Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
Coachen 3.0 - 'Boordevol praktische ‘do’s en don’ts’ voor de startende en gevorderde coach'
29 maart 2019 | Rob Govers

Coachen 3.0 bestaat uit drie afzonderlijke delen. Deel 1 heeft als onderwerp ‘Motiverende gespreksvoering’, afgekort als ‘MGV’. De methodiek is bedoeld om de persoonlijke motivatie voor een bepaald doel te versterken, bijvoorbeeld een gezonde levensstijl.

Sergio van der Pluijm is ambitieus met de toevoeging 3.0. Als 2.0 ‘next level’ betekent, dan staat 3.0 voor ‘super next level’. Met een citaat van Martin Buber geeft de auteur weer waar het in essentie om gaat bij de grondhouding van de coach: ‘Ik heb het recht niet om iemand anders te willen veranderen als ik zelf niet bereid ben om te veranderen’.

De andere boeken, deel 2 en 3, gaan over oplossingsgericht coachen en coachen met ‘Acceptance and Commitment Therapy’ (ACT). De review gaat op deze boeken niet in.

MVG is in de jaren tachtig ontwikkeld en wordt gedefinieerd als een op samenwerking gerichte, gidsende gespreksstijl en bewandelt een middenweg tussen een sturende stijl (adviseren) en een volgende stijl (luisteren, aansluiten). Voor mensen die kampen met ineffectief gewoontegedrag kan MVG soelaas bieden. Denk bijvoorbeeld aan ongezond eten, ja zeggen tegen elk verzoek, overmatig internetten of gokken.

Coachen en adviseren kan in de ogen van de auteur een averechts effect bewerkstelligen, de zogenaamde reparatiereflex. Als coach gunnen we de coachee een prettiger leven. Indien er nog sprake is van ambivalentie bij de coachee, zal de motivatie om het gedrag te veranderen, niet groot genoeg zijn. Op de ene schouder zit een engeltje en op de andere schouder zit een duiveltje.

Als coach is het daarom juist belangrijk om aan te haken op de verandertaal van de coachee. Van der Pluijm definieert verandertaal als volgt: ‘alle uitingen van de coachee die pleiten voor verandering en tegen de status quo’. In feite zijn het zelfmotiverende uitspraken. In verandertaal worden veelvuldig acroniemen gebezigd, bijvoorbeeld CASH. Deze staat voor: Commitment, Actietaal, Stappen zetten en Hoop houden. Acroniemen zijn behulpzame ezelsbruggetjes, niet meer en niet minder.

De auteur gaat dieper in op de basishouding en de kwaliteiten waarover een coach dient te beschikken. ‘De spirit die MVG tot leven brengt’ wordt wederom samengevat in een acroniem. En wel SOCA: Samenwerken, Ontlokken, Compassie en Acceptatie. De tweede en vierde letters verdienen extra toelichting. De ‘O’ van ontlokken adviseert de coach de coachee niet te pushen van richting te veranderen. Het is veel effectiever om verandertaal te ontlokken. De auteur zegt over coachgedrag: “In plaats van ‘alwetend’ is het veel raadzamer om ‘niet-wetend’ te zijn”.

De ‘A’ van acceptatie verdient ook toelichting. Het begrip ‘holding space’ spreekt me zeer aan. Deze term is geïntroduceerd door Heather Plett en zeer terecht dat Van der Pluijm deze meest essentiële grondhouding van de coach aanstipt. ‘Holding space’ is het scheppen van een liefdevolle open ruimte zonder oordeel en hulpreflex zodat iemand zelf de weg naar transformatie, groei of het overstijgen van een probleem kan vinden. Één van de belangrijkste principes van ‘holding space’ is bewust de mond houden zodat de coachee groeiruimte wordt gegund.

In de vervolghoofdstukken gaat de auteur op een verhelderende wijze in op bekend veronderstelde gesprekstechnieken. Bij het stellen van een vraag kan veel misgaan, blijkt. Ook voor de schrijver en ervaren coach van dit review levert het waardevolle ‘eye-openers’ op. Reflecties en samenvattingen zijn effectieve gereedschappen die verandertaal kunnen ontlokken.

Het boek vervolgt met de viertal processen van MVG: engageren, focussen, ontlokken en plannen. Het opbouwen en onderhouden van de samenwerkingsrelatie is cruciaal. Pas dan kan gefocust worden op de doelen en de coachee verandertaal worden ontlokt. In het boek is geen gebrek aan voorbeelddialogen. Verrijkend materiaal.

Samengevat, MVG is van toepassing bij uiteenlopende hulpvragen. Het boek kent een heldere structuur, is buitengewoon prettig geschreven en is hands-on. Van der Pluijm schrijft vanuit zijn hart, met liefde voor zijn vak. Coachen 3.0 staat boordevol praktische ‘do’s en don’ts’ voor zowel de startende als de gevorderde coach.

Ik eindig met een citaat van Carl Rogers: ‘Het is een vreemde paradox dat pas als ik mezelf volledig accepteer, ik kan veranderen’.

Rob Govers is Register Loopbaancoach (RL) I NOLOC Gecertificeerd Loopbaanprofessional I Gespecialiseerd in loopbaancoaching, duurzame inzetbaarheid, outplacement en re-integratie in het publieke domein en het openbaar bestuur.

Coachen 3.0 Deel 1: Motiverende Gespreksvoering - 'Aanbevolen'
20 september 2018 | Veerle Blajic-Kik

Al het goede komt in drieën, daarom schreef Sergio van der Pluijm niet één, maar gelijk drie boeken over de beste coachingsmethodes. In Deel 1: Motiverende Gespreksvoering, beantwoordt hij vragen over het ontlokken van motivatie bij je coachee.

Als je je boek ‘Deel 1’ labelt, dan ben ik natuurlijk gelijk benieuwd naar andere delen! Maar, het boek is pas van dit jaar… andere delen zijn er nog niet. Hoe zit dat? In de inleiding legt Sergio dit direct en met veel enthousiasme uit: Het is nu nog één boek, maar het moet een hele trilogie gaan worden. In elk deel behandelt hij een andere methode. In deel 2 en 3 kunnen we nog ‘oplossingsgericht coachen’ en ‘werken met ACT’ verwachten. Dat is gelijk deel van de reden dat hij 3.0 erachter heeft gezet. Het andere deel van de reden is om te prikkelen: als 2.0 de verbeterde versie is, dan is 3.0 ‘super next level’ stelt hij. Het is dit prikkelen dat ik in de rest van het boek wil terugzien, en dat lukt vrij aardig.

Vrij aardig? Dat klinkt wellicht strenger dan ik het bedoel, en dat komt omdat Van der Pluijm zijn materie serieus neemt. Prikkelen is een te vrijblijvende term voor wat hij aanbiedt: Een zeer goed uiteengezet overzicht van de complete methode MVG, zoals het afgekort wordt.

En gelukkig maar, want dit is niet zomaar een trucje om je coachee in de meewerkstand te krijgen.

Op de eerste bladzijden noemt hij nog een drie-eenheid: hoofd, hart en handen. Dit vertaalt hij naar de praktijk als ‘wetenschappelijk onderbouwd’, ‘integer en met liefde voor de mens’, en ‘praktisch’. Als ik nog niet geïnteresseerd was, zou ik dat nu zeker zijn. Deze boost komt me in de hoofdstukken daarna goed van pas, want wat Van der Pluijm uiteenzet, eist je volledige aandacht en concentratie op. Dit begint al bij zijn kaderstelling, waarin hij de scheiding maakt tussen coaching en therapie en hij de definitie van coaching benoemt. Als lezer weet je dus wat je kunt verwachten en waar je focus moet liggen. Ook de openheid waarmee hij waarschuwt dat dit geen zaligmakende methode is, dat je soms juist beter ander ‘gereedschap’ kunt hanteren, zet goed de toon voor dit boek. Zelf noemt hij dit ‘wie enthousiast is over zijn hamer, behandelt alles als een spijker’.

Motiverende gespreksvoering is simpel gezegd een methode om de motivatie die diep in de coachee zit naar boven te halen en te versterken. Gedurende het boek wordt uitgelegd hoe je deze zaadjes van motivatie kunt herkennen en kunt laten groeien totdat de ander klaar is voor actie. Het is dus niet de bedoeling om mensen op andere gedachten te gaan brengen of iets te laten doen waar ze zelf niet achter staan. Sergio gaat hierna nog in op wat motivatie nu precies inhoudt, en welke vormen van motivatie hier belangrijk zijn. Ook noemt hij de grootste valkuilen van coaches en behandelaars. We zitten dan eind hoofdstuk 2 en ik wil de diepte in. Alles wat hij uitlegt is noodzakelijk, maar het is veel. Hoofdstuk 3 blijft eveneens vrij algemeen, want het gaat over je basishouding. Wanneer je echt in de hulpverlening zit, zal dit vrij vlot lezen en een aansluiting bij je aanwezige kennis bieden. Voor mij in de rol van trainer/opleider biedt het me vooral gelegenheid om na te gaan of wij zoiets als een basishouding hebben benoemd en beschreven en waaraan we deze toetsen. Zelf zit ik namelijk niet in de hulpverlening, en ik zoek de meerwaarde dus vooral voor cursisten/medewerkers die met faalangst of perfectionisme te maken hebben door de opleiding te kunnen helpen. Dit hoofdstuk is daarvoor wel interessant, maar biedt nog niet echt handvatten om aan de slag te gaan. Ik begin me op dit punt af te vragen wat het doel van dit boek is. Moet ik overtuigd worden dat dit een bruikbare methode is? Leren over de methode? Of zelf ermee leren werken?

Ook de vele afkortingen (SOCA, ORBS, WeRKeN & CASH) en de rijtjes opeenvolgende stappen maken dat het me duizelt. Het is alsof mij handenvol prachtige puzzelstukjes geboden worden, die elk hun eigen waarde brengen, maar het totaalplaatje obscuur blijft. Het helpt ook niet dat wanneer een punt zoals ‘willen’ nader uitgelegd wordt, er 12 verschillende vraagtechnieken worden benoemd, waarvan enkele ook weer opgesplitst worden in meerdere mogelijkheden. Hier wordt niet genummerd, en het lettertype is gelijk voor koppen en subkoppen. Dit maakt het onoverzichtelijk wanneer je iets terug wilt lezen. De nummers die er wel zijn, namelijk de hoofdstukken, zijn tussentijds veranderd vermoed ik, want twee keer word ik verwezen naar een volgend hoofdstuk waar nummer en titel niet overeenkomen.

Zoals ik eerder stelde, de boost van het enthousiasme en de oprechte liefde voor het vak die doorklinken direct vanaf de inleiding, maken dat het geheel toch werkt. Het geeft me namelijk de motivatie en commitment om zelf schematisch per hoofdstuk op te schrijven wat er aan de orde komt en hoe het één voortvloeit uit het ander. Het stroomschema dat ik zo creëer geeft me uiteindelijk alsnog het hele plaatje. En het bewustzijn dat alleen lezen niet voldoende zal zijn. Nee, dit is een techniek die echt in de praktijk geoefend zal moeten worden. De schrijver geeft ons terecht mee dat we ook naar onszelf met compassie moeten kijken hierin.

Het toetje is het hoofdstuk over weerstand, en wat word ik ontzettend blij van zijn definitie hiervan. ‘Weerstand is informatie over de beleving van een ander.’ Hiermee haalt hij weerstand uit het verdomhoekje en dat alleen al maakt het zoveel makkelijker het te accepteren en ermee om te gaan.

Ondanks het harde werk dat ik zelf heb moeten doen tijdens het lezen – en vooral kunnen plaatsen – van het boek, beveel ik het aan voor ieder die geïnteresseerd is motiverende gespreksvoering. Ik kijk uit naar de volgende delen, waarin hopelijk wel een visuele weergave van de methode en/of heldere nummering toegevoegd worden.

Veerle  Blajic-Kik is opleider klantcontact bij UWV. Zij geeft opleidingen aan nieuwe medewerkers in wetskennis, communicatie en systeemtrainingen. Daarnaast verzorgt zij trainingsdagen communicatie voor ervaren medewerkers door het land.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden