Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
23 januari 2015 | Peter de Roode

In ‘De jacht op een idee’ rekent Jos Kessels af met de vastgeroeste aanname dat ideeën worden ‘gemaakt’. Na het lezen van dit boek weet u dat ze worden ‘gevonden’. Ze liggen niet in de toekomst maar in het verleden. In dit filosofische boek wordt helder uit de doeken gedaan hoe je een idee op het spoor kunt komen en dat het een kwestie van veel geduld is en zelfonderzoek. Een boek met belangrijke implicaties voor mensen die verantwoordelijk zijn voor de missie, visie, strategie en waarden van organisaties.

In de inleiding schrijft Kessels dat de jacht op een idee een zoektocht is naar zo ongeveer het kostbaarste wat een mens kan bedenken: inzicht, samenhang, betekenis en richting. Het begin van het boek is pakkend. Kessels schrijft over zijn baan op een universiteit. Hij had veel ervaring met filosofieonderwijs en zou daar onderzoek naar doen. Het leek hem interessant om na te gaan hoe je Socrates in het klaslokaal kon krijgen. Toen hij vroeg in het sollicitatiegesprek wat hij precies moest onderzoeken, zei de ander dat die geen flauw idee had. Hoe kom je tot een idee?

Kessels neemt ruimschoots de tijd om de lezer duidelijk te maken wat hij met het begrip ‘idee’ bedoelt. Het gaat hem niet om willekeurige ideeën maar over ideeën met een meer omvattende en dieper reikende inhoud, vandaar ‘de’ idee.

Een idee verbindt. Net zoals dat ook bedoeld is bij de bekende begrippen missie, visie en strategie. Maar die begrippen blijven te veel hangen in intenties waardoor het verschil tussen zeggen en doen in de praktijk soms erg groot is. De idee gaat over ‘betekenis’ en dat is nu net een verwaarloosd domein binnen organisaties. Kessels legt fraai uit wat ‘betekenis’ precies is. Hij haalt een bekend voorbeeld erbij van filosofe Hannah Arendt toen zij het proces van Eichmann bijwoonde. Haar conclusie over hem was dat hij ‘een gedachteloze’ was die geen idee had. Al zijn woorden hadden om die reden voor haar dan ook geen betekenis. Met mensen die snel hun oordeel klaar hebben, net zoals de gedachtelozen van Arendt, kun je niet jagen op een idee, stelt Kessels. Misschien is dat wel de reden waarom het organisaties zo lastig afgaat om tot een gedeelde visie te komen: de betekenis ontbreekt.

Kessels laat zien hoe betekenis aangebracht kan worden. In die rol is hij op zijn sterkst, hij is niet de deskundige die boven zijn lezer staat en vertelt hoe het moet, maar is de beschouwer die terugkijkt op een traject dat hij verzorgde voor een kliniek. Vol twijfel maar met de nodige reflectie. De lezer vormt zich gaandeweg de interventies een beeld hoe betekenis gevormd wordt, namelijk dat er altijd een koppeling gelegd moet worden met de persoon of het persoonlijke. Daar dient de tijd voor genomen te worden, tijd die er in organisaties vaak niet is of beter gezegd: tijd die men niet wil vrijmaken. Zonder het persoonlijke zijn missies, visies en strategieën lege hulzen omdat ze geen betekenis hebben. Door aandacht te schenken aan de idee kan de verbinding gemaakt worden tussen organisatiedoelstellingen en persoonlijke waarden. Op kennisniveau wisten we dit allang, maar o zo lastig om het in de praktijk ten uitvoer te brengen. Blijven hangen in het grote verhaal van de strategie is te beperkt, het zal verbonden moeten worden met het kleine verhaal van de persoonlijke beleving. Een waardevol boek voor alle leidinggevenden die de strategie van de organisatie samen met de mensen willen opstellen.


15 juni 2009 | Perry Oostrum

In 'De jacht op een idee' laat Jos Kessels zien hoe de ideeënleer van Plato orde kan scheppen in moderne organisaties. Bestuur en besluitvorming worden door snelle communicatie en vluchtige denkbeelden steeds complexer en onoverzichtelijker. Om mensen samen te brengen en bijeen te houden heb je een idee nodig: een visie, doel of ambitie, een essentieel principe dat medewerkers verbindt en energie geeft. Een toegankelijk en inspirerend boek voor individuen en organisaties.

Een organisatie is te definiëren als 'een groep mensen verbonden door een idee'. Daarom is het noodzakelijk hierover intensief na te denken en stelselmatig op een idee te jagen, aldus organisatiefilosoof Jos Kessels. Niet zomaar een idee, maar dé idee met een veel preciezere, meer omvattende en ook dieper reikende inhoud, het idee dat inspireert, dat je raakt, zozeer dat je je erdoor wilt laten leiden. De idee treft niet alleen het hoofd, maar ook het hart. Je ziet er de waarheid en het waardevolle van in, de zin en de betekenis ervan.

Kessels probeert aan de hand van de ongeschreven leer van Plato de stap te zetten tussen de dialectiek en het idee, de nieuwe betekenis. De idee verbindt verschillende perspectieven tot één geheel. In de centra van motivatie kunt u op elk vlak een overschot of een tekort hebben. U kunt te veel of te weinig gericht zijn op voldoening, bijvoorbeeld. Wie zich consequent richt op de eigen behoeftebevrediging, houdt er een hedonistische levensstijl op na. Wie zich daar niet of nauwelijks op richt, leidt een ascetisch leven. De middenweg tussen die beide extremen is matigheid. De middenpositie is de enige vrije positie, namelijk de klassieke deugden matigheid, moed, verstandigheid en rechtvaardigheid. Wie de middenweg weet te bewandelen, is niet langer een slaaf van gevoel.

De idee is het doel van de strategie, de situatie waar een organisatie naar toe wil, het 'goede' dat moet worden gerealiseerd. Vaak wordt dit aangeduid met missie, visie of 'waardedrijver'. Een strategie is dan de idee of visie verwoord in operationele termen. Dat idee is overigens niet een bouwwerk van begrippen dat men maakt, het is iets wat men vindt en in woorden probeert na te maken. Het vraagt de bereidheid subjectief te worden, eigen vooronderstellingen onder de loep te nemen, terug te denken in uzelf tot het punt waar u geraakt wordt, waar een individu of organisatie en het eigen verhaal in het geding komen.

Met dit toegankelijke boek geeft Kessels aan hoe u op jacht moet naar de idee. Met aansprekende voorbeelden laat hij zien hoe organisaties op zoek kunnen naar dé idee, welke strategieën daarbij van pas komen en welke hindernissen zij moet nemen. Dat de zoektocht naar de idee niet alleen een 'plezierjacht' is, toont Kessels in het hoofdstuk 'Het gevecht met de hond'. Daarin geeft hij de bestaande scepsis ten aanzien van de ideeënleer ruim aandacht en toont hij hoe u hieruit positieve effecten put. Ook de tegenhanger van de cynicus, de minnaar, komt aan bod.

Het is, aldus Kessels, zaak een positie te vinden tussen die van de cynicus, die nergens in gelooft, en die van de eroticus, die zich juist te makkelijk laat overtuigen. Dat is de positie van de filosoof, de onderzoeker, degene die in staat is noch in het ene noch in het andere uiterste te vervallen. Het is de positie van degene die het kan uithouden in het ongewisse, die vragen blijft stellen zonder zich vast te klampen aan het antwoord.

Om de flow van het betoog te bewaren heeft Kessels ervoor gekozen de uiteenzetting van methoden, technieken, werkvormen en dergelijke in de bijlage te plaatsen. Een goede zet, want dit komt de leesbaarheid absoluut ten goede.

Niet alleen organisaties kunnen hun voordeel doen met 'De jacht op een idee'. Ook individuen kunnen zich door 'De jacht op een idee' laten inspireren. Immers, zegt Kessels, ook een mens is in zekere zin 'een groep mensen verbonden door een idee'. Ieder mens is een verzameling maskers, een geheel van zelfbeelden verbonden door de idee van een ik, een vermoeden van wie je in wezen bent.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden