Wat als je zou kunnen herkennen wanneer gedrag van managers effectief is of juist contraproductief? Bij de ander, en vooral ook bij jezelf. Het is een waardevolle vaardigheid die met ervaring komt. Tenminste, bij wie bereid is te analyseren waarom sommige gesprekken verlopen zoals je het graag wilt, en andere je juist verder van je doel brengen dan ooit tevoren.
Jaap van Werven en Harry Vermeulen zijn topmanagers met een stevig trackrecord, die in 1992 hun eigen adviesmaatschap opzetten. Eerst op basis van een diagnostisch instrument (het PBOI-model), ontwikkeld aan de Universiteit van Californië. Later verfijnen ze het aan de hand van een analytische kijk naar hun eigen ervaringen in het bedrijfsleven.
Het Power-gedragsmodel en acht managementrollen
Ze transformeerden het PBOI-model, waarin vier verschillende rollen werden beschreven, naar hun eigen Power-gedragsmodel. Niet langer met vier, maar acht managementrollen: producerend, organiserend, controlerend en conditionerend manager, teammanager en manager-coach, vernieuwend en omgevingsmanager. Rollen gebaseerd op de oriëntatie van de manager: output versus samenwerking, of omgeving versus systeem. Of in praktische taal: doen, durven, willen en mogen als vertrekpunt.
Door de uitgebreidheid van hun model komt het enigszins overweldigend over. Zeker wanneer dit ook nog aangevuld wordt met de kwaliteiten bij elke rol, oogt het model in eerste instantie groots en complex. Gelukkig worden de rollen aan de hand van voorbeelden en het hieruit voortvloeiende gedrag herkenbaar gemaakt. Daarmee vallen de stukjes van de puzzel langzaam maar zeker op hun plaats.
Wanneer effectief gedrag doorschietgedrag wordt
Na de rollen volgt een verdieping in de strategieën die uit de oriëntatie van elke rol voortvloeien. Wat is het vertrekpunt vanuit elke rol, en waar leidt de focus die dit met zich meebrengt naartoe? Leidt dit tot effectief gedrag, of kan een fixatie op de eigen strategie ook zorgen dat er geen enkele verbinding of samenwerking ontstaat? Opnieuw maken praktische voorbeelden helder hoe het er uitziet wanneer een strategie niet succesvol is. Of wanneer dit (in de woorden van de auteurs) leidt tot doorschietgedrag.
Te lang vasthouden aan de eigen oriëntatie en strategie zorgt ervoor dat een manager zijn doel voorbijschiet. Inzicht in de oriëntatie van de ander daarentegen geeft ruimte om een strategie te hanteren die hier wél op aansluit. In de vocabulaire van de auteurs: oversteken, verwijzend naar de schematische weergave van het Power-gedragsmodel.
Oversteken als strategie voor verbinding
Juist de in het schema tegenoverliggende oriëntatie zorgt namelijk voor conflict wanneer een manager doorschiet in zijn eigen oriëntatie. Oversteken naar de ander, vanuit de bereidheid om die te begrijpen en te verstaan, zorgt voor de verbinding die nodig is in samenwerking.
Met het aanreiken van strategieën voor het ‘oversteken’ dragen de auteurs bij aan een gebruiksaanwijzing voor samenwerking met verschillende oriëntaties, mensen met andere strategieën en kwaliteiten. En daarmee gaat het boek van abstract en complex naar praktisch en handig.
Een praktische handleiding voor managers
Doorschietgedrag van Jaap van Werven en Harry Vermeulen is een praktische handleiding en een naslagwerk. Het is gebaseerd op ruim 40 jaar samenwerking, door en voor managers die beseffen dat verbinding en samenwerking de sleutel is tot succes. In de complexiteit van hoe werk vandaag de dag is georganiseerd is dat harder nodig dan ooit tevoren.