Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Manfred Kets de Vries

‘Alles staat met elkaar in verbinding’

Het is alweer tien jaar geleden dat we Manfred Kets de Vries voor het laatst interviewden. Toen was hij 68 en had hij veertig boeken op zijn naam, inmiddels zijn dat er meer dan vijftig: hoogste tijd om weer eens bij te praten. Onvermijdelijk komen we ook te spreken over de coronacrisis en de invloed daarvan op ons leven en werk. ‘Ondanks alle leed dat de pandemie met zich meebrengt, moeten we hoop houden.’

Pierre Spaninks | Mirjam van der Linden | 21 oktober 2021 | 6-9 minuten leestijd

Manfred Kets de Vries - voor wie het even niet paraat heeft - is al meer dan dertig jaar verbonden aan INSEAD, het internationale managementinstituut in Fontainebleau. Daar houdt hij zich bezig met leiderschap. Door wetenschappelijk onderzoek, assessments en coaching probeert hij grip te krijgen op de krachten die leiders tot effectieve leiders maken en organisaties tot gezonde organisaties. Dat leverde klassiekers op als The Neurotic Organization (1984), The Leader on the Couch (2006) en de driedelige serie On the Couch with Manfred Kets de Vries die vanaf 2010 verscheen.

Toen we elkaar tien jaar geleden troffen, tijdens een van zijn steeds zeldzamere bezoekjes aan Nederland, hadden we het vooral over de achtergronden van zijn werk en over de begrippen waarin dat is uitgekristalliseerd. Daarbij ging het vooral over zijn ‘klinisch paradigma’.

Daarin combineert hij twee benaderingswijzen, de psychodynamische en de systemische. Vanuit de eerste kijkt hij naar hoe mensen denken, voelen en handelen, vanuit tweede naar de context waarin dat gebeurt – zoals het gezin of de werkomgeving. Vaker wel dan niet blijkt dan dat gedrag een belangrijke irrationele component heeft en voortkomt uit onbewuste drijfveren. Die verraden zich door emoties die mensen ervaren en waar zij meer of minder openlijk uitdrukking aan geven.

Goede leiders zijn volgens Kets de Vries ‘handelaren in hoop’. Ze moeten tot de collectieve verbeelding van mensen spreken om voor de groep een gezamenlijke identiteit te creëren, om te voorzien in de behoefte aan focus, en om een visie neer te zetten voor de toekomst.

Sterfelijkheid

Nu we elkaar weerzien is het niet zoals vorige keer bij vrienden thuis in Utrecht, maar via een wat krakkemikkige videoverbinding met Parijs. Kets de Vries (‘Zeg maar Manfred’) heeft een bordeauxrode trui aan op een wit hemd waarvan het bovenste knoopje open staat, en zit in een fauteuil onder een antieke staande klok. De extra jaren zijn hem amper aan te zien maar voor zijn Nederlands verontschuldigt hij zich: ‘Dat gaat echt achteruit, ik spreek al jaren vooral Engels.’

Samen met zijn vrouw, managementhoogleraar Elisabet Engellau, is hij net teruggekeerd uit Grasse, in de Alpes Maritimes. Daar hebben ze een tweede huis, waar ze heen zijn gegaan zodra de ernst van de pandemie tot hen doordrong. Pas deze week heeft hij voor het eerst weer fysiek college gegeven en een aantal coachingsessies gedaan. Het isolement heeft hem rust gebracht, vertelt hij. Meer dan in de metropool kon hij zich in de provincie terugtrekken in zijn innerlijke wereld en reflecteren op zijn gedachten en gevoelens. Een behoefte die naar eigen zeggen alles te maken heeft met zijn leeftijd. In de fase die hij heeft bereikt, voelt hij zich niet meer zoals vroeger onsterfelijk. Zijn dagen worden steeds kostbaarder.

Misschien was het ook vanuit dat besef dat Kets de Vries dit voorjaar in een interview met Michael Skapinker van de Financial Times veel meer van zichzelf liet zien dan we gewend waren: hoe de ervaringen van zijn ouders tijdens de Holocaust nog steeds zijn leven en werk beïnvloeden (‘It has affected me. What can I do?’), hoe hij een vaste aanstelling op Harvard misliep (‘Academics can be very good at character assassination’), en hoe hij in Siberië zijn rug brak tijdens een berenjacht (‘After that crazy accident, which was very painful, they say that I am somewhat of a nicer person’).

Voor ons gesprek was de verschijning aanleiding van Kets de Vries over mindfulness, de Nederlandse vertaling van Mindful Leadership Coaching uit 2014. Niet een boek over wat tegenwoordig wordt uitgevent als probaat middel tegen stress en burn-out als wel een behoedzame studie hoe je in een coachingstraject open en niet-oordelend te werk kunt gaan door de aandacht te houden bij de ervaring van het moment. Interessant, zeker voor vakgenoten, maar in de aanloop naar ons gesprek hadden we al vastgesteld dat we het vooral zouden hebben over wat hij allemaal heeft gepubliceerd sinds het uitbreken van de pandemie.

Angst en absurditeit

In het eerste van zijn vier boeken uit het covid-tijdperk, The CEO Whisperer - Meditations on Leadership, Life, and Change, behandelt Kets de Vries de grootste valkuilen van leiderschap en de manieren om die te vermijden. Hij staat stil bij onderwerpen als de eenzaamheid aan de top, het omgaan met teleurstellingen, de verwoestende gevolgen van hebzucht en het belang van aandacht voor ons welzijn. ‘Ken u zelve’ is daarbij steeds het motto, een opdracht die wat hem betreft een indringend onderzoek impliceert van ons innerlijk theater. Extra interessant wordt het als Kets de Vries komt te spreken over zijn eigen rol als psychoanalyticus en coach. Daarbij roept hij het beeld op van de ‘wandelaar boven de nevelen’ die het gelijknamige schilderij domineert van Caspar David Friedrich. De wandelaar voelt zich op zijn gemak in een ambigu psychisch landschap: de mist en de wolken vervullen hem met ontzag maar hij deinst er niet voor terug om daarin op verkenning te gaan en klaarheid te vinden. Daar herkent Kets de Vries zich wel in.

In het tweede boek, Leadership Unhinged - Essays on the Ugly, the Bad and the Weird, past Kets de Vries zijn inzichten toe op de maatschappelijke en politieke actualiteit. Hij ziet met lede ogen hoe over de hele wereld populistische bewegingen voet aan de grond krijgen, met vaak gevaarlijke demagogen aan het hoofd. We hebben de morele verplichting om ons bewust te worden van de condities waaronder zulke leiders opkomen, vindt hij. Aan de hand van inzichten uit de psychoanalyse, de ontwikkelingspsychologie en de neurowetenschappen probeert hij daarom die ‘pathologische dynamiek’ te ontrafelen.

Het derde boek, Quo Vadis – the Existential Challenges of Leaders, gaat net als The CEO Whisperer over de zoektocht naar betekenis in ons leven en in ons werk. Waar kunnen we betekenis vinden, en wanneer is een leven eigenlijk betekenisvol? Dan gaat het over de dood, over hoe bang we daarvoor zijn, over angst en over absurditeit. Maar ook over doorzettingsvermogen, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en leven met harde waarheden. Om onszelf te leren kennen en ons onvermijdelijke einde te begrijpen, concludeert Kets de Vries, moeten we hoe dan ook een prijs betalen. Maar het vergroot wel ons vermogen om betekenis te creëren en geluk te vinden, en daarmee verrijkt het ons leven.

Coronavirus-land

Tussen het werk aan deze drie titels door heeft Kets de Vries tijdens zijn afzondering in Grasse ook nog tijd gevonden om na te denken over de vraag wat corona doet met onszelf en met de wereld om ons heen. Daar is Journeys into Coronavirus Land – Lessons from a Pandemic uit voortgekomen. De pandemie heeft politieke en economische tegenstellingen die voordien ook al bestonden scherper gemaakt en sociale disfunctionaliteiten aan het licht gebracht. De vraag is: als de crisis voorbij is, gaan we dan terug naar normaal of trekken we hier lessen uit?

Kets de Vries ziet twee scenario’s voor zich, het ene nogal pessimistisch en het andere meer optimistisch. In het eerste scenario krijgt, als gevolg van het gevoel van hulpeloosheid dat zich van mensen meester maakt, identiteitspolitiek de wind in de zeilen. We vallen we terug op de natiestaat, waarbij we de controle over ons leven in handen leggen van een sterke overheid. Voor het tweede scenario doet Kets de Vries een beroep op de zonnigere kant van de menselijke natuur. Rampen hoeven niet alleen maar regressie en paranoia op te roepen. Ze kunnen ook solidariteit teweegbrengen, innovatie en verandering. De pandemie kan een katalysator zijn om problemen aan te pakken waarvan we tot nu toe hebben weggekeken, zoals de opkomst van disfunctionele leiders, maatschappelijke ongelijkheid en het dreigende ineenstorten van ecosystemen.

‘We zouden de gelegenheid te baat moeten nemen om onze samenlevingen meer barmhartig te maken. Laten we erkennen dat we allemaal zijn verbonden met elkaar en met onze planeet, en dat we die goed moeten beheren om hem door te geven aan de komende generaties. Zoals het Indiaanse opperhoofd Seattle zei: ‘Het is niet de mensheid die het web van het leven heeft gewoven. Wij zijn maar een van de draadjes. Wat we doen aan het web, doen we aan onszelf. Alles hangt met alles samen. Alles staat met elkaar in verbinding.’

Over Pierre Spaninks
Pierre Spaninks (Eindhoven, 1955) is zelfstandig professional in journalistiek en communicatie. Behalve in de media heeft hij ook gewerkt in het hoger onderwijs en de consultancy. Hij studeerde Tekstwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en volgde op Harvard het Senior Manager in Government Program. Als journalist is Spaninks gespecialiseerd in management en organisatie. Voor Managementboek Magazine schrijft hij regelmatig interviews, achtergrondverhalen en recensies. Voor Managementboek.nl draagt hij bij aan de totstandkoming van luisterboeken. Naast zijn betaalde werk vervult Pierre Spaninks functies als bestuurder en toezichthouder, onder andere als voorzitter van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers en als bestuurslid van de Stichting Reprorecht en het Platform Zelfstandige Ondernemers.

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden