Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

Waarom Nederland Oranje kleurt

"Moet die man niet zorgen dat de bussen weer gaan rijden?", zegt een vriend tegen me, na afloop van Nederland-Frankrijk (4-1), als hij de minister-president ziet aanschuiven bij Studio Sport.

Steven de Jong | 19 juni 2008 | 3-4 minuten leestijd

"Niet nu, dit is belangrijker", werp ik tegen. Maar verder kom ik niet, want naast mij rolt een feestganger een Heinekentoeter uit om vervolgens zijn longinhoud om te zetten in een oorverdovend 'Holland, Holland'. De buren, die de gastheer alleen van het balkon kent, komen spontaan op bezoek. Terwijl de koelkast leeg raakt, laat Balkenende opgetogen weten dat hij "de punten mee zal nemen naar het kabinet".

Het betoog dat ik wilde afsteken, blijkt de historicus Coos Huijsen al onder woorden gebracht te hebben. "Nederland kent een Oranjemythe en daar is niets mis mee", aldus Huijsen in 'De Oranjemythe, een postmodern fenomeen'. De ondertitel moet opgevat worden als een sneer richting de intellectueel. "Je kunt geen gemeenschap vormen met alleen abstracte begrippen als vrijheid en democratie", doceert hij. "Er is ook behoefte aan een emotionele dimensie die zin en betekenis geeft aan het zijn van een gemeenschap."

Dat onderschrijft ook Henri Beunders. "Nederland is kampioen emotie in de wereld", constateert de hoogleraar geschiedenis in 'Publieke Tranen'. Beunders merkt echter op dat het Oranjegevoel, in tegenstelling tot wat Huijsen beweert, wel degelijk is doorgedrongen tot de elite. "De deftig-recalcitrante stem des volks", noemt hij dat in een interview met De Humanist. Volgens Beunders leven we in een manisch-depressieve heisa-maatschappij, een samenleving die na de sombere jaren tachtig en de ideaalloze jaren '90, weer toe is aan actie, temperament en strijd. En Oranje, de kleur die volgens 'kleur-analisten' er een is van beweging, warmte, levenskracht en vitaliteit, beantwoordt aan dat oergevoel.

Wijlen neo-conservatief Frans Kellendonk voorspelde dat in de jaren negentig al. Nu religie aan waarde heeft ingeboet, is er behoefte aan een "oprecht veinzen" schreef hij in zijn gelijknamige boek, een ironische manier van geloven. Hij kreeg gelijk. Het 'ietsisme' van Plasterk, het beschavingsideaal van Balkenende, de monarchie van het koekhappen; we geloven er niet zozeer in, maar het aanhangen doen we met volle overtuiging.

Het Oranjegevoel staat zogezegd voor 'samen het lot tarten'. Dát is wat mensen bindt. En daar hoort zeker het 'publieke huilen' van Beunders bij. Misschien verklaart dit juist, ondanks de schommelende peilingen, het succes van de kabinetten-Balkenende: zodra iemand maar ergens de stempel 'samen' opdrukt, volgen we in polonaise. Trots op Nederland, met Rita Verdonk aan het roer, is daar ongetwijfeld het equivalent van. Een politicus die zegt liberaal te zijn, maar tegelijkertijd dweept met het nationalisme. Geen haan die er naar kraait, behalve de liberaal met het werk van John Locke op schoot. De moderne Verlichting komt uit Eindhoven, waar een voetbalclub in de Eredivisie de naam van een lampenfabrikant uitdraagt.

Massapsycholoog Jaap van Ginneken ontdekte de kracht van het 'samen' in zijn boek Het mysterie monarchie. In zijn 'Interview met het Nederlandse volk' (ondertitel) constateert hij dat de monarchie weliswaar aan legitimiteit heeft ingeboet (“mensen geloven niet meer dat de Oranjes koningen zijn geworden bij de Gratie Gods”), maar dat oranje desondanks als nationale kleur niets aan betekenis heeft verloren: "De meeste ondervraagden krijgen meteen de 'oranje waas' voor de ogen als zij denken aan voetbal.” Volksfeesten met zwellende ego's, aldus Van Ginneken.

Eén van zijn respondenten, manager van beroep, mijmert over het EK van '88. "Feest, eensgezindheid, iedereen vrolijk. Dan heb je het gevoel alsof je het beste land van de wereld bent." De kantoorman is er heilig van overtuigd dat zijn passieve steun aan Oranje bijdraagt aan de prestaties van het elftal. Dat baart het Voedingscentrum zorgen, blijkt uit haar nieuwe campagne 'Een sterke man zegt wel eens "nee" tegen verleidingen'.

Gericht aan dovemansoren natuurlijk, want een goed Oranje-publiek zegt geen 'nee' tegen bier, chips en snacks. Die laat zijn buik, als belichaming van de nationale identiteit, net zo opzwellen als zijn ego. Ook de Fransman, en in het bijzonder de Franse keeper Grégory Coupet, weet dat. In de Franse krant l’Equipe sloeg de verslagen doelman de spijker op z'n kop: "Zij hebben alles, tot en met het publiek aan toe.” Niet zozeer de drie doelpunten, maar het getrommel dat eraan vooraf ging deed hem de das om.

Over Steven de Jong

Steven de Jong is redacteur van NRC Handelsblad en oprichter van de website www.lastvandeburger.nl

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Jaap van Ginneken, Anneke Sookhoo
Het mysterie monarchie

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden