Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Onderonsje voor ingewijden

De businessnovels van Eliyahu Goldratt moeten eigenlijk met een waarschuwing komen: niet geschikt voor lezers die niet tot in de puntjes bekend zijn met de auteur en zijn werk. De Israëlische businessgoeroe heeft met zijn Theory of Constraints weliswaar een miljoenenpubliek bereikt, maar hij neemt wel erg makkelijk aan dat zijn inzichten geen uitleg behoeven. Goldratt past zijn ideeën toe op retail in zijn nieuwste boek Dat is toch duidelijk?

Jeroen Ansink | 4 februari 2011 | 3-4 minuten leestijd

Goldratts beperkingentheorie komt er kort gezegd op neer dat organisaties in hun doelstellingen gefrustreerd worden door tenminste één obstakel. De beperkingentheorie is bedoeld om dat knelpunt te identificeren en de rest van de organisatie daaromheen om te vormen.

In Dat is toch duidelijk? past Goldratt zijn ideeën toe op retail. De parabel is interessant genoeg. Paul White is filiaalmanager van Hannah’s Shop, een Amerikaanse keten die zich specialiseert in linnengoed. Als schoonzoon van de oprichter zou het hem geen enkele moeite hoeven kosten om een toppositie toegewezen te krijgen. Maar Paul wil op eigen kracht vooruitkomen en hij staat erop om ervaring op te doen in alle aspecten van het retailwezen. Het managen van een winkel gaat hem echter niet goed af. Pauls filiaal, weggestopt in een treurig winkelcentrum in het zuiden van Florida, is consequent een van de minst winstgevende van de regio. Paul overweegt bijna om de handdoek in de ring te gooien, totdat een gesprongen waterleiding in de kelder van het winkelcentrum plotseling al zijn aandacht opeist.

Omdat het weken duurt om de vermolmde leidingen te herstellen is Paul in één klap bijna al zijn voorraadruimte kwijt. Een geluk bij een ongeluk is dat Roger, de manager van Hannah’s regionale distributiepunt, bereid is om Pauls voorraad tijdelijk te stallen. Dit leidt tot de nodige logistieke uitdagingen, omdat het warenhuispersoneel zich nu moet concentreren op het verschepen van dagelijkse miniorders. Paul weet zijn verkopers te overtuigen om alleen het hoogstnodige op de schappen te houden en elke dag een lijstje te maken met wat aangevuld moet worden.

Dan gebeurt er iets geks: na een paar weken blijkt de omzet met bijna dertig procent te zijn gestegen. Ook de winst is omhooggeschoten. Het is geen meetfout: de logistieke veranderingen die Paul noodgedwongen heeft doorgevoerd, hebben zijn winkel vele malen efficiënter gemaakt. Het aanhouden van een kleinere voorraad heeft geleid tot een hogere omloopsnelheid, die met wat bescheiden veranderingen door de hele keten overgenomen kan worden. Hannah’s Shop wordt daardoor zo succesvol dat het zich binnen mum van tijd ontwikkelt van een regionale keten tot een internationale speler.

Door de context stukje bij beetje prijs te geven, slaagt Goldratt erin om de lezer aanvankelijk net zo verbaasd te laten zijn als de betrokkenen. Hij toont daarmee overtuigend aan hoe snel mensen in een bepaalde situatie door de bomen het bos niet meer kunnen zien. ‘Dat is toch duidelijk?’ leest daarmee als een detective, waarbij de uiteindelijke clue inderdaad verrassend simpel blijkt te zijn.

Wat het boek echter mist, is duiding. De parabel zou gebaat zijn met een hoofdstuk waarin de achterliggende gedachte in een breder kader wordt geplaatst, zoals dat bij de businessnovels van bijvoorbeeld Patrick Lencioni en John Kotter wél gebeurt. In hoeverre is Hannah’s Shop exemplarisch voor retail in het algemeen? Wijken de logistiek en het productieproces van linnengoed bijvoorbeeld af van bijvoorbeeld elektronica, auto’s of meubels? En is de beperkingentheorie vooral van toepassing als het gaat om het aanhouden van voorraad, of zijn er binnen retail nog andere obstakels die tot inefficiënties leiden?

Vanwege deze beperkingen zal waarschijnlijk maar een klein deel van de niet-ingewijden zich door Goldratts filosofie geïnspireerd voelen. En dat kan met een titel als Dat is toch duidelijk? toch niet de bedoeling zijn.

Over Jeroen Ansink
Jeroen Ansink (Utrecht, 1970) is financieel-economisch journalist. Sinds 1998 woont en werkt hij in New York, aanvankelijk als correspondent voor FEM Business, later ook voor bladen als HP/De Tijd, Management Team, Forum en Fortune.com. Voor Managementboek schrijft hij interviews, recensies, en summaries. Ansink voltooide een vrij doctoraal in de Letteren aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (adoptierichting geschiedenis) en behaalde het certificaat Business Journalism aan de Wharton Business School aan de Universiteit van Pennsylvania.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden