Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Netwerken met energie - 'Warm aanbevolen'
18 april 2019 | Chris Maas Geesteranus

Netwerken met energie ervaar ik als een imposant werkstuk. Zeker niet alleen door zijn omvang (meer dan 300 bladzijden), maar vooral door de diepgang die Eelke Wielinga weet te bereiken aan de hand van de vele doordachte voorbeelden van menselijk handelen en hun effecten, in relatie tot dat van anderen.

Wielinga’s motief voor het schrijven van Netwerken met energie noemt hij in de epiloog: ‘De grote opgave is om het menselijk handelen in overeenstemming te brengen met de draagkracht van het globale ecosysteem. Hiervoor is samenwerking en creativiteit van velen nodig. Dit vereist een evolutionaire stap naar een hoger niveau van ordening op basis van co-creatie’. Zijn bedoeling ermee is volgens mij: mensen die, ieder individueel gemotiveerd voor het bereiken van een bepaald doel, nader tot elkaar te brengen om dat doel gezamenlijk proberen te bereiken. ‘Om’, zoals hij op de laatste bladzijde van zijn epiloog aangeeft: ‘toe te laten dat je het [definitieve  – CMG] antwoord nog niet weet’.

Ook de totstandkoming van het boek als zodanig is het resultaat van interactie zoals Wielinga zelf schrijft. Niet alleen is hij geïnspireerd door een veelheid aan collega’s (vaak van het ministerie van LNV – ik reken me tot zijn oud-collega daar en hij noemt zelfs een project over interactieve beleidsvorming van ons), vrienden, wetenschappers, leermesters en familie; ook door zijn vroegere stagiair Sjoerd Robijn. Hoofdstuk 2 van het boek schreef Wielinga dan ook samen met hem.

Netwerken als levend weefsel

De (stevig geannoteerde) inhoudsopgave leest al bijna als een samenvatting van het boek, want die beslaat vrijwel acht bladzijden. In de zeven volgende hoofdstukken beschrijft hij het proces van co-creatie, het warme deel van netwerken, organisaties, samenleving. Daarmee bedoelt hij niets anders dan de relaties tussen de deelnemers aan zo’n systeem. Relaties die vaak worden vergeten bij opbouw en continuering van netwerken; of ondersneeuwen in de behoefte aan meetbare doelen, ambities, controlemechanismen, indicatoren en dergelijke: de koude kant van het netwerk. Niet dat hij die laatste kant veronachtzaamt of het belang ervan ontkent. Maar het is duidelijk dat zijn aandacht zich richt op hoe wij in een netwerksituatie met elkaar kunnen omgaan. Voor hem is een netwerk een ‘levend weefsel’. Dat doet denken aan het holisme van Fritjof Capra en de Gaiahypothese van Lovelock – en die noemt hij beiden ook. Daarop laat hij een aanzienlijke hoeveelheid analyse los, wetenschappelijk onderbouwd.

Systematiek

In hoofdstuk 1 wordt de noodzaak aangegeven om in netwerken aan de slag te gaan. Alleen oplossingen bedenken voor de grote maatschappelijke vraagstukken – en vooral niets doen is geen optie’.

Het tweede hoofdstuk beschrijft zeven ordenende principes die een netwerk levend maken. Energiestromen (zich uitend in interacties) tussen mensen zijn daarbij de basis voor de zelfordening van een netwerk. De overige zijn de principes van identiteit, competitie, complementariteit, pulserende groei, overvloed en responsiviteit.

In het hoofdstuk daarop gaat het over het ontstaan van het prille idee en vervolgens over de wijzen waarop dat in projectvorm ‘warm’ kan worden ontwikkeld, gerealiseerd, ingebed en verspreid.

De kern van het boek lijken hoofdstuk 4 en 5 waar het voornamelijk gaat over wat de actoren doen in, wat hij noemt, de ‘vitale ruimte’ (je zou kunnen zeggen: de ‘bewegings- en relatieruimte’ van personen). Met alle ‘voedende’, ‘defensieve’ en ‘destructieve’ patronen vandien. Nogal theoretisch maar onmisbaar voor een goed begrip van de kern van relationeel handelen.

Een speciaal geval is de ‘vrije actor’ die in hoofdstuk 5 aan de orde komt. Hij/zij is iemand ‘die zich voor het netwerk wil inzetten en zelf minder verdacht is dan anderen’. Een onafhankelijke persoon dus die de deelnemers in het netwerk vertrouwen: in persoon en in professionele aanpak. Zo iemand kan in situaties van afbraak van een netwerk – bijvoorbeeld door wantrouwen of dominantie van iemand – de deelnemers weer bij elkaar brengen.

Wielinga beschrijft in dit hoofdstuk een situatie waarin die afbraak (of een conflict) een monster is dat je het moeras intrekt: ‘Heeft hij je eenmaal te grazen, dan ben je zelf deel van het monster geworden’. Als ik dit lees, dan denk ik: nee hoor, het monster zit in jezelf, vanaf het begin. Met andere woorden: zoek de oplossing ook bij jezelf en niet bij een ‘externe oorzaak’.

Hoofdstuk 6 gaat dan over de flexibiliteit van een netwerk om op maatschappelijke veranderingen te reageren. Dat heeft onder meer te maken met het wereldbeeld dat leden van de groep hebben: de wereld als machine, jungle, marktplaats, dorp, mysterie, deel van de kosmos of levend organisme. Dat leidt tot nogal verschillende manieren waarop die leden activiteiten zullen voorstellen om het doel naderbij te brengen.

Aangezien die nogal kunnen verschillen, is het logisch dat het laatste hoofdstuk gaat over ‘Wat doe je als het spannend wordt?’ Vluchten, vechten, bevriezen of aanpassen zijn hier de strategieën. Waarbij emoties een belangrijke rol spelen. Het is de kunst om die emoties zodanig onder controle te krijgen, dat er weer ruimte is voor gesprek en creativiteit. Ook daarmee helpt hij de lezer. Waarmee we weer bij het begin van het boek uitkomen: hoe zet je een levend netwerk op?

Een bruikbaar boek?

Dit is een boek waarin het gaat over psychologie, samenwerking en antagonisme tussen actoren, gedragskunde, interactieve beleidsvorming, filosofie, groepsdynamica en waarschijnlijk over nog veel meer. Het leest gemakkelijk, is toegankelijk in stijl maar allerminst snel ‘verteerbaar’: je moet er goed ‘bij blijven’ om de essentie er steeds weer uit te halen.

Maar het is nog iets ingewikkelder: Wielinga besteedt weinig systematische aandacht aan het type organisaties waarin een netwerk zich eventueel bevindt. Een top-downorganisatie (‘harkjes’) geeft andere mogelijkheden voor (interne) netwerken dan een matrixorganisatie (macht is verdeeld over in- en externe leidinggevenden – de laatste leveren de output van de organisatie. Om je juist daarin te verdiepen is het nuttig een boek over een (originele) typologie van organisaties te lezen.

Het is ook geen boek dat je ‘zomaar’ dropt in een bestaand netwerk: daarvoor is het veel te uitgebreid en complex. Het is wel geen receptenboek maar dient ter inspiratie, zoals Wielinga zelf ook stelt. Maar dan nog: de hoeveelheid aangedragen materiaal, visies, conclusies en verwijzingen vergt zoveel interpretatie van de lezer naar diens eigen situatie, dat het boek naar mijn mening vooral goed bruikbaar is in een opleiding (zoals leraar, educator, onderzoeker sociale wetenschappen, manager) of in een meerdaagse bijscholingscursus voor dezelfden. Voor die omstandigheden is het goed dat het boek – ook door zijn gedetailleerde indeling – veel reflectiemogelijkheden en voorbeelden uit zijn eigen (vaak landbouw)praktijkervaring bevat.

Een praktijkgerichte theorie zoals in dit boek gegeven, kan in allerlei soorten netwerken worden gebruikt: het gaat immers om de interactie tussen mensen als zodanig. En of het nu gaat om een afdeling binnen de overheid, maatschappelijke organisatie, kennisinstelling of bedrijf; of over een groep verontruste burgers vanwege de leefbaarheid in een wijk: overal spelen dezelfde principes van hoe mensen zich tot elkaar verhouden.

Tenslotte

Ook in ander opzicht is dit een opmerkelijk boek: afgezien van een paar  slordigheden, staan er bijna geen taalfouten in. Helaas is dit tegenwoordig, met alle desinteresse voor ‘goed’ Nederlands, een zeldzaamheid. Laat ik de auteur dan maar de enige echte taalfout (‘leidt’ in plaats van ‘lijdt’ – r. 3 v.o. op bladzijde 48) ‘vergeven’.

En voor het overige: warm aanbevolen!

Chris Maas Geesteranus is lid van de sectie Natuur- en Milieueducatie – VVM netwerk van milieuprofessionals.


Netwerken met energie - 'Een prachtboek'
25 oktober 2018 | Nico Jong

Als mensen elkaar vinden op iets gezamenlijks in netwerken, dan is er energie waarmee we bewust kunnen werken. Dat is een van de boodschappen in Netwerken met energie van Eelke Wielinga en Sjoerd Robijn.

Mensen lopen steeds vaker tegen grenzen aan van de systemen zoals we die nu kennen. De vraagstukken van deze tijd zijn dermate complex dat niemand meer het volledige overzicht heeft van deze onzekere en onvoorspelbare systemen. De inzet en creativiteit van velen is nodig om in cocreatie te komen tot goede oplossingen voor complexe vraagstukken. Netwerken met energie is een inspiratiebron om te doen wat nodig is voor de gezondheid van de netwerken waarin we functioneren.

Eelke Wielinga voert al jaren een pleidooi om netwerken als levende organismen te beschouwen, met een vergelijkbare werking als de levende natuur. Dit als tegenhanger voor het mechanistische marktdenken dat eind vorige eeuw de overhand kreeg. Hij leunt daarbij op natuurwetten uit de thermodynamica, evolutietheorie, ontwikkelingsbiologie en neurobiologie. Het onderzoekswerk van Sjoerd Robijn geeft een belangrijke verdieping aan het begrip energie en daarmee is hij coauteur geworden.

In de gangbare managementpraktijk ligt sterk de nadruk op doelen, effectiviteit, efficiency, concurrentiekracht, winst en groeicijfers. Managers kunnen niet zo veel met de energie die vrijkomt bij samenwerking tussen mensen. De auteurs willen met hun boek een handreiking bieden om energie in menselijke interactie hanteerbaar te maken. Netwerken die door mensen gevormd worden, zijn ecosystemen die zich ontwikkelen volgens zeven ordenende principes in de evolutie. Vetweefsel bijvoorbeeld, neemt energie op. Sociaal kapitaal is ook een opslag van energie, maar dan op een complexer niveau.

Wielinga werkt met enkel door hem ontwikkelde en veelvuldig toegepaste modellen. De initiatievenspiraal toont de verschillende stadia waarlangs een initiatief zich ontwikkelt.

In een gezond netwerk is sprake van vitale ruimte, waarin mensen zich zinvol en verbonden voelen, zich in willen spannen en risico durven nemen om te experimenteren en te leren. De coherentiecirkel onderscheidt interactiepatronen die vitale ruimte voeden en defensieve patronen die vitaliteit verhinderen. De vitale ruimte staat tegenover doelgericht management. Een netwerk wordt gezond als er tenminste één vrije actor is die doet wat nodig is voor vitaliteit, met of zonder mandaat. De co-creatiedriehoek onderscheidt de posities die bijdragen aan vitaliteit en co-creatie of haar in de weg staan. Dit onderscheid is nodig om een strategie te ontwikkelen die complementariteit bevordert. De drie modellen worden ieder in een eigen hoofdstuk uitgewerkt.

Levende organismen overleven alleen als ze responsief zijn. Bij veranderende omstandigheden zijn ze telkens in staat nieuwe antwoorden te vinden om gezond te blijven. Daartoe vertellen we elkaar verhalen over hoe de wereld functioneert. We moeten wel want de werkelijkheid is altijd complexer dan ons brein kan bevatten. Verhalen laten ons begrijpen wat we ervaren, helpen ons onderscheiden wat wenselijk of geoorloofd is. Ze sturen onze waarneming en laten ons zien wat in onze verhalen past. Deze verhalen maken het ons mogelijk te acteren op wat zich in onze omgeving voordoet. Ze verschaffen ons het vermogen tot respons waardoor we met onze omgeving verbonden zijn. De auteurs onderscheiden zeven verschillende verhalen om te handelen bij complexe vraagstukken.

Iedereen heeft een moreel kompas. Een innerlijk weten dat zich in de loop van de evolutie heeft ontwikkeld. Onze intuïtie fungeert dankzij dat morele kompas als een antenne waarmee we signalen van onraad en van bemoediging opvangen. Het is voor ons de kunst om te herkennen wanneer we deel worden van de afbraak, of juist bijdragen aan het bouwen aan vitaliteit in ons netwerk.

Netwerken met energie is een prachtboek. De auteurs nemen ons bij de hand voor een rondgang door de wereld van het netwerk. Ze reiken ons op een toegankelijke manier een taal en enkele modellen aan om daar met elkaar beter mee om te gaan. Uitgeverij Scriptum heeft er weer een mooie uitgave van gemaakt, een ivoorkleurig boekblok in de bekende bordeauxrode kaft, gezet in een prettige schreefletter.

Nico Jong is senior adviseur bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.


Netwerken met energie - 'Echt een gereedschapskist'
10 oktober 2018 | Rick Lindeman

Het begin van dit boek was best een uitdaging voor me. Hoewel ik me al jaren in Transitie-netwerken begeef klikte het in eerste instantie niet. Ik begreep niet waarom een boek dat me 'gereedschap voor co-creatie' zou aanbieden, mij eerst een beschouwing over het ganse systeem van de wereld moest voorspiegelen.

Gelukkig was daar Rosa op Twitter. Ik wist dat zij betrokken was geweest bij het boek, en zij meldde mij: 'Kijk op pagina 203, daar sta jij.' Ik bladerde naar de bewuste pagina. Het was een paragraaf over de vrije actor. Dit is volgens het boek degene die veranderingen op gang brengt zonder een echt mandaat. Die rol heb ik inderdaad wel eens gespeeld. En plotseling klikte het: Het boek probeert werkelijk elke positie in een netwerk van mensen, te beschrijven en vele situaties waar ze in terecht kunnen komen. 

Het boek van Eelke Wielinga en Sjoerd Robijn is het resultaat van jaren ervaring met zogenaamde 'communities of practice'(COPs). Deze vonden vaak plaats rond domeinen als ontwikkelingssamenwerking, de landbouw en duurzaamheid. Zij zijn deze netwerken gaan zien als levende organismen. Langzaam maar zeker ontleden ze de familiegeschiedenis en de anatomie van deze netwerken.

De auteurs beginnen met het beschrijven van 7 principes die levende netwerken ordenen. Netwerken zijn zelfordenend, hebben een zekere identiteit. Ze zijn complementair, groeien pulserend, kennen overvloed en competie en zijn responsief. Vervolgens wordt gekeken naar de 'vitale ruimte' waarin ze opereren.

Voor mij kwam toen het interessanste gedeelte. Welke interventies kun je plegen om een netwerk te gebruiken voor daadwerkelijke verandering. Hierin introduceren Wielinga en Robijn de 'Coherentiecirkel'. Dit 'geraamte' van een levend netwerk vormt de basis voor de indeling van deze interventies. Wanneer opereer je strategisch, en wat doe je als mensen bevriezen.

Hierna volgen nog twee lange hoofdstukken over responsief vermogen en het 'helen en breken' van het Netwerk. In het eerstgenoemde hoofdstuk komen ongeveer alle mogelijke wereldbeschouwing aan bod. Wielinga geeft zelfs zijn mening over het Israëlisch-Palestijns conflict. Dit staat temidden van paragrafen over het Rizoom, Machiavelli en Bert Hellinger. Als lezer vind ik persoonlijk dat dit een stuk korter had gekund. Schrijven is schrappen.

Als gebruiker snap ik echter inmiddels wel waarom de auteurs dit doen. Het boek is namelijk eigenlijk een soort COP, maar dan op papier. Alle verhalen die worden beschreven, kunnen gebruikt worden als parabel of analogie in een COP sessie, om mensen te helpen hun knelpunt van een andere kant te zien, of te begrijpen waarom iets vast zit.

In die zin is het boek dus echt een gereedschapskist. Naast de diverse interventies om mensen betrokken bij een COP te houden (hamers en zagen), zijn deze verhalen de schroefjes en moertjes. De eerste hoofdstukken vol principes zijn als de werkbank, waarop de COP in elkaar gezet wordt.

Ik heb een aantal tools van het boek de laatste tijd ingezet. Wielinga en Robijn weten dan ook echt wel hoe zo'n netwerk 'tikt'. Erg toegankelijk is het echter niet beschreven. Naast de grote hoeveelheid theorie, is het ook doordrenkt met vele persoonlijke anekdotes, die vooral voor mensen die met hen in een COP zitten leuk zijn. Ook zit er een zekere jaren' 70 ideologie in, waar je soms doorheen moet prikken. 

Toch vond ik Netwerken met energie een waardevol boek. Nu ik er eenmaal doorheen ben, denk ik dat ik er regelmatig naar ga teruggrijpen. Er is immers altijd wel een proces om vlot te trekken.

Rick Lindeman is gecertificeerd facilitator en design thinker. Hij is facilitator bij LEF Future center van Rijkswaterstaat. Daarnaast is hij oprichter en eigenaar van het Faciliteer Atelier.


Netwerken met energie - 'Perfect gereedschap voor co-creatie'
17 september 2018 | Hanneke Tinor-Centi

Netwerken met energie is een boek voor hen die een verandering teweeg willen brengen. Het bijzondere van dit werk is dat de lezers wellicht veel van wat er in dit boek te lezen valt, bewust of onbewust al wel weten en tóch geeft het energie; een boost. Een aanzet tot verandering!

Netwerken met energie is derhalve geen doorsnee managementboek. Veranderaars, vernieuwers zo je wilt, hoeven ook niet per se een positie als manager te bekleden. Veranderingen worden los van de hiërarchie in gang gezet in ‘warme netwerken’.

Dit boek van Wielinga en Robijn levert een inspirerende bijdrage aan het begrijpen van wat zich in de praktijk ontwikkelt. Wielinga en Robijn hebben een methodiek ontwikkeld om energie te kunnen sturen in de praktijk van alledag. Hun visie en methodiek en de concrete uitwerking naar wat je in je eigen omgeving kunt doen, maakt dit boek bijzonder; het geeft je energie.

Met een gedegen onderbouwing van hun theorie over levende netwerken maken Wielinga en Robijn het aannemelijk dat mensen intuïtief veel meer weten over wat er nodig is om netwerken gezond en productief te maken. Veel meer dan zij denken en in woorden kunnen vatten. Wielinga en Robijn hebben wél kans gezien al deze ‘verborgen kennis’ in woorden om te zetten en duiden daarmee juist datgene wat er toe doet in netwerkprocessen.

Hun theorie combineert breed geaccepteerde wetenschappelijke theorieën uit de fysica, evolutiebiologie, neurofysiologie, sociologie en psychologie. Zelf zeggen zij erover: “Achteraf verbazen we ons erover dat -voor zover wij weten- niemand eerder op het idee gekomen is deze elementen op een dergelijke manier te combineren tot iets wat eigenlijk zo logisch en herkenbaar is. De mechanismen om onze netwerken gezond te houden zitten in onze genen. Daarom weten we veel meer dan we denken. Dit boek verschaft taal om die intuïtieve kennis onder woorden te brengen en om daarop met elkaar te reflecteren.”

Netwerken met energie biedt het perfecte gereedschap voor co-creatie.  In de huidige tijd is een opgelegd besluit niet meer voldoende. De werkelijk goede oplossingen zijn het resultaat van co-creatie door hen die van die oplossingen afhankelijk zijn. Maar voordat partijen elkaar zover serieus nemen dat co-creatie mogelijk wordt, moet er vaak heel wat gebeuren. Dit boek biedt handvatten voor veranderaars die daar aan (willen) werken.

Hanneke Tinor-Centi (1960), eigenaar van HT-C Communicatie en Marketing, tekstschrijver, boekrecensent en boekmarketeer.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden