Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
13 december 2011 | Amber Zwartbol

Als trainer kun je op de vraag of je ooit te maken hebt gehad met weerstand bij deelnemers helaas waarschijnlijk legio situaties bedenken waarin dat het geval is geweest. Deelnemers die niet willen, maar moeten. Deelnemers die zich afvragen waarom ze weer naar een zoveelste training zijn gestuurd. Deze deelnemers zijn er van overtuigd dat ze het allemaal al goed doen. Daar sta je dan als trainer: het is nog vroeg en je vraagt je af hoe je de dag gaat doorkomen. De Galan reikt in 'Trainingen ontwerpen haar lezers verschillende werkvormen aan om deelnemers hun pijn te laten ervaren.

Glijbaan
Deze deelnemers ervaren geen 'pijn', zoals de Karin de Galan dat noemt. En 'pijn', dat is toch de beste motivator om iets te leren. Niet al te veel pijn, dat kan deelnemers angstig maken. Pas wanneer een deelnemer ergens last van heeft zal er de behoefte tot leren ontstaan.

De Galan reikt haar lezers verschillende werkvormen aan die je als trainer kunt inzetten om deelnemers hun pijn te laten ervaren. Deze werkvormen noemt ze 'de glijbaan'. Door haar deelnemers van de spreekwoordelijke glijbaan af te laten glijden en ze tijdens deze 'rit' bij de fasen 'confronteren', 'reflecteren' en 'introduceren' te begeleiden, laat ze de deelnemers hun eigen pijn ervaren en daarmee hun leerbehoefte ontdekken.

Didactisch model van De Galan
Voordat je echter je deelnemers van de glijbaan kunt laten gaan, moet je een goed programma hebben. Wellicht een open deur zou je denken, maar De Galan laat in 'Trainingen ontwerpen' zien wat de kracht van een goede training in is en wat een valkuil kan zijn.

Een goed ontwerp start bij de diagnose van de praktijk. Aan de hand van een mooi geïllustreerd diagnosemodel kun je de lastige situatie (de pijn), het huidige gedrag met het negatieve effect en het gewenste positieve effect in beeld brengen. Wanneer het diagnosemodel is gevuld, werk je stap voor stap de training verder uit. De Galan kiest ook hier weer voor een beeldende beschrijving: een trap. De drie treden van de trap zijn 'uitleg', 'tussenoefening' en 'kernoefening' en worden achterstevoren ingevuld. Oftewel: nadat je het diagnosemodel hebt vormgegeven, ga je opdrachten en werkvormen bedenken, de kernoefening, waarmee de cursisten kunnen oefenen om het nieuwe gedrag aan te leren en ze daarmee te voorzien in hun leerbehoefte.

Het pad tussen de glijbaan (willen leren) en de uiteindelijke kernoefening (kunnen leren) wordt geïllustreerd als een dal. 'Kill your darlings' houdt De Galan de lezer voor wanneer je moet kiezen welke modellen je wilt gebruiken in de training.

Stap voor stap neemt De Galan je mee door alle fasen van het ontwerpen van een training. Zoals Bob Ross, je kent hem waarschijnlijk wel als 'die schilder van tv', je kan laten voelen dat je over dat paadje loopt, of onder de waterval door die hij ter plekke op het doek zet, zo kan De Galan je als lezer laten voelen wat ze schrijft.

Illustraties
De beeldende schrijfstijl van De Galan wordt ondersteund door grappige en treffende illustraties van Maaike Blom en elk hoofdstuk wordt afgesloten met een prachtig getekende checklist die dient als samenvatting.

Het knappe van Blom is dat ze in een paar ogenschijnlijk simpele tekeningen de kern van de inhoud weet te raken. Als 'toegift' krijgt de lezer een uitvouwbare plattegrond met daarop alle tekeningen verzameld, die samen het didactisch model van De Galan vormen. Deze hangt intussen boven mijn bureau ter inspiratie!

Niet meer wegleggen
De Galan heeft met de herziene druk van haar boek 'Trainingen ontwerpen', opnieuw een mooi en bruikbaar document afgeleverd. Daar waar de eerste editie uit 2007 naar eigen zeggen werk in ontwikkeling was, is deze herziene versie duidelijker en meer gestructureerd. Het model heeft een kop en een staart en is wat mij betreft een must have' 'voor elke (startende) trainer. Ze heeft het talent om haar enthousiasme over en ervaring met het trainersvak in simpele en duidelijke taal over te brengen aan haar lezers en weet te boeien van de eerste tot en met de laatste letter.

8 augustus 2007 | Marjan Grootveld

Met onwillige honden is het kwaad hazen vangen, en met onwillige mensen is het al niet anders. Wie sceptisch of zelfs met tegenzin aan een training deelneemt, zal er weinig van opsteken. Een goede trainer zoekt daarom manieren om de deelnemers maximaal bij het thema en het leerproces te betrekken. Het ouderwetse 'Dan máák je maar zin' is bij de meesten van ons weinig effectief. Wat dan wel? Trainer en coach Karin de Galan maakt in haar boek 'Trainingen ontwerpen' de vergelijking met de tandarts die ons met enig wroeten wel degelijk pijn laat voelen, gevolgd door het verlangen om iets aan die pijn te doen.

Pijn, stelt De Galan, is de beste garantie dat deelnemers na de training iets gaan doen met het geleerde. 'Pijn' is bijvoorbeeld stress op het werk, irritatie, zware vermoeidheid of, vanuit werkgeversperspectief, bovengemiddeld ziekteverzuim. Allemaal negatieve effecten van bepaald gedrag in een bepaalde situatie. De clou van een succesvolle training is dan ook dat de deelnemers juist gedrag oefenen dat in die specifieke situatie het beoogde positieve effect sorteert, en vooral dat ze, al tijdens de oefening, succes ervaren. Waar pijn ons namelijk motiveert tot veranderen, helpt succes ons om op de ingeslagen weg voort te gaan. Haar boek 'Trainingen ontwerpen' illustreert hoe je deelnemers verleidt tot leren door op hun pijn en verlangen in te spelen, en hoe je ze een successpiraal kunt laten doorlopen.

De Galan stelt dat je het succes van een training voor een groot deel kunt plannen, of het nu gaat om de motivatie van de groep of de vaardigheden van de trainer. 'Trainingen ontwikkelen' is een vervolg op 'Trainen, een praktijkgids' (uit 2003), maar gaat er praktisch gezien aan vooraf met veel stappenplannen en checklists. Een van de aspecten die dit boek zo sterk maakt, is de toepasbaarheid. Grote woorden als succes, pijn en verlangen worden geconcretiseerd aan de hand van genuanceerde voorbeelden. Ook legt elk hoofdstuk de lezer een aantal opdrachten en stellingnames voor, voorzien van duidelijke antwoorden en overwegingen, waarbij De Galan zowel de belangen van trainers als die van deelnemers in het vizier houdt. Een ander sterk aspect is dat dit boek het hele traject beslaat van het intakegesprek tot en met de verankering en evaluatie van het geleerde. Inderdaad valt dit alles onder een goede voorbereiding.

Bij de intake aan de hand van haar diagnosemodel bespreekt De Galan bijvoorbeeld de situatie waarin je als trainer vaststelt dat de opdrachtgever een probleem benoemt dat, in tegenstelling tot wat de opdrachtgever stelt, niet aan het gedrag van de medewerkers toe te schrijven blijkt. In zo'n situatie zal een training die gedragsverandering beoogt, het probleem niet oplossen en moet je dus niet gaan trainen. De Galan nodigt haar lezers in zo'n passage uit tot dezelfde gezonde assertiviteit die uit het hele boek spreekt. Een assertiviteit die niet wegneemt dat je als trainer natuurlijk wel voortdurend met je hart bij de deelnemer moet zijn om hem complimenten te geven en tips voor effectiever gedrag te kunnen aanreiken.

'Trainingen ontwerpen' bevat een groot aantal cases en oefeningen, waarbij de auteur volop rekening houdt met mogelijke gevoeligheden bij de deelnemers. Voor mij zeer herkenbaar is bijvoorbeeld de dringende raad om het woord 'rollenspel' te vermijden. Bij diverse werkvormen moeten deelnemers elkaar observeren en vervolgens vertellen wat ze gehoord en gezien hebben. Het vergt heel wat van een trainer om dit zo voor te bereiden en te begeleiden dat de relevante observaties over iemands gedrag en het effect daarvan op een constructieve en doeltreffende manier worden uitgesproken. Ook hiervoor doet het boek goede aanbevelingen. Leuk zijn verder de voorbeelden van 'liefdevol roddelen' binnen het intervisiegesprek, en van plagen als middel om goede voornemens te verankeren. Het is verleidelijk om veel uit het boek te citeren, omdat De Galan zowel deskundig, stimulerend als plezierig schrijft, maar u kunt het beter zelf lezen. En vervolgens in praktijk brengen.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden