Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Nieuws

De lessen van René Gude toegepast

Tot niet zolang geleden moesten we onze emoties managen. Inmiddels komen steeds meer denkers erachter dat we beter ons verstand in toom kunnen houden, omdat dit vaak onze emoties aanwakkert.

Ger Post | 12 mei 2015 | 8-11 minuten leestijd

Wanneer we met een teleurstelling te maken krijgen, of juist de euforie op de loer ligt. Zodra er zich een ramp heeft voltrokken of op het moment dat een organisatie in zwaar weer komt. Het adagium is al snel: emoties managen. Bijvoorbeeld na de terroristische aanslagen in Parijs riepen verschillende bestuurders en opiniemakers op de angst niet te laten regeren: ‘Het komt nu aan op het managen van angst’.

Wanneer we over het managen van emoties horen, dan is dat vaak in de tweedeling emotie-ratio, alsof het twee processen zijn die loodrecht op elkaar staan. Zo voelt het vaak ook, wanneer emoties als angst, woede en blijdschap ons denken overnemen en ervoor zorgen dat we ondoordachte dingen doen. In de woorden van de 17de eeuwse filosoof Spinoza: ‘When a man is a prey to his emotions, he is not his own master, but lies at the mercy of fortune.’

Sinds de evolutietheorie aan steun wint, staan emoties er wat beter op. Ze zijn van levensbelang, want zonder angst zouden we gevaarlijke situaties niet vermijden laat staan dat er iets uit onze handen zou komen als we nergens naar zouden verlangen. Ook in hedendaagse experimenten zien wetenschappers steeds vaker hoe emotie en ratio in elkaars verlengde liggen.

In het boek De Vergissing van Descartes beschrijft neurowetenschapper Antonio Damasio bijvoorbeeld een onderzoek waarin mensen wordt gevraagd zoveel mogelijk geld te verzamelen door kaarten te trekken van vier verschillende stapels. De meeste kaarten zorgen voor winst, terwijl andere kaarten voor verlies aan speelgeld zorgen. Wat de proefpersonen niet weten is dat de stapels van elkaar verschillen: sommige zijn zo gedeeld dat ze op de lange termijn voor verlies zorgen (de ‘slechte’ stapels), terwijl andere stapels juist voor winst zorgen (de ‘goede’ stapels).

Uit de resultaten van het experiment bleek dat mensen na ongeveer 50 kaarten in de gaten hadden van welke stapel ze het beste kaarten konden trekken. Opvallend genoeg bleek uit metingen van huidgeleiding (een manier om emoties te detecteren) dat mensen al na 10 kaarten een stress response lieten zien wanneer ze van een ‘slecht’ dek een kaart trokken. Dat was dus lang voordat ze zich bewust waren van het idee dat sommige stapels voor verlies zorgden op de lange termijn.

Emoties mogen dan in een beter daglicht staan, heftige emoties rijden ons nog altijd in de wielen. Tijdens zijn eerste optreden als filosoof des vaderlands (in De Wereld Draait Door), hield de onlangs overleden René Gude de natie voor: ‘Emoties zijn de meest natuurlijke aandriften die we hebben. Die zijn in het begin altijd ongelooflijk hevig, dat weet je. Je moet dan niet proberen niet bang te zijn of niet te huilen. (...) Na verloop van tijd hebben de emoties de neiging om af te vlakken.’

Onze emoties met rust laten is nu juist waar de meeste mensen slecht in zijn, stelde Gude. Ze gebruiken hun verstand om hun emoties in stand te houden. Gedachtes als ‘Alles is al verloren’ of juist net doen alsof er niks aan de hand is; het zijn volgens de filosoof manieren waarop we tot verkeerde conclusies komen en emoties juist aanwakkeren, in plaats van afvlakken. ‘De truc is: je moet niet hard zijn over je emoties. Je moet niet je emoties neer knuppelen, want die vlakken vanzelf af. Je moet je verstand in de toom houden, dat die niet verkeerde conclusies gaat trekken.’

Gude’s advies was dus niet zozeer onze emoties te managen (dat is onmogelijk), maar ons verstand. Bijvoorbeeld met filosofie. Toen Gude van de dokter te horen kreeg dat hij tien procent kans om de volgende twee jaar te overleven, had hij van Descartes geleerd dat wanneer je zo’n onzekerheid over je toekomst voor je voeten krijgt geworpen, je deze niet moet inruilen voor een verkeerde zekerheid. ‘Dit is iets wat je vooraf kunt trainen,’ vertelde hij.

Het verstand managen, zodat dit niet emoties aanwakkert. Het is zo’n beetje het credo van psychiater Steve Peters, die in Groot-Brittannië beroemde sporters in zijn praktijk krijgt, zoals de heetgebakerde en bijtgrage voetballer Louis Suarez. Peters helpt de sporters irrationele ideeën door te prikken met logica. Vandaar dat de voormalig Tour de France-winnaar Bradley Wiggins Peters ‘een wereldexpert in gezond verstand’ noemt.

Hoe Peters te werk gaat, laat zich misschien het beste omschrijven met het voorbeeld van voormalig profvoetballer en heethoofd Craig Bellamy. Er hoefde in een wedstrijd maar iets te gebeuren of Bellamy ging volledig door het lint tegen zijn medespelers, tegenstander of de scheidsrechter – wat hem vaak op een schorsing kwam te staan. ‘Waarom kan ik die wedstrijden van mezelf niet terugzien? Omdat ik dat niet ben,’ zei de voetballer tegen de Daily Mirror. ‘Ik haat het. Ik haat om te zien hoe ik op de scheids afstorm. Ik ben niet blij met die kant van mezelf.’

Het eerste wat Peters de voetballer uitlegde was wat er in zijn brein gebeurde op het moment dat er een emotie opkwam, zodat hij beter begreep ‘met wat voor een machine’ hij te maken heeft. In een notendop beschrijft het model van Peters, zoals hij in De Chimp Paradox uit de doeken doet, dat er twee krachten om de macht strijden in het brein: de irrationele, emotionele ‘chimp’ en de rationele, verstandige persoon. Aangezien de ‘chimp’ gebruik maakt van evolutionair oudere systemen, krijgt die altijd voorrang. Vandaar dat we na een emotionele gebeurtenis de meest losgeslagen opmerkingen maken, waar we later vaak spijt van hebben.

Vandaar dat Peters – net als Gude – zijn cliënten adviseert de emoties uit te laten razen. Pas als de chimp moe wordt (en de emoties afvlakken), is er ruimte voor ratio. Peters leert zijn cliënten een situatie dan te relativeren en in perspectief te plaatsen. Of de humor van het eigen gedrag in te zien. En gedachten die de emoties voeden door te prikken. In het geval van Bellamy was dat het idee dat zijn woede hem een betere speler maakte dan anderen. Extra moeilijkheid bij dit idee was dat hij niet de enige was die met idee rondliep: ‘Mensen zeggen: "Als je de woede uit Craig Bellamy haalt, dan is hij nog maar half zo goed." Dat is onzin. Dat weet ik nu.’

Bellamy: ‘Weet je hoe vaak ik energie heb verspild aan het denken aan een beslissing, wat ervoor zorgde dat ik twee seconden later iets niet kon doen omdat ik nog steeds aan het voorval aan het denken was?’ Hij keek naar de echte toppers, zoals tennisser Roger Federer, en constateerde dat hun prestaties helemaal niet op hun emoties draaiden. Integendeel. ‘Weet je, ik denk dat ik zelfs een betere speler zou zijn als ik rationeler zou nadenken.’

Bellamy leerde – met vallen en opstaan – zijn ideeën door te prikken die ervoor zorgden dat hij gefrustreerd en kwaad was, nog voor het eerste fluitsignaal had geklonken. En hij werd een betere speler, zeiden deskundigen. Voorheen raakte hij geregeld geblesseerd – vooral voor belangrijke wedstrijden – vanwege de spanning, vertelde Bellamy. Nu kon hij die wedstrijden vaak wel spelen en er soms zelfs beslissende doelpunten maken.

Bellamy is slechts een van de voorbeelden van het succes van Peters. Bradley Wiggins schreef zijn overwinning in de Tour de France voor een groot deel op het conto van de psychiater. Net als verschillende winnaars van Olympische medailles, zo zegt baanwielrenner Sir Chris Hoy op de voorkant van het boek van Peters: ‘De methode die me hielp Olympisch Goud te winnen.’ En snookerlegende Ronnie O’Sullivan hielp hij aan twee wereldtitels, in 2012 en 2013. Inmiddels staat Peters op de loonlijst bij FC Liverpool en het nationale voetbalteam van Engeland.

Je zou bijna denken dat Peters een wonderdokter is en gezond verstand een wonderkuur. Dat is het natuurlijk niet. Hoewel, wielrenner Wiggins denkt juist dat boerenverstand hetgene is dat Peters zo speciaal maakt: ‘Is het niet vreemd hoe extreem zeldzaam gezond verstand is?’ En zouden we in Nederland ook niet zo’n expert in gezond verstand nodig hebben, om ervoor te zorgen dat we onze emoties niet aanwakkeren? Zo zou het onze voetballers wellicht helpen als ze niet met het irrationele (en angstige) idee naar de strafschop liepen dat penalty’s een loterij zijn waarop niet valt te oefenen. Wellicht dat wielrenner Robert Gesink veel zou hebben aan een sessie bij Peters, gezien zijn verzuchting na een valpartij dat hij blijkbaar ‘geen renner is die de dagen erna daar makkelijk mee omgaat’. Een opmerking die Gude in de categorie ‘Alles is verloren’ zou plaatsen.

En dan zijn er nog de zekerheden die we na een overwinning op het schild hijsen. Zo jubelde Diederik Samsom in de euforie na de wederopstanding van de Partij van de Arbeid bij de verkiezingen van 2012 dat dit resultaat te danken was aan hernieuwd zelfvertrouwen. Toen hij en premier Mark Rutte vervolgens ook de financiële crisis te lijf wilden gaan door het zelfvertrouwen van Nederland opzichtig op te krikken, vroeg het halve land zich af of de politici nog wel op dezelfde planeet woonden. Opnieuw een voorbeeld van een verkeerde zekerheid (met een opgepompt zelfvertrouwen kom je er wel) die is ingeruild voor een onzekerheid (een financieel systeem dat grillig is).

Met het managen van het verstand doe je uiteindelijk niets met die onzekerheid, laat staan aan de emoties die daarmee gepaard gaan. Het kan er wel voor zorgen dat we onszelf niet in de weg zitten in het omgaan met die onzekerheid. Om met Gude te spreken: 'De problemen die we krijgen door verkeerd over de wereld te denken, die zou je toch tenminste moeten kunnen vermijden. Dan kun je aan de ene kant met gezond verstand lekker de wereld in draven. En aan de andere kant jezelf behoeden dat je in de wereld allerlei kwesties projecteert die zich eigenlijk gewoon in je eigen chaotische hoofdje afspelen.'

Deel dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden