Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Lean leiders zijn vooral cultuurbouwers
4 april 2017 | Bert Peene

Lean is al geruime tijd ‘hot’ en dat is geen wonder. De organisatie die voor Lean kiest, wacht immers een lonkend perspectief: operational excellence ofwel optimale klantwaarde tegen de laagst mogelijke kosten. Geen ‘waste’ meer; wie wil dat nou niet, zeker als je bedenkt dat een kleine dertig procent van alle bedrijfskosten al sinds jaar en dag als vermijdbaar wordt beschouwd. Daarom zijn inmiddels wereldwijd ontelbaar veel organisaties druk doende hun bedrijfsprocessen ‘slank’ te maken en afscheid te nemen van alles wat geen waarde toevoegt voor de klant. Dat wil zeggen: zo zien ze het zelf graag.

Volgens Philip Holt, hoofd Operational Excellence and Accounting Operations bij Philips en een alom gewaardeerd Lean-deskundige, is de realiteit echter anders. In zijn boek Leidinggeven aan lean transformaties (‘Leading with Lean’) toont hij zich uitermate sceptisch over de staat van Lean Management. Te veel organisaties zijn vooral gecharmeerd van het idee de kosten te minimaliseren, schrijft hij. ‘LEAN’ blijkt in de praktijk vaak een acroniem dat staat voor Less Employees Are Needed. Lean blijft dan beperkt tot incidentele Kaizen-projecten, Scrums en andere werkvormen die tot doel hebben de wendbaarheid van de organisatie te vergroten, maar operational excellence bereik je daarmee niet. Lean is namelijk een filosofie die herkenbaar moet zijn in alles wat in een organisatie gebeurt. Lean is geen aspect van de organisatiecultuur; het ís die cultuur.

Holt ziet in het ontwikkelen hiervan een belangrijke rol weggelegd voor Lean Leadership en omdat er in ‘het brede landschap van het Lean boekenaanbod’ nog geen boek te vinden was dat specifiek over leidinggeven aan lean te vinden was, besloot hij zijn ervaringen met ‘leading with lean’ in een mondiale organisatie op papier te zetten. Het resultaat is ‘een gids voor de leider die echt meer wil doen dan simpelweg de Lean tools toepassen en Kaizen events houden.’ Natuurlijk zijn die belangrijk, maar een echte organisatietransformatie is toch het resultaat van een betekenisvolle interventie in het gedrag van medewerkers op elk organisatieniveau, met name op het niveau van de leiders.

De kern van Holts betoog wordt gevormd door het Lean leiderschapsmodel. Dit model is feitelijk een venndiagram (grafische voorstelling van de logische relaties tussen meerdere verzamelingen- red.) waarin vier leiderschapsstijlen elkaar gedeeltelijk overlappen: Leiderschap Activisme, Zichtbaar Leiderschap, Mosquito Leiderschap, en Coachend Leiderschap. In het kort komen deze stijlen erop neer dat de Lean leider in het speelveld staat en het goede voorbeeld geeft, de hele organisatie met het Lean gedachtegoed infecteert en als coach optreedt voor iedereen die serieus probeert zijn gedrag te veranderen in de richting van de uitgangspunten van Lean.

Lean leiderschap is geen sinecure, dat wordt maar al zeer duidelijk. Hoe optimistisch de toonzetting van Holts boek ook is, hij laat er geen twijfel over bestaan dat er heel wat organisaties zijn waarin eigenlijk niemand zit te wachten op een gedreven Lean Leader. Een Lean Leader is vaak een eenzame violist. Holt verwijst met die metafoor naar een experiment van de Washington Post in 2007 dat Joshua Bell, een van de beroemdste violisten ter wereld, gevraagd had enkele nummers te spelen op een metrostation in de stad. Drie dagen daarvoor had Bell nog in een uitverkochte Symphony Hall in Boston gespeeld, maar in de metro liep nagenoeg iedereen hem voorbij. Iedereen had het te druk om te blijven staan luisteren. Dat kan je ook zo maar overkomen als leiding geeft aan een Lean Transformatie, schrijft Holt: je bent een expert op het gebied van Lean denken, je bent wellicht in staat de organisatie te helpen van wereldklasse te worden, maar niemand heeft tijd om echt naar je te luisteren.

Holt wil met zijn boek alle Lean leiders de ondersteuning bieden die zij nodig hebben om ervoor te zorgen dat de organisatie waar zij werken ‘hun melodie hoort en de kansen herkent die een nieuwe manier van denken en werken voor de businessperformance brengt’. Een praktijkgids dus met een duidelijk beeld van de meest voorkomende voetangels en klemmen en dito richtlijnen hoe hiermee effectief om te gaan; geïllustreerd met talloze voorbeelden uit de praktijk. En daarin is hij wat mij betreft prima geslaagd. Anderzijds ben ik er niet zo zeker van dat hij hiermee Lean leiders (in spé) ook werkelijk voldoende toerust voor hun taak. Als er iets is wat in zijn boek duidelijk naar voren komt, is het wel dat de organisatiecultuur de belangrijkste succesvoorwaarde is voor operational excellence; Lean Leadership houdt dus ook in dat je een cultuurbouwer moet zijn. Jammer genoeg ontbreekt dat element in Holts Lean leiderschapsmodel, of het zou de stijl van ‘Mosquito leiderschap’ moeten zijn. Het kan in elk geval geen kwaad dat iedere leider die zich (verder) wil bekwamen in Leading with Lean zich ook eens verdiept in de literatuur over de professionele leergemeenschap. Daar wordt die rol namelijk met zoveel woorden genoemd: een leider is een architect, een educator én een cultuurbouwer.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden