Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
10 december 2014 | Milou Engelaer

Sinds het afronden van mijn master Change management heb ik me weinig meer verdiept in dit vak en daar wilde ik verandering in brengen. Zoekend in die categorie kwam ik het boek van Martin Appelo tegen en een week later viel het boek op mijn deurmat (nouja – postvak). Toen ik het opensloeg besefte ik dat ik een boek te pakken had over gedragsverandering in plaats van organisatieverandering. Desondanks was ik benieuwd naar de verklaring voor het gat tussen voornemens en realiteit.

Kort samengevat legt Appelo uit dat je brein uit drie lagen bestaat, die alle drie anders functioneren. Onderin zit je reptielenbrein, het oudste deel van de hersenen. Dit deel zorgt ervoor dat je overleeft. Daarnaast sla je alle standaardprogramma’s hier op – dingen die je op je ruggenmerg doet (denk aan fietsen, autorijden en ingesleten gedrag). Daarboven zit het limbische systeem, dat zich laat leiden door beloning en straf. Als laatste heb je nog de neocortex, de ‘luxe laag’, die verstandig is en bedacht heeft dat de mens niet alleen bestaat om te overleven en zich voort te planten. Wanneer deze drie onderdelen niet op één lijn zitten, wordt het moeilijk te veranderen. Het reptielenbrein en het limbisch systeem hebben veel meer invloed op je gedrag dan de neocortex. Hierdoor val je makkelijk terug in oude patronen: iets wat volgens de auteur hoort bij het mens-zijn.

Vervolgens geeft Appelo een formule voor gedragsverandering, waaruit blijkt dat lijdensdruk (hoeveel last heb je ergens van), interne attributie (in hoeverre geloof je dat je zelf invloed hebt op de situatie) en zelfdiscipline de drie knoppen voor gedragsverandering zijn. Waarbij daarna uit de voorbeelden blijkt dat het voornamelijk gaat om – je raadt het al – zelfdiscipline!
Maar wat maakt dat zeer gedisciplineerde mensen toch niet alle gedragsveranderingen kunnen doorvoeren die ze zouden willen? Waarom kan iemand stoppen met roken en sporten aanleren maar niet ophouden met vloeken? Ik had meer van dit boek verwacht. Ik had willen leren over belemmerende factoren en het overwinnen van drempels. Maar de auteur weidt hier niet over uit en reikt geen handvatten aan voor het geval het op alleen ruggengraat niet lukt.

Martin Appelo vindt dat wij met zijn allen een hoog amoebisch gehalte hebben: type ‘hangt op de bank en komt pas in actie als het echt niet anders kan’. Even ter illustratie: dit staat op de eerste pagina van de inleiding. Om mij heen kijkend naar collega’s en vriendinnen, maar ook naar de sociale kringen van mijn jongere broertje en zusje zie ik maar erg weinig amoebes. Ik zie ambitieuze mensen, met hart voor de zaak, met doelen en dromen die niet eens de rust hebben om ook maar een half uurtje op de bank te hangen - tenzij ze echt ziek zijn.
Dus waar de auteur vervolgens beschrijft dat het boek een ontnuchterende werking heeft op idealisten, kan ik alleen maar verbaasd zijn over het cynisme in dit boek. Ik geef toe: dat had ik al kunnen afleiden uit de titel. Voor mensen die in wanhoop op zoek zijn naar de truc om te veranderen is dit boek geen aanrader. Ikzelf blijf liever pogingen doen om mijn gedrag te veranderen – dan maar onder de noemer dromer of idealist- dan te geloven dat gedragsverandering praktisch onhaalbaar is. Want daar zou ik pas echt een amoebe van worden.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden