Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
30 juni 2015 | Nanon Soeters

‘De kracht van platformen’ van Maurits Kraaijeveld gaat over nieuwe strategieën om te werken met platformorganisaties. Het spreekt vanzelf dat innovatie en digitalisering hierbij steeds terugkerende begrippen zijn. De uitgever, het Rathenau-instituut, brengt hiermee voor het eerst ook de economische gevolgen in kaart van de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die zij normaal gesproken volgen en bespreekbaar maken in het politieke debat. De opzet is duidelijk wetenschappelijk, de taal toegankelijk. Het eindigt met bruikbare handvatten voor zowel bedrijven als overheden.

In mijn praktijk als trendwatcher houd ik in de economische veranderingen in de samenleving natuurlijk ook de platformorganisaties in de gaten. Dat Maurits Kreijveld een heel boek, ‘De kracht van platformen’ aan dit onderwerp wijdt, leek mij een fijne verdieping van mijn kennis. Want wat zijn nu eigenlijk platforms? En zijn ze allemaal wel zo positief, sociaal en innovatiegericht als de techno-optimisten altijd doen voorkomen?
Het boek blijkt een gedegen studie van het fenomeen platform te zijn. Onder de paraplu van het Rathenau Instituut heeft een keur aan wetenschappers zijn/ haar licht laten schijnen over het fenomeen in het algemeen en op de verschijningsvormen en toepassingen op vijf terreinen in het bijzonder: appstores, de zorg, 3d printing, crowdfunding en aardappelveredeling.

Het boek is de weerslag van een wetenschappelijk onderzoek en ook als zodanig opgebouwd: probleemstelling, deelonderzoeken, conclusies. Voor de drukbezette manager die gewend is van internet te lezen, waarbij je steeds kunt doorklikken waar je verdieping wilt, is dit misschien even wennen. Als je echter door de vorm heen kijkt, zie je een gedegen studie, waarin het fenomeen diepgaand beschreven wordt. De trends die worden aangehaald zijn relevant en worden helder uiteengezet voor mensen die zich niet dagelijks met deze materie bezighouden. Door de uitgebreide beschrijving is het boek een goede basis voor professionals die zich willen oriënteren op dit onderwerp. Zowel voor bedrijven die overwegen platforms te initiëren, als voor overheden die proberen platformen te reguleren.

Al lezende ontdek je vanzelf waar de gaten in je kennis zitten. Een eyeopener voor mij was bijvoorbeeld de andere kant van platformen: de strategisch door grote bedrijven ingezette labachtige platforms waar technologieën die nog in ontwikkeling zijn de concurrentie met elkaar aan gaan. Een bedrijf als Google kan daar dan de meest veelbelovende technologieën of toepassingen uitpikken.

Aan de cases heeft een twaalftal internationale wetenschappers meegewerkt. Dat levert interessant leesvoer op, als je de tijd hebt. Als aardappelveredeling niet je natuurlijke voorkeur heeft, sla je deze al gauw over. Toch brengt elke case nieuwe bouwstenen.
Ik zou daarom graag een leeswijzer voegen bij het boek: lees de inleiding, de conclusies, de case die aansluit op je vakgebied en een case die helemaal niet aansluit. Op die manier kun je het beste uit dit boek halen. (In geval van zomervakantie en tijd, kun je altijd de andere drie cases nog bestuderen).

In het concluderende hoofdstuk maken de schrijvers een voorzichtig begin met een typologie van platformen. Dit schreeuwt wat mij betreft om meer uitwerking in een vervolgpublicatie. Voor bedrijven geven de schrijvers in dit hoofdstuk tien bruikbare vuistregels om een (economisch) succesvol platform te bouwen. Het is een goede checklist om te starten en als je al bezig bent, om je bij de les te houden.

Overheden bieden ze tien handelingsopties om platformen te stimuleren en te reguleren. De meest interessante daarvan vind ik nr 3: ‘Word zelf een platform(provider) op terreinen als zorg, sociale zekerheid en veiligheid en faciliteer bedrijven en burgers om hierop nieuwe diensten en toepassingen te ontwikkelen‘. Als de overheid dit eens aan zou durven, dan zou de toekomst er een stuk beter uit zien!

2 juni 2015 | Sjors van Leeuwen

Het draait tegenwoordig om innoveren, concurreren, samenwerken en co-creatie. Toonaangevende bedrijven als Apple, Google, Facebook en Airbnb doen dit succesvol door de inzet van ‘platformen’. Dat is de boodschap van futuroloog Maurits Kreijveld in het boek ‘De kracht van platformen’.

Dit boek is het resultaat van twee jaar onderzoekswerk naar nieuwe vormen van innovatie door het Rathenau Instituut en het gebruik van platformen daarbij. Aan het boek werkten verschillende wetenschappers en gastauteurs mee. Kreijveld schreef eerder het boek 'Samen slimmer' over de toepassing van co-creatie en zelforganisatie in de samenleving.

De wereld verandert in een steeds hoger tempo, vooral omdat alles digitaal wordt. Ontwikkelingen buitelen over elkaar heen: 3D-printing, drones, robotisering, internet of things, nanotechnologie, elektrische auto’s, etc. Ontwikkelingen die exponentieel, radicaal en disruptief kunnen zijn voor iedere sector en iedere organisatie. Die boodschap is niet nieuw. Wel nieuw is het antwoord op de vraag: hoe kun je hier met succes op inspelen en hoe doen toonaangevende bedrijven dat?

De auteurs onderzochten de innovatiestrategieën van bedrijven als Apple, Google, Airbnb en Uber. Hoe werken ze samen met andere partijen? Hoe zetten ze technologie in en hoe betrekken ze buitenstaanders en klanten bij innovatie? Hoe brengen ze nieuwe producten en diensten op de markt? Hoe organiseren ze dit netwerk van spelers met vaak tegengestelde belangen? Denk aan Apple, Google en Samsung die zowel innig samenwerken als elkaar zwaar beconcurreren. De auteurs keken vooral naar drie aspecten: de technologie, de manier van samenwerken en de economische dynamiek, ofwel de onderliggende businessmodellen en verdienmodellen.

Het antwoord dat de auteurs vonden was het platformconcept. Een nieuw strategisch bedrijfsconcept waarmee trendsetters succesvol innoveren en optimaal inspelen op snel veranderende omstandigheden. De auteurs verstaan onder een platform het volgende: ‘de gemeenschappelijke basis van technologieën, technologische, economische en sociale regels en afspraken (zoals standaarden) waarop meerdere spelers samen kunnen innoveren en aanvullende technologieën, producten of diensten ontwikkelen’.

Een wat abstracte omschrijving, maar het voorbeeld van Apple maakt veel duidelijk. Apple ontwikkelde zich de afgelopen jaren van een productleverancier (van o.a. iMac en iPod) tot een platformprovider van muziek (iTunes) en mobiele toepassingen (apps). Kenmerkend voor zo’n platform is de driehoeksverhouding tussen de platformprovider zoals Apple, samenwerkingspartners en aanbieders zoals muziekmaatschappijen en app-ontwikkelaars en consumenten in de rol van afnemers. Deze integratie van hardware, software, toepassingen en marktplaats is een succesvol voorbeeld van een platformstrategie, aldus de auteurs. Het boek laat zien dat er platformen zijn in alle soorten en maten, van open tot gesloten, en dat de rol van ‘platformregisseur’ op vele manieren ingevuld kan worden.

Het boek begint met een inleidend hoofdstuk over ontwikkelingen, trends, de makersbeweging en het ontstaan van platformen. In de hoofdstukken daarna passeren vijf domeinen de revue, waarbij er sprake is van disruptieve innovaties met behulp van platformen: appstores (the winner takes it all), sensoren (dataplatformen in de zorg), 3D-printen (platformen in de maak), crowdfunding (meer dan geld) en aardappelveredeling (oude eigenheimers in de puree). In ieder hoofdstuk wordt gekeken naar de ins- en outs van het platform, betrokken partijen, sterke en zwakke kanten, succesfactoren, verdienmodel, waar het platform nu staat en welke kanten het kan opgaan. Dat is bij alle platformen nog onduidelijk, want de toekomst laat zich niet voorspellen. Het boek sluit af met conclusies, vuistregels en een aantal intermezzo’s over energie, logistiek en journalistiek.

Het boek is uiterst actueel. Het beschrijft belangrijke ontwikkelingen en geeft een mooi kijkje in de keuken van diverse toonaangevende bedrijven. Het geeft een goed beeld hoe bedrijven ‘platformen’ (kunnen) inzetten voor innoveren, concurreren, samenwerken en co-creatie en wat ons de komende jaren nog meer staat te wachten. Je merkt aan het taalgebruik en de soms abstracte formuleringen dat de auteurs een wetenschappelijke insteek hebben. Dat komt de leesbaarheid niet altijd ten goede, de schrijfstijl had vlotter gekund.

Het boek sluit naadloos aan op het boek ‘Exponentiele organisaties’ van Salim Ismail en Yuri van Geest. Want veel van de exponentiële organisaties die in dat boek beschreven worden, gebruiken het platformconcept om exponentieel te groeien. Het boek lijkt me vooral geschikt voor managers, beleidsmakers en adviseur die zich bezig houden met strategie en innovatie.

28 januari 2015 | Robert Buisman

‘De kracht van platformen’ van Maurits Kreijveld e.a. gaat in op de veranderende wereld en digitale platformen daarbinnen. Een boek met een hoge actualiteitswaarde, temeer omdat ingegaan wordt op het succes van bedrijven als AirBnB, Apple, Google en Uber die op het zakelijk toneel nieuwe spelregels schrijven. Een onderwerp om serieus te nemen. Hoe serieus kunnen we het boek hierover nemen? En wat heb je eraan als je zelf aan de innovatieknoppen zit of innovatieprocessen aanstuurt?

Het eerste dat opvalt bij ontvangst van het boek is de mooie afwerking. Op de foto in de webshop zou je het niet zeggen, maar zowel de voorkant als het binnenwerk getuigt van een hoge mate van vakkundigheid. Alleen de symboliek achter de illustratie op de cover is mij niet duidelijk. De afgebeelde modules komen rigide op mij over, alsof ze in vaste blokstructuren gebakken zijn en dat is juist iets dat we in de dynamische digitaliserende wereld met toenemende onderlinge verbindingen ontstegen zijn.

Desalniettemin is de vakkundigheid aan de buitenkant een afspiegeling van de vakkundigheid van de inhoud. De onderzoekers en auteurs van het Rathenau Instituut waar de auteur aan verbonden is, hebben hun werk zorgvuldig uitgevoerd. Als lezer krijg je een gedegen inzicht in platformtechnologie en de maatschappelijke en economische betekenis ervan voor innovatieprocessen.

Het boek geeft kennis en verdieping en maakt dat er ‘kwartjes gaan vallen’. Temeer vanwege het aanhalen van voorbeelden van bedrijven die we allemaal kennen, zoals Apple, Google, Samsung, Nokia, maar ook UPS en het Nederlandse Shapeways.

Het boek gaat over innovatiedynamiek. Centraal staat het ‘krijgen van inzicht in de complexiteit en verwevenheid van de onderlinge relaties tussen de spelers in ecosystemen en de uitdagingen die dat oplevert voor samenwerken, concurreren en regulering.’ Het boek beschrijft de werking van waardenetwerken die traditionele waardeketens vervangen - dan wel er aanvullend op zijn.

Interessant om te lezen is hoe binnen sommige van deze netwerken dezelfde partijen op de ene bouwsteen elkaars business partner zijn en op het andere met elkaar concurreren. Het samenvallen - convergeren - van sectoren en markten door digitalisering, maar ook big data en sensortechnologie en de daaruit voortvloeiende voedingsbodem voor innovatie is een belangrijk gegeven in dit boek.

Belangrijk in de definitie van een platform (die door de auteurs zorgvuldig wordt omschreven) is een voornamelijk open karakter waar andere partijen de mogelijkheid hebben om op te ontwikkelen. Het gaat erom dat er daadwerkelijk bovenop bestaande lagen ontwikkeld kan worden. Zoals je een eigen app kunt maken die draait op Apples iOS. En waar anderen dan weer op kunnen aanhaken met een app die met jouw app verbonden is. De waarde-uitwisseling vindt op meerdere niveaus plaats en ook dat wordt door de auteurs helder en schematisch toegelicht.

Naast de technologie, worden economische en sociale componenten van platformen beschreven. Dat de auteurs platformen zelfs beschrijven met een term als sociotechnische coördinatiemechanismen is slechts een voorbeeld voor de vele mooie termen die laat zien dat het schrijversteam wetenschappelijk georiënteerd is. Het beschrevene is zonder meer interessant, maar soms kreeg ik het gevoel dat meer beknopte zinnen van minder abstractieniveau de leesbaarheid ten goede zouden zijn gekomen.

Wat een innovatiemanager vooral zal aanspreken is de uitleg rondom de werking van platformen, toegelicht met voorbeelden vanuit verschillende domeinen. Dat lijkt op het eerste gezicht wat onwennig, maar het geeft juist de kern van de platformgedachte aan, omdat ze volgens dezelfde principes werken, zoals aandacht voor beide kanten van een platform (vrager én aanbieder), convergentie van marktpartijen, samenwerking binnen ketens, disruptieve principes en nieuwe verdienmodellen.

Als lezer krijg ik het gevoel dat het boek voornamelijk geschreven is vanuit een overheidsperspectief. Beleidsmakers en bestuurders binnen (semi-)publieke organisaties zullen het boek waarderen vanwege de zorgvuldigheid waarmee het is samengesteld en het brede perspectief dat wordt aangeboden. De manager in een commerciële organisatie zal, naar ik verwacht, vooral de inleidende, één of twee diepgaandere hoofdstukken en het gedeelte over crowdfunding interesseren. Selectief er doorheen dus.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden