Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
2 december 2014 | Marloes Hoekman

De voorkant van ‘Hoe ruikt verandering?’ – veelkleurige specerijen – en de combinatie met de titel zorgde bij mij voor nieuwsgierigheid. Want hoe ruikt verandering eigenlijk? De ondertitel (‘Het verstaan van veranderaars’) impliceert dat er bij verandering nog meer zintuigen komen kijken. Nieuwsgierig geworden door deze titels en de specerijen op de voorkant, begon ik het boek te lezen.

De auteurs beschrijven het belang van taal voor verandering: ‘rode draad in deze tekst is dat u – net als wij – voor het bewerkstelligen van verandering (of juist het voorkomen, vermijden, verhinderen daarvan) altijd en overal onvermijdelijk een beroep doet op taal; om te begrijpen, te beschrijven, te beoordelen en te beïnvloeden’. De auteurs benadrukken dat het boek geen stappenplan is voor verandering, maar dat ze de lezers willen aanmoedigen om zelf hun taalregisters uit te breiden.

Een mooi onderwerp, taal in combinatie met verandering. Als adviseur merk ik dat taal een ontzettend belangrijke rol speelt in het adviesvak. Uitspraken als ‘we moeten eerst draagvlak creëren door verschillende partijen te masseren’ en ‘de integraliteit en verticale aansprakelijkheid vanuit diverse onderdelen wordt geborgd door een genormaliseerde samenvoeging en ontsluiting van informatie’ kom ik vaak tegen. Soms werkt het, bijvoorbeeld in een politieke context, maar soms zorgt het ook voor behoorlijke weerstand.

Bovenstaande uitspraken uit mijn praktijk vind ik mooi aansluiten bij de ‘kretologiemixer’ die Terlouw en Van Twist beschrijven: in deze tabel hebben de schrijvers drie kolommen gemaakt met woorden die op iedere manier gecombineerd kunnen worden. Mooie voorbeelden zijn: ‘een geïntegreerde aansturing van constructivistische systeemmodellen’ of ‘een strategische koppeling van interactieve beleidsnetwerken’. Deze zinnen roepen volgens de auteurs de vraag op wat nu eigenlijk de rol is van vaktaal bij verandering. Want mocht er iets misgaan in het verandertraject… dan kunnen mensen zich (helaas) verschuilen achter dergelijke taal.

Wanneer je verder leest en in de laatste hoofdstukken terechtkomt, schetsen de schrijvers een manier waarop je tot een nieuwe taal komt voor verandering. De schrijvers kiezen enkele woorden uit en laten je zien hoe je deze woorden kunt oprekken zodat je er anders naar gaat kijken. Het woord ‘verbinden’ kun je bijvoorbeeld oprekken middels een paradox zoals ‘afstand scheppen om dichterbij te komen’. Als adviseur helpt je dit om goed na te denken over de woorden die je kiest in een verandertraject.

Kortom, dit boek kan ik aanraden aan adviseurs die willen oefenen met verschillende soorten taal voor verandering. Maar hoe verandering nu daadwerkelijk ruikt, is een vraag die de schrijvers in het midden laten liggen. Is het bijvoorbeeld de geur van het parfum van de volgende verandermanager? Of de geur van brandend rubber van gas geven en remmen tegelijk?

25 september 2014 | Louis Thörig

‘Hoe ruikt verandering?’ van Peter Terlouw en Mark van Twist gaat over de toepasbaarheid van verschillende taalregisters in al hun toonaarden om een verandertraject begrijpelijk en soepel te laten verlopen.

Als je met succes een verandering in een organisatie wilt doorvoeren, gebruik je als veranderaar enerzijds de taal en termen die management en medewerkers gewend zijn te spreken - de organisatietaal - en anderzijds pas je professionele vaktaal toe uit het verandermanagement of misschien zelfs je eigen taal als het nodig is om zaken te verduidelijken. Aan de hand van de ‘verstaanbaarheidsdriehoek’ waarbij meesterschap van de veranderaar (diverse taalregisters met elkaar kunnen verbinden) centraalstaat, werken de auteurs uit hoe je flexibel kunt schakelen tussen ‘professionaliseren’ (vaktaal leren), ‘socialiseren’ (de organisatietaal leren spreken), ‘theoretiseren’ (de organisatie onder woorden brengen), de eigen taal en de ‘context’.

Meesterschap in het licht van de ‘verstaanbaarheidsdriehoek’ vraagt om een benadering vol beweeglijkheid, die situatiespecifiek en telkens tijdelijk is. Of anders gezegd: de taalkeuze die goed werkt op het ene moment, kan heel anders uitpakken op een ander moment, ook in dezelfde context. Wanneer de bestaande taalregisters niet op elkaar aansluiten dan is er ruimte om voor de veranderaar een (eigen) tijdelijke taal te ontwikkelen om het veranderingsproces nog begrijpelijker te maken voor alle betrokkenen. Voor deze situatie hebben de auteurs een zesstappenplan ontwikkeld. Stap 1 is Woord zoeken. Als voorbeeld kiezen de auteurs vijf werkwoorden uit de veranderpraktijk om uit te werken: verbinden, versnellen, verbazen, stoppen en twijfelen. Stap 2 is Hertalen: Het contrueren van een woordwolk van synoniemen of een metafoor zoeken rond de eerdergenoemde werkwoorden. Stap 3 is Onder spanning zetten. Dit kan door een voorzetsel te plaatsen bij een woord uit de woordenwolk. Bijvoorbeeld niet, te veel, tegen, tussen en onder. Vervolgens kunnen we kijken welke speciale betekenis dat bepaalde werkwoord dan krijgt. Stap 4 is Modellen maken. Maak bijvoorbeeld een als-dan schema of een van-naar causaal model. Op die manier ontstaat een model waarbij een systeem aangaande het gekozen woord in beeld komt. Stap 5 is Van taal naar verhaal. Bij deze stap gaat het om een verhaal te construeren van de vijf werkwoorden die geselecteerd zijn. Taalhandelen is stap 6 en tevens de laatste stap om het taalregister - lees eigen taalgebruik - op te rekken om een eigen methodologie te ontwikkelen voor verandering.
De auteurs dagen de lezer in elk hoofdstuk ook uit met gedachte-experimenten en oefeningen.

In hun werkboek ‘Hoe ruikt verandering?’ met als subtitel ‘Het verstaan van veranderaars’ bieden Peter Terlouw en Mark van Twist de lezer inzichten om verschillende taalregisters te gebruiken en desnoods aan te passen bij een veranderingsproces.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden