Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Liefde voor leren - Geheel herziene editie - 'Bij uitstek geschikt'
5 februari 2018 | Wendy Dubbeld

In organisaties is volop differentiatie in leren te vinden. Om leer- en ontwikkelings-professionals te helpen deze beter te duiden en benutten, schreef Manon C.P. Ruijters het boek Liefde voor Leren.

Ze introduceert in de 2e herziene editie de ‘Language of Learning’, die draait om drie gedachtenlijnen: het landschap van leren, de leervoorkeuren en denkgewoonten. Deze gedachtenlijnen licht de auteur uitgebreid toe met behulp van achterliggende theorieën, handvatten voor gebruik en casuïstiek.

Met de 2e herziene editie van Liefde voor Leren beoogt Manon C.P. Ruijters een gemeenschappelijke taal voor leren te definiëren, de zogenoemde ‘Language of Learning’. Ze richt zich met name tot organisational learning (OL) professionals: organisatieadviseurs, trainers, coaches, opleiders en human resource development professionals. Haar uitgangspunt is dat leren in organisaties veel differentiatie kent en dat het dus voor OL-professionals belangrijk is om een gemeenschappelijke taal rondom leren te hebben. De auteur beschrijft het gedachtengoed van de Language of Learning aan de hand van drie gedachtenlijnen: 1. leerlandschappen, die beschrijven op welke wijze een organisatie leert en zich ontwikkelt, 2. leervoorkeuren, de voorkeuren voor de context waarin leren plaats vindt en 3. denkgewoonten, de wijzen waarop gedachten in leerprocessen vorm gegeven worden.

Het boek is een herziene editie; een geactualiseerde en meer praktisch hanteerbare versie van het boek dat tien jaar geleden verscheen. Zelf ben ik niet bekend met de eerste versie en wat mij in eerste instantie vooral opviel, is de lijvigheid van het boek. Als managementadviseur en student lees ik regelmatig zowel management- als studieboeken. Dit boek heeft voor mij qua vormgeving, structuur en diepgang meer weg van een studieboek dan een managementboek. Het beslaat inclusief bijlagen ruim 500 pagina’s waarin de auteur veel aandacht besteedt aan uitleg van de achtergronden van het boek en de Language of Learning. Ze gaat in op de wetenschappelijke basis die zij voor de verschillende onderdelen hiervan heeft gebruikt, de toepasbaarheid van de begrippen en ze beschrijft praktijkcasussen. Een proefschrift vormde ooit de basis van het boek, wat de vele verwijzingen naar wetenschappelijke theorieën verklaart. De wetenschappelijke basis en de zorgvuldigheid waarmee het boek is geschreven, dragen bij aan het gevoel van robuustheid. Juist die robuustheid maakte voor mij dat ik soms moest schakelen om van de theoretische en wetenschappelijk onderbouwde hoofdstukken te gaan naar die over de praktische toepasbaarheid, aangezien deze laatste vooral om de persoonlijke ervaringen van de auteur draaien. Tegelijkertijd kan ik me voorstellen dat deze opzet heel bruikbaar is voor OL-professionals, juist door de gepresenteerde combinatie van theorie en praktijk.

De auteur maakt in haar praktijk gebruik van leerscans die in de bijlagen zijn opgenomen en die ook online (www.leerscan.nl) staan. Ze bespreekt de uitkomsten uit de scans in de hoofdstukken over casuïstiek, waarbij ze ook handvatten biedt voor het inrichten van leer- en ontwikkelinterventies met behulp van de inzichten uit de scans. In de hoofdtekst gaat ze jammer genoeg niet in detail in op de inhoudelijke vragen in de scans zelf en hoe deze tot stand zijn gekomen. Mede om die reden raad ik aan om de scans in de bijlagen of online door te nemen, aangezien dit naar mijn mening bijdraagt aan een beter begrip van de gepresenteerde casussen.

Liefde voor Leren is bij uitstek geschikt voor OL-professionals die op zoek zijn naar meer diepgang en onderbouwing bij het uitwerken van leer- en ontwikkelinterventies. Laat je niet afschrikken door de lijvigheid van het geheel; de auteur combineert haar grondigheid met een prettig leesbare schrijfstijl en veel praktijkvoorbeelden. Bovendien is het boek zo gestructureerd, dat je als lezer door de delen kunt ‘zappen’ en je op je eigen interessegebieden kunt richten. Door deze opzet te kiezen, faciliteert de auteur ook met haar eigen boek differentiatie in leren.

Wendy Dubbeld is Management Consultant bij DubbelDwars Advies en schrijft deze recensie op persoonlijk titel. Ze is lid van de Orde van Organisatiekundigen en –Adviseurs (Ooa).

Liefde voor leren - Herziene editie - Eerbiedwaardig en erudiet
19 september 2017 | Nico Jong

Ruim tien jaar geleden verscheen Liefde voor leren, het proefschrift van Manon Ruijters waarin zij de diversiteit van leren bespreekbaar maakte voor het leren en ontwikkelen van individuen en groepen.

Mensen, teams en organisaties leren op een eigen manier en daarom kunnen we leren en ontwikkelen niet voor iedereen en voor elk vraagstuk op dezelfde manier organiseren en faciliteren. Om leerinterventies effectief te laten zijn, is inzicht nodig in het type vraagstukken, in voorkeuren van leren en in wat wel en niet ontwikkelbaar is. Leren en ontwikkelen zijn heel sterk in beweging. Reden genoeg voor Ruijters om een geheel herziene editie van haar oorspronkelijke boek uit te brengen.

De wereld is complex en onvoorspelbaar geworden en leren daardoor belangrijker en meer divers. Leren is van oudsher kennis overdragen van de ene mens op de andere. Tegenwoordig gaat leren echter ook over kennis delen, nieuwe inzichten ontwikkelen, innovaties tot stand brengen, over wat tussen de regels door – impliciet – gebeurt, over met en van elkaar leren en over nieuwe perspectieven als leren van de toekomst en transformatief leren. Daar hoort ook een nieuwe taal over leren bij. Leren moet worden gedifferentieerd naar de diversiteit onder de medewerkers van organisaties in plaats van eenheidsworst voor allen. Manon Ruijters reikt daar de Language of Learning voor aan, een taal die variëteit in leren als kern heeft en die het mogelijk maakt de verschillen te benoemen en te gebruiken.

Organisaties zijn er niet altijd goed in om leren op een passende manier te organiseren. Dat kan het voor medewerkers onnodig zwaar, vervelend of saai maken, terwijl het juist belangrijk is dat zij liefde voor leren ontwikkelen. De positieve psychologie laat namelijk zien dat liefde voor leren het geluk van mensen versterkt. Naast de positieve psychologie staat het sociaal constructivisme centraal in het boek. Dat laatste gaat vooral over de manier waarop mensen naar de werkelijkheid kijken, met als uitgangspunt dat er geen objectieve waarheid is, maar wel verschillende perspectieven op de werkelijkheid. Het is dus zaak die verschillende perspectieven op te zoeken – ook die op leren – in plaats van ze te negeren. Verder benadrukt het constructivisme dat leerprocessen sociaal zijn en dat zij het beste resultaat opleveren als zij actief construerend, in een authentieke context en in samenwerking georganiseerd worden. Daarnaast brengt de auteur meer dan 25 jaar praktijkervaring met leren en ontwikkelen in.

Het formele leren en ontwikkelen van mensen is in en om organisaties is sterk uitgebreid met het informele leren. Een breed scala aan werkvormen geeft daar vorm aan. Volgens de auteur ligt stagnering op de loer, omdat we het overzicht kwijt zijn. Oude inzichten worden steeds sneller vervangen door nieuwe, die op zich nauwelijks de kans krijgen te beklijven. Het gaat er juist om zowel oude als nieuwe opvattingen allemaal te zien als puzzelstukjes van het geheel. Alle opvattingen hebben waarde, maar het is de kunst te weten wanneer wat, voor wie werkt om het leren en ontwikkelen eenvoudig en effectief in te richten. Manon Ruijters wil met haar boek een taal bieden om orde in de puzzelchaos te scheppen, waarmee opdrachtgevers, gebruikers en opleiders elkaar beter leren verstaan. Liefde voor leren is een omvangrijke handleiding voor leren en ontwikkelen, die zich niet plat laat slaan in een recensie. Een eerbiedwaardig en erudiet werk, toegankelijk geschreven. Het boek doet recht aan de diversiteit van de complexe samenleving, maar is door zijn omvang minder geschikt voor lezers die op zoek zijn naar snelle hapklare brokken.

Nico Jong is senior adviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

5 juni 2007 | Marjan Grootveld

Vorige week ben ik er weer ingetrapt: onze ondernemingsraad had besloten om een dag samen op cursus te gaan en nu bespraken we de mogelijke cursusonderwerpen. We hebben dus het 'hoe' (een dag cursus, met z'n allen, met externe begeleider) voorrang gegeven boven het 'wat' van onze leerdoelen. Dat zouden we volgens Manon Ruijters moeten omdraaien en daar heeft ze gelijk in.

Ruijters begint haar omvangrijke en gedreven proefschrift 'Liefde voor leren' met tien uitgangspunten betreffende leren. We noemen er een paar: de 'wat-vraag' stuurt altijd de 'hoe-vraag', elke organisatie leert anders, en verschillende interventies zijn effectief in verschillende vraagstukken, bij verschillende mensen. Belangrijk is ook dat leren heel wat meer is dan opleiden. Dit zijn beginselen die goed passen bij de ambitie om een taal te ontwerpen die de diversiteit van leren zichtbaar en beter bespreekbaar maakt. Manon Ruijters (Twijnstra Gudde) en Robert-Jan Simons (Universiteit van Utrecht) ontwikkelen deze 'Language of learning' om meer duidelijkheid te verkrijgen in de keuze van leerinterventies, ten bate van de ontwikkeling van mensen in organisaties en van de organisaties zelf.

Dat is geen geringe ambitie en het is ook geen eenvoudig boek. Het onderdeel van de 'Language of learning' waar ik het best mee uit de voeten kan, betreft de leervoorkeuren. De auteur beschrijft twee studies die zijn uitgevoerd naar het 'Situgram': een vragenlijst die ingaat op de context waarin een individu graag leert. Tot deze context behoren bijvoorbeeld kennisbronnen, mensen om al dan niet mee samen te werken, maar ook aspecten waaraan men zich bij het leren ergert. De antwoorden op de vragen zijn gerelateerd aan vijf leermetaforen. Als u zich bijvoorbeeld bij leeractiviteiten sterk ergert wanneer alles dichtgetimmerd is, bent u op dit punt een 'Ontdekker', terwijl grote ergernis over te weinig kennis van zaken op een 'Kennisverwerver' wijst. Met het achter in het boek opgenomen 'Situgram' kunt u zelf nagaan hoe deze en andere metaforen ('Oefenen', 'Participeren', en 'Kunst afkijken') uw leervoorkeuren typeren.

Volgens de auteur is het boek bestemd voor 'Organisational Learning'-professionals, en dat is iedereen die bezig is met leren in en om organisaties. Daarnaast richt de 'Language of learning' zich op managers en individuen die hun eigen leren beter willen vormgeven. Op dit punt ga ik niet met de auteur mee, want ik vind dat dit proefschrift niet in deze vorm op de markt had moeten verschijnen. Hoewel Ruijters over het algemeen duidelijk en persoonlijk schrijft, verwacht ik dat het boek voor een flink deel van de doelgroep te omvangrijk en te academisch is. En hoewel het systematisch is opgezet, worden sommige begrippen pas uitgelegd wanneer ze voor de tweede keer aan de orde komen. Het onorthodox ingerichte en inconsequente trefwoordenregister helpt hier niet bij.

In plaats van dit proefschrift zou ik graag lezen hoe in de praktijk van organisaties en leeradviseurs de belangrijke concepten leeroriëntaties, leerlandschap, leervoorkeuren en denkgewoontes samenhangen en hoe hieruit volgt welke interventies passen bij een specifiek vraagstuk in een specifieke organisatie. Aan het proefschrift ligt weliswaar gebruikersonderzoek ten grondslag, maar dat is nu nog beperkt tot het valideren van afzonderlijke concepten en de bijbehorende instrumenten. Voor meer ervaring met het integreren van bouwblokken is eenvoudigweg meer tijd nodig. Manon Ruijters maakt er ook geen geheim van dat de taal nog niet voltooid is: het boek 'Liefde voor leren' besluit dan ook met de oproep om bijdragen te leveren. Bijdragen die hopelijk uitmonden in even sterk gemotiveerd maar handzamer en toepasbaar vervolgboek.

30 mei 2007 | Gertjan de Groot

Het barst van de gemeenplaatsen over leren, zoals: leren doe je in een veilige omgeving. Of: voor leren heb je afstand nodig van je dagelijkse werkzaamheden. Of: leren is een cyclisch proces (Kolb). Leren wordt veelal gelijk gesteld met opleiden. Geen van deze clichés staan na lezing van het boek 'Liefde voor leren' nog overeind. Manon Ruijters heeft een verleidelijk boek geschreven omdat zij niet alleen vertelt wat de uitkomsten van haar onderzoek naar leren zijn, maar je ook meeneemt op haar ontdekkingsreis om daar te komen.

'Liefde voor leren' is prettig geschreven en slaagt er in om de verbinding tussen alle leertheorieën en de toepassing daarvan in de praktijk tot stand te brengen. 'Liefde voor leren' gaat een belangrijke bijdrage leveren om leren uit het verdomhoekje van opleiden te krijgen.
Ruijters is ervan overtuigd dat zowel individuen als organisaties altijd leren. Debatten over de lerende organisatie zijn aan haar dan ook niet besteed. Door leren te beperken tot kennis verwerven of oefenen, wordt geen recht gedaan aan de diversiteit van leren. Nieuwe leervormen bereiken de praktijk nauwelijks, omdat de taal daarvoor ontbreekt. Vandaar dat Ruijters een 'nieuwe' taal heeft ontwikkeld: 'the language of learning'. Deze taal kent drie loten of lagen: leerlandschappen, leervoorkeuren en denkgewoonten.

Het leerlandschap zegt iets over hoe organisaties leren, leervoorkeuren en denkgewoonten over hoe individuen leren. Ruijters schetst een oer-Hollands leerlandschap met eilanden, bruggen, polders en zeeën. Het leren van professionals start op één van de drie eilanden: praktiseren (impliciet leren door de dagelijkse praktijk te verbeteren), onderzoeken (opdoen van kennis), of creëren (leren om producten en diensten te maken). De ontwikkeling van organisaties wordt geremd doordat de eilanden te weinig worden verbonden. Bruggen bouwen en inpolderen helpen om de verschillende manieren van leren te verbinden. Polders zijn duurzamer en bruggen doelgerichter. Het leerlandschap is vooral een diagnose-instrument om zicht te krijgen op het leren van de organisatie. Opvallend is dat dit instrument ontstaan is vanuit de leeroriëntatie van de professional en niet op die van organisaties, zoals Wierdsma en Swieringa in hun boek 'Lerend organiseren' doen. Zij onderscheiden aanlerende, belerende, aflerende, doorlerende en lerende organisaties. In hun opvatting is het eerder het type organisatie dan het type professional dat bepaald of er leren plaats vind. Zij delen de stelling van Manon Ruijters dat er altijd geleerd wordt door individuen, maar zijn voor wat organisaties betreft een andere mening toegedaan. Collectief leren in de klassieke bureaucratie (de belerende organisatie) verloopt volgens hen uiterst moeizaam.

Leervoorkeuren maken inzichtelijk in wat voor soort situaties individuen het beste leren. Ruijters vat ze samen in vijf metaforen, waarbij kennis verwerven en oefenen van oudsher geassocieerd worden met leren. De andere drie zijn: de kunst afkijken, participeren, en ontdekken. Iemand met een ontdekkende leervoorkeur maakt geen verschil tussen leren tijdens een opleiding en leren in het leven, leren doe je dan namelijk altijd. Het door Ruijters ontwikkelde 'situgram' maakt je leervoorkeuren snel inzichtelijk. Op basis van de leervoorkeuren van de deelnemers kan een 'leer'traject voor een organisatie ontworpen worden.

Denkgewoonten ten slotte verklaren het gemak of ongemak rond leren. Gewoonten - het woord zegt het al - gaan over hoe je gewend bent te leren (niet over of je wel of niet kan leren). Het gaat om cognitieve verschillen. Ruijters onderscheidt drie denkgewoonten: constructie (het vormen van hypothesen), interactie (zoeken naar alternatieven bij anderen), en reflectie (tijd nemen om er op een afstand naar te kijken). Managers zullen over het algemeen hoog scoren op constructie, en rechters en accountants bijvoorbeeld juist laag. In hun werk is het belangrijk zich te conformeren aan de vastgestelde regels. Dit maakt het voor hen lastig om een leidinggevende positie te gaan bekleden, omdat daarin juist een groot beroep wordt gedaan op de constructieve denkgewoonte. Met het 'cognigram' wordt de verhouding tussen je denkgewoontes snel in kaart gebracht. Uit haar eigen onderzoek blijkt dat er geen drie maar van zes denkgewoontes zijn. Enigszins luchtig stapt Ruijters over deze uitkomt heen met de woorden: 'Valide of niet, een test zet in het algemeen aan tot denken.' Een wat vreemde conclusie, want haar kritiek op Kolb's leercyclus is juist dat die empirisch niet onderbouwd is. Ruijters ziet - anders dan Kolb - leren niet als een cyclisch proces. Leren kan op elke plek beginnen en de drie denkgewoonten lopen op een willekeurige manier in elkaar over.

Ik heb slechts drie kanttekeningen bij dit overigens voortreffelijke en inspirerende boek. Ten eerste beperkt 'Liefde voor leren' zich (een beetje impliciet) tot het leren van professionals en de organisatie waarin zij werken. Ruijters stelt nogal hoge eisen aan die professionals. Zij moeten werkzaam zijn in en leren van de praktijk, kennis en inzichten uitbreiden door de eigen professie gericht te onderzoeken en praktische en theoretische inzichten uitdragen en daarmee zowel hun professie en de organisatie verder helpen. Kortom: je bent pas een professional als je een leergierig soort adviseur als Ruijters zelf bent. Dat lijkt mij een nogal extreme eis voor de gemiddelde professional. Ten tweede: haar eigen liefde voor leren maakt Ruijters blind voor mensen (en organisaties) die níet willen leren, dat wil zeggen mensen die gemotiveerd worden door andere zaken bijvoorbeeld door macht. Ten derde gaat Ruijters voorbij aan het inzicht dat collectief leren in werksystemen plaatsvindt. Maar als ik Ruijters goed inschat, zal zij deze drie kanttekeningen in liefde ontvangen om er van te leren.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden