Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Mannen en/of Vrouwen - Diversiteit op de werkvloer
13 juni 2016 | Annett Keizer

Over verschillen tussen mannen en vrouwen is al veel gezegd en geschreven. Vaak gaat het over onbegrip tussen de sexen met hilarische voorbeelden ter illustratie.

Ook de toon van dit soort boeken is vaak ietwat verontwaardigd omdat vrouwen nog altijd minder verdienen en nog steeds niet voldoende topposities in het bedrijfsleven bekleden. Bert Overbeek benoemt in zijn Mannen en/of Vrouwen eindelijk de thema’s die altijd onbesproken blijven. Mannen en vrouwen zijn verschillend omdat hormonen en leeftijd nou eenmaal een belangrijke rol spelen op de werkvloer. Hoog tijd dat leidinggevenden en teammanagers hier kennis van nemen. 

Soms lees je een boek waarbij je het gevoel hebt dat de schrijver voor je zit om zijn verhaal te vertellen. Zo ook dit boek. Misschien komt dat omdat Bert Overbeek zijn inleiding begint met zijn persoonlijke ambitie waarom hij over de bewuste en onbewuste drijfveren van mannen en vrouwen wil schrijven en ook zijn schroom daarbij. Hem werd zelfs verteld dat het ‘tricky’ is om over man-vrouwzaken te schrijven. Gelukkig heeft hem dat niet weerhouden om dit boek te schrijven om daarmee leidinggevenden en managers te helpen man-vrouwverschillen beter te begrijpen. Want ‘wanneer je de kunst verstaat om de juiste hormonen op het juiste moment in te zetten, transformeer je je team tot een high performance team en laat je het groeien van een natuurdriftig tot een geestdriftig niveau.’

Een boek waarin hormonen dus een centrale rol spelen. Niet alleen testosteron en oestrogeen komen aan bod. Ook het effect van oxytocine, vasopressine, prolactine en cortisol komt uitgebreid aan de orde. Toch heeft dit boek allerminst de toon van een wetenschappelijk biologisch onderzoek, maar legt het wel helder uit wat het effect van hormonen is op ons gedrag en onze samenwerking in team van mannen en/of vrouwen. In hoofdstuk 4 is zelfs een fantasieverhaal gewijd aan ‘vergaderende hormonen’ om te laten zien hoe die op elkaar reageren. Volgens Overbeek onderschatten leidinggevenden namelijk de natuurdriften op de werkvloer, meestal onbewust, veroorzaakt door onze hormonen. Uit eigen ervaring beschrijft hij praktijkvoorbeelden van teams die veel weg hadden van ‘apenrotsen’ en ‘krabbenmanden’. Net als Frans de Waal, maakt hij daarbij een vergelijking tussen het dieren- en mensenrijk en concludeert hij dat de neiging om verschillen tussen mannen en vrouwen te negeren zelden uit de biologische hoek en meestal uit de sociaal-emotionele hoek komt.

Tijd om die voorzichtigheid te doorbreken, want mannen en vrouwen zijn misschien wel gelijkwaardig maar zeker niet gelijk. Overbeek geeft terecht aan dat die verschillen wel naar voren mogen komen in modellen als Management Drives, Insights, DISC of MBTI. Dan willen mensen niets liever dan duidelijkheid krijgen over het hokje waar ze inpassen en of ze kunnen worden getypeerd als rood, blauw, geel of groen; of ze Vormers of Voorzitters zijn en of hun gedrag neigt naar Intuïtief of Rationeel. Geen van deze modellen rept echter over man-/vrouwverschillen of leeftijd die van invloed is op samenwerken op de werkvloer. Toch zijn deze, volgens de auteur, zeer bepalend voor de groepsdynamiek en doen leidinggevenden er goed om deze factoren mee te nemen in het samenstellen en managen van hun teams. Terecht maakt hij daarbij de aantekening dat de dosering van mannen- en vrouwenhormonen per man en vrouw kunnen verschillen, waardoor je eerder kunt spreken van ‘mannelijk en vrouwelijk gedrag’.

Maar ondanks alle nuances van de schrijver erkent hij ook dat mannen en vrouwen nou eenmaal niet gelijk zijn en dat er iets gebeurt wanneer je ze in bepaalde m/v-verhoudingen bij elkaar zet in een groep. Wie dat als leidinggevende herkent en erkent kan die verschillen respecteren en waarderen, waardoor samenwerken tussen de sexen spannend, leuk, waardevol en vooral ook efficiënt wordt. En hoewel Overbeek zichzelf zwaar indekt tegen mogelijke kritiek rond zijn gekozen thema (hoofdstuk 9 heet zelfs ‘Eventuele bezwaren tegen dit boek’) werd het hoog tijd dat er eindelijk eens een boek werd geschreven dat man-/vrouwverschillen op een open en eerlijke manier bespreekbaar maakt. Ik ben het roerend eens met de auteur wanneer hij zegt dat we daar op de werkvloer en in m/v-discussies wel wat minder verkrampt over mogen doen.

Annett Keizer is communicatiecoach en –trainer.

Machtswellust heeft ook een biologische kant
18 maart 2016 | Bert Peene

Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus. Het is vaak weinig meer dan een onbeholpen poging tot verklaring van de vele misverstanden tussen mannen en vrouwen die het leven van beide seksen zo vaak vergallen. Er werden boeken over geschreven, cabaretiers lieten zich erdoor inspireren, maar het fenomeen op zich is nog nooit door iemand grondig beschreven.

Met zijn boek Mannen en/of Vrouwen (‘Diversiteit op de werkvloer’) wil Bert Overbeek dat gemis goedmaken. Wat zijn de bewuste en onbewuste drijfveren van mannen en vrouwen en vooral: hoe kun je daar als teamleider effectief mee omgaan? Die vraag staat centraal in een betoog waarin alles draait om seks, hormonen en de invloed van leeftijd.

Laat ik Overbeeks boek eerst eens een plaatsje geven in de overzichtelijke wereld van sub-genres binnen de managementliteratuur, want de titel schept vooralsnog hoofdzakelijk verwarring. Mannen en/of Vrouwen gaat over teameffectiviteit en moet het wat bruikbaarheid betreft dus opnemen tegen alles wat in de loop der jaren onder die noemer geschreven is. Door de Harvey Robbins, Marijke Lingsmas en Tica Peemans dus, om maar een paar bekende auteurs te noemen. Hoe waardevol al die studies ooit ook geweest mogen zijn, Overbeek vindt ze intussen toch wel verouderd of op zijn minst eenzijdig. ‘Er gebeurt meer in teams dan deze tools beschrijven.’ Om dat te zien, en vervolgens aan de juiste knoppen te kunnen draaien, heb je volgens hem kennis nodig van het brein, hormonen, de ‘genencompetitie’ en de invloed van de sociale omgeving waarin mensen verkeren; groepsdynamica dus. Die kennis is tegenwoordig in ruime mate voorhanden en Overbeek geeft ze daarom met gulle hand.

We komen bijvoorbeeld alles te weten over oestrogeen en testosteron, oxytocine, vasopressine, prolactine en cortisol: wat ze zijn, wat ze met ons doen en hoe je hun werking kunt herkennen op de werkvloer. Hormonenmanagement zou een belangrijke module in iedere opleiding voor leidinggevenden moeten zijn; zoveel wordt wel duidelijk.

Het zijn echter niet alleen onze hormonen die ons gedrag bepalen; ook de structuur van onze hersenen zorgt voor opmerkelijke verschillen tussen man en vrouw. Dat heeft alles te maken met de omvang van de frontale kwabben. Ik zal u een neurologisch exposé besparen, maar het komt erop neer dat de genoemde verschillen in breinstructuur ervoor zorgen dat vrouwen in het algemeen socialer zijn en mannen contextafhankelijker. Je zou kunnen zeggen: pragmatischer, minder principieel. Agressiever ook; de term ‘haantjesgedrag’ heeft immers vooral betrekking op bepaalde gedragingen van de mannelijke soort (al blijkt er ook vrouwelijk ‘haantjesgedrag’ te zijn) . En mocht u dit een wat eenzijdige voorstelling van zaken vinden, lees dan het befaamde manifest Wat leiders drijft van Manfred Kets de Vries er maar eens op na; dat biedt een staalkaart van gedragingen die maar één doel hebben: macht!

Lang is deze behoefte aan macht uitsluitend psychologisch verklaard. Er zou een innerlijk gemis mee worden opgevuld, onzekerheid gecamoufleerd of het regime van een dominante vader verwerkt. Overbeek sluit die mogelijkheden niet uit, maar is er tegelijk van overtuigd  dat machtswellust ook een biologische kant heeft. ‘Diep in ons onbewuste en misschien wel het bewuste, denken we betere kansen te hebben op voortplanting wanneer we aan de top staan. We weten dat het zo werkt. En het beïnvloedt ons streven.’ Ons gedrag is dus voor een (groot) deel seksueel bepaald. Lang leve Freud!

Je kunt deze conclusies – of evaluaties voor mijn part – boeiend noemen, prikkelend zelfs maar met even veel recht controversieel. Overbeek realiseert zich dat ook en heeft daarom aan het eind van zijn boek een hoofdstuk opgenomen met de veelzeggende titel ‘Eventuele bezwaren tegen dit boek’. Hij noemt er zeven, zoals ‘te veel stereotypen’ en ‘ik onderschrijf de visie van de genenreproductie niet’. Dat snap ik best, lijkt hij te zeggen als hij vervolgens op ieder bezwaar afzonderlijk reageert. We zijn namelijk niet gewend vanuit dit perspectief naar gedrag in organisaties te kijken. Maar wie dat wel doet, en vervolgens handelt op basis van wat dat oplevert, zal ontdekken dat rekening houden met diversiteit op de werkvloer een aantrekkelijke bijdrage aan de effectiviteit van zijn (of haar) team kan leveren.

Met Overbeeks boek in de hand mag dat geen probleem zijn. Praktijkman als hij is, laat hij het namelijk niet bij een theoretische uiteenzetting alleen. Hij voegt ook een ‘M/V-teamtabel’ toe, een soort kijkwijzer waarin hij vijf teams typeert op grond van hun ‘seksuele’ samenstelling: alleen mannen, alleen vrouwen, meer mannen dan vrouwen, meer vrouwen dan mannen en evenveel van beide. Natuurlijk hoort daar een uitgebreid antwoord bij op de vraag ‘wat betekent dit voor de aansturing?’ Groepsdynamiek heeft een nieuwe dimensie gekregen.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden