Oh kak, die training is mórgen al! Grote kans dat jouw voorbereiding op een training weleens zo begint. Kwaaie wil? Nee hoor, de waan van de dag is over het algemeen veeleisender dan goede intenties. Jezelf voorafgaand aan de training de vraag stellen: hoe pak ik dit aan, hoe haal ik het meeste rendement uit de training? Dat doen we nagenoeg nooit. En als we dat al doen… hoe dóé je dat eigenlijk, voor jezelf het hoogst haalbare uit een training halen?
Bij Bas van Riet kwam deze vraag wél opborrelen. Na het geven van een training, staand voor het schap van de kipfilet, dacht hij: ‘Hè?! Er is helemaal geen boek voor deelnemers. Terwijl er wel heel veel op hen afkomt als ze een training gaan volgen.’ Subiet legde Bas de kipfilet weer terug in het schap. Ook de andere boodschappen die op zijn lijstje stonden liet hij voor wat het was. In plaats daarvan stormde hij de supermarkt uit om compagnon Ron Hubbers te bellen. Hubbers was al net zo enthousiast als Van Riet: ‘Laten we dit samen gaan doen!’
We verbranden ontzettend veel talent
Uiteraard is het belangrijk dat een training een deelnemer het maximale rendement biedt. Anders is het simpelweg verspilling van talent, tijd en kapitaal. Hubbers voegt zijn diepere drijfveer toe waaróm hij het zo belangrijk vindt dat dit boek er is: ‘Wij trainen vrij veel jonge mensen. Het gebeurt regelmatig dat deze groep niet serieus wordt genomen. Terwijl deze gedreven young professionals juist waanzinnig veel inhoud en kwaliteit brengen. Maar omdat mensen niet in hen geloven, beginnen ze ook aan zichzelf te twijfelen.
Je ziet dat mensen dan twee afslagen nemen. De ene afslag is de groep die denkt: moet jij eens opletten, ik ga dit gewoon doen! De andere afslag is dat mensen verdwijnen in een slachtofferrol. Zie je nou, ik kan het toch niet. Dat laatste vind ik echt hartverscheurend. We verbranden daarmee ontzettend veel talent, wat we heel hard nodig hebben in de transitie die de arbeidsmarkt nu doormaakt.’
Hoe overleef ik…?
Uiteindelijk vertaalde de drive van beide heren zich naar het boek Scherper dan de trainer. Ben je als trainer dan ‘de sjaak’, is dit boek bedoeld om het trainers lastig te maken? Van Riet schudt zijn hoofd. ‘Nee juist niet. Wij gunnen trainers die scherpte, zodat ze zelf ook next level kunnen gaan. In een zaal vol met voorbereide en gemotiveerde deelnemers kun je als trainer veel meer uit jezelf halen. Dan wordt een training een co-creatie en daar heeft iederéén baat bij.’
Hubbers beaamt dat het boek in het voordeel van de trainer werkt. Tegelijkertijd voegt hij de scherpe opmerking toe: ‘Deelnemers geven zich bloot in een training, ze stellen zich open voor iets belangrijks. Ik vind dat je als trainer de plicht hebt daar recht aan te doen. Het trainersvak is niet ‘zomaar’ werk. Je ondersteunt mensen bij de ontwikkeling van hun leven. Dan mag de lat best hoog liggen vind ik.’
Van Riet en Hubbers willen de lezer een zo praktisch mogelijk boek bieden. ‘Zie het als een survivalgids’, vertelt Van Riet, ‘We gaan er niet vanuit dat mensen het hele boek van voor naar achter lezen. Mensen gaan bladeren, pakken het erbij als een vraag actueel is, en leggen het daarna weer weg. Hoe overleef ik een voorstelrondje? Hoe stel ik mijn leerdoelen op? Wat als ik een training eigenlijk heel spannend vind? Het is net zo’n SAS-survivalhandboek. Ben je gebeten door een slang? Wat moet je doen? Uitzuigen, niet inslikken. Zoiets.’
Verder dan de training
Van Riet en Hubbers werken vanuit het Plato-model. Voordat je met angst en beven aan de grot en de filosofische ideeënleer denkt, dit model is net zo praktisch als de rest van het boek. Het model is geboren op een kladje in de kroeg. Van Riet: ‘We tekenden een poppetje met vijf lagen: kennen, kunnen, willen, durven en doen. Kennen zit in je hoofd, kunnen in je handen, willen in je hart, durven in je buik en doen in je voeten. Vijf simpele vragen die precies blootleggen waar jouw leerpotentieel zit. Weet je eigenlijk niet genoeg? Dan zit het bij kennen. Weet je het wel, maar lukt het niet in de praktijk? Dan zit het bij kunnen, of misschien wel bij durven.’
Van Riet voegt daar een tikkeltje besmuikt aan toe: ‘We hadden altijd het gevoel: we moeten dat poppetje nog een keer professionaliseren. Maar toen het boek kwam dachten we fuck it, we houden hem gewoon. Dus hij staat zo in het boek.’ Hubbers vult aan: ‘Wat dit model zo krachtig maakt, is dat het niet stopt bij de deelnemer. Voor de deelnemer is het een soort zelfdiagnose. Maar als trainer kun je er ook je hele programma op bouwen. Iedereen kan er vanuit zijn eigen invalshoek naar kijken.’ ‘Eigenlijk kun je het model overal tegenaan leggen’, meent Van Riet. ‘Zowel als deelnemer als vanuit HR of L&D. Is een training de juiste oplossing? En zo ja, welke? De vijf lagen van kennen, kunnen, willen, durven en doen, helpen je om daar scherper naar te kijken en in te kiezen.’
Hoezo rood? Hou op hoor!
Eén model centraal stellen is een bewuste keuze geweest. Enerzijds hebben beide heren niets met een boek vol modellen, iets leren is vooral doen. En anderzijds kiezen zij de evidence inspired-aanpak. ‘Toen het boek klaar was, werd ons gevraagd naar een literatuurlijst’, vertelt Van Riet. ‘Maar die hebben we helemaal niet. Het is niet onze rol om zelf wetenschappelijk onderzoek te doen. Dat laten we graag over aan de mensen die daadwerkelijk wetenschapper zijn. Daarom hebben verschillende gastauteurs aan het boek bijgedragen, bijvoorbeeld neurowetenschapper Wouter van den Berg. Wij vinden het een mooie uitdaging om die kennis, gecombineerd met onze jarenlange praktijkervaring, zo te vertalen dat je daar als deelnemer vandaag mee aan de slag kunt.’
Precies dat evidence-inspired denken botst soms met wat er in trainingszalen gebeurt. Neem de kleurenmodellen zoals DISC, waarmee bijna elke organisatie werkt. Van Riet ziet daar regelmatig de schaduwkant van. ‘Ik kom mensen tegen die daar echt mee worstelen. Ze zeggen: ‘dat komt nu eenmaal omdat ik rood ben’. Ik denk dan: hoezo rood? Echt, hou op hoor! Je laat jouw hele mens-zijn toch niet reduceren tot een kleur? Ik word daar echt verdrietig van.’
Hubbers voegt daar nog aan toe: ‘In trainingen willen mensen vaak ‘meer zichzelf worden’. Alleen is jezelf zijn geen vast gegeven. Je bent altijd meer wat je meeneemt, afhankelijk van de situatie. Wouter verwoordt dit in zijn column heel mooi. Het inzicht is dat zoeken naar ‘je authentieke ik’ een zinloze tocht is. Je draagt meer ikken in je dan je denkt. En als je dat begint te accepteren, wordt ontwikkelen ineens makkelijker. Dan word je effectiever in verschillende soorten situaties. Je wordt eigenlijk wendbaarder als mens. En daarmee weerbaarder. Precies dat gunnen we deelnemers met Scherper dan de trainer.’
Het moment is nu
Weerbare, scherpe deelnemers die het maximale uit zichzelf halen, dat is het doel van het boek. Als je dit als deelnemer leest, waar begin je dan? Hubbers: ‘Dat start altijd bij jou als deelnemer om dit te willen. Het gaat om de regie nemen over je eigen ontwikkeling. Iedereen kan aan je zijde staan om je te helpen, je manager, je trainer, alleen jíj moet het doen. Mijn advies is daarom: het moment is nu. Wacht niet op een beter moment, op een betere training of op een betere trainer. Jij bent namelijk degene die bepaalt wat je uit een training haalt. Dus start gewoon vandaag.’