Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Recensie

Non-invasive data governance - 'Wat van opgestoken'

Een IT-implementatie waarbij iedereen gewoon blijft doen wat hij al deed. Die bijna niets kost. Die geen nieuwe processen creëert. Zonder een batterij externe consultants. En toch, of juist daarom, succesvol is. Een utopie? Niet volgens de non-invasive methode.

Elly Stroo Cloeck | 2 juli 2019 | 4-5 minuten leestijd

De non-invasieve methode is letterlijk niet ingrijpend, in de medische wereld wordt de term gebruikt om het verschil tussen wel of niet door de huid heen gaan aan te duiden. Een IT-implementatie dus die lijkt op het aanleggen van een verbandje in plaats van een operatie.

Dit is het uitgangspunt van het boek Non-Invasive Data Governance van Robert Seiner. Het geeft antwoord op drie vragen: 1. Wat is data governance? 2. Waarom is data governance belangrijk? 3. Hoe richt je data governance in met de minste weerstand en de grootste kan op succes?

Data governance, waarom zou je dat in je bedrijf moeten willen? Data wordt steeds belangrijker voor de bedrijfsvoering en er komt steeds meer van. Jammer dan, als je de data die je hebt niet optimaal kunt gebruiken. Bedenk eens wat je allemaal niet kan met je data! Welke besluiten kun je er niet mee onderbouwen? Welke marketingacties kun je niet monitoren met klantdata? Welke processen kun je niet optimaliseren? En waarom niet? Omdat de data die je hebt niet gedeeld wordt tussen afdelingen. Omdat de kwaliteit van data niet goed is. En misschien neem je wel onnodige risico's met je datagebruik, denk aan privacy en beveiliging. Het data-probleem wordt door de auteur vrij kort uiteengezet, maar er wordt al zoveel over die problematiek geschreven dat dit niet voelt als een omissie. Het boek gaat heel gestructureerd in op de oplossing: data governance.

Na de uitleg wat non-invasive data governance nu eigenlijk is, wordt eerst ingegaan op het nut ervan. Daarna komt een overzicht hoe je een data governance implementatie kunt plannen en hoe je gebruik maakt van alle goede werkwijzen die je bedrijf al heeft. De kern is: formaliseer en structureer al die best practices. Doe dan een gap-analyse en vul in wat er ontbreekt, gebaseerd op die best practices. De auteur besteedt erg veel aandacht aan de rollen en verantwoordelijkheden van de diverse functies en sluit af met drie matrices in Excel: voor de data en het gebruik ervan, voor de activiteiten en wie ze uitvoert, en voor de communicatie en op welke tijdstippen die moet plaatsvinden.

In het deel van de planningsfase introduceert de auteur een Data Governance Maturity Model, gebaseerd op het bekende Capability Maturity Model. De verschillende niveaus (initieel, herhaalbaar, gedefinieerd, gemanaged en geoptimaliseerd) zijn kort, misschien te kort, omschreven, maar voor iemand die vaker met CMM heeft gewerkt wel herkenbaar. Er is een zelf-test opgenomen, waarmee de bestaande processen qua volwassenheid kunnen worden ingeschat. Deze test is naar mijn mening echter veel te simpel uitgewerkt: je scoort een 5 - dus geoptimaliseerd- als ‘je denkt niets meer te kunnen verbeteren'; een 4 bij ‘niet perfect, maar voldoende', een 3 bij ruimte voor verbetering', een 2 bij ‘aanzienlijke ruimte voor verbetering' en een 1 bij ‘we lopen steeds grotere risico's'.

Hier kun je echt niet zelf mee aan de slag en verwachten dat je met een goed onderbouwd verbeterplan eindigt. Daar is een expert bij nodig. Maar wacht. De auteur is consultant en je verwacht dus een aanbeveling om externe experts te gebruiken. Verrassing: natuurlijk adviseert hij om een ‘mentor' in te huren die ervaring heeft met een non-invasive methode (en óók CMM lijkt me). Maar tegelijkertijd adviseert hij juist tégen het gebruik van externen omdat deze bedrijfskennis missen, geen relatie hebben met de mensen en vooral: de cultuur niet kennen. En dat advies is ook logisch: als je gebruik wilt maken van alles wat er al is en wat er al gedaan wordt, is een insider de aangewezen persoon om dat te doen.

Wat die insider, of eigenlijk insiders, moeten gaan doen is uitgebreid uitgewerkt in de hoofdstukken over rollen en verantwoordelijkheden. Mij viel vooral de grote hoeveelheid betrokkenen op, met allemaal verschillende functies: Data stewards, data domein stewards, coördinatoren voor de data domein stewards, de data governance raad, data governance partners, data governance team, data governance manager. De methode mag dan ‘niet ingrijpend' zijn, de aanbevolen personele infrastructuur is wèl vrij complex.

Ik heb best wat opgestoken van Non-invasive data governance , het is prima geschikt voor mensen die wat met IT hebben, maar geen diepgaande IT-expertise hebben. Het boek is prettig geschreven met hier en daar een persoonlijke noot en een grapje. Elk hoofdstuk sluit af met een overzichtje van de kernpunten en aan het eind van het boek is ook nog eens een samenvatting van de methode opgenomen. Het boek bevat ook een aantal schema's, onder andere voor die hele handige matrices. Die zijn volgens de tekst in kleur uitgevoerd, maar in bijna 50 tinten grijs gedrukt en zo toch wat minder overzichtelijk. Natuurlijk staan ook in dit boek weer wat typo's (daar ben ik best gevoelig voor) waarvan het emailadres van de schrijver de meest grappige is: rseiner@kikconsluting.com. Je zult maar slut (slet) genoemd worden door je uitgever!

Elly Stroo Cloeck is interim- en projectmanager op het gebied van Audit en Risk. Daarnaast schrijft ze samenvattingen en recensies van managementboeken.

Over Elly Stroo Cloeck

Elly Stroo Cloeck is project- en interim-manager op het gebied van Finance, Internal Audit en Risk Management. Daarnaast schrijft ze recensies en samenvattingen van managementboeken.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden