Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Fouten maken moed!
2 januari 2017 | Frank van Kuijck

Het eerste wat mij intrigeerde was dat de schrijver van Fouten maken moed! Zich als faalkundige presenteert bij zijn introductie op de flap van het boek. Wie doet zoiets?

Na het lezen van zijn boek begrijp je dat Remko van der Drift er trots op is om hier een expert in te zijn. Dat is niet zomaar gekomen, maar door vallen en opstaan. Op beeldende wijze legt Van der Drift uit hoe u meer kunt leren van fouten om zo verder te komen. En uzelf te verbeteren. Want als u zichzelf op de borst klopt of in de ontkenning zit bij mislukkingen en anderen of de omstandigheden de schuld geeft van een mislukking, dan komt u niet vooruit.

De maatschappij lijkt geen ruimte te hebben voor fouten. Hoe vaak komt het niet voor dat we afhaken wanneer een ‘gedoodverfde favoriet’ in de sport of in een andere situatie bij verlies wordt afgeschreven. Het ruimte bieden aan fouten geeft volgens de schrijver Van der Drift aan dat u weet waar mogelijke valkuilen of kwetsbaarheden zich begeven en hoe u hierop u kunt wapenen. Niet vanuit angst maar u heeft een herkenning en erkenning dat er sprake is van een (potentiële) fout waardoor u zichzelf de gelegenheid geeft om te ontdekken op welke wijze u hiervan kan leren. Niet door uzelf te kastijden maar juist door met een open mind te kijken naar de ‘zwakkere plekken’. Wanneer u dat toelaat dan ziet u meer en andere mogelijkheden dan wanneer er sprake is van ontkenning en u zichzelf wijs maakt dat u pech heeft gehad of een ander meer geluk bij bijvoorbeeld het winnen van een sportwedstrijd, verdienen van een promotie of het winnen van een offerte.

Het boek geeft aan de hand van onderzoeken (o.a. van Carol Dweck – ook interessant om kennis van te nemen), praktijkvoorbeelden, quotes, suggesties en handreikingen betekenis aan de manier waarop u kunt gaan werken aan foutenmakenmoed. Bij vele voorbeelden en situaties had ik regelmatig herkenning vanuit het dagelijkse leven. Van der Drift zet in de eerste drie hoofdstukken de basis – dwang naar succes, mindset en waarom fouten maken moeilijk is – weg zoals hij dat noemt. Met deze drie inleidingen krijgt u z’n denkbeelden en ideologie duidelijk. De zes hoofdstukken die hierop volgen zijn een nadere aanpak van het invulling geven aan de implementatie van uw faalkunde. Langs een zestal thema’s, één thema per hoofdstuk, neemt de schrijver u mee om te begrijpen en te experimenteren met de thema’s en uw begrip hiervan op te bouwen. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met samenvatting, denken over jezelf in relatie tot het besproken thema en doe dingen! Hiermee heeft u direct handige handvatten om hetgeen u heeft gelezen direct of op een ander moment in de praktijk te brengen. Persoonlijk gezien had een aantal beschrijvingen en voorbeelden wat mij betreft wel wat compacter gemogen. De waarde van het boek zit ‘m – zoals er de laatste tijd wel vaker boeken verschijnen (ja, maar – omdenken) in het afwijken van de bestaande en begaanbare paden of heersende opvattingen. Dat denkbeeld is er vaak één van perfectie en het in paniek raken of afgewezen worden wanneer iets niet lukt of u niet presteert conform de verwachtingen. Dat geldt niet alleen in de buitenwereld maar ook voor uzelf. Ook ik maak in de dagelijkse praktijk mee dat er geen beloningen staan of durf en proberen maar ‘straf’ op een mislukte opdracht. Hiermee wordt anders denken, creativiteit, durf en innovatie niet gestimuleerd. In het boek Fouten maken moed is treffend, duidelijk en met eenvoudige voorbeelden en uitleg beschreven hoe u hiermee kunt experimenteren om een volgende fase van uw persoonlijke groei door te maken. En eigenlijk wisten we dit al lang hé? Want zijn de spreekwoorden en gezegden niet: vallen en weer opstaan en van uw fouten kunt u leren. Maar hoe vaak brengen we dit nu echt in de praktijk? Te vaak zijn we zo gericht op het eindresultaat van een opdracht of persoonlijke ontwikkeling dat we vergeten om alle impulsen en signalen om te leren op te vangen. Dit is geen oproep om te komen tot een vrijblijvendheid, maar het zou u een vrijheid kunnen geven door u meer bewust te zijn van de verrijkende signalen die u gaande weg op kunt pakken als u hiervoor open staat.

Is faalkundige een nieuw woord voor de Dikke Van Dale 2017? Dat zal vermoedelijk wel niet. Toch zie ik het wel als een bewuste reis om uzelf te ontwikkelen en (vooraf) stil te staan bij de vraag wat zou er fout kunnen gaan en hoe kunt u hierop anticiperen. Niet om te doemdenken maar juist om valkuilen en faalsituaties te voorzien, doorzien en hierop uw plan te trekken.

Frank van Kuijck is een zeer gedreven professional in zowel audit en advies voor de public sector. Industries zijn met name gemeenten, woningcorporaties en onderwijs. Hij is kritische sparringpartner voor toezichthouders, bestuurders en organisatie om te helpen deze naar een hoger plan te krijgen. Specifieke aandachtsgebieden naast audit en verslaggeving zijn governance, control, risicomanagement en bedrijfsvoering. Deze laatste ook vanuit de specialisatie als operational auditor. Hij is Partner bij Deloitte, Voorzitter van RJ Werkgroep 645 - woningcorporaties en Docent Auditing aan de UVT Tilburg.


Fouten maken moed! - Dump je streven naar perfectie en ga je beste fout maken!
14 december 2016 | Simon van der Veer

In Fouten maken moed houdt ‘faalkundige’ Remko van der Drift een meer dan enthousiast pleidooi om ‘faalkundige’ te worden. We roepen namelijk wel zo makkelijk dat we fouten mogen maken. Maar is dat wel zo?

Ik herken het bij mezelf of bij organisaties. We zeggen het en schrijven het op in visies, maar in de praktijk vermijden we fouten liever en praten er ook weinig over. Vooral de successen en de behaalde resultaten krijgen de aandacht, we streven naar perfectie terwijl het omarmen van imperfecties de ware bron is om te leren en ontwikkelen.

Het boek is eigenlijk een grote aanmoediging om kundiger te worden in het maken van fouten. Foutenmakenmoed in de woorden van de auteur. Het boek helpt je die kundigheid te ontwikkelen. Het risico ligt op de loer dat dergelijke boeken nogal schreeuwerig worden in het ‘pitchen’ van hun boodschap, maar dit boek vond ik overtuigend in zijn vorm en inhoud. Het is aantrekkelijk vormgegeven met kleurrijke tekeningen, inspirerende quotes, afwisseling tussen praktijk en theorie en vele praktische voorbeelden en tips. Daarom kan ik ook vast de conclusie van mijn recensie verklappen: het is echt een aanrader om te lezen! Een kritische noot is dat de boodschap wellicht ook in minder hoofdstukken verteld kon worden, maar laat ik dat gemakshalve toeschrijven aan de passie van de auteur over het onderwerp. Het belangrijkste is dat het boek in alles inspireert om meer fouten te maken en daarvan te leren en verbeteren.

Het boek bestaat uit negen hoofdstukken. De eerste drie hoofdstukken vormen ‘De basis’. Het geeft inzicht in onze neurotische jacht naar succes, het werk van Carol Dweck (waar de auteur erg door is geïnspireerd) en de oorsprong van onze faalangst. Het tweede deel, hoofdstukken vier tot en met negen, heet ‘De aanpak. Hierin worden tools meegegeven om onze foutenmaakmoed aan te moedigen. Het gaat bijvoorbeeld over het dempen van je innerlijke criticaster, het dumpen van je ego en bewijsdrang en over blijven uitproberen en doorzetten.

‘Maak een cv met je mislukkingen’

Een aansprekend voorbeeld is hoogleraar Johannes Haushofer die een verfrissend tegengeluid liet horen tegen al het neurotisch delen van successen. Hij zette een ‘cv van mislukkingen’ online. Met daarin afgewezen artikelen, mislukte sollicitaties en gemiste kansen. Zijn beeld was dat wetenschappers vooral bezig zijn om een succesverhaal te schetsen waarin mislukkingen onzichtbaar zijn voor henzelf en anderen. De carrières van anderen lijken daarom een stroom van successen. Deze tendens zie ik ook bij managers en adviseurs (tot die laatste groep behoor ik), in offertes, presentaties, uitingen op social media, het gaat vooral over behaalde successen. Terwijl de mislukkingen net zo interessant – maar mogelijk interessanter zijn – om zichtbaar te maken en zo meer te leren.

‘Ik heb het nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan’ – Pippi Langkous

Het werk van Carol Dweck loopt als een rode draad door Fouten maken moed. Zij pleit ervoor om onze aandacht te verleggen van aanleg, prestaties en het moeten scoren, naar het met toewijding werken aan je leerproces. Zij noemt dit het verschil tussen een vaste mindset en een groei mindset. En deze laatste vormt de basis van foutenmakenmoed. Een vaste mindset betekent dat je gelooft dat je ergens aanleg voor hebt of niet. En zo kijk je ook naar ontwikkeling. Je basiskwaliteiten en valkuilen liggen ‘vast’. Een groei mindset gelooft in ontwikkeling en veranderbaarheid.

We hebben allemaal beide mindsets in ons systeem. De vraag is ben je er bewust van dan wel kun je jouw vaste mindset omzetten naar de groei mindset wanneer je de ontwikkeling van je organisatie, team of jezelf nastreeft? In het Oogziekenhuis in Rotterdam lukt ze dat door artsen voortdurend te stimuleren fouten toe te geven. Eens per week hebben overleg om hun fouten te bespreken en openlijk te bespreken wat ze hiervan hebben geleerd. Het aantal fouten is door deze mindset drastisch afgenomen. Onder het mom van ‘iedere wijze uil is ooit een uilskuiken geweest’ is het idee om het maken van fouten en deze openlijk te delen continu aan te moedigen.

In de weg daarnaar toe gaan we in kuilen stappen zoals zelfrechtvaardiging. Dat betekent als je faalt ga je instinctief meteen ‘rechtlullen’. En zelfrechtvaardiging heeft ook nog een ‘broertje’ en die heet: zelfbeschuldiging. Als zelfrechtvaardiging niet lukt, ben je geneigd de schuld op je te nemen. Terwijl beide neigingen voorkomen dat we onszelf slimmer maken door de fouten die we maken.

Fail forward

Het boek bevat een groot scala aan praktijkopdrachten en werkvormen. Een mooie werkvorm die mij aansprak is ‘fail forward’. Dit is vooraf ‘terugkijken’ op falen door te bedenken waarom iets mislukt is, nog voordat een plan is uitgevoerd. Je gaat met elkaar compleet los op waarom het aankomende project gaat mislukken. Dat maakt het gemakkelijker om mogelijke fouten op te sporen, daarvan te leren en daar slim mee om te gaan.

In alles leest Fouten maken moed prettig, snel en inspirerend weg. Het gevoel wat overblijft is eigenlijk nog het beste samen te vatten in een uitspraak van Loesje die de auteur aanhaalt: ‘Toen ik het niet meer goed hoefde te doen ging het ineens veel beter’. Kortom dump je bewijsdrang en je interne criticaster, en ga je beste fouten maken!

Simon van der Veer is zelfstandig organisatieadviseur en als associate verbonden aan adviesbureau TWST. Hij helpt zijn opdrachtgevers met vraagstukken waarbij het bijna altijd gaat over het verbeteren van de klantgerichtheid, samenwerking en de prestaties. Daarnaast is hij auteur van Animal firm, We presteerden nog lang en gelukkig, De organisatie draait door en Move before you're ready.


23 oktober 2013 | Dick Bos

'Iets meer dan honderd bladzijden voor een boek met een onderwerp dat eigenlijk voor zichzelf spreekt!' dat zou mijn conclusie kunnen zijn van het boek 'Fouten maken (mag) moet' van Remko van der Drift. Toch is het in al zijn eenvoud treffend en een leuk boek om te lezen.

Wil je van je fouten leren dan moet je die ook durven maken, dat is de kern van 'Fouten maken (mag) moet'. Dat betekent dat je bereid moet zijn om uit je comfortzone te treden, om je kwetsbaar op te stellen om vooruit te komen.

In zijn boek besteedt Remko van der Drift onder andere aandacht aan het feit dat het maken van fouten mag. Bovendien zijn ze nagenoeg onvermijdelijk. Het wordt pas lastig als je krampachtig omgaat met de leerervaring naar aanleiding van de fouten. Daarnaast zijn fouten relatief, iets dat jij als fout interpreteert komt voort uit jouw verwachting, jouw interpretatie, jouw sociale- en/of jouw culturele context. Als je je realiseert dat fouten maken onvermijdelijk en relatief is, heb je een eerste stap gezet om ze als zinvol en nuttig te zien.

Wil je echt iets van je eigen fouten of fouten in het algemeen leren, dan moet je in staat zijn om ze vanuit een helikopterview te beschouwen. Een vraag die zich dan kan voordoen is: 'Welke les valt er te leren uit deze fout?' Maar het voorgaande kan alleen als je de nodige afstand kunt innemen en bewaren.

In het boek wordt uitgelegd dat naast perfectionisme, faalangst en zelfrechtvaardiging de neiging om te blijven zitten in je comfortzone het vierde mechanisme is om er voor te zorgen dat er geen fouten worden gemaakt. Deze comfortzone wordt omschreven als een denkbeeldige rustige plek waar je je veilig voelt en graag de dingen doet waar je goed in bent en die je kunt beheersen. Je weet dat je in je comfortzone zit als je niet veel moeite hoeft te doen voor datgene wat je aan het doen bent. Het tegenovergestelde daarvan is de panic zone, dat is de plaats waar je wordt geconfronteerd met zaken die je niet beheerst. Neem als voorbeeld je eerste rijles, je eerste aanmaning om een boete te betalen of je eerste spreekbeurt in een vreemde taal. Daartussen bevindt zich de stretch zone. Op de grens tussen deze stretchzone en de panic zone ervaar je meer stress dan voldoening, omdat daar de uitdaging het grootst is. Om als individu te groeien is er niets mis mee om af en toe jezelf eens tegen te komen zo lang de spanning niet onnodig lang voortduurt en er een leermoment aan vastzit, zodat de leerervaring je weer in je comfortzone brengt.

Om ons te prikkelen geeft Remko van der Drift een aantal passende quotes van bekende en onbekende personen, zoals van J.F. Kennedy: 'Only those who dare to fail miserably can achieve greatly' of 'We onderdrukken onze spontane opwellingen, we censureren onze fantasie, we leren onszelf als “doorsnee” te presenteren en we verwoesten ons talent – dan lacht niemand ons uit', van Keith Johnstone.

Het boek wordt verrijkt met grappige leermethodieken en groepsspelen om te gebruiken en mensen te verlokken om te reageren waardoor er ruimte voor discussie ontstaat.

In het boek sprak mij het navolgende voorbeeld mij het meest aan: ”De Baskische 24-jarige atleet Iván Fernandéz Anaya deed eind 2012 mee aan een cross-country race in Burlada, Navarra. Het ging goed en hij liep op de tweede plaats, een paar meter achter Olympisch kampioen Abel Mutai. Vlak voor de finish zag Iván dat de Keniaanse atleet, per ongeluk, zachter ging lopen. Dit gebeurde ongeveer tien meter voor de eindstreep. Abel Mutai dacht waarschijnlijk dat hij al over de finish was gelopen. Iván rende door en kwam vlak achter hem. 'Zal ik gebruik maken van de fout van Abel Mutai en hem hard voorbij sprinten en daarmee winnen?' Iván bedacht zich. Hij bleef achter Abel Mutai lopen. Met gebaren leidde hij de Keniaan naar de eindstreep en liet hem als eerste finishen.” Een daarbij passende quote in het boek luidt: 'De sleutel tot winnen? Het spel verliezen.'

Remko van der Drift daagt de lezer uit om hem te wijzen op fouten in zijn boek. Ik vond er een in de een na laatste zin van de derde paragraaf op bladzijde 76. Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat de auteur dat bewust heeft gedaan om de lezer te prikkelen!

'Fouten maken (mag) moet' is in zijn eenvoud knap geschreven en voorzien van passende illustraties en herkenbare leermomenten. Eigenlijk gewoon een leuk boek om tussendoor te lezen.


Fouten maken moet
23 oktober 2013 | Dick Bos

'Iets meer dan honderd bladzijden voor een boek met een onderwerp dat eigenlijk voor zichzelf spreekt!' dat zou mijn conclusie kunnen zijn van het boek 'Fouten maken (mag) moet' van Remko van der Drift. Toch is het in al zijn eenvoud treffend en een leuk boek om te lezen. Wil je van je fouten leren dan moet je die ook durven maken, dat is de kern van 'Fouten maken (mag) moet'. Dat betekent dat je bereid moet zijn om uit je comfortzone te treden, om je kwetsbaar op te stellen om vooruit te komen.

In zijn boek besteedt Remko van der Drift onder andere aandacht aan het feit dat het maken van fouten mag. Bovendien zijn ze nagenoeg onvermijdelijk. Het wordt pas lastig als je krampachtig omgaat met de leerervaring naar aanleiding van de fouten. Daarnaast zijn fouten relatief, iets dat jij als fout interpreteert komt voort uit jouw verwachting, jouw interpretatie, jouw sociale- en/of jouw culturele context. Als je je realiseert dat fouten maken onvermijdelijk en relatief is, heb je een eerste stap gezet om ze als zinvol en nuttig te zien.

Wil je echt iets van je eigen fouten of fouten in het algemeen leren, dan moet je in staat zijn om ze vanuit een helikopterview te beschouwen. Een vraag die zich dan kan voordoen is: 'Welke les valt er te leren uit deze fout?' Maar het voorgaande kan alleen als je de nodige afstand kunt innemen en bewaren.

In het boek wordt uitgelegd dat naast perfectionisme, faalangst en zelfrechtvaardiging de neiging om te blijven zitten in je comfortzone het vierde mechanisme is om er voor te zorgen dat er geen fouten worden gemaakt. Deze comfortzone wordt omschreven als een denkbeeldige rustige plek waar je je veilig voelt en graag de dingen doet waar je goed in bent en die je kunt beheersen. Je weet dat je in je comfortzone zit als je niet veel moeite hoeft te doen voor datgene wat je aan het doen bent. Het tegenovergestelde daarvan is de panic zone, dat is de plaats waar je wordt geconfronteerd met zaken die je niet beheerst. Neem als voorbeeld je eerste rijles, je eerste aanmaning om een boete te betalen of je eerste spreekbeurt in een vreemde taal. Daartussen bevindt zich de stretch zone. Op de grens tussen deze stretchzone en de panic zone ervaar je meer stress dan voldoening, omdat daar de uitdaging het grootst is. Om als individu te groeien is er niets mis mee om af en toe jezelf eens tegen te komen zo lang de spanning niet onnodig lang voortduurt en er een leermoment aan vastzit, zodat de leerervaring je weer in je comfortzone brengt.

Om ons te prikkelen geeft Remko van der Drift een aantal passende quotes van bekende en onbekende personen, zoals van J.F. Kennedy: 'Only those who dare to fail miserably can achieve greatly' of 'We onderdrukken onze spontane opwellingen, we censureren onze fantasie, we leren onszelf als “doorsnee” te presenteren en we verwoesten ons talent – dan lacht niemand ons uit', van Keith Johnstone.

Het boek wordt verrijkt met grappige leermethodieken en groepsspelen om te gebruiken en mensen te verlokken om te reageren waardoor er ruimte voor discussie ontstaat.

In het boek sprak mij het navolgende voorbeeld mij het meest aan: ”De Baskische 24-jarige atleet Iván Fernandéz Anaya deed eind 2012 mee aan een cross-country race in Burlada, Navarra. Het ging goed en hij liep op de tweede plaats, een paar meter achter Olympisch kampioen Abel Mutai. Vlak voor de finish zag Iván dat de Keniaanse atleet, per ongeluk, zachter ging lopen. Dit gebeurde ongeveer tien meter voor de eindstreep. Abel Mutai dacht waarschijnlijk dat hij al over de finish was gelopen. Iván rende door en kwam vlak achter hem. 'Zal ik gebruik maken van de fout van Abel Mutai en hem hard voorbij sprinten en daarmee winnen?' Iván bedacht zich. Hij bleef achter Abel Mutai lopen. Met gebaren leidde hij de Keniaan naar de eindstreep en liet hem als eerste finishen.” Een daarbij passende quote in het boek luidt: 'De sleutel tot winnen? Het spel verliezen.'

Remko van der Drift daagt de lezer uit om hem te wijzen op fouten in zijn boek. Ik vond er een in de een na laatste zin van de derde paragraaf op bladzijde 76. Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat de auteur dat bewust heeft gedaan om de lezer te prikkelen!

'Fouten maken (mag) moet' is in zijn eenvoud knap geschreven en voorzien van passende illustraties en herkenbare leermomenten. Eigenlijk gewoon een leuk boek om tussendoor te lezen.


8 oktober 2013 | Annett Keizer

Iedereen maakt fouten. Meestal balen we daarvan en hebben we het gevoel dat we falen. Remko van der Drift leert ons anders aankijken tegen het maken fouten. Fouten maken is namelijk onvermijdelijk. Sterker nog, fouten maken is relatief en nuttig. Daarom is het van belang om onze mindset te veranderen en ons lerend vermogen vergroten. Niet makkelijk, wel noodzakelijk om succesvol te kunnen zijn. Niet voor niets luidt de ondertitel van dit inspirerende boek 'Durf het beste uit jezelf en je team te halen'.

Dat er nogal wat lef voor nodig is om fouten te durven maken geeft de auteur ruiterlijk toe. Hij refereert daarbij aan Coveys uitleg over onze comfortzone en Brené Browns verhaal over schaamte en kwetsbaarheid van mensen. Maar fouten vermijden of verdoezelen heeft volgens hem geen zin. Fouten maken moet, om ervan te leren, om er beter van te worden en te innoveren. Dat geldt zowel voor individuen als voor teams.

De rode draad van het hele boek is de visie dat fouten maken leerzaam is. De schrijver heeft het boek in twee delen willen opsplitsen. Deel 1 zou moeten gaan over jijzelf en falen, deel 2 over teams en falen. Tijdens het lezen heb ik daar niet echt onderscheid in kunnen maken. Alle oefeningen in het boek zijn voor 6 tot 200 personen, dus vooral gericht op werken in groepen en teamverband.

Opvallend is de dikte van het papier van de pagina's. Daarmee voelt het als een boek van redelijke omvang voor een boek van 126 pagina's. Helaas krijg ik de indruk dat er nauwelijks 80 pagina's aan informatie in staat. Het boek is een aaneenschakeling van korte paragrafen met uitgebreide samenvattingen, veel praktijkvoorbeelden en teamoefeningen. Samen met de vele quotes en nogal flauwe cartoons vult dit de pagina's terwijl ik, als lezer, liever wat dieper op de stof was doorgegaan.

De auteur kiest echter voor een eenvoudige en persoonlijke manier om zijn verhaal te 'vertellen'. Hij is zelf ontwapenend eerlijk over fouten die hij zelf heeft gemaakt en wat hij daarvan heeft geleerd. Het boek is dan ook geschreven voor iedereen die in of met een team werkt. Geen managementboek dus, maar een praktische handleiding met een vleugje theoretische inzichten, geleend van namen als Stephen Covey, Marijke Lingsma, Brené Brown en Berthold Gunster. Als trainer en teamcoach heeft Van der Drift zijn ervaringen en de ideeën van deze andere schrijvers gebundeld in dit boek en daaraan zijn trainingsoefeningen gekoppeld.

Is het boek dan wel de moeite waard om te lezen? Ja! Tussen al die onnodige tekeningen en quotes door weet Van der Drift mij te boeien met zijn verfrissende uitleg waarom fouten maken moet. En ik sluit mij zeker bij hem aan: het wordt tijd dat het taboe rond fouten maken op de werkvloer verdwijnt. Alleen dan ontstaat er meer werkplezier met ruimte voor ontwikkeling.


Fouten maken moet
8 oktober 2013 | Annett Keizer

Iedereen maakt fouten. Meestal balen we daarvan en hebben we het gevoel dat we falen. Remko van der Drift leert ons anders aankijken tegen het maken fouten. Fouten maken is namelijk onvermijdelijk. Sterker nog, fouten maken is relatief en nuttig. Daarom is het van belang om onze mindset te veranderen en ons lerend vermogen vergroten. Niet makkelijk, wel noodzakelijk om succesvol te kunnen zijn. Niet voor niets luidt de ondertitel van dit inspirerende boek 'Durf het beste uit jezelf en je team te halen'. Dat er nogal wat lef voor nodig is om fouten te durven maken geeft de auteur ruiterlijk toe. Hij refereert daarbij aan Coveys uitleg over onze comfortzone en Brené Browns verhaal over schaamte en kwetsbaarheid van mensen. Maar fouten vermijden of verdoezelen heeft volgens hem geen zin. Fouten maken moet, om ervan te leren, om er beter van te worden en te innoveren. Dat geldt zowel voor individuen als voor teams.

De rode draad van het hele boek is de visie dat fouten maken leerzaam is. De schrijver heeft het boek in twee delen willen opsplitsen. Deel 1 zou moeten gaan over jijzelf en falen, deel 2 over teams en falen. Tijdens het lezen heb ik daar niet echt onderscheid in kunnen maken. Alle oefeningen in het boek zijn voor 6 tot 200 personen, dus vooral gericht op werken in groepen en teamverband.

Opvallend is de dikte van het papier van de pagina's. Daarmee voelt het als een boek van redelijke omvang voor een boek van 126 pagina's. Helaas krijg ik de indruk dat er nauwelijks 80 pagina's aan informatie in staat. Het boek is een aaneenschakeling van korte paragrafen met uitgebreide samenvattingen, veel praktijkvoorbeelden en teamoefeningen. Samen met de vele quotes en nogal flauwe cartoons vult dit de pagina's terwijl ik, als lezer, liever wat dieper op de stof was doorgegaan.

De auteur kiest echter voor een eenvoudige en persoonlijke manier om zijn verhaal te 'vertellen'. Hij is zelf ontwapenend eerlijk over fouten die hij zelf heeft gemaakt en wat hij daarvan heeft geleerd. Het boek is dan ook geschreven voor iedereen die in of met een team werkt. Geen managementboek dus, maar een praktische handleiding met een vleugje theoretische inzichten, geleend van namen als Stephen Covey, Marijke Lingsma, Brené Brown en Berthold Gunster. Als trainer en teamcoach heeft Van der Drift zijn ervaringen en de ideeën van deze andere schrijvers gebundeld in dit boek en daaraan zijn trainingsoefeningen gekoppeld.

Is het boek dan wel de moeite waard om te lezen? Ja! Tussen al die onnodige tekeningen en quotes door weet Van der Drift mij te boeien met zijn verfrissende uitleg waarom fouten maken moet. En ik sluit mij zeker bij hem aan: het wordt tijd dat het taboe rond fouten maken op de werkvloer verdwijnt. Alleen dan ontstaat er meer werkplezier met ruimte voor ontwikkeling.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden