Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Een land van kleine buffers - 'Een relevant en actueel boek'
25 januari 2021 | Sjors van Leeuwen

Aangejaagd door de coronacrisis wordt de roep om verandering steeds luider. Het kapitalistische systeem moet op de schop, want er is geld genoeg. We gebruiken het alleen verkeerd. In Een land van kleine buffers lezen we hoe dat komt, en wat er moet veranderen.

De wereld is radicaal veranderd sinds het uitbreken van de coronapandemie. In energie, toerisme, vastgoed, financiering, mobiliteit en IT wordt het nooit meer zoals het was. De schulden zijn geëxplodeerd en er komt een zware recessie. De kosten zijn enorm, de kansen ongekend. Maar die kansen gaan niet gepakt worden in het 'kleine-bufferkapitalisme' dat Nederland de laatste dertig jaar omarmde. Dat schrijft hoogleraar economie Dirk Bezemer in zijn boek Een land van kleine buffers.

Bezemer definieert het ‘kleine-bufferkapitalisme' als een markteconomie waar de financiële structuur te veel gericht is op het opbouwen van vermogens en te weinig op het opbouwen van kapitaal en buffers voor innovatie en productie. Een markteconomie waarin financiële vermogens groeien ten koste van innovatie, veerkracht en draagvlak. De staatsschuld moet altijd maar lager en er hopen zich enorme hoeveelheden geld op bij aandeelhouders, bij de staat, en in de internationale financiële markten. Dit gaat ten koste van de lonen en de financiële buffers bij bedrijven en huishoudens.

Met alle problemen van dien. Bij te lage buffers gaan gezinnen minder consumeren, gaan bedrijven minder investeren en komen mensen en bedrijven al snel in de problemen bij tegenvallers. Met als gevolg een groot negatief effect op de economie. Helaas hebben bedrijven en burgers anno 2020 te lage buffers, zo constateert de auteur. De buffer van de overheid daarentegen, was begin 2020 groot, door een lage staatsschuld (wat ruimte geeft om te lenen), belastingverhogingen en bezuinigingen in de publieke sector. Het probleem met ‘kleine buffers' speelt zich niet alleen af op financieel gebied. De auteur wijst bijvoorbeeld op het gebrek aan waterbuffers in de bodem in het derde jaar op rij dat Nederland extreme droogte kent. Die te kleine waterbuffers hebben alles te maken met het najagen van financieel rendement in de landbouw, maar levert steeds vaker problemen op voor agrarische ondernemers. Nederland is een rijk land, dat zich richt op vermogensopbouw. Dat gaat ten koste van het onderhouden van menselijk, natuurlijk, maatschappelijk en materieel kapitaal. Er moet meer balans komen in de verdeling tussen vermogens, kapitaalsopbouw en financiële buffers, aldus de auteur.

Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel (tevreden maar bezorgd) gaat in op de economische omstandigheden in Nederland aan het begin van 2020. Het gaat over de bekende Henk en Ingrid en Mohammed en Fatima en over de rol van de overheid. Met feiten, statistieken en tekst en uitleg over bijvoorbeeld de ongelijkheid in Nederland in besteedbaar inkomen (ginicoëfficient 0,28) in relatie tot die in de VS (ginicoëfficient 0,49). De auteur staat stil bij de gevolgen van het streven naar een kleine overheid en het verschil tussen de groei van de lonen en de veel grotere groei van de productiviteit. Dit is het gat dat ontstaan is, het gat tussen loon en loon naar werken.

In het tweede deel (werken voor het geld) gaat de auteur dieper in op het financiële systeem waarin overheden, banken, kredietverstrekkers, vermogensbeheerders en pensioenfondsen op allerlei manieren onze vermogensopbouw ‘afromen'. Want wie profiteert er eigenlijk van al die economische groei? Dat afromen van vermogen gebeurt op allerlei manieren, onder noemers als ‘hervorming', ‘flexibilisering', ‘matiging' en ‘efficiency'. Vaak met misleiding en fraude. Zo brengen pensioenfondsen jaarlijks miljarden aan beheerkosten in rekening. Onwenselijk volgens de auteur, want uit onderzoek blijkt dat er een aantoonbare negatieve correlatie is tussen het groter worden van de financiële sector en het achterblijven van productiviteitsgroei en innovatie.

Hoe dan wel? Dat beschrijft de auteur in deel drie (zo maar doen dan?). Het schetst in grote lijnen een toekomstvisie, een scenario over hoe het zou kunnen gaan. Over de onhoudbaarheid van de enorme schuldenberg, versnelde adoptie van IT, omslag van fossiele naar duurzame energie, vernieuwing van de leefruimte en meer belasting op inkomen uit vermogen en minder loonbelasting. Vanuit het jaar 2030 kijkt de auteur terug op de Grote Lockdown, de recessie die ze veroorzaakte en de transitie die daar een logisch gevolg van was. De kern van de oplossing is dat de economie en het financiële systeem weer in dienst gesteld worden van mensen en bedrijven in plaats van andersom. Want, zo lezen we in het voorwoord van Joris Luyendijk, Nederland is geen economie. Nederland is een samenleving met een economie.   

Een land van kleine buffers is een relevant en actueel boek. Waarbij de auteur ook kijkt naar de mogelijke invloeden van de coronacrisis op langere termijn. Het boek beschrijft de grote uitdagingen, problemen en kansen die er zijn op financieel-economisch gebied. Het boek lijkt qua onderwerp wel wat op het veelgeprezen boek Fantoomgroei maar is wat minder luchtig, met uitgebreidere financieel-economische bespiegelingen eindigend in vijfendertig pagina's met noten.

De plannen om Nederland anders in te richten liggen volgens de auteur klaar. Met dank aan de vele overheidscommissies die de laatste jaren over verbeterplannen hebben nagedacht. We moeten het alleen nog doen, zo lezen we aan het einde van het boek. Anders doen. Indachtig Albert Einstein want die wist het al veel eerder: ‘Insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results.'

Sjors van Leeuwen is werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van klantgericht ondernemen (CRM), strategie en marketing. Hij is auteur van verschillende boeken zoals CRM in de praktijk, Klant in de driver's seat, Zorgmarketing in de praktijk, Power to the people, Hoe agile is jouw strategie?, Wendbare strategie op een A4, Online marketing in de zorg en Sterk merk in de zorg . Sjors van Leeuwen is verder initiatiefnemer van Zorgmarketingplatform, hét kennisplatform voor marketing in de zorg.


Een land van kleine buffers - 'Een vilein college'
6 oktober 2020 | Elly Stroo Cloeck

We denken inmiddels bijna allemaal wel dat het kapitalisme van vandaag niet zo door kan gaan. Maar hoe dan wel? Daar heeft hoogleraar Dirk Bezemer goed over nagedacht en het nog beter opgeschreven.

In het boek Een land van kleine buffers uit augustus 2020 toont Dirk Bezemer aan dat er zat geld is, maar dat we het verkeerd gebruiken. Daarmee lijkt het een meer doordachte, uitstekend theoretisch onderbouwde versie van Fantoomgroei. Saai? Zeker niet! Wel heel leerzaam, grappig, veelomvattend, sarcastisch, feitenrijk en logisch. Een vilein college!

Kleine buffers? Bezemer geeft een definitie: Het kleine-bufferkapitalisme is een markteconomie waar de financiële structuur te veel gericht is op het opbouwen van vermogens en te weinig op het opbouwen van kapitaal en buffers ten dienste van innovatie en productie.

Een (financiële) buffer is geld dat snel beschikbaar is bij tegenvallers, denk aan spaargeld, verzekeringen, krediet, subsidies, etc. Bij te lage buffers gaat een bedrijf failliet en een gezin gaat minder consumeren. Dat heeft een negatief effect op de economie. Helaas hebben bedrijven en burgers anno 2020 te lage buffers. De buffer van de overheid daarentegen, was begin 2020 groot, door een lage staatsschuld (wat ruimte geeft om te lenen), belastingverhogingen en bezuinigingen in de publieke sector.

De scope van de ‘kleine buffers’ is niet alleen financieel. Bezemer stelt dat het gebrek aan waterbuffers in de bodem in het derde jaar op rij dat Nederland extreme droogte kent, een goed voorbeeld is. Die te kleine waterbuffers hebben alles te maken met het najagen van financieel rendement in de landbouw, dat toch niet tot grote financiële buffers bij agrarische ondernemers leidt, omdat ze meestal in een schuldgedreven productiemodel werken.

Maar ook de banken, die de schulden uitgeven, profiteren er te weinig van, omdat hun aandeelhouders de winst opeisen, die ze ‘investeren in het financiële circuit’. De reële waarden in werk en natuur worden zo uiteindelijk opgeofferd aan groei van vermogen. Dat is de kern van het boek: buffers versus vermogen.

Buffers en vermogen
Het boek valt uiteen in drie delen, voorafgegaan door hoofdstuk 1, wat een overzicht van de inhoud van het boek geeft. Dat hoofdstuk heeft veel stellingen die bij mij niet allemaal even duidelijk waren. Bijvoorbeeld: ‘onder-investering en te kleine buffers vinden hun tegenhanger in overheids-overschotten, handelsoverschotten, pensioenvermogen en ophoping van vermogen in de vastgoed- en financiële markten.’ Dat begreep ik niet direct, en het werd ook niet uitgelegd, dus ik maakte me wat zorgen. Onterecht, alle stellingen worden tot in de details uitgewerkt in de rest van het boek.

Nederlandse economie
Deel I gaat in op de economische omstandigheden in Nederland aan het begin van 2020. Het gaat over Henk en Ingrid, en Mohammed en Fatima, over de rol van de overheid, alles gelardeerd met veel feiten en statistieken.

Een superleerzaam deel ook. Bijvoorbeeld de uitleg bij de ongelijkheid in Nederland. De ginicoëfficient(met een schaal van 0 tot 1) meet de ongelijkheid in besteedbaar inkomen. Hoe lager hoe beter. Die ginicoëfficient is in Nederland 0,28, heel laag, zeker in vergelijking met de VS: 0,49. Maar de ginicoëfficient voor vermogen is in Nederland wèl erg hoog: 0,79. Houd daarbij in gedachten dat vermogenswinst niet onder de inkomens-gini valt, maar dat je als eigenaar van een aandelen-portefeuille die steeds meer waard wordt, natuurlijk wel meer te besteden hebt. Dus tòch een groot verschil in besteedbaar inkomen.

Bezemer duidt ook het verschil tussen groei van de lonen en de veel grotere groei van de productiviteit. Hij noemt dit spits: het gat tussen loon en loon naar werken.

Het financiële systeem
Deel II gaat dieper in op het financiële systeem, inclusief een heel boeiend en sarcastisch stuk over onze pensioenen, waarbij de talloze voordelen van een groter aandeel omslagstelsel aan de orde komen. Bezemer is hier erg overtuigend.

Een ander onderwerp is ‘afromen’: de financiële sector roomt veel van onze vermogensopbouw af door extreem hoge beheerskosten (het zou voor onze pensioenfondsen alleen al gaan om jaarlijks 8,6 miljard!), en, zo stelt Bezemer, misleiding en fraude is onderdeel van hun businessmodel.
Ook ‘misbruikt’ deze sector het talent van onze jonge ingenieurs en natuurkundigen, door ze in te zetten als ‘kwantitatieve analisten’ zodat ze helaas niet bezig kunnen zijn met het uitvinden van nieuwe methoden voor energie-opwekking en andere innovaties. Dit is ‘individueel slim’ (want zij kunnen als quant heel veel geld verdienen) maar ‘collectief dom’.

Uit onderzoek blijkt dat er een aantoonbare negatieve correlatie is tussen het groter worden van de financiële sector en het achterblijven van productiviteitsgroei en innovatie. Systeemdenken is heel belangrijk maar wordt te weinig gedaan, is zijn boodschap.

Toekomstvisie
In deel III dan Bezemer’s toekomstvisie, een scenario hoe het zou kunnen gaan. Een positief, en fijn vilein verhaal. Bijvoorbeeld over een geplande ‘ombuiging’ die niet werd niet ingevoerd. De geplande bezuinigingen betroffen sociale advocatuur (‘waar rook is, is vuur’), onderzoeksjournalistiek (‘gering bereik’), NIBUD (‘laat mensen eigen keuzes maken’), jongerenwerk (‘daar hebben we de politie voor’), etc. Ik heb hardop zitten lachen.
Dit hele deel is supergrappig opgeschreven, maar is daarom nog geen grap. Het is een logisch voortvloeisel van deel I en II. Heel interessant is zijn idee voor ‘iedereen uitzendbureau’, waarbij werknemers tijdelijk door bedrijven aan elkaar worden uitgeleend. En zo heeft hij meer suggesties waarvan ik denk: ja, waarom niet?

Evaluatie
Het boek is uitermate relevant voor iedereen die wat meer wil weten over onze economie en de kwetsbaarheid ervan. Bezemer heeft een aantal van de invloeden van de Corona-crisis meegenomen in zijn betoog, wat het heel actueel maakt. De delen I en II geven veel goed onderbouwde achtergrondinformatie, waarin de voorkeuren en meningen van Bezemer duidelijk te horen zijn, Deel III is juist weer heel origineel en lekker vilein opgeschreven. Het geheel is prettig leesbaar. Heb je na 280 pagina’s nog steeds informatiehonger, dan kun je met 30 pagina’s aan noten en verwijzingen je nog verder verdiepen.

Zoals in noot 119: Nederlander werkt het minst van heel Europa… als dat zo is hebben we tijd genoeg om Een land van kleine buffers te lezen.

Elly Stroo Cloeck is project- en interim-manager op het gebied van Finance, Internal Audit en Risk Management via haar bedrijf ESCIA. Daarnaast schrijft ze recensies en samenvattingen van managementboeken.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden