Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
De onbewoonbare aarde - 'Kunnen we nog wat doen?'
6 maart 2020 | Elly Stroo Cloeck

Het is erger dan je denkt, veel erger. Dat klimaatverandering langzaam gaat, is een fabeltje. Evenals dat het alleen om de noordpool gaat, het alleen om zeespiegelstijging gaat, dat de rijken kunnen ontsnappen, dat fossiele brandstof nodig is voor economische groei, dat we er wel technologische oplossingen voor zullen vinden. Allemaal niet waar.

Bovenstaande is geen samenvatting van het boek De onbewoonbare aarde, van David Wallace-Wells, maar slechts een samenvatting van de eerste pagina ervan. Bam! Die komt binnen en zet de toon.

En het gaat verder: een andere misvatting is dat het gaat om afzonderlijke incidenten van natuurgeweld, dat orkanen, natuurbranden en dergelijke los van elkaar staan. Dat is niet zo, stelt de auteur, het gaat om kettingreacties. Als voorbeeld: opwarming zorgt voor het smelten van noordpoolijs, wat zorgt voor minder terugkaatsing voor zonlicht, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor minder CO2 opnamecapaciteit van de oceanen, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor het smelten van permafrost, wat zorgt voor het vrijkomen van CO2 en methaan, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor verminderde plantengroei, wat zorgt voor verminderde CO2 opname, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor meer natuurbranden, wat zorgt voor minder CO2 opname, wat zorgt voor snellere opwarming, wat zorgt voor warmere oceanen, wat zorgt voor minder zuurstof in die oceanen, wat zorgt voor minder fytoplankton in de zee, wat zorgt voor minder CO2 opname, .........Je begrijpt het wel, al op bladzijde 36 zit je niet meer voor de lol, maar wel heel geïnteresseerd te lezen. Geboeid is bepaald een understatement.

Het boek bestaat grofweg uit 3 delen. In het eerste, bepaald inktzwarte deel, lezen we over de huidige situatie, gebaseerd op veel statistieken. Heel leerzaam van dit deel is dat het duidelijk maakt wat de onderlinge afhankelijkheden zijn van alle ontwikkelingen, hoe het klimaatsysteem met alle feedbackloops (voor zover we weten dan) in elkaar zit.

Na de uiteenzetting van de kettingreacties, volgen in deel 2 een aantal kleinere hoofdstukken over de gevolgen: Hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, onnatuurlijke rampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde lucht, opwarmingsplagen, economische ineenstorting, klimaatconflicten en ‘systemen'. (Alles onderbouwd door onderzoeken, het register is dan ook 70 bladzijden dik.) In het hoofdstuk 'systemen', waarin de onderlinge afhankelijkheden nog eens worden toegelicht en onze kwetsbaarheid pijnlijk nauwkeurig in cijfers wordt uiteengezet, stelt de auteur: ‘als je het tot deze pagina hebt volgehouden, ben je een moedige lezer'. (Bedankt!, Krijg ik nu een beloning, misschien in de vorm van een oplossing, of een hoopvol perspectief?). Hij gaat nu nog eens stapje verder en geeft aan dat alles wat beschreven is, is gebaseerd op de huidige situatie, dus van 1 graad opwarming, en alleen de known knowns beschrijft. De unknown unknowns, of zwarte zwanen, kunnen nog wel eens veel erger zijn. Of minder, maar dat gelooft hij zelf duidelijk niet. Een van de onzekere factoren is onze reactie op dit alles. We hóéven niet door te gaan met verspillen en vervuilen.

Het derde deel beschrijft hoe we ermee omgaan, dit is wat filosofischer van toon met bijpassende voorbeelden en soms wat moeilijk te volgen zinsneden. Geen oplossingen, en ook geen hoopvol perspectief, helaas.

Hij geeft aan dat de ‘clifi' (climate fiction) van tegenwoordig misschien wel wat te simpel is (denk aan de film "The Day after Tomorrow"), en dat dit genre binnenkort overbodig is, want dan hebben we ‘the real thing'. Waarom horen we over die real thing niet wat meer van klimaatwetenschappers? Zij zijn terughoudend geworden omdat ze werden beschuldigd van alarmisme en fatalisme. Ook konden ze niet heel precies voorspellingen doen, en hielden dus, als echte wetenschappers, flink wat slagen om de arm. Daarnaast zagen ze wat al die kennis deed met hun collega's, die wanhopig werden van de toekomst, en willen ze niet dat de hele wereld in een depressie of burn-out terecht komt: want dan gebeurt er helemáál niets meer om het tij te keren. Hoop is een betere motivator. Of toch niet.....want we doen nu óók niets.

Het volgende hoofdstuk gaat onder andere over onze biases en andere denkfouten, die de naderende crisis vervormen. Genoemd worden het referentie-effect, ambiguiteitseffect (onzekerheid vermijden door genoegen te nemen met een ongunstig resultaat, we doen liever niets omdat er te veel mogelijkheden voor actie zijn), antropocentrisch denken (we kunnen het ons niet voorstellen dat de mensheid wel eens aan zijn eind kan komen), automation bias (bovenmatig vertrouwen in automatisering en algoritmen die de goede beslissingen wel zullen nemen), het omstandereffect (afwachten tot een ander iets doet), enzovoorts, enzovoorts. Heel boeiend en ja, het verklaart ook veel.

De bespiegelingen gaan verder over wie ‘er de schuld van gaat krijgen': na het slavernijverleden, komt straks het klimaatverleden van de westerse landen. Dat kunnen we vast niet met excuses afkopen, maar monetair gemaakt gaat het de draagkracht van ieder land ver te boven. Vervolgens filosoferen we verder over een voortzetting van de mensheid zonder lichaam: het digitaliseren en uploaden van de herseninhoud. Alleen voor de rijken, natuurlijk, zo'n upload gaat niet lukken met je pre-paid sim-kaart. Grappig, maar cru en food for thought.

De afsluiter is gebaseerd op de conclusie die Harari in Sapiens ook trok: we (de mensheid) zijn er met de agrarische revolutie, zo'n 12.000 jaar geleden, niet op vooruit gegaan, maar achteruit. Het ontstaan van de ‘beschaving' was ook het ontstaan van de klimaatcrisis, omdat we gingen leven in steden, industrialiseerden, en materiële welvaart tè belangrijk gingen vinden.

Zou het zo kunnen zijn dat èlke beschaving, waar dan ook in het heelal, door deze fasen heen gaat? Dat in het heelal, miljarden jaren oud, het tempo waarin beschavingen zichzelf (letterlijk) opbranden, zo hoog ligt, dat deze beschavingen elkaar dus nooit zullen tegenkomen? Hebben we daarom nog nooit een alien gezien? Is de ondergang van onze soort dan onvermijdelijk? Of kiezen we er gewoon voor?

Kunnen we nog wat doen, of is het te laat? Biologisch eten helpt niet, stelt de auteur. Stemmen wel. De politiek is een ethische verdriedubbelaar. Maar die moet dan wel eerst een zeer lange termijnvisie ontwikkelen. En voor Rusland en China zal de opwarming van de aarde op de korte termijn per saldo voordelen opleveren.....

Ben ik na het lezen van dit angstaanjagende boek nu fatalist geworden? Of klimaat-apathisch? Nope, misschien juist nòg gemotiveerder om aandacht voor het klimaat te vragen. En dat kan onder andere door je het boek De onbewoonbare aarde aan te raden....

Elly Stroo Cloeck is projectmanager en auteur bij ESCIA. Ze schrijft recensies en samenvattingen van managementboeken, verzorgt managementboek-gebaseerde permanente educatie èn is jurylid voor Managementboek van het Jaar 2020.


De onbewoonbare aarde - 'De boodschap is duidelijk'
17 mei 2019 | Sjors van Leeuwen

Het klimaat verandert sneller dan we voor mogelijk houden. De opwarming van de aarde is niet meer te stuiten met alle gevolgen van dien. Het is allang vijf over twaalf. Als we niet snel in actie komen staat ons een wereldwijde catastrofe te wachten. Volgens David Wallace-Wells koersen we af op De onbewoonbare aarde.

Het klimaat verandert snel en met enorme gevolgen. Als we niet snel in actie komen worden grote delen van de wereld in de nabije toekomst zo goed als onbewoonbaar. Dat is de noodkreet van historicus en schrijver David Wallace-Wells in het boek De onbewoonbare aarde. De gevolgen van de klimaatverandering en opwarming van de aarde (één graad warmer sinds het begin van de industrialisatie) zijn nu al overal zichtbaar. Orkanen, overstromingen, bosbranden, watertekorten, drooggevallen landbouwgronden en afbrokkelende ijsplaten komen steeds vaker voor en de gevolgen zijn steeds groter. Zomers worden heter, de aarde wordt op steeds meer plekken onbewoonbaar droog óf nat, diersoorten sterven massaal uit, klimaatoorlogen en klimaatvluchtelingen nemen toe (naar schatting 140 miljoen wereldwijd in 2050) en de zeespiegel stijgt gestaag door waardoor miljoenen mensen in hun bestaan bedreigd worden.

Om een idee te geven. Met het huidige tempo van zeespiegelstijging komen we in 2100 zónder verdere versnelling wereldgemiddeld uit op een stijging van circa 40 centimeter. We weten dat de opwarming nog wel even doorzet, en dus zal ook de zeespiegelstijging verder versnellen. Als we de wereldwijde uitstoot van CO2 niet verlagen én de ijskap van Antarctica al vóór de eeuwwisseling destabiliseert kan de zeespiegelstijging twee meter worden. Dat is binnen de huidige eeuw, binnen één generatie. Maar de zeespiegelstijging houdt niet op in het jaar 2100, zelfs als de opwarming dan is gestopt. Zeespiegelstijging komt traag op gang. Als de ijskappen eenmaal grootschalig afsmelten, kan het flink versnellen, en nog vele eeuwen doorgaan. Een zeespiegelstijging van enkele tientallen meters is al eens eerder voorgekomen. Kortom, de wereld wordt voor de komende honderden (duizenden) jaren niet meer zoals het was.

De onbewoonbare aarde bestaat uit drie delen. Het eerste deel gaat over de kettingreacties die door de klimaatverandering in gang worden gezet. Die zorgen namelijk voor een versnelling van de opwarming en een sterke toename van het aantal natuurrampen. Zo neemt het warmer wordende zeewater minder C02 op uit de lucht dan normaal. Dat versterkt het broeikaseffect. Door de stijgende temperatuur neemt het aantal bosbranden toe, worden ze groter en duren ze langer. Daardoor nemen de luchtvervuiling en de opwarming toe en neemt de C02 opname door (afgebrande) bossen af. De opwarming versnelt verder met als gevolg dat de ijskappen in versneld tempo afbrokkelen. Enzovoort.

In deel twee beschrijft de auteur de gevolgen, de facetten van chaos zoals hij het noemt. Al lezende word je daar niet blij van. Het lijkt alsof je een paar rampenfilms achter elkaar aan het bekijken bent. Dat heeft de auteur ook in de gaten als hij op pagina 172 schrijft: ‘Als je het tot deze pagina hebt volgehouden ben je een moedige lezer.’ De opwarming van de aarde leidt namelijk tot meer hittesterfte, honger, verdrinking, natuurbranden, niet natuurlijke rampen, slinkende zoetwatervoorraden, stervende oceanen, ongezonde luchten, opwarmingsplagen, economische ineenstortingen en klimaatconflicten. Gevolgen waar miljarden mensen in meer of mindere mate mee te maken krijgen, en vaak al hebben. Zo evacueerde de Indiase autoriteiten onlangs meer dan een miljoen mensen vanwege een naderende cycloon, kende California vorig jaar de dodelijkste en meest verwoestende bosbranden ooit, is zeker de helft van het koraal Great Barrier Reef dood of stervende en krijgen dolende nomadenstammen in Afrika steeds vaker ruzie met boeren over het gebruik van het weinige vruchtbare land dat overblijft.

Om de schade te beperken is in het Parijs-akkoord wereldwijd afgesproken om de temperatuurstijging tot het jaar 2100 met twee graden te beperken. Helaas, zo constateert de auteur, ligt nog geen enkel geïndustrialiseerd land op schema. Zo verstoken we op dit moment 80 procent meer kolen dan in 2000. Denk aan ‘klimaatkanselier’ Angela Merkel die van de ene op de andere dag besloot om de kerncentrales in Duitsland te sluiten omdat het haar politiek gezien goed uitkwam. Tellen we daar de groeicurve van China, India en Afrika bij op dan kan de temperatuurstijging wel eens (ver) boven die twee graden uitkomen. De ellende is volgens veel wetenschappers dan helemaal niet meer te overzien én niet te bevatten. Om maar iets te noemen, honderden steden zullen overstromen waaronder Miami, Shanghai en Hong Kong. De auteur wijst hierbij op klimaatongelijkheid. Het zijn de rijke westerse landen die met hun industrialisatie en consumentisme de opwarming van de aarde in gang hebben gezet c.q. hebben veroorzaakt en het zijn de relatief arme landen die het grootste deel van de klimaatrekening (gaan) betalen. De businesscase is volgens de auteur zo klaar als een klontje. De kosten van een energietransitie vallen in het niet bij de schade die de verdere opwarming van de aarde (nu al) met zich meebrengt.

Het derde en laatste deel heeft de titel De klimaatcaleidoscoop. Het bevat bespiegelingen over crisiskapitalisme, denkfouten in ons brein waardoor we maar niet in actie komen, de kerk van de technologie, consumptie als beleid, de geschiedenis na de vooruitgang en ethiek aan het eind van de wereld. De auteur sluit het boek af met de essentie van het antropische principe. Het idee dat er een nauw verband bestaat tussen ons mens-zijn en de eigenschappen van het heelal. Interessant in dit deel zijn onder andere de bespiegelingen van de auteur over het westerse kapitalisme, met het neoliberalisme en de eeuwigdurende belofte van groei en vooruitgang. Wat blijft daar van over als er geen vooruitgang meer is, maar stilstand of achteruitgang? Van de technologie moeten we het ook niet hebben, want een verhuizing naar Mars (leuk speelgoed voor de 1% rijken) of het grootschalig uit de lucht filteren van C02 (werkt alleen nog op de tekentafel) zijn volgens de auteur weinig realistisch.

In het boek De onbewoonbare aarde brengt de auteur de laatste wetenschappelijke inzichten samen. Het boek bevat 70 pagina’s met bronverwijzingen naar tal van onderzoeken, rapporten en cijfers. Vaak afkomstig van het IPCC, de onderzoeksorganisatie van de VN. De conclusie van het IPCC vormt de ruggengraat van alle voorspellingen en dit boek. Namelijk dat de aarde versneld opwarmt door toenemende broeikasgassen in de lucht en waarbij de wereldwijde C02-uitstoot de grote boosdoener is. Klimaatontkenners die aangeven dat we te maken hebben met een natuurlijke cyclus, en dat we als mens daar maar weinig invloed op hebben, worden door de auteur gedecideerd ter zijde geschoven. Natuurlijk is klimaatverandering van alle tijden, maar niet in de mate en snelheid waarin het de laatste vijftig tot honderd jaar gebeurt. De bewijzen stapelen zich op: de opwarming van de aarde, in dit tempo, is door óns veroorzaakt en de hoeveelheid CO2 in de lucht is daarbij de cruciale factor. Het geruststellende daaraan is volgens de auteur dat we er zelf dus ook iets aan kunnen doen. Moeten we wel snel zijn, want volgens de IPCC hebben we nog maar twaalf jaar om de CO2-uitstoot te halveren.

De boodschap van David Wallace-Wells in De onbewoonbare aarde is duidelijk: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger. Dat klimaatverandering langzaam gaat is een fabeltje – misschien wel net zo schadelijk als de bewering dat het klimaat helemaal niet verandert… Als we onze aanpak van het klimaatprobleem en onze manier van leven niet snel veranderen, zullen delen van de aarde door desastreuze ontwikkelingen in de nabije toekomst onbewoonbaar worden.’ En nu maar hopen, tegen beter weten in waarschijnlijk, dat al die wetenschappers er naast zitten, maar durven wij dat risico te nemen?

Sjors van Leeuwen is werkzaam als zelfstandig adviseur op het gebied van klantgericht ondernemen (CRM), strategie en marketing. Hij is auteur van verschillende boeken zoals CRM in de praktijk, Klant in de driver’s seat, Zorgmarketing in de praktijk, Power to the people, Hoe agile is jouw strategie? en Wendbare strategie op een A4. Sjors van Leeuwen is verder initiatiefnemer van Zorgmarketingplatform, hét kennisplatform voor marketing in de zorg.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden