Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
, e.a.

Handboek verdediging

Paperback Nederlands 2021 9789013132977
Verwachte levertijd ongeveer 2 werkdagen

Samenvatting

In dit handboek vindt u een groot aantal relevante leerstukken uit het strafprocesrecht en strafrecht, uiteengezet vanuit het perspectief van de verdachte en de verdediging. Meer dan andere algemene handboeken bevat de titel juridische en praktische tips voor het voeren van een goede verdediging.

De positie van de verdachte en de verdediging staat de afgelopen jaren meer en meer onder druk. Dit onder meer door politieke polarisatie, bezuinigingen in de strafrechtsketen en de steeds groter wordende rol van het slachtoffer in het strafproces. Het strafklimaat verhardt en op de rechten van de verdachte wordt beknibbeld. Zaak dus voor een advocaat om zijn rug recht te houden en niet alleen zijn cliënt, maar daarmee ook de rechtsstaat, met hand en tand te verdedigen. De derde druk van Handboek Verdediging levert daaraan een essentiële bijdrage.

In twintig hoofdstukken krijgt u inzicht in alle relevante leerstukken uit (vooral) het strafprocesrecht, steevast vanuit het perspectief van de verdediging. Aan de ene kant bieden de auteurs u hiermee handvatten en toelichtingen op het gebied van het recht, de wet en de jurisprudentie. Aan de andere kant is er volop aandacht voor praktische ondersteuning en adviezen voor het voeren van een goede verdediging. Kortom: een titel door en voor advocaten.

Vanwege dit uitzonderlijke - en almaar aan belang winnende - perspectief is het handboek voor zowel de gevorderde als voor de beginnende advocaat een must. Maar ook voor de student die een baan als strafrechtadvocaat ambieert en niet-advocaten met interesse in straf(proces)rechtelijke leerstukken, is de titel van waarde.

Aangezien de vorige druk meer dan tien jaar geleden verscheen, kan deze derde editie nauwelijks nog worden beschouwd als een aangepaste versie van haar voorganger. Eerder is er sprake van een geheel nieuw handboek. Hoewel diverse delen van het boek hoofdzakelijk zijn bijgewerkt met allerhande wetswijzigingen van de afgelopen tien jaar, is het overgrote deel van de hoofdstukken vrijwel volledig opnieuw geschreven.

Specificaties

ISBN13:9789013132977
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:1316
Druk:3
Verschijningsdatum:4-2-2021
Hoofdrubriek:Juridisch
ISSN:

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Over Petra van Kampen

Mr. P.T.C. van Kampen is advocaat bij Simmons & Simmons te Rotterdam.

Andere boeken door Petra van Kampen

Inhoudsopgave

Voorwoord bij de derde druk / V
Afkortingen / XXXV
Verkort aangehaalde literatuur / XXXIX
Tijdschriften / XLI

HOOFDSTUK 1
Inleiding / 1
1.1 Algemeen / 1
1.2 Wat is verdediging in strafzaken? / 3
1.2.1 Uiteenlopende verwachtingspatronen / 3
1.2.2 De raadsman als juridisch hulpverlener, adviseur en vertrouwenspersoon / 4
1.2.3 De raadsman als procesbewaker en stuurder van het proces / 5
1.2.4 De raadsman als verdediger ter zitting / 6
1.2.5 De ethische en gedragsrechtelijke grenzen van het optreden van de raadsman / 6
1.3 De positie van de verdediging in ons strafproces / 7
1.3.1 Een inquisitoire procescultuur / 7
1.3.1.1 Marginale rol raadsman / 7
1.3.2 De kiem voor polarisatie / 8
1.3.3 De invloed van het EVRM / 9
1.3.4 Het aan banden leggen van verdedigingsrechten / 11
1.3.4.1 Toekenning bevoegdheden uitsluitend aan de raadsman / 11
1.3.4.2 Een appel op de publieke verantwoordelijkheid van de raadsman / 12
1.3.4.3 De objectivering van het verdedigingsbelang / 12
1.3.4.4 Een blijvend spanningsveld / 13
1.3.5 De onafhankelijkheid en vrijheid van de verdediging / 14
1.4 De verdediging volgens het gedragsrecht / 15
1.4.1 Normering door het tuchtrecht / 15
1.4.2 Wie is dominus litis? / 15
1.4.3 Vrijheid van verdediging in het tuchtrecht / 17
1.4.4 Het gebruik van geprivilegieerde bevoegdheden / 19
1.4.4.1 Vrij verkeer en waarheidsvinding / 19
1.4.4.2 Verschoningsrecht en geheimhoudingsplicht / 20
1.4.4.3 Het beroepsgeheim en de toepassing van dwangmiddelen / 21
1.4.4.4 Procedurele aspecten van het tuchtrecht / 22
1.5 Verdedigingsstrategieën / 24
1.5.1 De mogelijkheden / 24
1.5.2 De keuze / 24
1.6 Een overzicht van de hoofdstukken die volgen / 25

HOOFDSTUK 2
Vrij verkeer / 27
2.1 Inleiding / 27
2.1.1 Betekenis privileges / 27
2.2 Juridisch kader vrij verkeer / 28
2.2.1 Straf(proces)recht / 28
2.2.1.1 De relatie tussen art. 28 Sv en art.45 Sv / 28
2.2.1.2 Beperkingen op het vrij verkeer / 32
2.2.2 Het toezicht in en de huishoudelijke reglementen van de inrichtingen / 32
2.2.2.1 Vrij verkeer tijdens verblijf op politiebureau / 34
2.2.2.2 Door derden gekozen advocaat / 35
2.2.2.3 Rechtsmiddelen / 37
2.2.2.4 De Penitentiaire Beginselenwet (Pbw) / 38
2.2.2.5 Toegang tot de cliënt in een penitentiaire inrichting / 39
2.2.2.6 De bloktijdenregeling / 40
2.2.2.7 Toezicht bij advocatenbezoek in de penitentiaire inrichting / 43
2.2.2.8 Visueel toezicht / 44
2.2.2.9 Auditief/adiovisueel toezicht / 46
2.2.2.10 Fouillering of visitatie voor advocatenbezoek / 47
2.2.2.11 Overhandigen stukken tijdens bezoek / 49
2.2.2.12 Telefonisch contact / 49
2.2.2.13 Vertrouwelijkheid telefonisch contact / 51
2.2.2.14 Correspondentie tussen advocaat en gedetineerde / 56
2.2.2.15 Het systeem van dubbele enveloppen / 57
2.2.3 Tweede beperkingsgrond art. 45 Sv: zonder dat het onderzoek mag worden opgehouden / 58
2.2.3.1 Ophouden onderzoek / 58
2.2.4 Beperkingen in het belang van het onderzoek: art. 46 lid 1 Sv / 60
2.2.4.1 Procedure en waarborgen / 60
2.2.4.2 Omstandigheden waarvan de verdachte tijdelijk onkundig moet blijven / 62
2.2.4.3 Misbruik van vrij verkeer / 66
2.2.4.4 De vervangende raadsman ex art. 47 Sv / 69
2.2.4.5 Problemen bij de toepassing van art. 47 Sv / 70
2.2.5 Internationale regelingen / 73
2.2.5.1 Relevantie van art. 6 en art. 8 EVRM / 74
2.2.5.2 Vrij verkeer in de eerste fase van het strafproces en tijdens de terechtzitting in het licht van het EVRM / 76
2.2.5.3 Beperkingen van het vrij verkeer en het EVRM / 80
2.2.5.4 Uitgangspunten van het EHRM bij beperkingen / 81
2.2.6 Gedragsrecht / 88
2.2.6.1 Tuchtklachten / 88
2.2.6.2 Vrij verkeer en beperkingen / 88
2.2.6.3 Voorlopig gehechte verdachten zonder beperkingen / 92
2.3 De praktijk / 93
2.3.1 Cultuur / 93
2.3.1.1 Verschraalde contactfaciliteiten in penitentiaire inrichtingen / 93
2.3.2 Strategie / 94
2.3.2.1 Bijstaan medeverdachten in het voorbereidend onderzoek (consultatie/piketfase) / 94
2.3.2.2 Wat te doen bij belemmerende beperkingen van het vrij verkeer / 96

HOOFDSTUK 3
Verschoningsrecht / 99
3.1 Inleiding / 99
3.2 Vindplaatsen in regelgeving / 99
3.3 Plaatsbepaling verschoningsrecht / 101
3.4 Geheimhoudingsplicht / 102
3.5 De advocaat en derden / 103
3.5.1 Personeel / 103
3.5.2 Deskundigen / 103
3.5.3 Cliënten / 104
3.6 Verhouding tussen geheimhoudingsplicht, verschoningsrecht, getuigplicht en aangifteplicht / 104
3.6.1 Verschoningsrecht – verschoningsplicht? / 104
3.6.2 Het standpunt van de cliënt / 105
3.6.2.1 Indien de cliënt niet instemt met prijsgeven van de informatie / 105
3.6.2.2 Indien de cliënt opdracht geeft tot of instemt met het prijsgeven van de informatie / 106
3.6.3 De omvang van het verschoningsrecht / 106
3.6.4 De advocaat als verdachte / 107
3.7 Opsporingsbevoegdheden en het verschoningsrecht van de advocaat / 108
3.7.1 Inleiding / 108
3.7.2 Doorzoeking bij een advocaat / 108
3.7.2.1 Inleiding / 108
3.7.2.2 Doorzoekingsbevoegdheid / 109
3.7.2.3 Aanwezigen / 109
3.7.2.4 Aanvang en omvang van de doorzoeking / 110
3.7.2.5 Wijze van doorzoeking / 110
3.7.3 Inbeslagneming / 111
3.7.3.1 Bij de advocaat / 111
3.7.3.2 Bij de cliënt / 111
3.7.3.3 Bij een derde / 112
3.7.4 Bezwaar tegen inbeslagname / 112
3.7.5 Doorbreking van het verschoningsrecht in zeer uitzonderlijke omstandigheden / 113
3.7.6 Uitlevering en kennisneming van gegevens / 115
3.7.6.1 Bij de advocaat / 115
3.7.6.2 Bij een derde / 116
3.7.7 Bevel tot uitlevering poststukken / 117
3.7.8 Gebruik van informatie verkregen door inzet BOB-middelen / 117
3.7.9 Beklag ter bescherming van het verschoningsrecht / 119
3.7.9.1 Met betrekking tot voorwerpen / 119
3.7.9.2 Met betrekking tot gegevens / 120
3.7.10 De beklagprocedure / 122
3.7.10.1 Gronden voor beklag / 122
3.7.10.2 Cassatie / 123
3.7.11 Het optreden als getuige / 124
3.7.12 Vernietigingsplicht / 125
3.8 Praktijk – werkwijze OM / 125

HOOFDSTUK 4
De raadsman in het vooronderzoek / 127
4.1 Inleiding / 127
4.2 Juridische inkadering: de verhouding tussen vooronderzoek en eindonderzoek / 128
4.2.1 Systematiek en rechtsbescherming bij de totstandkoming van het Wetboek van Strafvordering / 128
4.2.2 Ontwikkelingen na de totstandkoming van het Wetboek van Strafvordering / 129
4.2.3 Gevolgen voor de verdediging / 131
4.2.4 De onderdelen van het vooronderzoek / 132
4.2.4.1 Opsporing / 132
4.2.4.2 De inschakeling van de rechter-commissaris / 133
4.2.4.3 Het strafrechtelijk fi nancieel onderzoek / 135
4.2.5 Bijzondere onderwerpen / 136
4.2.5.1 Verslaafde verdachten / 136
4.3 Piket: juridische inkadering / 137
4.3.1 Inleiding / 137
4.3.2 Wettelijke grondslag / 137
4.3.2.1 Vergoeding van rechtsbijstand / 137
4.3.2.2 Aan- en aftreden van de raadsman in de piketfase en de toegang tot cliënt / 138
4.3.3 Aanhouding en inverzekeringstelling / 141
4.3.3.1 Aanhouding / 141
4.3.3.2 Ophouden voor onderzoek of vaststelling identiteit / 141
4.3.3.3 Inverzekeringstelling / 142
4.3.4 Voorgeleiding bij de rechter-commissaris / 143
4.3.4.1 Rechtmatigheidstoetsing / 143
4.3.4.2 De vordering tot inbewaringstelling / 145
4.3.5 Internationale regelingen / 145
4.3.5.1 EVRM / 146
4.3.5.2 IVBPR / 147
4.3.5.3 Andere internationale regelingen / 147
4.3.6 Gedragsrecht / 148
4.3.6.1 Vrije advocatenkeuze / 148
4.3.6.2 Overname zaak / 149
4.4 Piket: praktijk / 151
4.4.1 Cultuur / 151
4.4.1.1 Algemeen / 151
4.4.1.2 Toegang tot de cliënt / 152
4.4.1.3 De eerste contacten met de verdachte / 153
4.4.1.4 Verkrijgen van stukken / 155
4.4.1.5 Voorbereiden van de verdediging bij de voorgeleiding / 156
4.4.1.6 Voorgeleiding / 156
4.4.2 Strategie / 157
4.4.2.1 De proceshouding van de verdachte / 157
4.4.2.2 Activiteiten raadsman / 159
4.4.2.3 Consultatiebijstand / 160
4.4.2.4 Verhoorbijstand / 160
4.4.3 Relevante instanties / 163
4.4.3.1 De Piketcentrale en de Raad voor Rechtsbijstand / 163
4.4.3.2 Politiebureau en kabinet rechter-commissaris / 164
4.4.3.3 ZSM / 165
4.4.3.4 Tolken / 166
4.5 Het vooronderzoek: juridisch kader / 167
4.5.1 Strafprocesrecht / 167
4.5.2 Juridische mogelijkheden met betrekking tot de voorlopige hechtenis / 168
4.5.2.1 Horen / 168
4.5.2.2 Drie aandachtspunten: geval/ernstige bezwaren/gronden / 168
4.5.2.3 Schorsing en opheffi ng / 169
4.5.2.4 Rechtsmiddelen / 170
4.5.2.5 Gevangenneming ex art. 66a Sv en beperkingen / 171
4.5.3 Juridische mogelijkheden met betrekking tot andere dwangmiddelen / 172
4.5.3.1 Onderzoek aan of in het lichaam/de kleding / 172
4.5.3.2 Inbeslagneming / 172
4.5.3.3 Doorzoeking/schouw / 172
4.5.3.4 DNA-onderzoek en observatie / 173
4.5.4 Juridische mogelijkheden met betrekking tot de verklaringsvrijheid / 173
4.5.4.2 Auditieve en audiovisuele registratie verhoor / 173
4.5.5 Juridische mogelijkheden met betrekking tot getuigen en deskundigen / 174
4.5.5.1 Getuigen / 174
4.5.5.2 Deskundigen / 174
4.5.5.3 Onderzoek door de rechter-commissaris / 175
4.5.5.4 Bedreigde getuigen, kroongetuigen en afgeschermde getuigen / 175
4.5.6 Juridische mogelijkheden met betrekking tot eigen verdedigingsonderzoek / 176
4.5.7 Juridische mogelijkheden met betrekking tot dossiervorming / 176
4.5.7.1 Processtukken / 177
4.5.7.2 Positie verdediging / 178
4.5.8 Internationale regelingen / 179
4.5.8.1 De voorlopige hechtenis en art. 5 EVRM / 179
4.5.8.2 De doorwerking van art. 6 EVRM op het vooronderzoek / 180
4.5.9 Gedragsrecht / 182
4.5.9.1 Tegenstrijdige belangen / 182
4.5.9.2 Tegenstrijdige belangen en betaling van rechtsbijstand
door derden / 184
4.5.9.3 Verdediging en waarheidsvinding / 185
4.5.9.4 Beïnvloeding waarheidsvinding / 185
4.5.9.5 Informatieverstrekking aan cliënt / 186
4.6 Het vooronderzoek: praktijk / 187
4.6.1 Cultuur / 187
4.6.1.1 Weerstand tegen raadsman / 187
4.6.1.2 Bejegening verdachten / 188
4.6.1.3 Informatieachterstand / 188
4.6.1.4 Inactiviteit vervolgende instanties / 188
4.6.1.5 Invloed werkdruk / 189
4.6.1.6 Vertrouwen in Openbaar Ministerie en rechter-commissaris / 189
4.6.2 Strategie / 190
4.6.2.1 Het belang van een actieve en alerte verdediging / 190
4.6.2.2 Afdoening buiten geding / 190
4.6.2.3 Aanvulling dossier / 190
4.6.2.4 Aanvulling onderzoek / 191
4.6.2.5 Voorlopige hechtenis / 191
4.6.2.6 Gebruikmaken van zwijgrecht / 192
4.6.2.7 Liegen / 193
4.6.2.8 Bekennen / 193
4.6.2.9 Vrijwillige medewerking aan onderzoek / 193

HOOFDSTUK 5
Getuigen / 195
5.1 Inleiding / 195
5.2 Algemene aspecten / 196
5.2.1 De getuige / 196
5.2.1.1 Wat is een getuige? / 196
5.2.1.2 Verplichtingen en rechten van de getuige / 197
5.2.2 Getuigenverhoren / 199
5.2.2.1 Verhoren door de opsporingsambtenaar / 199
5.2.2.2 Verhoren bij de rechter-commissaris / 200
5.2.2.3 Verhoren ter terechtzitting / 201
5.2.3 De getuigenverklaring / 202
5.2.3.1 Wat is een getuigenverklaring? / 202
5.2.3.2 Verbalisering van de getuigenverklaring / 203
5.2.3.3 Verklaringen van medeverdachten / 204
5.2.3.4 Beoordeling van de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen / 205
5.2.4 Materiële onmiddellijkheid / 206
5.2.5 Bewijsminimumregel / 207
5.2.5.1 Algemeen / 207
5.2.5.2 Voldoende steunbewijs / 207
5.2.5.3 Onvoldoende steunbewijs / 208
5.2.5.4 Holistische benadering / 210
5.2.5.5 Motivering / 210
5.3 Ondervragingsrecht / 211
5.3.1 Hoofdlijnen / 211
5.3.1.1 Algemeen / 211
5.3.1.2 Beoordelingskader EHRM bij belastende getuigen / 212
5.3.1.3 Beoordelingskader nationaal recht bij belastende getuigen / 212
5.3.2 Getuigenverzoeken en de motivering daarvan / 214
5.3.2.1 Voldoende duidelijk, stellig en tijdig ingediend verzoek / 214
5.3.2.2 Voorwaardelijk verzoek / 215
5.3.2.3 Herhaling van verzoek / 215
5.3.2.4 Motivering van het getuigenverzoek / 215
5.3.2.5 Aansluiting bij verzoek van raadsman medeverdachte / 217
5.3.3 De beoordeling van getuigenverzoeken / 218
5.3.3.1 Algemeen / 218
5.3.3.2 Criterium van verdedigingsbelang / 218
5.3.3.3 Noodzakelijkheidscriterium / 220
5.3.3.4 Bijzonder geval 1: onaannemelijk dat getuige binnen aanvaardbare termijn ter zitting zal verschijnen / 221
5.3.3.5 Bijzonder geval 2: welzijn of gezondheid getuige / 223
5.3.3.6 Bijzonder geval 3: bedreigde of afgeschermde getuige / 225
5.3.3.7 Ontlastende getuigen / 225
5.3.3.8 Motivering van de afwijzing van een getuigenverzoek / 226
5.3.3.9 Beslissingen over de uitvoering van het getuigenverhoor / 227
5.3.3.10 Rechtsmiddel / 227
5.3.4 Verplichte ambtshalve oproeping van getuigen of uitnodiging van de verdediging voor een verhoor / 227
5.3.5 Een behoorlijke en effectieve ondervragingsgelegenheid / 229
5.3.6 Gebruik voor het bewijs van verklaringen van getuigen die niet konden worden ondervraagd / 230
5.3.6.1 Beslissendheid / 230
5.3.6.2 Compensatie / 231
5.3.7 Afstand / 232
5.4 Gedragsrecht / 233
5.4.1 Contact met getuigen / 233
5.4.2 Kosten getuigen / 236
5.5 Strategie / 236
5.5.1 Inleiding / 236
5.5.2 De selectie van getuigen / 238
5.5.3 Selectie en introductie / 240
5.5.3.1 Kwetsbare getuigen / 240
5.5.3.2 Alibi-getuigen / 240
5.5.4 Het contact met getuigen / 241
5.5.5 De voorbereiding van het verhoor / 242
5.5.6 Het verhoor / 244
5.5.6.1 Algemeen / 244
5.5.6.2 Enkele uitgangspunten bij het (zelf) stellen van vragen / 244
5.5.6.3 Soorten vragen / 245

HOOFDSTUK 6
Deskundigen / 251
6.1 Inleiding / 251
6.2 Juridische kader / 254
6.2.1 Straf(proces)recht / 254
6.2.2 Juridische en praktische (on)mogelijkheden voor de verdediging / 265
6.2.2.1 Zelf (tegen)deskundigen inschakelen / 265
6.2.2.2 De offi cier van justitie of de rechter(-commissaris) vragen om een bepaalde deskundige te benoemen en/of bepaalde onderzoeken te laten verrichten / 267
6.2.3 Het (recht op) tegenonderzoek / 275
6.2.4 Vergoeding van kosten (art. 529 Sv: voorheen art. 591 Sv) / 278
6.2.5 De invloed van het NRGD / 281
6.2.6 Internationale regelingen / 283
6.2.6.1 Het EVRM / 283
6.2.7 Gedragsrecht / 285
6.2.7.1 Recht op inzage van psychiatrische rapportage / 285
6.2.7.2 Betaling voor werkzaamheden van de deskundige / 286
6.3 De praktijk / 288
6.3.1 Cultuur / 288
6.3.2 Strategie / 289
6.3.2.1 Op welk moment? / 290
6.3.2.2 Wie? / 291
6.3.2.3 Wat? / 292
6.3.2.4 Het stellen van vragen aan deskundigen / 293
6.3.2.5 Het inschakelen van eigen deskundige; het afgeleid verschoningsrecht / 293

HOOFDSTUK 7
Terrorismebestrijding / 295
7.1 Inleiding / 295
7.2 Strafrechtelijk kader / 296
7.2.1 Materieel recht / 296
7.2.1.1 Internationale wetgeving / 296
7.2.1.2 Terroristisch oogmerk / 297
7.2.1.3 De terroristische organisatie / 300
7.2.1.4 Samenspanning / 303
7.2.1.5 Voorbereidingshandelingen / 304
7.2.1.6 Werven voor de gewapende strijd / 306
7.2.1.7 Deelname en meewerken aan training voor terrorisme / 307
7.2.1.8 Financieren van terrorisme / 308
7.2.2 Formeel recht / 310
7.2.2.1 Wet afgeschermde getuigen / 310
7.2.2.2 Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven / 313
7.2.2.3 Enkele aspecten van formeel recht die aandacht behoeven / 314
7.3 Regelingen buiten het strafrecht / 316
7.3.1 Verboden organisaties en sanctielijsten / 316
7.3.1.1 Plaatsingsmechanismen en procedures / 318
7.3.2 Vreemdelingrechtelijke maatregelen / 320
7.3.3 Overige bestuursrechtelijke maatregelen / 322
7.4 Terrorismebestrijding en het EVRM / 323
7.4.1 Positieve beschermingsverplichting / 323
7.4.2 Terrorismeverdachten: behandeling door de staat / 324
7.4.3 Veiligheid versus vrijheidsrechten / 326
7.5 Detentie / 329
7.6 Tot slot / 333

HOOFDSTUK 8
Onderhandelen in het strafrecht / 335
8.1 Inleiding / 335
8.2 Begripsafbakening / 335
8.2.1 Strafrechtelijk onderzoek / 336
8.2.2 Afwikkeling buiten het strafrecht / 337
8.2.3 Buitengerechtelijke afdoening binnen het strafrecht / 338
8.2.4 Gerechtelijke afdoening binnen het strafrecht / 339
8.3 Juridische inkadering / 340
8.3.1 Strafvordering / 340
8.3.2 Overeenstemming in vrijheid – art. 6 EVRM / 341
8.3.3 Gedragsrecht / 342
8.4 Praktijk / 344
8.4.1 Systeemcultuur / 344
8.4.2 Strategie / 346
8.4.3 Ontwikkelingen / 349

HOOFDSTUK 9
Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel / 353
9.1 Inleiding / 353
9.2 Juridisch kader / 354
9.2.1 Inleiding juridisch kader / 354
9.2.2 Ontnemingsvarianten / 354
9.2.2.1 Inleiding / 354
9.2.2.2 Ontnemingsvariant I, voordeel uit gronddelict / 355
9.2.2.3 Ontnemingsvariant II, voordeel uit andere feiten / 356
9.2.2.4 Het Geerings-arrest / 359
9.2.2.5 Ontnemingsvariant III, aannemelijkheid van voordeel / 361
9.2.2.6 Bewijslastverdeling / 362
9.2.2.7 Schatting voordeel / 364
9.2.2.8 Overige bewijsregels / 365
9.2.2.9 Verhouding strafzaak – ontnemingszaak / 366
9.2.3 De procedure / 367
9.2.3.1 Aanleiding ontnemingsprocedure / 367
9.2.3.2 Processtukken / 369
9.2.3.3 Behandeling ter terechtzitting / 370
9.2.3.4 Getuigen / 372
9.2.4 De redelijke termijn / 373
9.2.4.1 Start- en eindpunt redelijke termijn / 373
9.2.4.2 Duur redelijke termijn / 374
9.2.4.3 Inzending stukken / 375
9.2.4.4 Gevolgen overschrijding redelijke termijn / 375
9.2.4.5 Motiveringseisen / 376
9.2.5 Het strafrechtelijk fi nancieel onderzoek (SFO) / 376
9.2.5.1 Inleiding / 376
9.2.5.2 Procedure / 377
9.2.5.3 Bevoegdheden / 380
9.2.5.4 Het strafrechtelijk executie-onderzoek (SEO) / 382
9.2.6 Beslag / 384
9.2.6.1 Inleiding / 384
9.2.6.2 Klassiek beslag / 385
9.2.6.3 Conservatoir beslag / 387
9.2.6.4 De derde partij bij conservatoir beslag / 390
9.2.6.5 Executoriaal beslag / 392
9.2.7 Tenuitvoerlegging van de betalingsverplichting / 393
9.2.7.1 CJIB / 393
9.2.7.2 Vermindering / kwijtschelding / 393
9.2.7.3 Gijzeling / 395
9.2.8 Transactie/schikking / 397
9.2.8.1 Inleiding / 397
9.2.8.2 Transactie / 397
9.2.8.3 Bijzondere schikking / 398
9.3 Praktijk / 402
9.3.1 Inleiding / 402
9.3.2 Voordeel / 402
9.3.2.1 Schatting / 404
9.3.2.2 Waardebepaling / 405
9.3.2.3 Toerekenen van voordeel / 405
9.3.2.4 Door rechtspersonen genoten voordeel / 407
9.3.2.5 Aftrekposten / 408
9.3.3 Berekeningsmethoden / 412
9.3.3.1 Transactieberekening / 412
9.3.3.2 Abstracte berekeningsmethoden / 414
9.3.3.3 Selectie en combinatie van berekeningsmethoden / 417
9.3.4 Strategie van de verdediging / 417

HOOFDSTUK 10
Raadsman ter terechtzitting / 419
10.1 Inleiding / 419
10.2 Het onderzoek ter zitting / 420
10.2.1 De aard van de zitting / 420
10.2.1.1 Pro-formazitting / 420
10.2.1.2 Regiezitting / 422
10.2.1.3 Beoordeling door de rechter van onderzoekswensen op een pro-formazitting of een regiezitting / 424
10.2.1.4 Meebrengen van een getuige naar een zitting / 424
10.2.1.5 Regiebijeenkomst / 425
10.2.1.6 Pro-formazittingen en regiezittingen in hoger beroep / 427
10.2.2 Aanvang van het onderzoek ter terechtzitting / 429
10.2.3 De gemachtigd en de niet-gemachtigd raadsman / 430
10.2.3.1 De gemachtigd raadsman / 430
10.2.3.2 Procedure op tegenspraak / 431
10.2.3.3 Aparte zitting om het onderzoek te sluiten / 432
10.2.4 Controle van de betekeningsvoorschriften / 433
10.2.4.1 Klagen als niet-gemachtigd raadsman / 433
10.2.4.2 Klagen als gemachtigd raadsman / 433
10.2.4.3 Gevolg van niet-klagen door de gemachtigd raadsman / 434
10.2.5 Besloten of openbare zitting (art. 269 Sv) / 434
10.2.5.1 Toegang voor minderjarigen / 435
10.2.5.2 Gehele of gedeeltelijke sluiting van de deuren / 435
10.2.6 Bijstand van de verdachte door een tolk (ter zitting) / 437
10.2.6.1 Vervangen van de tolk / 438
10.2.6.2 Wraken van de tolk / 438
10.2.7 Voeging en splitsing / 439
10.2.7.1 Voeging; één dader, meerdere feiten / 439
10.2.7.2 Voeging: één feitencomplex, meerdere daders / 440
10.2.7.3 Splitsing / 441
10.2.8 Verwijzing naar een andere rechter / 441
10.2.8.1 Verwijzing van de meervoudige kamer naar de politierechter / 441
10.2.8.2 Verwijzing van de politierechter naar de meervoudige kamer / 442
10.2.8.3 Verwijzing naar de kantonrechter / 443
10.2.9 De nieuwe samenstelling / 444
10.2.9.1 Beslissingen die bij opnieuw aanvangen in stand blijven / 444
10.2.9.2 Verzoeken ex art. 315 Sv / 445
10.2.10 Het aanwezigheidsrecht en aanhoudingsverzoeken / 445
10.2.10.1 De gemachtigd raadsman / 446
10.2.10.2 De niet-gemachtigd raadsman / 446
10.2.10.3 Aanhoudingsverzoek vanwege effectuering aanwezigheidsrecht / 447
10.2.10.4 Aanhoudingsverzoek vanwege ziekte van de cliënt of andere omstandigheden / 448
10.2.10.5 Moment van aanhoudingsverzoek / 449
10.2.11 Preliminaire verweren / 449
10.2.11.1 Tijdstip van het verweer / 449
10.2.11.2 Preliminair verweer ontijdig / 451
10.2.11.3 Preliminair verweer ongegrond / 451
10.2.11.4 Wijziging tenlastelegging na preliminair verweer / 451
10.2.12 Wijziging van de tenlastelegging / 452
10.2.12.1 De inhoudelijke beoordeling van de gevorderde wijziging / 452
10.2.12.2 Tijdstip van de wijziging / 453
10.2.12.3 Behandeling van de vordering / 454
10.2.12.4 Voortzetting van het onderzoek / 454
10.2.12.5 Wijziging in strijd met beginselen van een behoorlijke procesorde / 455
10.2.12.6 Art. 314a Sv / 457
10.2.13 Verzoeken ter zitting / 457
10.2.13.1 Criterium voor de beoordeling van de verzoeken / 458
10.2.13.2 Verdedigingsbelang / 458
10.2.13.3 Verzoeken met betrekking tot het horen van getuigen / 458
10.2.13.4 Verzoeken betreffende meegebrachte getuigen / 460
10.2.13.5 Voorwaardelijk verzoek / 461
10.2.14 Voorlopige hechtenis / 462
10.2.14.1 Gevangenneming tijdens de zitting / 462
10.2.14.2 Opheffi ng en schorsing van de voorlopige hechtenis / 463
10.2.15 Onmiddellijke invrijheidsstelling / 465
10.2.16 Pleidooi / 466
10.2.16.1 Beperking of verkorting van het pleidooi / 467
10.2.16.2 Repliek en dupliek / 468
10.2.16.3 Verzoek toevoegen aan proces-verbaal / 468
10.2.16.4 De inhoud van het pleidooi / 469
10.2.17 Beslissing over beslag / 469
10.2.18 Vordering benadeelde partij / 472
10.2.18.1 Ontvankelijkheid vordering benadeelde partij / 473
10.2.18.2 Soorten schade en de onderbouwing / 474
10.2.18.3 Materiële schade / 475
10.2.18.4 Immateriële schade / 475
10.2.18.5 Shockschade / 477
10.2.18.6 Affectieschade / 477
10.2.18.7 Verplaatste schade / 478
10.2.18.8 Eigen schuld van het slachtoffer / 478
10.2.18.9 Wettelijke rente / 479
10.2.18.10 Hoofdelijke aansprakelijkheid / 479
10.2.18.11 Schadevergoedingsmaatregel / 480
10.2.18.12 Kosten rechtsbijstand / 481
10.2.18.13 Liquidatietarief / 482
10.2.19 Het proces-verbaal van de terechtzitting / 482
10.2.19.1 Kenbron van de zitting / 482
10.2.19.2 Pleitaantekeningen / 483
10.2.19.3 Wanneer een proces-verbaal? / 484
10.2.20 Eigen waarneming van de rechter / 485
10.2.20.1 Eigen waarneming tijdens de zitting / 486
10.2.20.2 Eigen waarneming tijdens gelijktijdige niet-gevoegde zitting / 488
10.2.21 Wraking / 488
10.2.21.1 Mondeling of schriftelijk wrakingsverzoek / 488
10.2.21.2 Wrakingsarresten van de Hoge Raad / 489
10.2.21.3 Wie kunnen worden gewraakt / 489
10.2.22 Supersnelrecht en snelrecht / 490
10.2.22.1 Vereisten / 490
10.2.22.2 Termijnen / 491
10.2.22.3 Turbosnelrecht / 492
10.2.22.4 Belang voor de cliënt / 492
10.2.23 De raadsman bij de politierechter / 492
10.2.24 Het verloop van de zitting in hoger beroep / 493
10.2.24.1 Het voortbouwende appel / 494
10.2.24.2 Voorhouden stukken / 495
10.2.24.3 Horen getuigen en deskundigen / 496
10.2.24.4 Slachtoffer/benadeelde partij / 497
10.2.24.5 Extra voorvragen voor de rechter / 497
10.3 De praktijk / 498
10.3.1 Inleiding / 498
10.3.2 Een inhoudelijke verdediging / 499
10.3.2.1 Dossier en dossierkennis / 499
10.3.2.2 Interpretatie van de feiten en evaluatie van de waarheidsvinding / 500
10.3.2.3 De strategie / 501
10.3.3 Wet- en regelgeving toeziende op het handelen van de advocaat / 507

HOOFDSTUK 11
Het aanwenden van rechtsmiddelen / 509
11.1 Inleiding / 509
11.2 Juridisch kader rechtsmiddelen / 509
11.2.1 Het stelsel van rechtsmiddelen van het Wetboek van Strafvordering / 509
11.2.1.1 Uitgangspunten van het stelsel van rechtsmiddelen / 509
11.2.1.2 Karakteristieken van het appel / 514
11.2.1.3 Internationale regelingen: EVRM en IVBPR / 517
11.2.1.4 Modernisering Wetboek van Strafvordering / 522
11.2.2 Aanwenden van rechtsmiddelen / 524
11.2.2.1 Instellen hoger beroep / 524
11.2.2.2 Termijnen / 527
11.2.2.3 Schriftuur / 528
11.2.2.4 Rechtsmiddelen tegen beschikkingen / 531
11.2.3 Intrekken en afstand doen van rechtsmiddelen / 534
11.2.3.1 Intrekken van rechtsmiddelen / 534
11.2.3.2 Afstand doen van rechtsmiddelen / 535
11.2.4 Buitengewone rechtsmiddelen / 536
11.2.4.1 Cassatie in het belang der wet / 536
11.2.4.2 Herziening / 537
11.2.5 Gedragsrecht / 545
11.2.5.1 ‘Bepaaldelijk gevolmachtigd’ / 545
11.2.5.2 Ontbreken machtiging / 548
11.2.5.3 Geen machtiging: valselijk laten opmaken van een akte? / 550
11.2.5.4 Fouten bij het indienen van rechtsmiddelen / 551
11.3 Praktijk / 552
11.3.1 Cultuur: nadruk op eigen verantwoordelijkheid verdediging / 552
11.3.1.1 Getuigenverzoeken / 553
11.3.1.2 Herhalen van in eerste aanleg gevoerde verweren / 553
11.3.1.3 Modernisering Wetboek van Strafvordering / 555
11.3.2 Strategie / 555
11.3.2.1 Wel of geen beroep: inschatting kans op een betere uitkomst / 555
11.3.2.2 Wel of geen beroep: tactische aspecten / 559
11.3.2.3 Rechtsmiddelen tegen de voorlopige hechtenis / 562
11.3.2.4 Hoger beroep: anticiperen op cassatie / 564

HOOFDSTUK 12
De raadsman in cassatie / 567
12.1 Inleiding/ 567
12.2 Juridisch kader / 568
12.2.1 Cassatierechtspraak in het rechtsbestel / 568
12.2.2 Belangrijke regelgeving in cassatie / 568
12.2.3 De cassatieprocedure vanuit het perspectief van de raadsman / 569
12.2.3.1 Wanneer is cassatieberoep mogelijk? / 569
12.2.3.2 Instellen, beperken en intrekken van het cassatieberoep / 570
12.2.3.3 De cassatieprocedure in vogelvlucht / 574
12.2.3.4 Toezending van en inzage in de stukken: controle van het dossier / 576
12.2.3.5 De cassatieschriftuur / 577
12.2.3.6 De ‘Borgersbrief’: reageren op de conclusie / 582
12.2.3.7 Afwijkende procedurele regelingen in cassatie / 583
12.2.4 Gedragsrecht in relatie tot de cassatieprocedure / 584
12.3 Strategie en praktische aspecten / 589
12.3.1 Strategie / 589
12.3.1.1 Procederen in hoger beroep met het oog op de cassatieprocedure / 589
12.3.1.2 Kansen in cassatie en minder kansrijke klachten / 592
12.3.1.3 De cassatieprocedure als voorportaal voor de procedure bij het EVRM en het HvJ EU / 594
12.3.2 Praktische aspecten / 596
12.3.2.1 De toevoeging in cassatie / 596
12.3.2.2 De VCAS / 597
12.3.2.3 Wraking van en klachten over de Hoge Raad / 597

HOOFDSTUK 13
De gang naar de Europese rechter / 599
13.1 Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) / 599
13.1.1 Inleiding / 599
13.1.1.1 De invloed van het EVRM op het Nederlandse strafproces / 599
13.1.1.2 De voor het strafproces belangrijke bepalingen van het EVRM / 600
13.1.1.3 De Straatsburgse klachtprocedure / 601
13.1.1.4 Wijzigingen als gevolg van nieuwe protocollen bij het EVRM / 602
13.1.1.5 Literatuur, vindplaatsen jurisprudentie, HUDOC / 604
13.1.1.6 Adres, telefoon en fax EHRM / 605
13.1.2 Juridisch kader / 605
13.1.2.1 Ontvankelijkheidsvereisten / 606
13.1.2.2 De klachtprocedure / 613
13.1.2.3 De prejudiciële adviesprocedure (Zestiende Protocol) / 624
13.1.2.4 Interstatelijk klachtrecht / 627
13.1.2.5 Gedragsrecht / 627
13.1.3 Praktijk / 628
13.1.3.1 Cultuur / 628
13.1.3.2 Strategie / 629
13.1.3.3 Relevante instanties / 634
13.2 Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) / 636
13.2.1 Inleiding / 636
13.2.1.1 De invloed van het Unierecht op het Nederlandse strafproces / 636
13.2.1.2 Literatuur en vindplaatsen jurisprudentie / 638
13.2.1.3 Adres, fax, e-mail en website HvJ EU / 639
13.2.2 Wanneer komt het Unierecht in beeld in een concrete strafzaak? / 639
13.2.2.1 Situatie 1: inbreuk op klassieke EU-rechten (‘vier vrijheden’) van de verdachte / 639
13.2.2.2 Situatie 2: het feit waarvan de verdachte wordt beschuldigd is (mede) strafbaar gesteld op grond van secundaire Uniewetgeving / 640
13.2.2.3 Situatie 3: (een gedeelte van) de strafvorderlijke procedure vindt zijn grondslag in secundaire EU-regelgeving / 641
13.2.2.4 Situatie 4: een procesdeelnemer ontleent rechten of aanspraken aan secundaire EU-regelgeving / 641
13.2.3 Welk Unierechtelijk verweer kan door de raadsman worden gevoerd? / 643
13.2.4 Hoe moet dit verweer door de raadsman worden gevoerd? De
verplichting tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJ EU / 645
13.2.4.1 Iedere rechter mag het, de hoogste moet het / 645
13.2.4.2 Uitzonderingen op de verplichting prejudiciële vragen te stellen / 646
13.2.5 Hoe moeten de prejudiciële vragen worden geformuleerd? / 647
13.2.5.1 Voorafgaand horen van Openbaar Ministerie en verdediging? / 647
13.2.5.2 Vuistregels voor het formuleren van prejudiciële vragen / 648
13.2.5.3 De helpende Luxemburgse hand: welwillende lezing en herformulering van de vraag / 649
13.2.6 Waar en op welke wijze moeten de prejudiciële vragen worden ingediend? / 650
13.2.6.1 Uitsluitend toezenden van prejudiciële vragen is niet voldoende / 650
13.2.6.2 Let op het anonimisering van namen! / 652
13.2.6.3 Waar in te dienen? / 653
13.2.7 Hoe verloopt de prejudiciële procedure verder? / 653
13.2.7.1 Kennisgeving aan partijen en belanghebbenden / 653
13.2.7.2 Twee rondes: schriftelijk en mondeling / 655
13.2.7.3 Praktische aandachtspunten voor de raadsman die optreedt voor het HvJ EU / 656
13.2.7.4 De conclusie van de advocaat-generaal / 656
13.2.7.5 Het arrest van het HvJ EU / 657
13.2.8 De versnelde procedure (PPA) en de spoedprocedure (PPU) / 657
13.2.8.1 De versnelde procedure (PPA) / 658
13.2.8.2 De spoedprocedure (PPU) / 658
13.2.8.3 Wanneer kan om toepassing worden gevraagd? / 658
13.2.9 Kosten en gefi nancierde rechtsbijstand / 660
13.2.10 Verjaring, redelijke termijn en de beslistermijnen in overleveringszaken / 661

HOOFDSTUK 14
Rechtsbijstand aan (meerderjarige) gedetineerden / 663
14.1 Inleiding / 663
14.2 Juridisch kader detentierecht / 664
14.2.1 Nationaal recht / 664
14.2.1.1 Systematiek regelgeving / 664
14.2.1.2 Nationale rechtsgangen / 665
14.2.1.3 Inhoud Pbw / 666
14.2.1.4 Beklagrecht onder de Pbw / 666
14.2.1.5 Beroep tegen uitspraken van de beklagcommissie (A-beroepen) / 679
14.2.1.6 Bezwaar en beroep inzake plaatsing, overplaatsing, deelname aan een penitentiair programma, verlof en strafonderbreking (B-beroepen) / 683
14.2.1.7 Beroep tegen medisch handelen / 684
14.2.1.8 Verhouding tussen schorsingsprocedures en een civiel kort geding / 687
14.2.2 Internationale regelingen / 688
14.2.2.1 Het EVRM / 688
14.2.2.2 Het IVBPR / 689
14.2.2.3 Europese gevangenisregels (European Prison Rules) / 689
14.3 De praktijk / 690
14.3.1 Cultuur / 690
14.3.1.1 De cultuur van het gevangeniswezen / 690
14.3.1.2 Procedures: haken en ogen / 691
14.3.1.3 De rol van de advocaat / 692
14.3.2 Strategie / 695
14.3.2.1 Directeursbeslissingen / 695
14.3.2.2 Beslissingen van de selectiefunctionaris / 696
14.3.3 Relevante instanties / 697
14.3.3.1 Op internationaal niveau: het CPT / 697
14.3.3.2 Penitentiaire inrichtingen / 697
14.3.3.3 Bureau Selectiefunctionarissen / 699
14.3.3.4 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van het ministerie van Justitie en Veiligheid / 700
14.3.3.5 Medisch adviseur en medisch tandheelkundig adviseur ministerie van Justitie en Veiligheid / 701
14.3.3.6 Meldpunt GRIP 701
14.3.3.7 Casemanagers PI (ook wel Afdeling Detentie en Re-integratie genoemd) / 702
14.3.3.8 De reclassering / 703
14.3.3.9 De medische dienst / 703
14.3.3.10 Overige functionarissen, werkzaam binnen de inrichting / 704
14.3.3.11 De gedetineerdencommissie (Gedeco) / 705

HOOFDSTUK 15
De verdediging van jeugdigen / 707
15.1 Inleiding / 707
15.2 Wet- en regelgeving / 707
15.2.1 Materieel jeugdstrafrecht / 708
15.2.1.1 Jeugdigen – de strafrechtelijk relevante leeftijdscategorieën / 708
15.2.1.2 Afdoeningsmodaliteiten in de opsporingsfase / 711
15.2.1.3 Leerproject als schorsingsvoorwaarde / 715
15.2.1.4 De straffen en maatregelen voor jeugdigen / 716
15.2.1.5 De voorwaardelijke modaliteit van jeugdsancties en (voorwaardelijke) tenuitvoerlegging / 734
15.2.1.6 Combinaties van jeugdsancties / 736
15.2.1.7 Strafonderbreking en de voorwaardelijke invrijheidstelling: art. 6:2:4 Sv / 736
15.2.2 Jeugdstrafprocesrecht / 738
15.2.2.1 Jeugdstrafprocesrecht / 738
15.2.3 Rechtshulp aan gedetineerde jeugdigen / 762
15.2.3.1 De Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen / 762
15.2.3.2 Beroep bij en schorsing van de tenuitvoerlegging door de Raad
voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) / 763
15.2.4 Internationaal jeugdstraf(proces)recht / 764
15.2.4.1 Het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) / 764
15.2.4.2 General Comment No. 24 / 765
15.2.4.3 VN Rules en Guidelines / 765
15.2.5 Bezwaar tegen afname, verwerken en bepalen DNA / 766
15.2.6 Bezwaar tegen weigering afgifte Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) / 770
15.2.7 De gespecialiseerde jeugdrechtadvocaat / 770

HOOFDSTUK 16
Verdediging van rechtspersonen / 773
16.1 Inleiding / 773
16.2 Strafrechtelijke aansprakelijkheidsrisico's / 773
16.2.1 Het begrip rechtspersoon / 773
16.2.2 De rechtspersoon als dader / 774
16.2.3 Opzet of schuld bij de rechtspersoon / 775
16.2.4 Feitelijk leidinggeven / 775
16.2.5 Opzet bij feitelijk leidinggeven / 776
16.3 Vertegenwoordiging van de rechtspersoon / 777
16.3.1 Algemene regels voor vertegenwoordiging / 777
16.3.2 Bijzondere regels voor vertegenwoordiging in het strafprocesrecht / 778
16.3.3 De positie van de vertegenwoordiger / 778
16.3.4 De vertegenwoordiger is geen getuige / 779
16.3.5 Keuzevrijheid, ook voor meer dan één vertegenwoordiger / 780
16.3.6 De betekenis van art. 528 lid 3 Sv / 780
16.3.7 Reikwijdte van de vertegenwoordigingsregeling / 782
16.3.8 Zwijgrecht en cautieplicht bij verhoor van bestuurders / 783
16.3.9 Gemachtigden / 784
16.4 Toestemming en medewerkingsverplichtingen / 785
16.4.1 Toestemming / 785
16.4.2 Medewerkingsverplichtingen / 786
16.5 Over het zwijgrecht van de rechtspersoon / 789
16.5.1 Verklaringsvrijheid en procesautonomie / 789
16.5.2 Werknemers als bron van bewijs / 790
16.5.3 Getuigplicht versus geheimhoudingsplicht / 790
16.5.4 Werknemers zijn geen gewone getuigen: pleidooi voor een afgeleid zwijgrecht / 792
16.6 Het betreden van bedrijfsgebouwen / 793
16.6.1 Het betreden van bedrijfsgebouwen en art. 8 EVRM / 793
16.6.2 Een vergaande inbreuk / 795
16.6.3 Wettelijke voorschriften inzake het betreden van bedrijfsruimten / 796
16.6.4 Rechterlijke toetsing / 798
16.6.5 Doorzoeking van bedrijfsruimten / 800
16.7 Opsporingsonderzoek gericht op rechtspersonen – enkele praktische aspecten / 801
16.7.1 Inleidende opmerkingen / 801
16.7.2 Wie is de cliënt? / 801
16.7.3 Meldplichten / 803
16.7.4 De inval en de rol van de advocaat / 804
16.7.5 Verhoren: wel of niet verklaren? / 805
16.7.6 Geheimhoudingsplicht? / 807
16.7.7 Interne en externe communicatie / 808
16.7.8 Intern onderzoek / 809
16.8 Vervolging en bestraffi ng van rechtspersonen / 811
16.8.1 De vervolgingsbeslissing / 811
16.8.2 Bestraffi ng / 813
16.8.3 Consequenties strafrechtelijke veroordeling / 814
16.8.4 Vergoeding van kosten / 815

HOOFDSTUK 17
De raadsman en het fi scale strafrecht / 817
17.1 Inleiding / 817
17.2 Juridische inkadering / 818
17.2.1 Materieel fi scaal strafrecht in hoofdlijnen / 818
17.2.1.1 Strafrechtelijke bepalingen in de AWR / 818
17.2.2 Formeel fi scaal strafrecht in hoofdlijnen / 829
17.2.2.1 De opsporingsbevoegdheid en de bijzondere vervolgingscompetentie van de fiscus / 829
17.2.2.2 Bijzondere dwangmiddelen bij fi scale opsporing / 830
17.2.2.3 Van controle naar opsporing: sfeerovergang / 832
17.2.2.4 Absolute rechterlijke competentie in fi scale strafzaken / 834
17.2.2.5 De fi scale strafbeschikking van art. 76 AWR / 835
17.2.3 Internationale regelingen / 836
17.2.3.1 Art. 6 EVRM / 836
17.2.3.2 Internationale rechtshulp in fi scale strafzaken / 846
17.2.3.3 De positie van Zwitserland bij rechtshulp ter zake van ‘fiscale delicten’ / 848
17.2.3.4 Internationale administratieve bijstand in belastingzaken / 850
17.3 De praktijk / 852
17.3.1 Cultuur / 852
17.3.1.1 De FIOD als bijzondere opsporingsdienst / 852
17.3.1.2 Horizontaal toezicht / 853
17.3.1.3 Vormen van samenloop / 854
17.3.1.4 Het Protocol AAFD nader beschouwd / 861
17.3.1.5 Deelneming en de positie van de belastingadviseur / 863
17.3.1.6 Gegevensuitwisseling tussen belastingdienst, FIOD en OM / 864
17.3.1.7 Het fi scale boeterecht / 864
17.3.1.8 De ‘Panama Papers’ / 865
17.3.2 Strategie / 866
17.3.2.1 Dossiervorming / 866
17.3.2.2 Bijstand en aanwezigheid van de raadsman bij verhoren / 868
17.3.2.3 Samenwerking tussen de raadsman en de belastingkundige / 870
17.3.2.4 De leer van het ‘fi scaal pleitbare standpunt’ en opzet-verweren / 873

HOOFDSTUK 18
Schade- en kostenvergoeding na afl oop van een strafzaak (art. 533-536 Sv, 530 Sv, 6:162 BW) / 879
18.1 Inleiding / 879
18.1.1 Recente ontwikkelingen: modernisering Wetboek van Strafvordering / 881
18.2 Formele en materiële voorwaarden waaronder verzoekschriften ex art. 533 (art. 89 oud) en 530 (art. 591a oud) Sv kunnen worden ingediend / 882
18.2.1 Inleiding / 882
18.2.2 Wat wordt verstaan onder ‘zaak’ in de zin van de art. 533 en 530 Sv? / 883
18.2.2.1 Zaak in hoger beroep – partieel appel en gevoegde zaken / 888
18.2.2.2 Ontnemingszaak kan niet worden aangemerkt als afzonderlijke zaak / 889
18.3 Wanneer is er sprake van einde zaak? / 890
18.3.1 Kennisgeving niet verdere vervolging (art. 243 Sv), buitenvervolgingstelling (art. 262 Sv) en einde zaak door beslissing art. 36 Sv / 891
18.3.2 Sepot / 893
18.3.3 Nietigheid dagvaarding / 896
18.3.4 Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie (OM) / 896
18.3.5 Art. 12 Sv-procedure / 897
18.3.6 Transactie / 898
18.3.7 Geen straf, wel een maatregel (onttrekking aan het verkeer) / 898
18.4 Termijn waarbinnen het verzoekschrift moet worden ingediend / 899
18.4.1 Aanvang termijn bij uitspraak rechter / 899
18.4.2 Aanvang termijn na betekening knvv en na sepotbeslissing / 900
18.5 Personen die een verzoekschrift ex art. 533 en 530 Sv kunnen indienen / 902
18.5.1 Ondertekening van het verzoekschrift door de verzoeker zelf / 903
18.6 Bevoegd gerecht en rechtsmiddelen / 904
18.6.1 Procedure / 905
18.6.2 Rechtsmiddelen / 906
18.7 Beoordelingsmaatstafverzoek door de rechter: gronden van billijkheid / 907
18.7.1 Billijkheid en resterend vermoeden van schuld en verdenking / 908
18.7.2 Billijkheid en verwijtbare proceshouding / 912
18.7.3 Billijkheid en toekenning van schade- en/of kostenvergoeding / 916
18.7.4 Geen gronden van billijkheid voor art. 533 Sv-verzoek (art. 89 oud), wel voor 530 Sv-verzoek (art. 591a oud) / 917
18.7.5 Varia: schade op een ander verhalen? / 917
18.7.6 Recht op schadevergoeding na herziening: alleen billijkheidstoets voor de hoogte / 918
18.8 ‘Overeengekomen’ voorwaarde dat geen verzoek ex 533/530 Sv zal worden ingediend / 918
18.9 Verzoek om schadevergoeding op grond van art. 533 Sv nader beschouwd / 920
18.9.1 Inleiding / 920
18.9.2 (Geen) vrijheidsbeneming in de zin van art. 533 Sv / 921
18.9.2.1 Schade ten gevolge van onrechtmatige vrijheidsbeneming / 921
18.9.2.2 Ophouding voor onderzoek en ophouding voor verhoor / 923
18.9.2.3 Schadevergoeding voor (vrijheids)beperkingen tijdens schorsing van de voorlopige hechtenis? / 923
18.10 Schade- en kostenvergoeding bij veroordeling voor een feit waarvoor geen voorlopige hechtenis is toegelaten / 927
18.10.1 Uit- en overleveringsdetentie / 928
18.10.2 Detentie op andere gronden / 929
18.10.3 Schadevergoeding door middel van verrekening / 930
18.10.4 Aantal dagen in verzekering, klinische observatie en voorlopige hechtenis dat wordt vergoed / 931
18.10.5 Bepaling van de hoogte van de (im)materiële schadevergoeding voor vrijheidsbeneming / 932
18.10.5.1 Immateriële schadevergoeding / 933
18.10.5.2 Materiële schadevergoeding / 936
18.10.5.3 Het aantal en hoogte van de schadevergoedingen – de cijfers / 938
18.11 Verzoek om kostenvergoeding op grond van art. 530 Sv nader beschouwd / 938
18.11.1 Reis- en verblijfkosten en kosten voor tijdverzuim / 939
18.11.2 Advocaatkosten / 940
18.11.2.1 Vergoeding advocaatkosten en toevoeging / 940
18.11.3 Criteria bij de vaststelling van de hoogte van de kostenvergoeding raadsman / 942
18.11.3.1 Inzichtelijke declaratie en specifi catie / 943
18.11.3.2 Kosten meerdere raadslieden / 944
18.11.4 Voldoening kosten door derden, rechtsbijstandverzekering, rechtspersoon / 945
18.11.5 Vergoeding van kosten gemaakt in met de strafzaak verband houdende procedures / 946
18.11.5.1 Klaagschrift ex art. 552a Sv / 946
18.11.5.2 Verzoek op basis van art. 164 lid 9 WVW 1994 / 949
18.11.5.3 Wet DNA-onderzoek / 950
18.11.6 Varia / 951
18.11.6.1 Gewezen verdachte / 951
18.11.6.2 Verlofprocedure 552p Sv / 951
18.11.6.3 Beroepschrift gedragsaanwijzing / 951
18.11.7 Kosten opstellen en indienen verzoekschrift / 951
18.11.7.1 Hoogte vergoeding opstellen en indienen verzoekschrift en behandeling daarvan ter zitting / 952
18.12 Civiel recht / 954
18.12.1 Schadevergoeding in het civiele recht en de verhouding tot de procedure van art. 533-536 Sv / 954
18.12.2 Onrechtmatige (overheids)daad: vestiging en omvang / 954
18.12.3 Schadevergoeding bij onrechtmatig strafvorderlijk overheidsoptreden / 955
18.12.3.1 Gewezen verdachte / 956
18.12.3.2 Onschuldige derden / 957
18.12.3.3 Egalité-beginsel of gebleken onschuldcriterium? / 957
18.12.3.4 Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in verband met het gebleken onschuldscriterium / 959
18.12.4 Schadevergoeding bij onrechtmatige rechtspraak en onrechtmatige detentie / 960
18.12.4.1 Onrechtmatige rechtspraak / 961
18.12.4.2 Onrechtmatige detentie / 963
18.12.5 Schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn / 964
18.12.6 Alternatieven voor een geldelijke schadevergoeding / 965
18.12.7 Bewijslastverdeling in civiele zaken / 966

HOOFDSTUK 19
De afrekening: loon naar werken / 969
19.1 Inleiding / 969
19.2 Rechtsbijstand op toevoeging / 969
19.2.1 De toevoegingsregeling / 969
19.2.1.1 Ambtshalve toevoeging / 970
19.2.1.2 De piketregeling / 972
19.2.1.3 Toevoeging op verzoek / 973
19.2.1.4 Kennisgeving van toevoeging / 976
19.2.2 Welke advocaat kan worden toegevoegd? / 977
19.2.2.1 Vrije advocaatkeuze op toevoeging? / 979
19.2.3 De toevoegingsvergoeding / 983
19.2.3.1 Eigen bijdrage / 984
19.2.3.2 Ontvangen vergoeding naast toevoeging / 985
19.2.4 Overname en verrekening / 987
19.3 Rechtsbijstand op betalende basis / 988
19.3.1 Betalend ondanks dat cliënt in aanmerking komt voor een toevoeging / 989
19.3.2 Prijsafspraken en hoogte honorarium / 991
19.3.2.1 Excessief declareren / 992
19.3.3 Inning / 993
19.3.3.1 Contante betalingen / 993
19.3.3.2 Verrekening met voorschotten en bedragen op de derdengeldenrekening / 994
19.3.3.3 Neerleggen van de verdediging wegens niet-betaling / 994
19.3.3.4 Retentie / 995
19.3.4 Declaratiegeschillen / 995
19.3.4.1 Voorzienbaarheid kosten / 996

HOOFDSTUK 20
Verdediging en interstatelijke samenwerking / 997
20.1 Inleiding; omlijning van de te bespreken onderwerpen / 997
20.1.1 De internationale rechtshulp in strafzaken / 997
20.1.2 Bruikbaarheid van buitenlands bewijs in de Nederlandse strafzaak / 999
20.1.3 Internationaal ne bis in idem / 1000
20.2 Verweren in het licht van centrale beginselen van interstatelijke samenwerking / 1000
20.2.1 Inleiding / 1000
20.2.2 De grondslag voor verweren / 1000
20.2.3 Competentieverdeling bij facultatieve en dwingende excepties / 1001
20.2.4 Invloed op verweren van centrale beginselen van interstatelijke samenwerking / 1002
20.2.4.1 Soevereiniteit / 1002
20.2.4.2 Wederkerigheid / 1004
20.2.4.3 Specialiteit / 1004
20.2.4.4 Vertrouwen / 1006
20.2.5 Rechtspositie van de justitiabele: systeembreuk / 1009
20.3 Uitlevering en Overlevering / 1010
20.3.1 Plan van aanpak; defi nities en jargon / 1010
20.3.2 Juridisch kader / 1012
20.3.2.1 Regelgeving uitlevering / 1012
20.3.2.2 Regelgeving overlevering / 1014
20.3.3 Praktijk / 1015
20.3.3.1 Cultuur / 1015
20.3.3.2 Strategie algemeen / 1016
20.3.3.3 Nederlandse en internationale instanties bij uitlevering en overlevering / 1017
20.3.4 Detentie: duur/schorsing/borg/aftrek / 1020
20.3.4.1 Uitlevering / 1020
20.3.4.2 Overlevering / 1023
20.3.5 Rechtsbijstand; kennisneming van stukken / 1026
20.3.5.1 Uitlevering / 1026
20.3.5.2 Overlevering / 1027
20.3.6 Verkorte procedure? Afstand specialiteit! / 1029
20.3.6.1 Uitlevering / 1029
20.3.6.2 Overlevering / 1030
20.3.7 Voorbereiding van de zitting (UW en OLW) / 1030
20.3.7.1 Inleiding / 1030
20.3.7.2 De feitsomschrijving / 1032
20.3.7.3 Onschuldverweer/alibi hard maken / 1034
20.3.7.4 Strafbaarheid feit / 1036
20.3.7.5 De strategie voor de zitting / 1038
20.3.8 Zitting bij de rechtbank / 1040
20.3.8.1 Procedure / 1040
20.3.8.2 Wijze van verweer voeren; het belang van een pleitnota / 1041
20.3.9 Verweren / 1042
20.3.9.1 Inleiding / 1042
20.3.9.2 Is het feit strafbaar? / 1042
20.3.9.3 Onschuldverweer: is er een reëel alibi? / 1044
20.3.9.4 Dwingende weigeringsgronden / 1044
20.3.9.5 Facultatieve weigeringsgronden / 1044
20.3.9.6 Schending mensenrechten als weigeringsgrond / 1045
20.3.10 Cassatieberoep bij uitlevering / 1051
20.3.10.1 Omvang van het beroep; wijze van instellen / 1051
20.3.10.2 Belang bij cassatie? / 1051
20.3.10.3 Procedure in cassatie / 1052
20.3.10.4 Hoge Raad verwerpt beroep. Hoe nu verder? / 1052
20.3.10.5 Hoge Raad ‘vernietigt’. Hoe nu verder? / 1053
20.3.10.6 Advies van uitleveringsrechter aan minister van Justitie en Veiligheid; inbreng verdediging / 1053
20.3.11 Positie minister van Justitie en Veiligheid; inbreng verdediging / 1053
20.3.11.1 Uitlevering / 1053
20.3.11.2 Overlevering / 1055
20.3.12 Kort geding / 1055
20.3.12.1 Uitlevering / 1055
20.3.12.2 Overlevering / 1056
20.3.13 Feitelijke overlevering / 1057
20.3.13.1 Uitlevering / 1057
20.3.13.2 Overlevering / 1057
20.3.14 Inbeslagneming van voorwerpen (en beklag daartegen) / 1058
20.3.14.1 Uitlevering / 1058
20.3.14.2 Overlevering / 1058
20.3.15 Schadevergoeding en kosten rechtsbijstand / 1059
20.3.15.1 Uitlevering / 1059
20.3.15.2 Overlevering / 1059
20.3.16 Terugkeer na berechting in buitenland: WETS & WOTS / 1060
20.3.16.1 Uitlevering / 1060
20.3.16.2 Overlevering / 1060
20.4 Van wederzijdse rechtshulp naar wederzijdse erkenning / 1061
20.4.1 Rechtshulp op verzoek of op bevel; intergouvernementeel versus intercollegiaal / 1061
20.4.1.1 Terminologie / 1061
20.4.1.2 Ontwikkelingen in verschijningsvormen / 1062
20.4.2 Justitiële rechtshulp / 1063
20.4.2.1 Nederlandse wetgeving / 1063
20.4.2.2 Internationale regelgeving / 1065
20.4.2.3 Vormen van justitiële rechtshulp / 1066
20.4.2.4 Weigeringsgronden en formaliteiten bij justitiële rechtshulp / 1072
20.4.2.5 Rechtsmiddelen / 1073
20.4.2.6 Rechtsbijstand / 1075
20.4.2.7 Relevante instanties / 1076
20.4.2.8 Cultuur en strategie / 1076
20.4.3 Politiële rechtshulp / 1076
20.4.3.1 Nederlandse wetgeving / 1076
20.4.3.2 Internationale regelgeving / 1078
20.4.3.3 Vormen van politiële rechtshulp / 1079
20.4.3.4 Rechtsmiddelen / 1081
20.4.3.5 Rechtsbijstand / 1081
20.4.3.6 Relevante instanties / 1082
20.4.3.7 Cultuur en strategie / 1082
20.4.4 Wederzijdse erkenning: enkele belangrijke ontwikkelingen aangestipt / 1082
20.5 Bruikbaarheid van buitenlands bewijs in Nederlandse strafzaken / 1083
20.6 De internationale werking van het ne bis in idem-beginsel / 1087

Over de auteurs / 1089

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Handboek verdediging