Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Hans van der Klis | 21 oktober 2020 | 5-7 minuten leestijd

Simon van der Veer

‘Veel loopt vanzelf al goed in organisaties’

In De Vanzelforganisatie heeft Simon van der Veer zijn visie op zijn vak van veranderkundige beschreven. Het is een hommage aan het vak en de talloze vakgenoten. Maar het is ook een ontnuchterend boek geworden, waarin hij de vloer aanveegt met hypes en een lans breekt voor een herwaardering van de hiërarchie, sturing en leidinggeven. Maar het is ook een pleidooi om niet te snel in te grijpen. ‘Mijn belangrijkste advies: kom eerst langszij voor meer leven in de brouwerij.’

Je bent relatief jong, nog geen veertig. Waarom nu al een synthese van alle ervaring en kennis die je hebt opgedaan tijdens je carrière als adviseur en veranderaar?
Zo jong ben ik ook weer niet, dit is wel de leeftijd dat je bij adviesclubs geacht wordt tegen het partnerschap aan te zitten. Ik zit nu vijftien jaar in het vak, dus ik voelde een heel sterke behoefte mijn ervaring en kennis een keer naar het papier te vertalen. Het boek is ook geboren uit een soort frustratie. We worden overspoeld met nieuwe managementconcepten: eerst de lerende organisatie, toen zelfsturende teams en nu ook agile en continu verbeteren. Onze cultuur is doordrongen van het maakbaarheidsgeloof, waardoor we voortdurend organisaties willen veranderen en (re)organiseren. Met als we niet uitkijken een wildgroei aan veranderingen tot gevolg. Dit relativeren we dan met slogans als ‘de wereld verandert steeds sneller en je moet er wel wendbaar op inspelen’. Daarom is mijn boodschap: kom eerst langszij bij hoe het nu als ‘vanzelf’ al loopt.

In zekere zin past dat bij jouw opvatting dat veel ‘vanzelf’ loopt in organisaties. Die nieuwe dynamiek kan ook voortkomen uit de organisatie.
Zeker. Alle organisaties hebben iets eigens. Toen ik in 2018 een aantal klussen deed in samenwerking met Joost Kampen, op basis van zijn gedachtengoed over de verwaarlozing van organisaties, begon ik dat beter te doorzien. Net als ik is Joost niet gespitst op mooie wensbeelden, maar wil hij een onverbloemde foto van de werkelijkheid. Bij verwaarlozing is er sprake van verstoorde wederkerigheid tussen management en medewerkers, zodat het dichtgroeit. Op het omslag van mijn boek heb ik een klimop laten afbeelden: die vindt vanzelf zijn eigen weg langs schuttingen, maar kan ook verstikkend werken op andere planten. Zo kan er ook een dynamiek in organisaties ontstaan die verstikkend werkt voor teams en organisaties. Joost zijn manier van kijken past goed bij de mijne. Ik ben ook nuchter, recht voor zijn raap. Dat helpt mij om de vinger op de zere plek te leggen, de schone schijn te ontrafelen. Zo heette het boek oorspronkelijk ook, ‘Schone schijn in organisaties’. Op advies van onder andere Hans Vermaak heb ik het onderwerp veel breder getrokken. Hij vroeg zich na lezing van het eerste manuscript af waar de vrolijke Simon die hij kende uit mijn vorige boek Move before you’re ready was gebleven.

Je presenteert een eigen procesmodel, Theory Double U, geïnspireerd op Oto Schärmer, maar dat is niet echt een kant-en-klaar succesmodel. Hoe moet ik De Vanzelforganisatie zien? Als een soort gereedschapskist?
Het is zeker geen recept. Mijn belangrijkste advies is: ‘Kom langszij voor meer leven in de brouwerij.’ Oftewel: ga eerst uitpluizen hoe het hier werkt en hoe de interacties tussen mensen lopen. Op deze manier kun je effectiever werken aan een organisatie die levensvatbaar is én blijft. Kijk welke dynamiek er al is en hoe die is verbonden met de karakters binnen de organisatie en met het type vraagstuk. Elke organisatie kent een bepaalde context en die is hier in Lexmond anders dan in Alkmaar. Er ontstaat vanzelf iets, of je het nu wel of niet van boven probeert te managen. Mensen gaan hun werk vanzelf managen. Dat is iets heel krachtigs, veel gaat vanzelf goed. In de biologie, de natuurkunde en de filosofie beseft men al veel langer dat mensen zelfscheppend vermogen hebben. Mijn pleidooi is daar eerst op aan te sluiten voordat je allerlei plannen gaat bedenken voor nieuwe structuren of systemen. Dat kan anders dempend werken voor het (van)zelforganiserende vermogen. Terwijl dat vermogen vitaal is om als organisatie levensvatbaar te blijven.

Wat zie je in de praktijk gebeuren? En hoe zou het anders kunnen?
Een paar jaar geleden ging de directie bij een grote vliegtuigmaatschappij in Nederland op het podium staan om uit te leggen wat er allemaal moest veranderen. De eerste slides waren allemaal diskwalificiaties van de bestaande situatie. Vreemd, vond ik, sommige mensen werken er al dertig jaar, iedereen heeft een bepaalde betrokkenheid bij het bedrijf. De waarde van hun werk wordt in een klap terzijde geschoven. Maar zo gaat het vaak in de praktijk: directies die met hulp van consultants een oplossing hebben bedacht, gaan eerst de bestaande situatie problematiseren, om vervolgens hun gewenste oplossing te kunnen positioneren. Thijs Homan heeft daar ook altijd tegen geageerd. Ik ben er een voorstander van om zowel met een waarderende als ook een ontnuchterende blik rond te kijken op de werkvloer. Ik zeg altijd: begin met je poten in de klei in plaats van op de hei. Dan zie je wat goed gaat, maar ook waar de gaten vallen. En daar moet je je plan op ontwikkelen. Daarmee win je aan kwaliteit, maar krijg je ook een betere uitvoering, omdat het plan realistischer is en beter aansluit op de bestaande ‘vanzelfdynamiek’ in woorden van Jan den Hollander.

Je benadrukt dat je een onbevangen manier van kijken naar organisatieontwikkeling nodig hebt. Is dat niet wat iedereen doet?
Om de verbeelding te prikkelen hebben we meer dan 120 illustraties opgenomen in het boek. Daar hebben we echt veel energie en tjd in gestoken, zeker ook omdat ik de structuur van het boek aan het begin van de Coronatijd nog helemaal heb omgegooid. Die illustraties gebruik ik om mensen op een andere manier te laten kijken naar de praktijk en naar zichzelf. Je neemt jezelf altijd mee in het werk dat je doet. Je blik wordt bepaald door je opvattingen en je vooroordelen. Daar moet je je bewust van zijn. Zeker omdat het bij het analyseren van de problematiek altijd draait om mensen. Eerst wie, dan wat, zoals het adagium van Jim Collins luidt. Dat citaat heb ik niet opgenomen in mijn boek, maar het reist altijd met mij mee.

Om dit punt te onderbouwen, heb je jezelf als voorbeeld genomen. Je bent heel open over je jeugd, die van grote invloed is op je karakter. Waarom?
Ik heb in het boek een soort etiquette geformuleerd waarmee ik mensen aanmoedig om hun basishouding te onderzoeken, want dit is belangrijk om onbalans te verdragen. Die onherroepelijk is verbonden aan ontwikkelingsprocessen. Daarom heb ik inderdaad veel blootgegeven. Vaak wordt andere mensen de maat genomen, maar ik dacht: laat ik mezelf maar eens als voorbeeld nemen. In het hele boek gaat het over identiteit, over de rol die jijzelf speelt in de verschillende aspecten van organisatieontwikkeling, dus dacht ik: laat ik dan zelf ook ‘het beest in de bek kijken’. Organisatieontwikkeling begint immers met onbevangen kijken, ook naar jezelf en je eigen achtergrond, anders ben je wellicht onbedoeld de hindernis voor dat wat vanzelf al loopt.

Bezoektip: op 4 juni 2021 spreekt Simon van der Veer over de 'Vanzelforganisatie' op het seminar 'Veranderdynamiek'

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden