Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

Weest manlijk, zijt sterk: lessen in leiderschap

Als er over leiderschap wordt geschreven, gebeurt dat doorgaans door het gedrag van allerlei leiders op te knippen en dat vervolgens stukje bij beetje te analyseren. Dit leidt tot een duizelingwekkende hoeveelheid theorieën, modellen en stijlen. Elk met een eigen etiket. Affiliërend. Authentiek. Autoritair. Bevelend. Charismatisch. Coachend. Dienend. Effectief. Het hele alfabet wordt er voor gebruikt. Meestal is het inzicht dat dergelijke classificaties bieden beperkt. Dat is teleurstellend, vooral wanneer ze bedoeld zijn om van mensen van vlees en bloed betere leiders te maken.

Annegreet van Bergen | 23 december 2008 | 6-8 minuten leestijd

Pim Boellaard was niet alleen een mens van vlees en bloed, hij was ook een echte leider. De onlangs verschenen biografie ‘Weest manlijk, zijt sterk - Pim Boellaard (1903-2001), het leven van een verzetsheld’ kan op veel manieren worden gelezen. Onder andere als lessen in leiderschap. Belangrijkste conclusie: voor de echte leider zijn eigengewin en zelfzuchtigheid nooit het richtsnoer. De echte leider heeft verantwoordelijkheidsbesef en handelt daarnaar.

In de verzekeringswereld zijn er ongetwijfeld nog oudgedienden die zich Pim Boellaard herinneren. In de jaren vijftig en zestig was hij de man die verzekeringsbedrijf Olveh tot grote bloei bracht. In 1968 ging Olveh met twee andere partijen op in AGO, in 1983 met ENNIA gefuseerd tot het huidige AEGON. ‘Rechtdoorzee, vasthoudend, een diplomatiek onderhandelaar,’ zo wordt Boellaard in die kringen herinnerd. ‘Een man met een brede visie, die zonder streken of trucs bij de fusiebesprekingen in 1968 voor het relatief kleine Olveh een gelijke positie wist te verwerven.’

Toch is het niet vanwege deze succesvolle loopbaan dat Boellaard in de herinnering zal voortleven. Boellaard was eerst en voor alles een verzetsheld. Toen hij in 1963 zijn zestigste verjaardag vierde, kreeg hij een mapje met brieven, gedichten en tekeningen van mensen met wie hij in oorlog in de Elzas in het concentratiekamp had gezeten. Allemaal bedankten ze hem voor zijn steun en aanmoedigingen. Op het mapje stond gekalligrafeerd: ‘Voor Pim, die ons in Natzweiler en daarna bij elkaar hield.’ Dat zo’n man een echte leider is, hoeft geen betoog.

Maar ook wat evident is, kan raadselachtig zijn en verklaring behoeven. Dat was de ervaring van sociologe Jolande Withuis, verbonden aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Zij deed onderzoek naar de naoorlogse vriendschap en onderlinge strijd tussen Nederlandse ex-gevangenen van Duitse concentratiekampen. Tijdens de gesprekken die ze daarover met betrokkenen voerde, viel vaak de naam Boellaard. Door mensen met zeer uiteenlopende achtergronden werd hij steeds genoemd als een van Nederlands grootste verzetshelden.

Withuis raakte geïntrigeerd door Boellaard. Toen zij, na diens dood op 97-jarige leeftijd, de beschikking kreeg over zijn uitgebreide archief, inclusief zijn dagboeken, besloot ze zijn biografie te schrijven. Niet als een deftig soort eerbewijs, zo stelt ze. ‘Maar omdat het leven van Pim Boellaard ons veel kan leren over het samen-moeten-leven onder de ergste omstandigheden (..) en over het doorleven daarna.’ Dankzij deze vraagstelling, het rijke bronnenmateriaal en haar scherpe blik, verkent Withuis indirect ook de vraag welke instelling en welk gedrag van iemand een leider maken.

Kenmerkend is dat Boellaard zich goed kon verplaatsen in de behoeften van anderen. Toen hij in de Scheveningse gevangenis zijn berechting afwachtte, was een medegevangene dagenlang somber, omdat zijn vrouw hem had geschreven dat zij op haar verjaardag de hele dag had zitten huilen. Boellaard adviseerde de man in zijn volgende brief de vaste overtuiging uit te spreken dat zij zich zo flink door alles heen zou slaan als hij dat van haar verwachtte. En zie, zo citeert Withuis Boellaard: ‘Haar volgende brief straalde van energie en gaf een trotse opsomming van alles wat zij voor zijn zaak had bereikt, werk waartoe zij zich nooit in staat geacht had, omdat hij altijd alles deed en haar alles uit de hand had genomen.’

Later, op weg naar het kamp, probeerde Boellaard zichzelf en zijn medegevangenen fit en opgewekt te houden met gymnastiekoefeningen. Dat was fysiek van grote waarde. Bovendien, zo vermoedt Withuis, gaf het hen het gevoel dat ze het eigen lot gunstig konden beïnvloeden. Dat besef maakt in alle omstandigheden mensen sterk. Maar zeker wanneer ze de verschrikkingen van concentratiekampen moeten doorstaan. Bovendien werd door deze gezamenlijke gymnastiekoefeningen de teamgeest bevorderd.

Na de oorlog zou Boellaard zeggen dat hij het als zijn verantwoordelijkheid had gezien de onderlinge discipline te handhaven in een afgesloten samenleving die onder het bevel van de SS stond. Die discipline had een functie, want bij chaos zou de SS met extra grof geweld hebben ingegrepen. Dat brooddieven werden gestraft met twee harde klappen en een korte toespraak, was dan ook geen kwestie van wraak maar van tucht. ‘Tucht wilde je hebben uit gemeenschapsgevoel.’

Dat gemeenschapsgevoel was essentieel. Het is fascinerend te lezen hoe Boellaard een bindende factor werd binnen de kampen waar hij verbleef: Natzweiler in de Elzas en Dachau bij München. Kampen waar, zoals Withuis schrijft, ‘mensen uit volkomen verschillende milieus gedwongen werden tot een allerintiemst samenleven en tot een even ongewilde als grote wederzijdse afhankelijkheid.’

Boellaard was zelf heel erg van Oranje, deftig en nogal beschermd opgegroeid. Maar hij was wijs genoeg om niet blind zijn opvattingen aan anderen op te leggen. Withuis: ‘Hij was levensovertuigingen serieus gaan nemen die hemzelf en zijn sociale omgeving vreemd waren, en realiseerde zich ten volle dat de politieke of geloofsovertuiging die zijn medegevangenen eerst had gemotiveerd tot hun verzet, hun nu ook de kracht moest geven om vol te houden. Hij moest daaraan dus niet afdoen.’ Indrukwekkend is hoe hij telkens, tot ver na de oorlog, bruggen wist te slaan tussen communistische en koningsgezinde verzetstrijders en gevangenen.

Maar het waren niet alleen empathie en diplomatie die Boellaard tot een echte leider maakten. Als het moest, trad hij uiterst kordaat op. Bijvoorbeeld toen er na de bevrijding van Dachau in 1945 vanuit Nederland geen vervoer kwam om hem en zijn landgenoten te repatriëren. Boellaard is toen zelf naar Nederland gegaan en rustte niet voordat hij - via Prins Bernard - het vervoer had geregeld en zelf terugging naar Dachau om zijn maten op te halen.

De daadkrachtige Boellaard wou toen ook een aantal Nederlandse officieren oppikken die 140 kilometer van Dachau hun krijgsgevangenschap hadden doorgebracht. Een aantal van hen weigerde de hun in de schoot geworpen terugreis per vrachtauto. Want zij vonden dat ze recht hadden op een eersteklas treinreis. Bovendien wilden ze al hun bagage kunnen meenemen, terwijl Boellaard in zijn wagens maar plek had voor één tas per persoon. Dat het nog maanden heeft geduurd voordat sommigen van hen hun terugreis hadden geregeld, is misschien hun verdiende loon. Maar dit incident laat vooral zien hoe sullig ‘leiderschap’ soms ook kan zijn.

Boellaard is een fascinerende man. Want bij al zijn behulpzaamheid was hij bijvoorbeeld ook vreselijk ijdel. Hij genoot van zijn glansrol. Maar kennelijk wist hij heel goed dat je alleen kunt schitteren wanneer je anderen tot dienst bent. Met zelfzuchtigheid en eigenbelang kan een leider misschien op korte termijn eer in leggen. Maar het is twijfelachtige eer, want op lange termijn valt hij onherroepelijk door de mand. Zoals gezegd werd Boellaard in de verzekeringswereld gekenschetst als een man zonder streken en trucs. Dat verklaart waarschijnlijk waarom deze held in de 97 jaren van zijn lange leven nooit van zijn voetstuk is gevallen.

Het is verleidelijk het leiderschap van Boellaard te benoemen. Was hij een dienend leider? Een charismatisch leider? Een situationeel leider? Een Niveau 5 leider? Ongetwijfeld vertoont hij van allemaal trekjes. Want dat kenmerkt de echte leider: hij tapt telkens uit een ander vaatje. Echte leiders moet je daarom ook niet in een hokje willen stoppen.

Het zou interessant zijn om in leiderschapsprogramma’s van trainingsinstituten de biografie van Boellaard te gebruiken. Omdat, zoals gezegd, zijn levensverhaal een aantal antwoorden geeft op de vraag wat leiderschap inhoudt. Maar ook omdat zijn verhaal nieuwe vragen oproept. Vragen waarop niet direct een antwoord kan worden gegeven. Bijvoorbeeld: Boellaard bleef tot op hoge leeftijd zijn familie- en zijn oorlogsgeschiedenis onderzoeken en vastleggen. Met zijn werkgeschiedenis hield hij zich niet bezig. Waarom? Hoe belangrijk is zakelijk succes? Wat is succes? Door over dit soort vragen na te denken vergroten cursisten hun zelfinzicht en slijpen zij hun geest.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden