Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Risicoleiderschap - Hét boek over risico en veiligheid van 2018
15 februari 2019 | Carsten Busch

De tegenstelling van ‘managen’ en ‘leiden’ is min of meer een klassieker binnen de managementwetenschappen. Een bekend citaat hierover wordt toegeschreven aan managementlegende Peter Drucker: ‘Management is doing things right; leadership is doing the right things.’

Hier kunnen we op allerlei manieren uitleg aan geven. Een van de mogelijke benaderingen is dat we ‘managen’ vooral met regels en administratieve en bureaucratische zaken verbinden. Managen gaat dan over het maken en uitvoeren van plannen, het daarover rapporteren, indicatoren verzamelen, auditen en hokjes afvinken.

Bang voor fouten

Vanuit dat raamwerk is er een redelijke kans dat we eerder bang zullen zijn fouten te maken. We proberen eerder risico’s te beperken dan te nemen en schuwen waarschijnlijk innovatie. In het verlengde hiervan kunnen we managen zien als relatief defensief, relatief statisch en misschien niet helemaal klaar voor de uitdagingen van de moderne wereld. De moderne wereld kunnen we immers karakteriseren als in hoge mate vertakt en onderling verbonden, complex, interactief en dynamisch.

Vandaag VUCA

Vanuit een managementoogpunt zal men streven naar orde en stabiliteit, maar dat is vooral een illusie. Het is een antwoord op vragen die er steeds minder zijn. Waar we tegenwoordig mee te maken hebben is VUCA - Volatility, Uncertainty, Complexity en Ambiguity (vluchtigheid, onzekerheid, complexiteit en ambiguïteit), aldus Martin van Staveren in zijn nieuwe boek Risicoleiderschap. Als alternatief voor de meer traditionele en in veel gevallen niet meer dekkende aanpak van risicomanagement, biedt Van Staveren een nieuwe benadering: risicoleiderschap.

Vier hoofdstukken

Het boek bestaat uit vier hoofdstukken:

1. Waarom risicoleiderschap?

2. Wat is risicoleiderschap?

3. Hoe werkt risicoleiderschap?

4. Tools en Tips voor Risicoleider

Het eerste hoofdstuk beschrijft in vrij duidelijke termen de noodzaak voor risicoleiderschap vanuit de kenmerken van de moderne wereld. En hoe het conventionele managen van risico’s tekortschiet om dit aan te kunnen. De afsluitende paragraaf heeft dan ook de wat provocerende titel Het Einde van de Risicomanager.

Hoofdstuk twee is gewijd aan het verklaren van wat risicoleiderschap is – een op zich nieuwe term die je tot nu toe slechts sporadisch in de literatuur tegenkomt. Van Staveren doet dat door de term eerst te decomponeren in de afzonderlijke delen risico en leiderschap, om deze daarna samen te voegen. Hij staat onder andere stil bij de inherente subjectiviteit van risico en de tegenstelling van managen en leiden waar deze recensie mee begon. We vinden dan ook een tegenstelling van kenmerken van risicomanagement en risicoleiderschap. Het hoofdstuk eindigt met tien vragen voor nadere reflectie.

Hoofdstuk drie duikt de diepte in van risicoleiderschap. Het is daarmee meteen het langste hoofdstuk van het boek, met meer dan 200 van de 380 pagina’s. Na een introductie over risicogestuurd werken als uitgangspunt beschrijft Van Staveren in dit hoofdstuk twintig vaardigheden voor risicoleiders.

In Bijlage 1 komen deze twintig vaardigheden nog eens kort terug, beschreven aan de hand van vijf aandachtspunten. Een management summary als het ware – maar dan voor leiders.

Essentiële vaardigheden

Alle vaardigheden op deze plaats noemen en bespreken is eenvoudig ondoenlijk; lees het boek! Maar ik wil er wel een paar uitpikken die voor mij essentieel zijn.

Om te beginnen het omgaan met variatie. De wereld is nog nooit zo dynamisch geweest. Dus in plaats van krampachtig naar orde te streven is het voor risicoleiders noodzakelijk om variatie toe te laten (vaardigheid 4). En sterker nog, die variatie te benutten (nummer 5). Dit past goed bij het denken binnen de stroming van Resilience Engineering.

Een aantal andere vaardigheden gaat over complexiteit in al haar vormen. Bijvoorbeeld het hanteren van dynamiek (vaardigheid 15), het doorzien van interacties (vaardigheid 16) en – in mijn ogen heel erg belangrijk – het omgaan met meerdere én conflicterende doelen (vaardigheid 2). Het is heel terecht dat die laatste vaardigheid vroeg in de lijst voorkomt. Want juist binnen veiligheid denken velen slechts aan één doel. En daarmee boeten zij in aan effectiviteit én geloofwaardigheid.

Hieraan zouden we ook vaardigheid 17, verspillingen toelaten, kunnen koppelen. Dit is misschien een opmerkelijke en wellicht redelijk onacceptabele gedachte voor veel mensen binnen veiligheid. Binnen dit domein denken velen immers dat nul ongevallen of verstoringen iets is waarnaar we moeten streven. Maar realisme is hier op zijn plaats: we kunnen niet alles beheersen. En vooral: we hebben kleine verstoringen en verspillingen nodig om te kunnen leren!

Krenten

Dit zijn slechts een paar krenten om potentiële lezers nieuwsgierig te maken. Ik had het genoegen om al in de loop van de zomermaanden een vergevorderd manuscript van het boek te lezen en was toen al enthousiast. Dat bracht me eerder tot de onderstaande aanbeveling:

De door Martin in dit boek voorgestelde aanpak is wat mij betreft dé manier waarop we risico en onzekerheid behoren te benaderen in the first place. Of iedereen dat leuk gaat vinden? Het gaat een boel heilige huisjes, certificaatjes en systeempjes kosten. En je moet onzekerheid omarmen. Eng allemaal. En bedreigend. Maar ik heb er wel zin in!

Wat mij betreft is Risicoleiderschap hét Nederlandstalige boek over risico en veiligheid van het jaar 2018. Meer dan warm aanbevolen!

Carsten Busch | Senior adviseur arbeidsveiligheid bij Politidirektoratet, de overkoepelende organisatie van de Noorse politie en actief binnen diverse vakfora en eigenaar van www.mindtherisk.com. Hij is auteur van Veiligheidsfabels 1-2-3. Dezwe recensie verscheen eerder in Vakblad Arbo 1 2019, Vakmedianet.

Risicoleiderschap - 'Een goedgevuld en praktisch handboek'
17 december 2018 | Rachel Kuijlenburg

‘De enige nieuwe zekerheid is onzekerheid’, stelt risico-expert Martin van Staveren in zijn boek Risicoleiderschap. Iets dat haaks staat op de menselijke aard. Mensen streven veelal naar het creëren van zoveel mogelijk zekerheid.

Maar de wind van verandering waait constant. Globalisering en klimaatverandering hebben niet alleen invloed op internationaal en nationaal niveau maar ook op organisatie niveau. Vandaar dit boek waarmee Van Staveren  handvatten wil geven hoe doelgericht om te gaan met onzekerheden. Dit vraagt om Risicoleiderschap.

Risico is geen probleem

Op basis van grondig onderzoek stelt Van Staveren vast dat een risico eigenlijk geen probleem is. Risico’s zijn hooguit potentiele problemen die op basis van risico perceptie door verschillende personen verschillend worden ingeschat. Hierdoor ontstaat makkelijk discussie over de risicobereidheid van mensen en organisaties. Juist omdat het begrip risico en risicoschatting complex is, kan risicomanagement in een organisatie makkelijk verworden tot een moloch. Waardoor de organisatie het eigenlijke vraagstuk uit het oog verliest. Het vraagt lef  en risicoleiderschap om onzekerheden te omarmen vanuit een diep besef dat niet alles wat onzeker is, te voorspellen, te beheersen en te controleren is. ‘Doelgericht omgaan met onzekerheden voorkomt leed en schade en biedt ongekende mogelijkheden’, stelt Van Staveren.

Handboek voor risicoleiderschap

Risicoleiderschap is een goedgevuld en praktisch handboek. Het is meer dan vakliteratuur en een naslagwerk. Het staat vol met voorbeelden, tools en tips. Het geeft inzicht hoe de benodigde mindset is te ontwikkelen en traint vaardigheden voor succesvol risicoleiderschap. Dus neem een risico en lees dit boek. Immers het grootste risico dat je kunt nemen is geen risico nemen. Iets om over na te denken.

Rachel Kuijlenburg, Hogeschooldocent Facility Management, Haagse Hogeschool en Onderzoeker Facility Management, Hanze Hogeschool.

Risicoleiderschap – 'Renoveer de heilige huisjes!'
10 oktober 2018 | Elly Stroo Cloeck

Aon doet elke 2 jaar een survey naar risicomanagement. De conclusie van de Global Risk Management Survey van 2017 was dat bedrijven wereldwijd nog nooit zó slecht waren voorbereid op risico’s. Hoe komt dat?

Slechts 27% van de 1800 deelnemers denkt de belangrijkste risico’s onder controle te hebben. Ook andere onderzoeken geven aan dat we niets zijn opgeschoten sinds de crisis. Hoe komt dat?

Het boek Risicoleiderschap van Martin van Staveren geeft een aanzet. Enerzijds wordt de wereld steeds meer volatiel, onzeker, complex en ambigu (VUCA), anderzijds kenmerkt het traditionele risicomanagement zich door verzuiling (in de tweede lijn), standaardisatie en een focus op methoden, allesbehalve dynamisch dus. De instrumentele aanpak staat vaak buiten het dagelijkse werk (van de eerste lijn). Dat past niet bij elkaar. Dit boek begeleidt ons in de transformatie van conventioneel risicomanagement naar risicoleiderschap: doelgericht omgaan met onzekerheden (in de VUCA-wereld).

Het boek bestaat uit 4 hoofdstukken en drie bijlagen. Het begint met de vragen: ‘Waarom risicoleiderschap?’ en ‘Wat is risico-leiderschap?’ De kern van het boek is hoofdstuk 3: ‘Hoe werkt risicoleiderschap?’ waarin 20 vaardigheden van de risicoleider zijn uitgewerkt in 100 aandachtspunten. In hoofdstuk 4 worden 2 tools en 7 tips gegeven om dit leiderschap te implementeren.

De 20 vaardigheden en 100 aandachtspunten kunnen in eerste instantie nogal overweldigend overkomen. De auteur heeft ze ingedeeld in 4 clusters: de 4 D’s, aspecten die bepalend zijn voor effectief risicoleiderschap.

1. De risicoleider weet wat hij/zij wil, is Doelgericht. Daar horen de volgende vaardigheden bij: Doelen leidend maken, Omgaan met meerdere èn conflicterende doelen, Waarde dominant maken en Keuzes maken.

2. Om effectief te zijn moet de risicoleider Diversiteit omarmen. Daar horen bij: Variatie toelaten. Variatie omarmen, Uitnodigen en Vragen stellen.

3. De risicoleider moet ook onzekerheid Durven omarmen. Daar horen bij: Eigenaarschap organiseren, Vanuit vertrouwen omgaan met risico’s, Onzekerheid toelaten, Onderzoek beperken, Verspilling toelaten en Gevolgen van risico’s verkleinen.

4. Als laatste moet de risicoleider het gewoon gaan Doen, experimenteren. Hierin vinden we de wat meer ‘traditionele’ vaardigheden als Functionele omvang organiseren, Alle lineaire en cyclische risicostappen zetten, Ontwikkelen, Dynamiek hanteren, Interacties doorzien en Afwijkingen vroegtijdig opmerken.

Aan de beschrijving van de vaardigheden kun je al zien dat er heel wat heilige huisjes sneuvelen, of volledig gerenoveerd worden. En dat werd tijd ook!

Een voor-de-hand-liggende vaardigheid is ‘Gevolgen van risico’s verkleinen’. Maar de insteek is verhelderend: de auteur stelt dat we te gefixeerd zijn op preventieve maatregelen. Met name bij risico’s met een kleine kans van optreden is het soms veel efficiënter om (alleen) maatregelen te treffen die het gevolg verminderen. Deze maatregelen treden pas in werking als het risico daadwerkelijk optreedt, de echte grote uitgaven doe je dus pas als ze werkelijk nodig zijn. Bij de aanleg van de Betuwelijn was er een risico op verzakking van de A15. Men kon kiezen tussen het preventief aanleggen van damwanden (à 4 miljoen) of het monitoren van mogelijke verzakkingen (à 2 ton) en dan direct repareren. Uiteindelijk trad verzakking niet op en werd 3,8 miljoen bespaard.

Ook voor-de-hand-liggend is de vaardigheid ‘Afwijkingen opmerken’. Hier presenteert hij het allerbelangrijkste aandachtspunt van de 100, waar iedereen mee zou moeten beginnen (zo zegt hij zelf): ‘het ontwikkelen van mentale fitheid’. Dat is verrassend! Het is een essentiële voorwaarde om met onzekerheid te kunnen omgaan, je eigen angst daarvoor te verminderen, je snel te kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. En hoe word je mentaal fit? Ga naar een ‘sportschool voor je geest’, mediteer. Heel verfrissend om dit in een boek over risicomanagement, o nee sorry, risicoleiderschap, tegen te komen.

Minder voor-de-hand-liggend is de vaardigheid ‘Variatie toelaten’. Hierin wordt korte metten gemaakt met het gestandaardiseerde risicomanagement: één aanpak en protocol, spreadsheets en rapportages. Lekker efficiënt. Maar is het ook effectief? Bereik je hiermee het gestelde doel? Het gaat voorbij aan verschillen in werkwijzen van afdelingen in een organisatie, verschillende producten, diensten, activiteiten. Ik zou willen toevoegen: verschillende soorten mensen. Omgaan met risico’s vereist wendbaarheid, wat je niet bereikt door een ‘betonnen framework’. Ik zat letterlijk te applaudisseren toen ik deze paragraaf las.

Ook verrassend is de vaardigheid ‘Variatie benutten’ en het bijbehorende attentiepunt ‘De kracht van diversiteit benutten’: het bespreekbaar maken van de perceptieverschillen over de relevante risico’s. Als er geen verschil van inzicht is over risico’s moet je je juist zorgen maken. Het gaat hier óók over luisteren, je eigen oordeel parkeren, hoe absurd de mening van een ander ook lijkt te zijn. Een variant is de ‘grijze zwaan’: risico’s die wèl bekend zijn, alleen niet bij degenen die er iets aan moeten doen. Daarom is het belangrijk om met grote diversiteit aan deelnemers het gesprek aan te gaan.

Verder is opvallend het attentiepunt ‘Geen of beperkt onderzoek doen’, waarbij hij de gaswinning in Groningen aanhaalt. Hoe zinvol waren de onderzoeken van de laatste jaren? Wisten we niet allang dat de gaswinning aardbevingsrisico veroorzaakte? Hebben de onderzoeken meer inzicht opgeleverd? Of waren ze een bestuurlijke dekmantel om de lastige besluiten uit te stellen? Een risicoleider stelt zich de vraag of extra onderzoek ook echt benodigde informatie oplevert. Staat de beoogde risico-reductie in verhouding tot het extra geld èn de extra tijd die de onderzoeken kosten?

Uit bovenstaande bloemlezing blijkt al dat dit boek veel nieuwe inzichten oplevert en veel onderwerpen aankaart. Het is dan ook een stevig boek geworden, dat je niet in één keer uitleest. De kaders en voorbeelden verluchtigen de theorie, en regelmatig is er humor te vinden! Er wordt erg veel verwezen naar het vorige boek van de auteur, Risicogestuurd werken in de praktijk, dit boek is in feite een vervolg, of aanvulling, daarop. Desondanks is Risicoleiderschap prima te lezen als je dit boek (nog) niet kent, zoals ik

Neem daarbij de opluchting dat iemand nu eens expliciet het instrumentele, conventionele risicomanagement op de korrel neemt, dan is het resultaat voor mij: een uitstekend boek voor de moderne risicomanager of businessmanager die risicoleider wil worden maar óók, en misschien met name, voor de bestuurders en toezichthouders die hechten aan een aanpak die alleen op compliance is gericht, wars zijn van onzekerheid, en hun heil zoeken in gestandaardiseerde processen gevat in gebruiksonvriendelijke risicomanagementapplicaties, resulterend in aparte rapportages en overleggen die ver afstaan van de core business. Risicoleiderschap is in alle lagen van het bedrijf nodig, dus eigenlijk is het boek Risicoleiderschap voor iedereen.

'Risicomanagement is te belangrijk om overgelaten te worden aan de afdeling risicomanagement.'

Elly Stroo Cloeck is specialist op het gebied van GRC en Internal Audit. Daarnaast schrijft ze samenvattingen en recensies van managementboeken. Ze ontving dit boek van Managementboek.nl om te recenseren.

Risicoleiderschap
4 oktober 2018 | Peter de Roode

In Risicoleiderschap laat Martin van Staveren zien dat er een nieuwe kijk is vereist op risico’s. Een paradigmaverschuiving is nodig om de overgang te maken van risicomanagement naar risicoleiderschap. Dat dit niet zonder slag of stoot zal gaan, is duidelijk. Om die reden beschrijft Van Staveren de belangrijkste vaardigheden die noodzakelijk zijn.

In het oude paradigma doet de opvatting opgeld dat risico’s beheerst kunnen worden. In een dergelijke situatie wordt een risicomanager aangesteld die de risico’s in kaart brengt, er een waarschijnlijkheidsanalyse op los laat, en allerlei modellen gebruikt om het geheel maar onder controle te houden. Wie herkent dit niet?

Maar Van Staveren maakt duidelijk dat de wereld om ons heen veranderd is en blijft veranderen. Hij spreekt van de ‘VUCA wereld’ dat staat voor: volatiel, onzeker, complex en ambigu. Hier moest ik meteen denken aan Nassim Nassim Taleb (lees: De Zwarte Zwaan), met zijn onderscheid tussen Mediocristan en Extremistan. In Mediocristan zou de risicomanager zich thuis voelen. De wereld is voorspelbaar, planbaar,  maakbaar, en de risico’s zijn goed onder controle te houden. Maar dat is allang niet meer de echte wereld. We leven tegenwoordig in Extremistan aldus Taleb: niets is zeker, extrapoleren is onzinnig, en geen enkele theorie werkt.

Vanuit deze context komt Van Staveren dus met de risicoleider. Het is geen nieuwe functie want iedereen kan het zijn. Maar het is een manier van denken en doen die breekt met de oude wetten. De risicoleider kan iedereen zijn op een bepaalde afdeling, van hoog tot laag. Risico’s worden dus overal besproken en niet langer op een geïsoleerde afdeling. Dat is een uitstekend inzicht. Vaak hebben organisaties het over eigenaarschap. Welnu, Van Staveren geeft een concreet advies hoe je het eigenaarschap van mensen in een organisatie kunt vergroten: maak mensen risicoleider. Klinkt dat niet wat doorgeslagen? Ja! Maar per definitie is een paradigmawisseling een (te) grote overgang voor mensen die zich vast willen klampen aan het oude paradigma.

De aanvaarding van een nieuw paradigma gebeurt volgens wetenschapper Kuhn grotendeels op buitenwetenschappelijke gronden. Kuhn spreekt in dit verband van een Gestalt-switch. Paradigma’s zijn incommensurabel: onvergelijkbaar. We kunnen dus ook niet zeggen dat het ene paradigma beter is dan het andere. Na een wetenschappelijke revolutie zijn we op een andere planeet gekomen. Waar in dit boek geen aandacht aan wordt besteed, en wat mijns inziens zeer de moeite waard van het verkennen zou zijn, is de vraag: wat zijn de gevolgen van de paradigmatische verschillen?

In Risicoleiderschap breekt Martin van Staveren dus een lans voor een nieuw paradigma. En dat doet hij met verve. Hij bespreekt maar liefst twintig vaardigheden. Twintig? Jawel, twintig, maar de auteur weet de valkuil te voorkomen dat het dwingend opgelegde vaardigheden moeten worden. Ze hoeven niet afgevinkt te worden, zoals men in Mediocristan zou doen. De vaardigheden zijn een soort kompas waarmee elke organisatie zijn koers moet kunnen uitzetten. Elke vaardigheid is goed beschreven en wordt teruggebracht tot een samenvatting met de vijf belangrijke aspecten. Voorbeelden van die vaardigheden zijn onder andere: doelen leidend maken, het toelaten van variatie, onzekerheid toelaten, en het uitnodigen tot het omgaan met risico’s. Bij de eerste vaardigheid (doelen leidend maken) zou de risicomanager nog wel aanhaken. Maar bij de volgende drie genoemde vaardigheden haakt hij echt af.

Ik heb dit boek met veel interesse gelezen ondanks dat het begrip risico’s niet zo speelt in mijn dagelijks werk. Dacht ik. Maar na het lezen van Risicoleiderschap ben ik daar toch wat anders naar gaan kijken. Door de prettige schrijfstijl van Van Staveren die hij heeft gecombineerd met zijn enorme kennis en ervaring, is er een uitstekend boek tot stand gekomen dat ook nog eens prettige lay-out heeft.

Drs. Peter de Roode is zelfstandig adviseur en trainer. Hij ondersteunt organisaties bij het invoeren van grootschalige veranderingen waarbij gedragsverandering centraal staat. Hij is auteur van de boeken Meegaan of dwarsliggen, Werkvormen voor managers en Leidinggeven kun je zelf. Samen met meerdere auteurs schreef hij onder red. van Rob van Es het boek Praktijkboek Veranderdiagnose en samen met Peter van den Boom schreef hij Theatervoorstellingen in organisaties. Naast zijn schrijfactiviteiten is hij spreker en organiseert hij trainingen en seminars over actuele managementthema's.

Risicoleiderschap is essentieel
15 augustus 2018 | Pauline Voortman

Een quote van Harriet Tubman, Amerikaans voorvechter van de afschaffing van de slavernij: ‘als ik meer slaven ervan had kunnen overtuigen dat ze slaaf waren, had ik er meer kunnen redden.’

Martin van Staveren heeft ook een missie: de afschaffing van het conventionele risicomanagement. Het is zijn missie om, door mensen anders te leren omgaan met risico’s, hen binnen én buiten organisaties gelukkiger te maken. ‘We kunnen gelukkiger worden door onnodige risico’s tijdig in beeld te hebben en te beheersen. Tegelijkertijd is het nodig onvermijdelijke risico’s onverschrokken te nemen. We moeten vooral leren onderscheid te maken tussen onnodige risico’s en onvermijdelijke risico’s. Op deze manier kunnen we, met elkaar, doelen realiseren, in de meest brede betekenis.’

Om dit te bereiken is risicoleiderschap essentieel. Niet alleen voor formele leidinggevenden, maar voor vrijwel iedereen, in vrijwel elke organisatie, aldus Martin van Staveren in zijn nieuwe boek Risicoleiderschap.

Risico’s zijn bekende en mogelijke obstakels, waarvan we alleen nog niet weten of ze ook optreden. Die onzekerheid binnen en buiten organisaties is, zo stelt hij, de enige nieuwe zekerheid in de VUCA (Volatility, Uncertainty, Complexity, Ambiguity) wereld van vandaag. En de functie van conventionele risicomanager blijkt daar niet geschikt voor te zijn. Daarover is hij heel stellig. In dit boek presenteert hij een alternatief vanuit een nieuwe rol: die van risicoleider. Het nieuwe leiderschap dat hierbij hoort vraagt om nieuwe vaardigheden, zoals bewustzijn van je mindset én het gedrag dat daaruit voortkomt. Dat vraagt om een wezenlijk andere benadering.

Aan de andere kant benadrukt hij ook de overeenkomsten met het traditonele risicomanagement. Risicomanagement bestaat uit zes opeenvolgende stappen. Het gaat om (1) doelen bepalen, (2) risico’s identificeren, (3) risico’s classificeren, (4) omgaan met risico’s, (5) evalueren of eventuele maatregelen werken en (6) risicorapportage en -communicatie. Het risicogestuurd werken van Van Staveren gaat uit van exact dezelfde zes stappen. Toch is er, schrijft hij, één essentieel verschil: het gangbare en veelal instrumentele risicomanagement staat naast de dagelijkse management- en werkprocessen, terwijl risicogestuurd werken volledig is ingebed in de dagelijkse processen. Die werkprocessen ziet hij breed: ze variëren van strategische besluitvorming, via allerlei bedrijfsactiviteiten tot administratieve processen. Een risicoleider werkt risicogestuurd, heeft waardevolle doelen als focus, subjectiveert, kwalificeert en gaat om met risico’s, benut daarvoor bestaande processen en is als zodanig een rolmodel.

Het gangbare, conventionele risicomanagement legt de nadruk op systemen, planning, controle, beheersbaarheid en daarmee maakbaarheid. Risicogestuurd werken legt juist meer nadruk op mens, cultuur, flexibiliteit, leren, aanpassingsvermogen en de realiteit van beperkte maakbaarheid van organisaties. Juist als je de onzekerheden die je onderweg tegenkomt (beter) leert hanteren, kun je sneller en goedkoper je organisatiedoelen en persoonlijke werkdoelen realiseren. Dit in plaats van verzet ertegen, of ontkenning ervan.

Door de zes stappen voor risicosturing zo vorm te geven dat ze naadloos aansluiten op de bestaande werkwijze in een organisatie, kan bewust worden gekozen wat per gekozen doel aan onzekerheid acceptabel is, en wat niet. Alleen aan onacceptabele onzekerheid hoeft dan wat te worden gedaan. Waar het vooral om gaat is dat je met behulp van zijn aanpak structuur aanbrengt in het mengsel van rationele, emotionele of organisatiepolitieke overwegingen, om zo de portie willekeur proberen te beperken. Risicosturing is in feite een manier om de bestanddelen van dat mengsel (enigszins) te scheiden, of op z’n minst te onderkennen. Om op basis daarvan bewuste en onderbouwde keuzes te maken over wat te doen, of niet te doen.

Van Staveren illustreert hoe de door hem bepleitte nieuwe benadering past binnen dé wereldwijd ontwikkelde en toegepaste standaarden voor risicomanagement, ISO 31000 uit 2018 en COSO ERM uit 2017. Die gebaseerd zijn op principes en nadrukkelijk niet op regels. Dit geeft de vrijheid om die principes zelf op een passende wijze in te vullen.

Hoe ziet deze nieuwe filosofie, nieuwe benadering er nu uit?

Van Staveren beschrijft 20 vaardigheden die de kern vormen van dit boek. Met behulp van onderbouwende literatuur en eigen praktijkvoorbeelden neemt hij de lezer mee in deze vaardigheden die hij onder de vier overkoepelende leiderschapsvaardigheden doelgerichtheid, diversiteit, durven en doen gerubriceerd heeft. Van Staveren raadt de lezer aan per keer slechts enkele vaardigheden door te nemen en toe te passen, omdat hij zich realiseert dat het behapbaar moet blijven. Dat is een goed advies, want het is veel!

Daarom is het ook goed dat hij veel overzichten maakt en steeds de essentie blijft benadrukken: de mens staat centraal, doelen vormen het uitgangspunt en de manier waarop je de risico’s rond die doelen in kaart brengt, hangt af van je percepties. Het gaat er om die verschillen in percepties bespreekbaar te maken. Juist het bespreken van deze verschillen kan leiden tot nieuwe inzichten en betere besluiten over de omgang met risico’s. Om deze gesprekken op een goede manier te voeren, is het nodig een sociaal veilige omgeving te creëren en ook aan de vaardigheden die daarvoor nodig zijn, besteedt hij aandacht. Hij benadrukt daarbij dat het voor een risicoleider belangrijk is jezelf en je eigen risicobereidheid te kennen.

En daar zit voor mij de crux van het boek. Want daarvoor moet je weten hoe je in het leven staat! Energie stoppen in het bewustworden van je eigen overtuigingen en gedrag en het daar met elkaar over hebben, is (nog) niet de prioriteit van huidige (risico)managers, is mijn ervaring. Wat zeker niet wegneemt dat ik enthousiast ben over deze benadering en praktische handleiding om de omslag van ‘spreadsheet’risicomanagement naar die van risicosturing te maken. Van Staveren kan met deze onzekerheid leven en doet zijn best zijn ‘slaven’ te overtuigen, hij gaat ervoor!

Pauline Voortman is bedrijfskundige en werkzaam als trainer en adviseur. Zij combineert dit met onderzoek en richt zich op vraagstukken rond organisatie-ontwikkeling. Zij heeft zich gespecialiseerd in het thema vertrouwen in organisaties. Ze is verbonden aan TrustWorks.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden