Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Van Leeuwen pleit voor aankloten

‘Alle tijd en ruimte om lol te maken is verdwenen’

‘Aankloten’ van Frans van Leeuwen stootte rond Vaderdag door naar de eerste plaats in de Managementboek Top 100. Het is een zelfhulpboek voor mannen, dat geen zelfhulpboek wil zijn. ‘In de winter ga ik wel eens een middag in een warm bad zitten. In een corporate omgeving zal daar niet heel enthousiast op gereageerd worden.’

Hans van der Klis | Mirjam van der Linden | 1 augustus 2022 | 5-8 minuten leestijd

Jij moet in je jeugd echt onhandelbaar zijn geweest, met alle ontregelende rotgeintjes die je in je boek beschrijft als het voorstadium van aankloten. Waar kwam dat gedrag vandaan?

Ik heb altijd wel geldingsdrang gehad, de drift om mij te bewijzen. Maar dat uitte zich niet in goede schoolprestaties, maar in alles daaromheen: kattenkwaad en ongein. Ik zat ook op een Jenaplanschool. Alles kon, vrijheid blijheid. Leren hoefde niet echt. Ik was kortom aan het aankloten, zoals kinderen dat zo goed kunnen. In zekere zin is het kattenkwaad ook een vorm van presteren, als je steeds de grenzen opzoekt.

Wat is dit voor een boek? Is het een aanklacht tegen de prestatiecultuur?

Ja, en dan op een humoristische manier. Ik wilde duidelijk maken dat we niet voortdurend met doelstellingen bezig moeten zijn, en dat op een luchtige, mannelijke manier, met een beetje kleedkamerhumor. Ik heb veel boeken over dit onderwerp gelezen, maar het wordt altijd nogal zwaar gebracht. Ik heb zelf een paar jaar geleden een burn-out gehad en ik zie om mij heen nog veel meer mannen, die met die prestatiecultuur worstelen en eigenlijk veel te weinig aankloten, terwijl ze dat vroeger hartstikke goed konden.

Wat is het eigenlijk, aankloten?

Voor mij betekent het aanrommelen, niet doelgericht te werk gaan. Een keertje kijken hoe de dag verloopt, en niet meteen vastleggen wat je allemaal moet doen op je werkdag om weer succesvoller te worden.

Waarom is dat zo belangrijk? Wanneer kwam jij tot het inzicht dat een beetje aankloten juist heel gezond is?

Toen ik herstelde van mijn burn-out, kwam ik bij een psycholoog terecht en moest ik met mezelf aan de slag. Dan ga je van alles proberen: boekjes lezen, een beetje mediteren. Dat hielp wel een beetje, maar ik dacht: wat gek eigenlijk, dat hier een hele wereld omheen is gebouwd. Ik zag meteen dat je daar ook weer in kunt doorslaan, in je verdiepen in zelfhulpboeken en -theorieën. Dus dacht ik: wat past nou eigenlijk bij mij? Toen kwam ik op dat aankloten, zoals ik vroeger ook al deed. Af en toe een geintje uithalen, wat minder met werk bezig zijn, een keer op de bank gaan liggen, of een beetje rommelen in de tuin, zonder dat ik meteen iets moois wil maken.

In die zin het een paradox: je hebt een zelfhulpboek geschreven, waarin je zegt dat we niet zo gefocust moeten zijn op zelfhulp.

Dat klopt: het is een antizelfhulpboek in de vorm van een zelfhulpboek. Ik raad de lezer aan af en toe wat tijd te nemen om wat aan te pielen. Althans: dat werkt voor mij het beste. Voor jou kan het weer anders zijn. Het leuke van dit boek is dat mensen wel meteen een associatie hebben bij het onderwerp zonder dat ze het gelezen hebben. En dat was wel mijn opzet.

Die associatie is overigens niet alleen maar positief. Niet iedereen stond te juichen toen ik met dit project begon. Ik heb bijvoorbeeld ook een compagnon en vrouw en kinderen thuis waar ik rekening mee moet houden. Dus ik had wel lef en moed en doorzettingsvermogen nodig om dit plan door te zetten.

Als je in discussie gaat met een time-managementgoeroe, zou die zeggen: juist als je alles superstrak plant, heb je tijd en ruimte om aan jezelf te besteden. Past die gedachte bij het concept van aankloten?

Van nature heb ik dat ook in mij. Als ik dat soort boeken lees, vraag ik me altijd af: leer ik hier nou iets van of zit dit in mij? We groeien op met het idee dat we altijd het beste uit onszelf moeten halen. Veel mensen hebben daar last van. Ik heb bijvoorbeeld Mark Tigchelaar gesproken, de schrijver van het boek Focus Aan/Uit. Hij zei mij: ‘Je raakt wel iets met dat aankloten, want ik ben ook altijd maar bezig met focussen en met presteren.’ Op zich is het idee van aankloten, niks doen, heel vaag. Maar iedereen weet dat daar juist de mooiste dingen uit voortkomen. Er rust ook een taboe op. In de winter ga ik wel eens een middag in een warm bad zitten. In een corporate omgeving zal daar niet heel enthousiast op gereageerd worden.

Heb ik het goed als ik denk dat het een aanklacht is tegen de prestatiecultuur, maar niet tegen presteren an sich?

Zeker, ik denk dat presteren wel degelijk belangrijk is. Dat zit ook in ons. Mijn moeder is 65 en van haar wordt ook iedere dag nog een prestatie verwacht. Overal vliegen de KPI’s om je oren. Zelfs bij overheidsinstellingen. Vroeger kon je tien jaar studeren, nu moet je in vier jaar klaar zijn. Alle tijd om lol te maken is verdwenen.

Op je omslag staat ook: ‘De succesformule: vervelen + falen = scoren’.

Dat vond ik persoonlijk redelijk fout, maar volgens de uitgever zou dit aanslaan bij de doelgroep. Naar mijn eigen smaak is het een beetje te plat. Dit boek biedt geen succesformule, ik geef geen garanties.

Dat is interessant, wat je aanstipt. Waar ligt de grens? In hoeverre moeten we aankloten?

Dat is lastig om te zeggen. Ergens in het boek zeg ik 80-20: tachtig procent van de tijd hard werken, twintig procent aankloten. Maar er zijn ook mensen die zeggen dat ze hun hele leven hebben aangekloot. Dat geloof ik ook wel. Ze hebben succes gehad met hun eerste onderneming en hebben die voor miljoenen verkocht. Dan kun je de rest van je leven aankloten. Maar als je ergens in dienst bent en er wordt een prestatie van je verwacht, heb je minder ruimte om dat te doen. In sommige opzichten is kunnen aankloten een luxe.

Hoe kan jouw lezer hiermee beginnen? Hoe kan hij dit concept internaliseren?

Klein beginnen, denk ik. Een keer een papiertje pakken, in de tuin gaan zitten en beginnen met krassen. Of ga met een balletje gooien, of onkruid wieden zonder jezelf voor te nemen meteen de hele tuin te doen. Laat iets op je af komen zonder dat je er bewust mee bezig bent. Dan ontstaat er vanzelf iets. Soms. Je kunt dan lekker met je gedachten afdwalen. Mindwandering, heet dat. Je hoeft niet altijd een doel te hebben.

Ga je de boer op met Aankloten? Lezingen geven?

Ik heb geen commercieel doel met dit boek. We hebben een bedrijf, daar verdien ik mijn geld mee. Ik word nu wel door jan en alleman benaderd. Ik laat het gewoon op me afkomen. Het is niet mijn opzet er een concept van te maken, ik had geen enkele strategie behalve het boek afmaken. De ambitie was nul. Ik vind vooral de gesprekken die eruit voortkomen leuk. Het leukste is dat ik veel berichtjes van mannen heb gekregen die zich hierin herkennen en een kopje koffie met me willen drinken. De boodschap komt duidelijk over bij een bepaalde doelgroep.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden