weer een jaar oud. Er is veel over geschreven en het boek is bekroond met de NS Publieksprijs. Toch is er alle reden om Bregmans diagnoses van ons oude negatieve en versleten mensbeeld èn zijn aanknopingspunten voor een nieuw positief mensbeeld nog eens in perspectief te plaatsen.

De meeste mensen deugen leert ons begrijpen hoe de samenleving ‘werkt', hoe organisaties werken en hoe het zit met ons eigen gedrag. Het boek past in de betrekkelijk jonge traditie van ‘transitiemanagement', omdat we allemaal beroerde signalen opvangen over waarin we vastlopen, maar ook van bemoedigende signalen, en hoe we ons uit ons zelfgeweven web kunnen bevrijden.

De eerste vraag die Bregman stelt is hoe het komt dat we wel openstaan voor die beroerde signalen en veel minder voor positieve signalen? Bregman onderzoekt de geschiedenis van de mensheid, de filosofische reflecties (Hobbes, Rousseau, Arendt) hierop en de psychologische theorievorming over de aard van de mens (Stanford Prison Experiment, Robbers Cave Experiment, Milgrams schokmachine, Broken Windows theorie). Hij komt tot de conclusie dat telkens weer wordt uitgegaan van een zwart mensbeeld, waarin de mens wordt afgebeeld als door en door egoïstisch en slecht. Het dominante beeld is dat slechts een dun laag rationeel vernis over de menselijke beschaving is gesmeerd en dat er maar iets hoeft te gebeuren of dat vernis wordt weggepoetst en de agressieve op competitie, concurrentie gerichte mens toont zich. Het antwoord hierop laat zich raden: institutionalisering om het ‘beest mens' in te tomen, te beheersen en te controleren.

Bregman laat overtuigend zien dat dit mensbeeld op vele domeinen van het leven dominant is. In de economie, waarin de homo economicus wordt voorgesteld als winstoptimaliserend wezen. In de politiek, waarin het machtsmonopolie via verhullende mythevorming mensen voorliegt en toch weet te overtuigen. In de psychologie, waarin het zogenaamde nocebo effect doorspeelt: als het beeld is dat de mens ziek/slecht is, roept dat direct de reactie op dat deze ook werkelijk slecht is. In de organisatieleer, waarin extrinsieke motivatie leidend is om resultaten te boeken en prestaties te behalen.

Bregman komt tot drie conclusies die verklaren waarom ons mensbeeld negatief is. Ons oude reptielenbrein zou ons eerder gevoelig maken voor het slechte dan het goede, we zien zaken al snel als een bedreiging. We voelen ons het meest aangetrokken tot wie het meest op ons lijkt. Daarbij komt dat de mens zich tijdens de agrarische revolutie is gaan settelen, privéeigendom steeds belangrijker werd en de macht in handen kwam van heersers die ons konden maken en - vaker - breken. Hoewel de moderne beschaving ons in de laatste paar eeuwen veel heeft gebracht, is de nieuwsgaring van alle media, van krant, televisie tot sociale media, gericht op negativiteit (bijvoorbeeld Big Brother, Tempatation Island), omdat positief nieuws alledaags en daarmee saai is.

Bregman laat zien dat het negatieve mensbeeld ons ernstig in de weg zit bij het anders inrichten van bijvoorbeeld onze landbouw, veeteelt, steden en staten. En voor de noodzaak daarvoor hoeven we maar om ons heen te kijken. De tweede vraag die besloten ligt in het lijvige boek is ‘hoe we het cynische, oude zogenaamd realistische wereldbeeld kunnen vervangen door een nieuw idealistisch=realistisch wereldbeeld'. Bregman's uitgebreide research heeft geleid tot een andere interpretatie van het bronnenmateriaal. Daaruit komt een mensbeeld naar voren dat gericht is op het goede doen, contact leggen, samenwerking aangaan, handelen vanuit intrinsieke motivatie, spel en creativiteit in ons handelen leggen, nieuwsgierig zijn en uitgaan van de ‘will to believe' (James). Allemaal aspecten, die in het dominante denken verwaarloosd werden en worden. Hieruit ontstaat de behoefte aan een actieve democratie die de macht over de ‘commons' teruggeeft aan de burgers en waarin complementair gedrag leidend is. Dat wil zeggen dat de compassie en verbinding met de ander, ook al ligt diens waardepatroon diametraal tegenover dat van jezelf, centraal staat. Op die manier kunnen we laten zien dat onze beschaving meer is dan een dun laagje vernis.

De meest mensen deugen is de opmaat voor een ‘nieuw realisme', dat niet stoelt op cynisme, maar op optimisme. Daarin moeten we oog hebben voor wat we allemaal aan positiefs tot stand hebben gebracht aan welvaart, gelijkberechtiging, armoedebestrijding, etc.. Hieruit kunnen we positieve energie putten, die we nodig zullen hebben om samen, met elkaar, de zware opgaven van deze en de komende tijd te lijf te gaan.

Het boek leest als een trein, is goed geschreven, is voorzien van heldere beschrijvingen en mooie metaforen en is verplichte leesstof voor iedereen die het lijden vanuit het verleden bereid is in te wisselen voor een leiden vanuit de toekomst. Deze andere kijk op de realiteit, op de mens, is nodig om tot een nieuwe mensgerichte, circulaire economie te komen, tot een positieve psychologie die uitgaat van mogelijkheden, tot een levende doe-democratie waarin burgers verantwoordelijkheid nemen en - tot slot - tot een visie op organisaties waarin macht gedeeld wordt door alle stakeholders.

De grote waarde van het boek is de oproep om ons - individueel en collectief - te bevrijden van het ingesleten donkere mensbeeld en maatschappijmodel. Wat dat betreft is de slotzin van De meeste mensen deugen hoopgevend: 'de naïviteit van vandaag kan de nuchterheid van morgen zijn', ... het is tijd voor een nieuw realisme.

Paul Misdorp is Directeur van VinNDT (Veranderen in Nieuw Denken Toepassen) en kennispartner van Zeelenberg, adviseurs voor Mens en Organisatie en van de Van Gemertgroep.


De meeste mensen deugen
27 september 2019 | Freija van Duijne

Wie naar de trends kijkt, kan niet anders concluderen dan dat het hedendaagse publieke debat is verhard. Op Twitter gaat men grof te keer, met o.a. Trump als grote bully.

Dreigementen, beledigingen en andere grove taal is in onze samenleving zo gewoon geworden, dat SIRE een campagne is gestart met de hashtag #doeslief. Voor iedereen die zich afvraagt of de verharding nog te stuiten is, zal het nieuwe boek van Rutger Bregman, getiteld ‘De meeste mensen deugen', een grote opluchting zijn. En nog interessanter, als we dit mensbeeld als uitgangspunt nemen, dan kunnen we een nieuwe geschiedenis schrijven van de mensheid en de samenleving op zijn kop zetten. Dit in Bregmans eigen woorden.

Om die nieuwe geschiedenis te schrijven duikt historicus Bregman zelf de geschiedenis in. Niet alleen met het mooie, maar tikje ongenuanceerde openingsverhaal over de Tweede Wereld Oorlog. Een verhaal over de veerkracht en vriendelijkheid waarmee de Britten de Blitz hebben doorstaan. Bregman's boek is een aaneenrijging van veelal bekende verhalen, maar dan vanuit een nieuwe invalshoek onderbouwd met nieuwe feitenkennis. Zijn doel is om de cynische toon te ontkrachten over het eeuwenoude beeld, dat de mens van nature slecht is. Beschaving is in die theorie het kleine laagje vernis dat onze egoïstische geest in toom houdt. Het politiek-filosofische beeld dat de filosoof Thomas Hobbes heeft uitgedragen in zijn boek Leviathan. Daartegenover staat de Franse romanticus Jean-Jacques Rousseau die morele goedheid zag in zijn oermens ‘de edele wilde'. Zonder de organisatiegraad van de samenleving was deze mens in zijn vrije natuur en vol compassie. Het mensbeeld van Hobbes is dominant, tot op de dag van vandaag. Bregman's missie is om dit duistere mensbeeld te herzien. Het beeld dat de meeste mensen deugen noemt hij een radicaal idee, waar machthebbers benauwd van worden. Met deze toonzetting opent Bregman zijn verhalenboek.

Niet Lord of the flies, maar het ware verhaal van jongetjes die schipbreuk lijden en overleven op een onbewoond eiland. Niet het bekende Paaseiland-verhaal van inwoners die kosten wat het kost bomen kapten om grote beelden te maken, maar een veel genuanceerder verhaal over rattenplagen en slavernij. En dan de verhalen over het onderzoek van de grote naoorlogse Amerikaanse psychologen, met nieuwe inzichten en conclusies die niet pasten bij de mythes die deze grote ego's jaren lang in stand hebben gehouden. Allemaal boeiende verhalen waarin Bregman onze egoïstische, agressieve en onverschillige houding ontkracht. Hoewel Bregman een begenadigd verteller is, doet de verteltrant me soms denken aan de parapsychologie en de alternatieve geneeskunde. Waarbij het dominante (maar later dus ontkrachte) verhaal door de gevestigde wetenschap steeds weer herhaald en bevestigd wordt. Maar de underdog, waar niemand in eerste instantie naar luisterde, laat zich niet uit het veld slaan en krijgt uiteindelijk gelijk.

Hoe grondig al deze verhalen ook zijn uitgespit, mij bekruipt toch het gevoel dat Bregman aan de veilige kant is gebleven. Bijvoorbeeld het Milgram experiment, waarbij proefpersonen wordt opgedragen schokken uit te delen aan een onbekend slachtoffer. Dat zegt vooral iets over de beïnvloedbaarheid van de mens. Bregman had hierover kunnen vertellen door het verhaal op te voeren van de Britse illusionist Darren Brown. Hij heeft zijn eigen experiment gebaseerd op Milgram in zijn show The push, waarbij hij zijn proefpersonen aanzet iemand over de rand van een gebouw te duwen. Brown selecteerde de meest meegaande mensen en kneedde ze met kleine gebaren om ze tot die grote daad te laten komen. Dit is een interessant proces. Hoe inderdaad vriendelijke, coöperatieve mensen tot kwalijke zaken gedreven kunnen worden. En omgekeerd hoe we kunnen dit voorkomen als samenleving. Naast onderzoek over compliance miste ik ook de invalshoek van de speltheorie. Tit-for-tat (lik op stuk) en het gevangenendilemma, waarbij het gaat over al dan niet samenwerken. Uit eindeloos veel onderzoek is gebleken dat, in lijn met Bregman's betoog, mensen inderdaad coöperatieve wezens zijn. En dat samenwerken, voordeel van de twijfel geven, niet gelijk terug slaan de meest succesvolle strategieën blijken te zijn voor alle partijen. Waar ik ook meer over had willen lezen is hoe het dan toch komt dat in zo veel praktijksituaties (verbaal) geweld zo gewoon is geworden en hoe we hier vanaf komen. Van het jeugdvoetbal tot de oudejaarsavond, men kijkt nauwelijks nog op van de grove woorden van toch heel gewone en vriendelijke mensen. Bregman noemt bekende voorbeelden van het nieuwe realisme, Buurtzorg dat zonder managers werkt, de Agora school in Roermond waar het draait om het volgen van je eigen nieuwsgierigheid, Noorse gevangenissen zonder tralies en repressieve bewakers. Hoopvolle verhalen over ‘hoe het ook anders kan', maar waar het wellicht ook niet overal rozengeur en maneschijn is.

De kaft en omslag van het lijvige boek (4,5cm dik) staan vol met aanbevelingen van interessante mensen. Met ‘een nieuwe geschiedenis van de mens' als ondertitel doet de presentatie van het boek denken aan de door Bregman bewonderde historicus Yuval Noah Harari (bekend van de boeken Sapiens en Homo deus). Dit geenszins bescheiden boek draait in de kern vooral over de strijd tussen goed en kwaad. Niet verwonderlijk zou je kunnen zeggen, gezien Bregmans afkomst uit een domineesgezin. Dit gezegd hebbende, zijn het wel degelijk onze compassie en coöperatieve aard, waarmee wij mensen een betere toekomst kunnen scheppen. En daarom loont het om cynische mensbeelden te lijf te gaan. De verhalen van Bregman zijn boeiend. Dankzij de grote letters en de vele lege pagina's leest het boek vlot weg. Ik hoop dat het aanzet tot verder nadenken over de vraag hoe we als samenleving de goedheid van de menselijke natuur kunnen benutten om te bouwen aan een gelukkige, veerkrachtige en succesvolle toekomst.

Freija van Duijne was van 2013 tot 2018 voorzitter van de Dutch Future Society. Zij heeft meer dan tien jaar werkervaring als toekomstverkenner en strateeg in diverse overheidsorganisaties. Freija werkt vanuit haar bedrijf Future Motions en geeft trainingen en lezingen op gebied van toekomstverkennen. Ze maakt deel uit van het collectief van toekomstdenkers voor de trendrede.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden