Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Handboek Internetresearch & Datajournalistiek - Aanbevolen voor marketeers
23 oktober 2018 | Jacques Koster

Gezeteld op het puntje van mijn ‘Bright Day’-stoel kijk ik in november 2017 gefascineerd naar wat Christiaan Triebert – vooraanstaand lid van het internationale onderzoekscollectief Bellingcat – te vertellen heeft over zijn werk als onderzoeker in het journalistieke veld.

Openbare satellietbeelden van hetzelfde landschap uit opeenvolgende jaren volgen elkaar in zijn uiteenzetting stapsgewijs op: het bewijs is te leveren. Maar hoe doe je dat dan? En wat kan ik er mee als marketeer?

Internetresearch

Een klein jaar later krijg ik deze titel voorgeschoteld: Handboek Internetresearch & Datajournalistiek. Met het oprechte verzoek of ik het wil lezen en beoordelen. Als onderzoeker zeg ik natuurlijk: “Ja.” Het voorwoord van diezelfde Triebert is al genoeg voor mijn positieve beslissing. Twijfel heb ik wel over dat journalistieke deel. Hoe azijnpisserig kan het worden? Want het blijven wel journalisten, nietwaar? Maar bovenal, wat kan ik er mee in de dagelijkse marketingpraktijk?

Datajournalistiek

Nog nooit hadden we zo veel informatie ter beschikking. Maar die hoeveelheid betekent niet per definitie dat er meer feiten zijn. We leven in het zogenoemde post-truth tijdperk van fake news en alternative facts. We kiezen de feiten die ons wereldbeeld bevestigen. Het scala aan online tools en digitale onderzoeksmethoden is gelukkig een uitstekende uitbreiding van de gereedschapskist voor de moderne journalist. Tenminste, als je weet hoe die te gebruiken.

Ingewikkelde zoekopdracht

Een ingewikkelde zoekopdracht lijkt namelijk op de welbekende speld in de hooiberg. Want voordat je gaat naar een speld zoeken, moet je weten of je niet op zoek bent naar een naald, een draad, een naaimachine of de hooiberg. De zesde, van de grond af opnieuw opgebouwde, editie van het Handboek Internetresearch & Datajournalistiek van Andrew Dasselaar en Jerry Vermanen helpt je hierbij. Tenminste, als je de vriendelijke uitgever mag geloven. Tijd dus om dat zelf te onderzoeken.

Boordevol informatie

Het is geen bundel die je even in een avond uitleest. Het zit zo boordevol informatie en is dan ook nog eens ruim 400 pagina’s dik… Maar zowel met hele coole als hele vette informatie die – met enige interpretatie – bijzonder geschikt is voor marketeers. En eigenlijk is te stellen dat dit handboek er vooral is voor ambitieuze marketeers. Die bovendien naast hun scherm 5 centimeter ruimte – in de breedte – vrij hebben. Want dit boekwerk lees je in stukken. En dan in stukjes. Om het vervolgens stuk te lezen.

Dit boek verdient het om door marketeers gelezen en toegepast te worden.

Helder instructies

Dit boek verdient het om door marketeers gelezen en toegepast te worden. Zo krijg je in hoofdstuk 8 heldere instructies hoe je geheel geautomatiseerd relevante informatie verkrijgt. Als je dat vertaalt naar de toepassing voor je merk en organisatie – respectievelijk de concurrentie – krijg je elke ochtend op hetzelfde moment de meest actuele stand van zaken onder ogen. Dat maakt je als marketeer slagvaardig in je organisatie – en misschien wel slagvaardiger dan ooit.

Essentie onderzoek

Het handboek biedt bovendien prachtige benchmarks van de manier waarop jij voor je marketingplannen de beste input verzamelt, zonder direct buiten de deur te shoppen. Dan wel je onderzoeksvraag zodanig specifiek te maken, dat je met minder tijd en minder moeite – €€€€€ – de juiste hypotheses formuleert. Daar helpt hoofdstuk 12 dan weer bij: 5 vuistregels om dat onderzoek tot de essentie terug te brengen en hanteerbaar te houden.

Marketingproblemen

Een leeswijzer voor dit handboek is wat mij betreft eenvoudig: reserveer elke dag 5 tot 7 minuten voor een hoofdstuk – of een deel er van. Plak een uitstekende post-it op die bladzijden waar je iets van je marketingproblemen herkent. Die werkwijze helpt om naar relevante oplossingen te werken. Wat mij betreft, leer je bij wijze van spreken de 10 pagina’s van de hoofdstukindeling uit je hoofd. Dan vind je snel en zeker waar je naar op zoek bent.

Complexe materie

Mijn advies? Elke dag een stukje Handboek Internetresearch & Datajournalistiek. Precies zoals een goed marketingonderzoeker werkt naar de eindconclusie, die in ons vak marketing vaak al het grootste deel van het antwoord geeft in een veranderende positionering of propositie. De manier van schrijven van beide journalisten is makkelijk en begrijpelijk: de schrijfwijze van Dasselaar en Vermanen is constructief, oplossend en bijdragend. Echt heel prettig om te lezen – en dat maakt de vaak complexe materie weer heel toegankelijk.

Ambitieuze marketeers

Kortom, Handboek Internetresearch & Datajournalistiek is sterk aanbevolen. Maar uitsluitend voor ambitieuze marketeers. Want je mot wel effe een interpretatieslagje willen maken en kritisch – azijnpisserig – naar je eigen werk willen kijken. En oh ja, die titel had best wat korter of eenvoudiger gemogen…

Jacques Koster, 20 jaar reclame-/mediabureaus met focus op mediastrategie. Tijdens een internationale uitstap midden jaren 90 lokale fusie van 2 mediabureaus gedaan. Ging in ’99 (weer) voor inhoud en startte Opmaat media consultancy: vooral in fmcg met merken als Peijnenburg, Old Amsterdam, Aviko, HAK, Osborne e.d. Founder van SurPlace / Reality Analytics: een complex/big data-model voor optimalisaties in marketing, bij genoemde merken geïmplementeerd. Ruim 30 jaar ervaring als (vak-)docent bij o.a. SRM en Hogeschool Arnhem Nijmegen. En fietser: voor ontspanning, maar regelmatig net zo fanatiek als in zijn vak.

Deze recensie verscheen eerder op www.customertalk.nl


9 februari 2016 | José Otte

Het aantal malen dat ik mijn studenten heb laten zoeken naar informatie die verder gaat dan Wikipedia is ontelbaar inmiddels. Toch blijven veel beginnende onderzoekers, wat de studenten die ik begeleid zijn, tegen het feit aanlopen dat het zoeken met b.v. Google, lastig en tijdrovend is.

Dat lijkt in ieder geval zo, tot je de juiste middelen hebt gevonden.
Dasselaar neemt de lezer echt mee naar het begin van het begin, met het tonen van sites waar je goedkoop computers en computerprogramma’s kunt krijgen. Alsook uitleg over spyware e.d. Het wordt echt interessant als Dasselaar tips gaat geven, die netjes worden aangegeven door een icoon. Het openen van een nieuw venster, zodat je al zoekende de draad niet kwijtraakt is wel een handige.

Buiten de veelal bekende zoekmachines zoals Google en Ilse beschrijft Dasselaar ook de gespecialiseerde Wolfram|Alpha, waar je gemakkelijk grafieken uit kunt toveren, b.v. om te zien hoe de economische groei in Nederland en Duitsland zich tot elkaar verhouden gaat.

Een laatste onderdeel dat ik interessant vind in het boek zijn de nuttige researchwebsites waarin per onderwerp wordt aangegeven welke websites er zijn. Een onderwerp is b.v. ‘archieven’ of ‘biografieën’.

Het boek is vooral voor journalisten en mensen die b.v. op zoek zijn naar een persoon een interessant naslagwerk. Studenten die op onderzoek moeten voor hun afstudeeronderzoek kunnen hier ook wat interessante tips vinden, zoals hoe je zoekt op Google e.d.


27 juli 2006 | H.E. Weenink

Goede kans dat de startpagina van de internetbrowser op uw computer standaard staat ingesteld op www.google.nl. En waarschijnlijk maakt u, evenals ikzelf, dagelijks vele malen gebruik van de zoekfuncties van Google. Een nieuwe vraag, probleem, moeilijk woord, even een adres of telefoonnummer nodig. Het is om het even, we vinden het op Google. Dat Arjan Dasselaar in zijn 'Handboek Internetresearch' bij vrijwel elk onderwerp veel aandacht geeft aan de functies van Google is dan ook zeer begrijpelijk. Het is simpelweg de grootste zoekmachine op Internet. Hij beschrijft niet alleen de meest voor de hand liggende mogelijkheden van de Google, van andere zoekmachines, en van directories (lijsten op Internet gesorteerd per onderwerp). Hij gaat ook uitvoerig in op alternatieve zoekmogelijkheden en diept de verschillende mogelijkheden uit, voorzien van voorbeelden, adviezen en tips: het gebruik van Usenet, of RSS, zoeken in het 'diepe' web, de verborgen informatie in emailberichten, IP-nummers, enzovoort.

Ik dacht dat ik al behoorlijk handig was met het zoeken op Internet, maar in dit handboek kwam ik nog vele mogelijkheden en tips tegen om het efficiënter en vollediger te doen. De uitleg en voorbeelden die Arjan Dasselaar geeft, zijn duidelijk en goed na te doen. Kortom een boek om naast de PC te hebben liggen, om snel nog even op te zoeken hoe die éne of andere truc ook al precies weer werkte. Alleen al om deze reden is de aanschaf van dit boek zeker zijn geld waard.

Niets dan lof? Nou nee, er zijn ook een aantal kritische kanttekeningen te maken. In de eerste plaats dat de lezer zich, ondanks de goede inhoudsopgave, index en overzicht van nuttige websites, volledig in de vele opgesomde mogelijkheden zal verliezen. Mijn versie zit inmiddels vol met memobriefjes. En desondanks was ik aan het eind van het boek alle goede tips van het begin van het boek al weer vergeten.
In de tweede plaats verwachtte Herbert Blankensteijn al in 2004 dat het boek snel gedateerd zou zijn. Dat is naar mijn idee niet zo. Wel had Arjan Dasselaar een aantal zaken weg mogen laten, zoals Usenet (kan ook gewoon met Google Groups), en andere wat 'oudere' zaken. Dan was het boek ook nog wat compacter van geworden.

Dan kritische kanttekening 3. Het woord 'research' veronderstelt een zekere wetenschappelijke onderbouwing van de aanpak. Er staan weliswaar hier en daar aanbevelingen, kanttekeningen en waarschuwingen over het zoekproces, juistheid van de informatie en betrouwbaarheid van de bronnen, maar een onderbouwde inleiding over 'research', verantwoorde zoekstrategieën, enzovoort ontbreekt helaas.

Tot slot kritiekpunt 4. Het boek staat vol met verwijzigen naar website, inclusief het bijbehorende www-adres. Inclusief de 20 pagina's nuttige research websites is dit een perfecte 'directory' om het zoekproces te starten. Ik had dus zeker verwacht deze verzameling hyperlinks, enzovoort op een diskette bij het boek of op de website van de auteur aan te treffen. Helaas is dat niet zo, en dit is naar mijn idee een gemiste kans.

Ten slotte nog wat woorden vanuit het perspectief van de manager. Ik denk dat veel managers dit boek zullen laten liggen. Het bevat namelijk geen korte bondige samenvatting (of lijst met url's die men zo kan aanklikken). En met alleen snel doorbladeren en hier en daar een stukje lezen, of intypen van een enkel www-adres, kom je niet veel verder. Je moet er wat meer tijd instoppen wil je wat hebben aan dit boek. Hen zou ik graag de volgende uitdaging meegeven: probeer maar eens, gebruikmakend van dit handboek, te ontdekken of je eigen bedrijf vertrouwelijke stukken op Internet heeft staan. En kijk ook eens naar wat anderen over jou kunnen vinden op Internet. En als dat te weinig voldoening geeft, probeer dan dat soort informatie over je grootste concurrent maar eens te vinden. Veel succes en plezier toegewenst.


Handleiding zoeken
27 juli 2006 | Pierre Pieterse

Het internet blijkt steeds meer een parallelle dimensie die net als de eerste dimensie regelmatig een geheel herziene routekaart nodig heeft. Waar je tien jaar geleden nog rustig direct aan het strand met een glas wijn mijmerde bij een ondergaande zon, daar blijkt bij hernieuwd bezoek het oprukkende toerisme zijn desastreuze werk te hebben gedaan. Zo erg is het gelukkig niet in de parallelle dimensie, zo blijkt uit de derde, geheel geactualiseerde editie van het Handboek Internetresearch van Arjan Dasselaar. Eigenlijk is er niet veel veranderd, er is alleen veel meer. Veel meer rotzooi vooral, dus wat dat betreft lijkt internet in de pas te lopen met de ontwikkelingen in de eerste dimensie. Al het goede is er nog, je moet alleen wat beter zoeken.

Dasselaar, als een ervaren reisgids, als een connaisseur van het internetparadijs, probeert je wegwijs te maken. In die zin heeft dit boek dan ook erg veel weg van de beroemde reisgidsen voor de jongelui die met rugzak en weinig geld naar onbekende oorden trekken. ‘Bezoek vooral de Old Mill, het enige café dat het lokale bier tapt.’ ‘Een goede liftplaats is tankstation The Last Resort, veel vrachtwagenchauffeurs vinden gezelschap voor de lange reis best prettig.’ Het zijn de tips die bij de ouderen onder ons een glimlach tevoorschijn toveren (‘weet je nog ouwetje’), en die jongeren op weg helpen om het toch vooral zelf uit te vinden. Zo ook dit boek. De wat meer ervaren internetter zal vaker ‘o ja’ dan ‘o jee’ zeggen, en de jonge onervaren internetreiziger weet het al, of zal worden aangespoord om het inderdaad zelf uit te zoeken. De uitgebreide stadsplattegronden, dus de beschrijvingen van zoekmachines als Google, zijn nuttig, maar anders dan plattegronden verdienen ‘apparaten’ die zulke handleidingen nodig hebben om ze aan de praat te krijgen geen schoonheidsprijs. Het is alsof je een plattegrond in handen krijgt waar alles opstaat, behalve de straatnamen. Daar heb je een aparte kaart voor nodig. Op de bonnefooi dan maar? Dat is op internet nou ook weer niet aan te raden, hoewel je ver komt. En als je dat ene plekje even niet kunt vinden, dan pak je de reisgids van Dasselaar.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden