Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
30 december 2014 | Peter van der Wel

Een oude droom wordt werkelijkheid. De komst van Big Data maakt eindelijk de onderliggende patronen in de interacties tussen mensen zichtbaar. Onder Big Data wordt dan verstaan de combinatie van grote (lees: heel grote) verzamelingen gedigitaliseerde gegevens, de komst van goedkope supercomputers die zulke gigantische hoeveelheden data kunnen verwerken en de komst van slimme nieuwe algoritmen om met die gegevens om te kunnen gaan. Dit maakt het mogelijk het gedrag van groepen mensen te beschrijven en te voorspellen. Voilà de sociale fysica. Maakt Alex Pentland – de auteur van het boek ‘Sociale Big Data’ - deze claims waar?

In het ook voor leken goed leesbare boek ‘Sociale Big Data’ beschrijft Alex Pentland hoe Big Data het eindelijk mogelijk maakt om het gedrag van mensen in een groep te beschrijven en te beïnvloeden. Alex Pentland is niet de minste. Hoofd van het medialab van het prestigieuze MIT, leider van verschillende onderzoeksgroepen, mede-oprichter van verschillende bedrijven, publicaties in toonaangevende vakbladen, auteur van verschillende boeken. En dan nu dit boek dat de beginselen van wat hij dan noemt, de sociale fysica, helder verklaart.

Kort samengevat komt het hierop neer: Mensen worden beïnvloed door andere mensen. Dit leidt soms tot gedragsverandering. Die beïnvloeding (de feitelijke interactie) valt tegenwoordig te meten, dankzij de ‘digitale broodkruimels’ die wij overal achterlaten, via onze mobiele telefoon, sociale media, betalingsgedrag etc. Zo valt ook die gedragsverandering te meten en wiskundig te beschrijven. Hieruit kunnen betrouwbare voorspellingen worden gedaan. En nog veel belangrijker: daaruit kunnen interventies worden ontwikkeld om deze processen te beïnvloeden. Deze interventies kunnen dan leiden tot efficiënter werkwijzen voor taakgroepen, bedrijven, afdelingen binnen bedrijven en ad hoc organisaties.

En dan het bewijs dat het werkt. Pentland verwijst hiervoor naar de talloze casestudies die zijn onderzoeksgroepen hebben uitgevoerd in uiteenlopende situaties als de gezondheidszorg, financiële markten, callcenters, ondersteunende afdelingen in grote ondernemingen, studentenhuizen, groepen jonge gezinnen in een woonwijk, openbaar vervoer systemen en nog veel meer.

In deze studies bleek het mogelijk om met behulp van de instrumenten uit de sociale fysica de effectiviteit en productiviteit van deze groepen te verbeteren. En volgens Pentland heeft de sociale fysica daarbij aantoonbaar meer voorspellingskracht en meer meetbaar effect dan de traditionele instrumenten uit de sociale wetenschappen.

In het slotdeel van het boek onderzoekt Pentland hoe de sociale fysica ook zou kunnen worden ingezet in grotere groepen: steden (stadsplanning), landen (met de case studie Ivoorkust), en zelfs de hele wereldgemeenschap. Dit deel van het boek blijft echter het minst uitgewerkt en speculatief. Ik heb hier ook de meeste vragen bij. Kan de sociale fysica wel worden opgeschaald tot dit niveau? Kun je steden bijvoorbeeld wel zien als een afgebakend geheel of een taakgroep? Waaraan wil je de effectiviteit van een stad of een land afmeten? Wat als deze instrumenten worden ingezet door twee of meer elkaar tegenwerkende groepen, politieke stromingen of machtsblokken?

Ook het privacy aspect blijft een vraagpunt. Willen we wel dat onze gegevens zo maar worden gebruikt door de sociale fysica? Pentland is zich wel bewust van dit laatste aspect en doet een interessant voorstel voor een soort digitale kluis die eigendom is van de individuele ‘dataverspreider’. Hoewel hij dit ook nog in een aparte appendix uitwerkt, is mij nog niet helemaal helder hoe dit zou moeten werken.

Met zijn beschrijving van het theoretisch kader (de begrippen en relaties), de casestudies en de voorbeelden hoe de ontwikkelde instrumenten te gebruiken, is dit boek nuttig en bruikbaar voor iedereen die betrokken is bij de vormgeving van sociale processen: leidinggevenden, organisatieadviseurs, beleidsontwikkelaars, bestuurders en personen die hun eigen rol in de sociale processen beter willen begrijpen. Een klein puntje van kritiek. Het boek is vlot geschreven, maar in de vertaling lees je het Engels soms wel erg door de tekst heen. En hoewel het boek vele terreinen bestrijkt, is de inhoud toch te specifiek voor de gemiddelde geïnteresseerde krantenlezer. De echt geïnteresseerde lezer uit de doelgroepen hierboven kan daarom wellicht beter meteen de Engelse versie lezen.


Sociale Big Data - Opkomst van de data-gedreven samenleving
30 december 2014 | Peter van der Wel

Een oude droom wordt werkelijkheid. De komst van Big Data maakt eindelijk de onderliggende patronen in de interacties tussen mensen zichtbaar. Onder Big Data wordt dan verstaan de combinatie van grote (lees: heel grote) verzamelingen gedigitaliseerde gegevens, de komst van goedkope supercomputers die zulke gigantische hoeveelheden data kunnen verwerken en de komst van slimme nieuwe algoritmen om met die gegevens om te kunnen gaan. Dit maakt het mogelijk het gedrag van groepen mensen te beschrijven en te voorspellen. Voilà de sociale fysica. Maakt Alex Pentland – de auteur van het boek ‘Sociale Big Data’ - deze claims waar? In het ook voor leken goed leesbare boek ‘Sociale Big Data’ beschrijft Alex Pentland hoe Big Data het eindelijk mogelijk maakt om het gedrag van mensen in een groep te beschrijven en te beïnvloeden. Alex Pentland is niet de minste. Hoofd van het medialab van het prestigieuze MIT, leider van verschillende onderzoeksgroepen, mede-oprichter van verschillende bedrijven, publicaties in toonaangevende vakbladen, auteur van verschillende boeken. En dan nu dit boek dat de beginselen van wat hij dan noemt, de sociale fysica, helder verklaart.

Kort samengevat komt het hierop neer: Mensen worden beïnvloed door andere mensen. Dit leidt soms tot gedragsverandering. Die beïnvloeding (de feitelijke interactie) valt tegenwoordig te meten, dankzij de ‘digitale broodkruimels’ die wij overal achterlaten, via onze mobiele telefoon, sociale media, betalingsgedrag etc. Zo valt ook die gedragsverandering te meten en wiskundig te beschrijven. Hieruit kunnen betrouwbare voorspellingen worden gedaan. En nog veel belangrijker: daaruit kunnen interventies worden ontwikkeld om deze processen te beïnvloeden. Deze interventies kunnen dan leiden tot efficiënter werkwijzen voor taakgroepen, bedrijven, afdelingen binnen bedrijven en ad hoc organisaties.

En dan het bewijs dat het werkt. Pentland verwijst hiervoor naar de talloze casestudies die zijn onderzoeksgroepen hebben uitgevoerd in uiteenlopende situaties als de gezondheidszorg, financiële markten, callcenters, ondersteunende afdelingen in grote ondernemingen, studentenhuizen, groepen jonge gezinnen in een woonwijk, openbaar vervoer systemen en nog veel meer.

In deze studies bleek het mogelijk om met behulp van de instrumenten uit de sociale fysica de effectiviteit en productiviteit van deze groepen te verbeteren. En volgens Pentland heeft de sociale fysica daarbij aantoonbaar meer voorspellingskracht en meer meetbaar effect dan de traditionele instrumenten uit de sociale wetenschappen.

In het slotdeel van het boek onderzoekt Pentland hoe de sociale fysica ook zou kunnen worden ingezet in grotere groepen: steden (stadsplanning), landen (met de case studie Ivoorkust), en zelfs de hele wereldgemeenschap. Dit deel van het boek blijft echter het minst uitgewerkt en speculatief. Ik heb hier ook de meeste vragen bij. Kan de sociale fysica wel worden opgeschaald tot dit niveau? Kun je steden bijvoorbeeld wel zien als een afgebakend geheel of een taakgroep? Waaraan wil je de effectiviteit van een stad of een land afmeten? Wat als deze instrumenten worden ingezet door twee of meer elkaar tegenwerkende groepen, politieke stromingen of machtsblokken?

Ook het privacy aspect blijft een vraagpunt. Willen we wel dat onze gegevens zo maar worden gebruikt door de sociale fysica? Pentland is zich wel bewust van dit laatste aspect en doet een interessant voorstel voor een soort digitale kluis die eigendom is van de individuele ‘dataverspreider’. Hoewel hij dit ook nog in een aparte appendix uitwerkt, is mij nog niet helemaal helder hoe dit zou moeten werken.

Met zijn beschrijving van het theoretisch kader (de begrippen en relaties), de casestudies en de voorbeelden hoe de ontwikkelde instrumenten te gebruiken, is dit boek nuttig en bruikbaar voor iedereen die betrokken is bij de vormgeving van sociale processen: leidinggevenden, organisatieadviseurs, beleidsontwikkelaars, bestuurders en personen die hun eigen rol in de sociale processen beter willen begrijpen. Een klein puntje van kritiek. Het boek is vlot geschreven, maar in de vertaling lees je het Engels soms wel erg door de tekst heen. En hoewel het boek vele terreinen bestrijkt, is de inhoud toch te specifiek voor de gemiddelde geïnteresseerde krantenlezer. De echt geïnteresseerde lezer uit de doelgroepen hierboven kan daarom wellicht beter meteen de Engelse versie lezen.


Big data voor een betere wereld
24 november 2014 | Jeroen Ansink

De Franse filosoof Auguste Comte (1798-1857) geniet wereldwijd faam als de oprichter van de sociologie. Hij was daarnaast ook de stamvader van de sociale natuurkunde, een discipline die gebaseerd is op het idee dat het menselijke gedrag volgens mathematische regels verloopt. Waar de sociologie uitgroeide tot een volwaardige wetenschap, leed de sociale natuurkunde bijna twee eeuwen lang een slapend bestaan, omdat het simpelweg onmogelijk was om bepaalde hypotheses proefondervindelijk te bewijzen.

Dankzij big data kan dat inmiddels wél. In bijna alles wat we doen laten we 'digitale broodkruimels' achter, bijvoorbeeld in de vorm van GPS-coördinaten, creditcard-transacties, en bel- en internetgegevens. In Sociale big data (Opkomst van de data-gedreven maatschappij) beschrijft de Amerikaanse datawetenschapper Alex Pentland hoe uit al die gegevens bepaalde patronen kunnen worden gedestilleerd die aantonen dat ons gedrag niet alleen voorspelbaar is maar ook gestuurd kan worden. Big data vormen als het ware een socioscoop die een wetenschappelijke revolutie zal veroorzaken, net zoals de telescoop en de microscoop dat respectievelijk met de astronomie en de biologie deden.

Het centrale uitgangspunt in de sociale natuurkunde is dat mensen zich gedragen als ideeverwerkende machines die individueel denken combineren met sociaal leren. Hoe beter andermans ideeën geoogst en geïmplementeerd kunnen worden, hoe productiever de samenwerking. Om die stroom van ideeën te kunnen meten, bedient Pentland zich niet alleen van smartphone- en computergegevens, maar ook van zogeheten sociometrische badges. Deze zelfontworpen apparaatjes, die eruit zien als een uit de kluiten gewassen identiteitskaart, leggen de non-verbale communicatie van proefpersonen vast, zoals lichaamstaal en intonatie. Via 'realiteitsontginning' op basis van gedrag, in plaats van intenties, kan de sociale natuurkunde vervolgens doorgronden wat mensen werkelijk denken.

Op de werkvloer heeft dit al tot inzichten geleid die voorheen misschien intuïtief al werden aanvoeld, maar nooit hard gemaakt konden worden. Pentland laat bijvoorbeeld zien dat vergaderingen zelden productief zijn, omdat ze bijna altijd gedomineerd worden door slechts een handjevol mensen. Informele bijeenkomsten, bijvoorbeeld rond de koffieautomaat, vormen daarentegen een veel betere voedingsbodem voor de spontane uitwisseling van informatie.

Echt interessant wordt het als Pentland de sociale natuurkunde toepast op steden en zelfs complete landen. Het belgedrag van mensen kan bijvoorbeeld voorspellen wanneer een griepepidemie op het punt staat om uit te breken, en de stroom van ideeën op macroniveau laat zien waarom bepaalde wijken economisch floreren, terwijl andere gedoemd zijn tot achterstandsbuurten. Big data kunnen daarnaast ingezet worden om verkeersstromen efficiënter te organiseren, om mensen energie te laten besparen, en om calamiteiten die tot nog toe vooral werden beschouwd als willekeurige toevalligheden, zoals volksopstanden en beurscrashes, te verklaren en te voorkomen.

Sociale natuurkunde heeft met andere woorden de potentie om de wereld op allerlei fronten dramatisch te verbeteren. Bij dit utopische streven schuilt uiteraard een addertje onder het gras. Big data worden momenteel vooral geassocieerd met afluisterschandalen door de overheid en privacy-schendingen van machtige internetbedrijven. Daarom is er volgens Pentland een New Deal on Data nodig waarbij bedrijven en overheden accepteren dat data persoonlijk eigendom zijn van burger en consument. Hij vergelijkt de huidige situatie met die in de Middeleeuwen, waarin landheren het voor het zeggen hebben en de rest van de maatschappij bestaat uit horigen. In het feodale tijdperk duurde het eeuwen voordat de burgers macht over hun eigen lot begonnen te krijgen. Met een beetje geluk gaat het met big data, net zoals met alles in het computertijdperk, een stuk sneller.


20 november 2014 | Nico Jong

De media besteden veel aandacht aan big data. Van een hype is echter nog geen sprake. Big data vergen grote investeringen en grijpen diep in op de bedrijfsvoering, dus staan nog maar weinig organisaties te trappelen om er mee aan de slag te gaan. Wel al succesvol is het gebruik van big data in onderzoek om menselijk gedrag nauwkeuriger te begrijpen en te beïnvloeden. Alex Pentland, hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology, voerde experimenten uit met behulp van big data en schreef er een helder boek over: ‘Sociale Big Data’.

Waar de meeste mensen denken in statische termen als regels, procedures en structuren, denkt Pentland juist meer in dynamische, ontwikkelingsgerichte termen. Hij besteedt aandacht aan de ideeënstroom binnen netwerken, het ontstaan van sociale normen en het proces dat complexiteit genereert. Anderen denken na over individugerichte structuren en de onveranderlijke resultaten die zij voortbrengen. Pentland denkt in termen van sociale fysica: groeiprocessen binnen netwerken. Hij breidt het gangbare, individugerichte economische en politieke denken uit door er sociale interacties bij te betrekken. Sociaal leren en sociale druk zijn de primaire krachten die ontwikkeling van cultuur aanjagen en de hyperverbonden wereld voor een groot deel bepalen. Sociale fysica beschrijft betrouwbare, wiskundige verbanden tussen informatie en ideeënstromen aan de ene en het gedrag van mensen aan de andere kant. Zij geeft inzicht in de manier waarop ideeën zich van persoon tot persoon verspreiden door middel van sociaal leren. Sociale fysica maakt het mogelijk de productiviteit van groepen, organisaties, steden en zelfs landen te voorspellen. In de sociale fysica worden de mechanismen van sociale interacties gecombineerd met grote hoeveelheden gedragsdata om betere sociale systemen te realiseren. Ook probeert zij een taal te bieden die beter is dan het sleetse vocabulaire van markten en klassen, kapitaal en productie. Dit oude vocabulaire is een afspiegeling van een te simplistische manier van denken, die het vermogen om helder en doeltreffend te denken beperkt.

Big data vormen de motor van de sociale fysica, die patronen analyseert van menselijke ervaringen en van de uitwisseling van ideeën in de ‘digitale broodkruimels’ die we achterlaten in onze gang door de wereld in de vorm van telefoongegevens, pinbetalingen en gps-bepalingen. In deze data ligt besloten wat mensen daadwerkelijk gedaan hebben. Dit in tegenstelling tot wat mensen in de sociale media doen: rondbazuinen wat zij elkaar willen vertellen en wat zij dénken te gaan doen. Het analyseren van de patronen in de digitale broodkruimels noemt men reality mining en dat levert enorm veel informatie op over wie individuen zijn.

De gangbare sociale wetenschap stoelt vooral op kleinschalig laboratoriumonderzoek en op steekproeven, gemiddelden of stereotypen. Daarmee is de complexiteit van het echte leven – als iedereen al zijn mentale eigenaardigheden tegelijkertijd laat gelden – niet te verklaren. Door big data wordt het mogelijk de samenleving in al haar complexiteit te bezien via de miljoenen netwerken van interpersoonlijke uitwisselingen. Daarom streeft de sociale fysica naar de meest omvattende kwantitatieve beschrijvingen die mogelijk zijn. Hierdoor wordt het mogelijk kwantitatieve, voorspellende modellen te maken van menselijk gedrag in complexe, alledaagse situaties. Het inzicht dat zij binnen enkele jaren kunnen bieden, helpt de samenleving te besturen op een manier die beter past bij de complexe, onderling verbonden netwerken van mensen en technologie.

Sociale Big Data is een waanzinnig interessant boek, dat op een begrijpelijke en toegankelijke manier toont wat ons op korte termijn te wachten staat. Verplichte kost voor professionals op het gebied van communicatie en gedragsbeïnvloeding.


Sociale Big Data - Opkomst van de data-gedreven samenleving
20 november 2014 | Nico Jong

De media besteden veel aandacht aan big data. Van een hype is echter nog geen sprake. Big data vergen grote investeringen en grijpen diep in op de bedrijfsvoering, dus staan nog maar weinig organisaties te trappelen om er mee aan de slag te gaan. Wel al succesvol is het gebruik van big data in onderzoek om menselijk gedrag nauwkeuriger te begrijpen en te beïnvloeden. Alex Pentland, hoogleraar aan het Massachusetts Institute of Technology, voerde experimenten uit met behulp van big data en schreef er een helder boek over: ‘Sociale Big Data’. Waar de meeste mensen denken in statische termen als regels, procedures en structuren, denkt Pentland juist meer in dynamische, ontwikkelingsgerichte termen. Hij besteedt aandacht aan de ideeënstroom binnen netwerken, het ontstaan van sociale normen en het proces dat complexiteit genereert. Anderen denken na over individugerichte structuren en de onveranderlijke resultaten die zij voortbrengen. Pentland denkt in termen van sociale fysica: groeiprocessen binnen netwerken. Hij breidt het gangbare, individugerichte economische en politieke denken uit door er sociale interacties bij te betrekken. Sociaal leren en sociale druk zijn de primaire krachten die ontwikkeling van cultuur aanjagen en de hyperverbonden wereld voor een groot deel bepalen. Sociale fysica beschrijft betrouwbare, wiskundige verbanden tussen informatie en ideeënstromen aan de ene en het gedrag van mensen aan de andere kant. Zij geeft inzicht in de manier waarop ideeën zich van persoon tot persoon verspreiden door middel van sociaal leren. Sociale fysica maakt het mogelijk de productiviteit van groepen, organisaties, steden en zelfs landen te voorspellen. In de sociale fysica worden de mechanismen van sociale interacties gecombineerd met grote hoeveelheden gedragsdata om betere sociale systemen te realiseren. Ook probeert zij een taal te bieden die beter is dan het sleetse vocabulaire van markten en klassen, kapitaal en productie. Dit oude vocabulaire is een afspiegeling van een te simplistische manier van denken, die het vermogen om helder en doeltreffend te denken beperkt.

Big data vormen de motor van de sociale fysica, die patronen analyseert van menselijke ervaringen en van de uitwisseling van ideeën in de ‘digitale broodkruimels’ die we achterlaten in onze gang door de wereld in de vorm van telefoongegevens, pinbetalingen en gps-bepalingen. In deze data ligt besloten wat mensen daadwerkelijk gedaan hebben. Dit in tegenstelling tot wat mensen in de sociale media doen: rondbazuinen wat zij elkaar willen vertellen en wat zij dénken te gaan doen. Het analyseren van de patronen in de digitale broodkruimels noemt men reality mining en dat levert enorm veel informatie op over wie individuen zijn.

De gangbare sociale wetenschap stoelt vooral op kleinschalig laboratoriumonderzoek en op steekproeven, gemiddelden of stereotypen. Daarmee is de complexiteit van het echte leven – als iedereen al zijn mentale eigenaardigheden tegelijkertijd laat gelden – niet te verklaren. Door big data wordt het mogelijk de samenleving in al haar complexiteit te bezien via de miljoenen netwerken van interpersoonlijke uitwisselingen. Daarom streeft de sociale fysica naar de meest omvattende kwantitatieve beschrijvingen die mogelijk zijn. Hierdoor wordt het mogelijk kwantitatieve, voorspellende modellen te maken van menselijk gedrag in complexe, alledaagse situaties. Het inzicht dat zij binnen enkele jaren kunnen bieden, helpt de samenleving te besturen op een manier die beter past bij de complexe, onderling verbonden netwerken van mensen en technologie.

Sociale Big Data is een waanzinnig interessant boek, dat op een begrijpelijke en toegankelijke manier toont wat ons op korte termijn te wachten staat. Verplichte kost voor professionals op het gebied van communicatie en gedragsbeïnvloeding.


Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden