Er wordt nogal vaak uitgelegd wat dit boek níét is. Zo is het geen braaf handboek of roman die je in één ruk uitleest. Ook is het geen gereedschapskist, academische literatuur of gortdroge kost. Klopt allemaal. Maar wat is het dan wel?
Concrete handvatten
Het kleine stageboek voor begeleiders van Maarten Brand is een heel toegankelijk, handig en inspirerend boek dat speciaal geschreven is voor stagebegeleiders. En een boek dat laat zien dat je een stagiair ergens op de werkvloer kan zetten om dingen gedaan te krijgen. Maar dat als je wil dat die stagiair ook écht iets leert, de stagebegeleider een onmisbare rol speelt. En hoe je die rol vervult, daarvoor deelt Brand concrete handvatten en leerzame informatie. Maar bovenal helpt hij je vanuit een praktische lens zien wat er gebeurt. Want zodra je een situatie leert zien, wordt het kiezen van de juiste interventie een stuk eenvoudiger.
Brand schrijft luchtig, met een vleug humor en professioneel. Daardoor leest het boek prettig en snel. De titel van het boek past bij z’n omvang. Wat fijn is, omdat je met 136 pagina’s geen halve stageperiode bezig bent om het uit te lezen.
5 accu’s om op te laden
Brand benoemt 5 accu’s waarmee je stagiairs kunt opladen: betekenis, progressie, autonomie, verbinding en competentie. Ik licht die laatste er even uit. Competent zijn is een belangrijke menselijke basisbehoefte. Brand noemt dit de ‘ik-kan-het-accu’.
Geef je geregeld een donderspeech en nooit een compliment? Dan loopt die accu vliegensvlug leeg. Het resultaat: je stagiair voelt zich al snel dommer dan een zak oud brood. Wil je die accu opladen? Stop met de donderspeeches en laat de stagiair in kleine stappen oefenen en minisuccessen ervaren.
Het begeleidersbrein als risicofactor
Brand noemt het brein van de stagebegeleider als belangrijke risicofactor. Dat brein maakt namelijk denkfouten die goede begeleiding kunnen dwarsbomen. Hij zet er 10 op een rij, waaronder de halo-hornbias.
Je hebt al binnen een paar seconden een oordeel over een stagiair. Zweeft er een halo boven het hoofd? Dan praat je elke blunder goed als een leerzame fout. Maar heeft je stagiair denkbeeldige hoorntjes? Dan veranderen sublieme prestaties automatisch in toeval.
Pijnlijk herkenbaar, maar fijn dat Brand uitlegt hoe je denkfouten herkent en met ze afrekent.
Help, een stagiair die het beter weet
‘Wat als mijn stagiair ergens beter in is dan ik?’ is één van de 22 dilemma’s die Brand opsomt. Want stel, je start een online meeting maar deelt per ongeluk het verkeerde scherm, krijgt je camera niet aan en bent onverstaanbaar. Dan zegt je stagiair: ‘Zal ik even helpen?’ En binnen een paar tellen werkt alles. Is dat erg? Natuurlijk niet. Een stagiair mag beter zijn in dingen dan de begeleider. Sterker nog: het laadt die competentie-accu lekker op.
Ik had ooit een stagiaire die het beter wist. Gelukkig maar. Vlak voor 15.000 flyers de drukpers in gingen, zag zij ineens een gênante fout in de drukproef. Terwijl m’n collega's en ik er allemaal naar hadden staan staren, maar blijkbaar met oogkleppen op. Mijn ego liep een deukje op. Mijn bankrekening was haar voor eeuwig dankbaar.
Geen bijzaak, maar een talentstrategie
Fijn dat er in het boek aandacht is voor het overtuigen van leidinggevenden als het gaat om het nut van stagiairs en het belang van de betrokkenheid van de stagebegeleider. Het liefst had ik dit deel uitgebreider gezien: een persoonlijke wens die voortkomt uit mijn grote zorgen met het oog op het dreigende personeelstekort van 1,4 miljoen arbeidskrachten in 2030.
Stages kunnen een krachtig instroomkanaal zijn: wie stagiairs goed begeleidt en een positieve ervaring geeft, zal zien dat ze staan te trappelen om na hun diploma-uitreiking terug te komen. Ook kunnen stagiairs kennis absorberen die anders ‘met pensioen’ gaat: dit zorgt voor meer talent met vakkennis.
En wat te denken van de invloed die stagiairs hebben op je werkgeversmerk? Stagiairs praten met andere studenten – lees: potentiële medewerkers – over hun ervaringen. Volgens Brand kan één slechte stage-ervaring je zomaar 10 kandidaten kosten. Ik zet daar graag een positievere vraag tegenover: hoeveel toekomstige collega’s kan één geweldige stage-ervaring je opleveren?
Toch is er nog een groot tekort aan stageplaatsen én staat goede stagebegeleiding zwaar onder druk.
Tel je het dreigende personeelstekort, gebrek aan stageplaatsen en begeleiders die nu al kraken onder de druk bij elkaar op, dan snap je: goede stagebegeleiding is geen sympathiek extraatje. Het is een randvoorwaarde voor de toekomst van je organisatie. Dat maakt Het kleine stageboek voor begeleiders van groot belang.
Over Nicol Tadema
Ze schreef 6 boeken, waaronder de bestsellers: 101 beïnvloedingstechnieken (Longlist 2026), Het geheim van de meest aantrekkelijke werkgevers en De 7 magische woorden. Ook is Nicol gecertificeerd Cialdini Coach, Online influencer en Influence Practitioner.