Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties - 'Aanrader'
10 januari 2018 | Annett Keizer

Eindelijk is er een boek dat glashelder vertelt hoe vreselijk mis het kan zijn in organisaties. Hoe niet alleen de top en management, maar ook medewerkers zelf de boel soms zo frustreren dat de werksfeer grondig wordt verpest.

De grote vraag is natuurlijk wat je daaraan doet. Vanuit zijn kennis van de orthopedagogiek heeft Joost Kampen daar een geheel eigen visie op. Hij trekt een vergelijking tussen verwaarloosde organisaties en verwaarloosde kinderen, waarvan de ouders geen structuur bieden en verzuimen om hun kinderen adequaat te begeleiden. Geen gekke vergelijking omdat gedoe op de werkvloer meestal wordt veroorzaakt door volwassenen die zich gedragen als verwende kinderen of vervelende pubers.

Toen ik het boek voor het eerst in handen had, bekroop mij een gevoel van onbehagen. Een heftige titel en zwart-wit foto op de kaft van een totaal verouderde en verloederde kantoorruimte. Maar al bij het openslaan van het boek valt de heldere, frisse indeling op. Een logische opbouw van analyse tot interventiemethode, beschreven met vrolijke, rode tussenkopjes. Het boek bestaat uit vier delen, waarbij deel I en II je als lezer meenemen in het herkennen van verwaarlozing in organisaties. Aan de hand van voorbeelden, als de organisatiecrisis bij het GVB, bij een grote gemeente, bij een energiemaatschappij, schetst Kampen erbarmelijke toestanden op de werkvloer waarbij je je afvraagt hoe het ooit weer goed kan komen. Gelukkig geeft hij daar in deel III en IV handvatten voor. Met name de laatste twee delen van het boek zijn bedoeld voor (externe) veranderaars, die tips en adviezen krijgen over hoe te interveniëren en hoe overeind te blijven tijdens het interventieproces.

Al lezend kom je er achter dat de titel precies vertelt waar het boek over gaat: leren wat je moet doen wanneer het in organisaties langdurig ontbreekt aan sturing en begeleiding van de organisatieontwikkeling. De ondertitel: ‘lessen uit de geleefde werkelijkheid, laat zien dat verwaarlozing in organisaties vaker voorkomt dan we vermoeden of onder ogen zien. Ook de auteur geeft aan dat de diagnose van verwaarlozing vaak lastig is te herkennen omdat er vooral iets níet gebeurt. Hij geeft voorbeelden van organisaties waarbij het ontbreekt aan leiding en structuur; waar mensen elkaar niet aanspreken of elkaar niet aanvoelen of ingaan op wat een ander doet of zegt; waar verantwoordelijkheid ontbreekt. Met deze criteria in het achterhoofd herken ik al snel praktijksituaties uit eigen ervaring en van mensen om mij heen.

“Op teamniveau interveniëren is vele malen effectiever dan

strategische vergezichten en standaard trainingsprogramma’s.”

Vanuit zijn analyse over wat verwaarlozing in organisatie inhoudt, beschrijft Kampen zijn manier van aanpak om de orde weer te herstellen. Zijn methode klinkt eenvoudig en logisch. Ten eerste sluit je aan bij op de ontwikkelingsfase van dat moment. Vervolgens zorg je dat ieder zijn rol weer pakt en ga je ‘normaal doen’, dat wil zeggen: praten met elkaar. Tot slot is het cruciaal om te focussen op haalbaarheid en om de leiding de organisatie ook echt weer te leiden. Kampen is daarbij geen fan van een ‘vrije, blije opvoeding’. Hij is wars van zelfsturende teams, als die hun verantwoordelijkheid niet aankunnen. Terecht gelooft hij ook niet in positieve en trendy managementoplossingen als het echt niet lekker loopt in de organisatie. Volgens hem onderschatten veranderaars de invloed van de directe sociale context op het individu. In plaats van weg te dromen met Appreciative Inquiry of procedurele oplossingen als Scrum en Agile, kun je bij structurele verwaarlozing je beter focussen op de processen van groepsdynamica in de organisatie. Zijn methode gaat dan ook uit van de verwaarlozende driehoek: patronen van schadelijke interactie als het gaat om destructieve organisatieontwikkeling, destructief leiderschap en destructief medewerkerschap.

Het lezen van dit boek overtuigde mij, als communicatiecoach, nog maar weer eens hoe cruciaal het is om effectief met elkaar te communiceren op de werkvloer. Om elkaar aan te spreken en je rol te pakken, zeker als leidinggevende, in plaats van je ogen te sluiten en te wachten tot ‘gedoe’ overgaat. Wat dat betreft raad ik alle directies, teammanagers, interne coaches, HR-adviseurs en OR-leden aan om dit boek te lezen voordat er sprake is van verwaarlozing. Zoals Kampen zegt: ‘Wees maar verschillig naar elkaar toe. Mensen verantwoordelijk houden voor hun eigen gedrag is normaal en nodig.’ Met andere woorden, elkaar aanspreken en opvoeden blijft essentieel om succesvol samen te werken.

Annett Keizer is communicatiecoach en –trainer. Met Keizer&Co helpt ze professionals en teams in organisaties hun communicatieve vaardigheden te versterken.

Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties - 'Compleet en doordacht'
14 november 2017 | Han van der Pool

Ik vind Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties een prachtig boek en een aanrader voor managers en consultants. Het boek is een waardig vervolg op het in 2014 door de Orde van Organisatieadviseurs bekroonde boek Verwaarloosde organisaties.

Het nieuwe boek behandelt de casuïstiek van organisaties waar het aan sturing en begeleiding ontbreekt en waar de relatie tussen leiding en medewerkers ernstig is verstoord. Volgens de auteur is er nog steeds weinig onderzoek gedaan naar de relatie tussen organisatiestructuur en het verschijnsel van mismanagement of wangedrag. Managers zijn soms geneigd met de laatste bedrijfskundige hypes mee te gaan. Dit is natuurlijk altijd goed voor consultants en adviesbureaus. Geloofwaardige en simpele organisatiemodellen zijn een lucratieve business. De pijn die bij het uitrollen van de laatste trends ontstaat wordt door het management onderschat. Vaak wordt het afgedaan als weerstand tegen verandering.

Joost Kampen behandelt in zijn boek veel praktijkvoorbeelden van destructieve organisatieontwikkeling. De verwaarlozing in een organisatie heeft soms een lange geschiedenis, waarin fusies en reorganisaties met regelmaat een grote rol spelen. Het zorgt ervoor dat de organisatie niet meer ontwikkelt en dat veel verbeterinitiatieven herhaaldelijk stil komen te liggen. Joost Kampen beschrijft de giftige driehoek: destructieve organisatieontwikkeling, destructief leiderschap en destructief medewerkerschap. De zelfgecreëerde instabiliteit creëert de beleving van bedreiging en negatieve waarden. Dit met autoritair leiderschap als gevolg. Dat maakt de cirkel rond en er ontstaat een verslaving aan reorganisatie.

Het boek laat feilloos zien dat gemakkelijk meegaan met managementhypes, bijna altijd veelbelovend en met een hoog panaceekarakter, voor de organisatie heel vaak ernstige averechtse effecten heeft. Politieke spelletjes en persoonlijke overlevingsstrategieën voeren dan de boventoon. De analogie met verwaarloosde gezinnen ligt voor de hand. Verwaarlozing van organisaties vindt natuurlijk niet met opzet plaats. Het kan heel geleidelijk gaan doordat bijvoorbeeld het bestuur jaren achtereen in beslag wordt genomen door groeiplannen, fusies, aandeelhouders, inspecties en andere ambities of externe verwachtingen. De aandacht voor mensen in de eigen organisatie ontbreekt en de wederkerige relatie tussen leiding en medewerker komt in het geding. Het boek behandelt een scala van interventies. De interventies dienen allereerst om het alledaagse organisatieleven te normaliseren. Deze aanpak is geënt op de orthopedagogische aanpak van gezinnen waarin verwaarlozing aan de orde is.

Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties is een compleet en goed doordacht boek, waarin zowel aandacht is voor de theorie als de praktijk. Ik nomineer het boek voor een nieuwe bekroning.

Han van der Pool is een zeer ervaren talent ontwikkeling professional. Zijn expertise is te herleiden tot kennis uit de vakgebieden arbeids- en organisatiepsychologie, organisatiekunde en projectmanagement, aangevuld met ruim vijfendertig jaar ervaring als talentmanager, trainer/coach en adviseur in het bedrijfsleven. Zijn missie is een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van organisaties door het mobiliseren van het menselijk potentieel.

Management Summaries - Leren intervenieren in verwaarloosde organisaties
27 oktober 2017 | Bert Peene

In zijn boek Verwaarloosde organisaties. Introductie van een nieuw concept voor organisatieprofessionals (uit 2011) introduceerde Joost Kampen de theorie van de verwaarloosde organisaties.

Een verwaarloosde organisatie is een organisatie waarin het langdurig ontbreekt aan sturing en begeleiding van de organisatieontwikkeling als gevolg waarvan patronen van schadelijke interactie tussen leiding en medewerkers ontstaan. Zo’n organisatie heeft hierdoor moeite belangrijke ontwikkelingstaken te vervullen. In zijn nieuwste boek, Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties, verrijkt hij die theorie met wetenschappelijke kennis over de schaduwkanten van het functioneren en veranderen van organisaties, iets waarvoor tot nu toe weinig aandacht is in opleidingen en in de literatuur. Hij presenteert daartoe het model van de verwaarlozende driehoek, dat uit drie samenhangende elementen bestaat: destructieve organisatieontwikkeling, destructief leiderschap en destructief medewerkerschap. Het model maakt inzichtelijk hoe patronen van schadelijke interactie ontstaan, welke dynamiek ze vertonen en hoe zij zichzelf in stand houden. Nieuw in dit boek is ook de aandacht die Kampen schenkt aan de groepsdynamica, met name aan destructieve processen in groepen en teams. Het team speelt, als kleinste groep binnen een organisatie, namelijk een belangrijke rol als aangrijpingspunt voor het begin van verandering van het alledaagse organisatieleven. Kampens nieuwste boek beschrijft niet alleen een verdere ontwikkeling en detaillering van het concept van de verwaarloosde organisatie, maar biedt ook een verdere uitwerking van manieren en stappen van interveniëren. De belangrijkste les die hij de lezers wil meegeven, is dat veranderen altijd in de hier-en-nu-situatie moet plaatsvinden. Pas wanneer iedereen ‘normaal’ doet, kan de blik voorwaarts worden gericht.

Dit is een ingekorte versie van de summary van Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties. De gehele samenvatting kunt u lezen in de oktobereditie van Management Summaries. Meer informatie en een speciale proefdownload van Management Summaries vindt u op deze pagina.

Verwaarloosde organisaties
20 september 2017 | Bert Peene

Met het fenomeen verwaarloosde kinderen zijn we (helaas) al jaren bekend, maar dat je ook van verwaarlozing kunt spreken als het over organisaties gaat, is de verdienste van Joost Kampen, die het concept in 2011 in zijn gelijknamige boek introduceerde. In Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties (‘Lessen uit de geleefde werkelijkheid’) werkt hij het concept, dat in brede kring waardering kreeg, verder uit met nieuwe wetenschappelijke kennis en casuïstiek.

Een verwaarloosde organisatie is een organisatie waarin het langdurig heeft ontbroken aan sturing en begeleiding van organisatieontwikkeling. Als gevolg daarvan zijn er schadelijke patronen van interactie tussen leiding en medewerkers ontstaan. In een verwaarloosde organisatie ontbreekt het dus aan leiderschap, maar dat is niet het enige. Behalve van destructief leiderschap is er namelijk ook sprake van een destructieve organisatie en destructief medewerkerschap, schrijft Kampen; verwaarlozing is een probleem van het hele systeem. Om de samenhang tussen deze elementen te benadrukken, presenteert hij in zijn nieuwste boek het model van de verwaarlozende driehoek. Het maakt inzichtelijk hoe patronen van schadelijke interactie ontstaan, welke dynamiek die patronen veroorzaken en hoe die patronen zichzelf in stand houden.

De drie elementen bepalen ook in belangrijke mate de hoofdstructuur van het boek. Nadat Kampen voor de lezers die het concept niet kennen, nog eens in het kort de essenties van een verwaarloosde organisatie heeft uitgelegd, gaat hij uitvoerig in op de vraag wat de literatuur te melden heeft over destructieve organisatieontwikkeling, destructief leiderschap en destructief medewerkerschap. Weliswaar wordt ieder element uitvoerig toegelicht met voorbeelden uit zijn eigen adviespraktijk, maar het theoretisch kader is toch minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker. Zijn boek is namelijk voortgekomen uit wat hij ‘academisch adviseren’ noemt. Kampen bedoelt daarmee het actief op zoek gaan naar relevante wetenschappelijke kennis om organisatievraagstukken te analyseren en te duiden, het inzetten van die kennis om effectiever te interveniëren en te reflecteren op de effecten van die interventies.

Hij neemt hiermee stelling tegen de werkwijze die voor veel organisatieadviseurs, interimmanagers en andersoortige veranderaars gemeengoed is en die Anton Cozijnsen en Willem Vrakking ook al eens aan de kaak stelden: ‘Verandermanagers kijken nog te veel naar hun eigen ‘beste’ aanpak,’ schrijven zij in hun Basisboek veranderkunde (uit 2013). ‘Of die aanpak ook voor elke situatie de juiste is en hoe die wordt onderbouwd, daar is onvoldoende aandacht voor.’ Kampen schaart zich achter die onderzoekers die constateren dat er weinig onderzoek is gedaan naar oorzaken en gevolgen van destructief leiderschap en naar schadelijk gedrag in organisaties en handelt bij de door hem waargenomen verschijnselen van verwaarlozing als een wetenschapper die voor het bestuderen ervan op zoek gaat naar wat daar al over bekend is in de literatuur.

Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties is bedoeld als tutorial, een methode voor kennisoverdracht die met name gekenmerkt wordt door het gebruik van voorbeelden uit de praktijk. Die zijn er, zoals gezegd, voldoende; niet alleen aan het eind van ieder hoofdstuk, maar ook in specifieke how-to hoofdstukken als ‘Methode voor organisatieontwikkeling vanuit een probleemsituatie’ en ‘Het interventierepertoire’. Wat Kampen zijn lezers vooral wil leren, is dat iedere vorm van idealisme in verwaarloosde organisaties vooralsnog taboe is. Voordat leidinggevenden en medewerkers in staat zijn een waardevolle bijdrage te leveren aan dromen over een gewenste toekomst, een populaire interventie voor veel veranderaars, zullen de onderlinge verhoudingen eerst genormaliseerd moeten worden. Iedereen moet weer ‘normaal’ gaan doen en de verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage aan de organisatiewerkelijkheid nemen. Pas daarna kun je gaan bouwen; stapje voor stapje, aansluitend bij wat de Russische psycholoog Vygotsky ‘de zone van de naaste ontwikkeling’ noemde; geen grote, overhaaste stappen dus.

Kampens theorie is een belangrijke bijdrage aan alles wat in de loop der jaren over organisatieontwikkeling gepubliceerd is. Zijn eerste boek, Verwaarloosde organisaties (het proefschrift uit 2011), werd destijds niet voor niets door de Orde van Organisatieadviseurs uitgeroepen tot boek van het jaar. Dat neemt niet weg dat er ook de nodige kritiek is geuit. Op zijn opvattingen over professionele autonomie en zelfsturing bijvoorbeeld of zijn keus voor de orthopedagogiek als referentiekader – je zou het gedrag van kinderen niet kunnen vergelijken met dat van volwassenen in een organisatie. Dat neemt niet weg dat zijn theorie nieuwe woorden geeft en een mogelijke verklaring voor verschijnselen die zich in organisaties voordoen en waarvoor ‘beproefde’ interventies niet werkten. Verwaarlozing is sinds een aantal jaren een thema dat ook in organisatieontwikkeling serieus genomen wordt en dat is de verdienste van Joost Kampen.

Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties - Kloek en doorwrocht
1 september 2017 | Nico Jong

In veel organisaties is de relatie tussen leidinggevenden en medewerkers ernstig verstoord. Zij negeren elkaar en weten niet meer hoe zij echt contact kunnen maken. Zij maken zich dan alleen nog druk over de inhoud van hun werk of verschuilen zich achter politieke spelletjes.

Joost Kampen concludeert dat er dan sprake is van ‘verwaarloosde organisaties’ en in 2011 publiceert hij er het boek Verwaarloosde organisaties over. Dit vult hij nu aan met een praktijkleerboek Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties.

Verwaarlozing is het gevolg van het langdurig ontbreken van structuur en aandacht voor menselijk functioneren van en in organisaties. Het organisatieleven raakt geleidelijk ontregeld en de organisatie is niet meer in staat om zich te ontwikkelen. Kampen trekt parallellen tussen opvoedingsstijlen en leiderschapsstijlen. Hij onderzoekt welke invloed de sociale context in de organisatie heeft en hoe mensen reageren op het ontbreken van verwachtingen, begrenzing en waardering. Kortom, wat er is misgegaan in de ontwikkeling van de organisatie.

In deel 1 van zijn nieuwe boek behandelt de auteur de essenties van wat een verwaarloosde organisatie is, hoe we die kunnen herkennen en wat we dan moeten doen. Ook gaat hij in op de dynamiek binnen verwaarloosde teams. Deel 2 bevat een verbreding en verdieping van veranderkundige kennis over verwaarloosde organisaties. De hoofdstukken concentreren zich rond de verwaarlozende driehoek: destructieve organisatieontwikkeling, destructief leiderschap en destructief medewerkerschap. In het derde deel komt leren interveniëren aan bod. Hier staat het principe van sociaal leren centraal, waarbij het helpt het proces aan de voorkant te ontwerpen en structureren, de rollen van de actoren in te vullen en interventies te kiezen. Kampen biedt bewust geen standaard interventierepertoire, maar een manier om tot interventies te komen juist omdat er geen recepten zijn die altijd werken. In het laatste deel reikt de auteur veranderaars een model aan om praktijk en wetenschap te combineren.

Tien jaar werken met het concept van verwaarloosde interventies levert een kloeke en doorwrochte handreiking voor veranderaars op om zelf te leren interveniëren in organisaties waar de ontwikkeling is vastgelopen en zowel leiderschap als medewerkerschap destructief geworden zijn. De kracht van het boek zit in de combinatie van praktijkervaring in de geleefde werkelijkheid met veranderkundige en wetenschappelijke inzichten. Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties kan helpen de verstoorde relaties tussen managers en medewerkers te herstellen en rust in de organisatie te brengen.

Nico Jong is senior adviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden