Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20
, ,

Wegwijs in de btw

Paperback Nederlands 2016 9789012395489
Niet leverbaar.
66,65

Samenvatting

In 'Wegwijs in de btw' wordt de btw op een heldere en toegankelijke manier beschreven. Het boek is uitstekend geschikt als studieboek voor de fiscaaljuridische opleidingen aan universiteiten, heao's en daarmee vergelijkbare opleidingen. In het boek wordt in ruime mate verwezen naar wetgeving, rechtspraak en beleidsbesluiten. De stof wordt in veel gevallen verlevendigd met (cijfer)voorbeelden.

Juist hierdoor is 'Wegwijs in de btw' tevens geschikt voor belastingadviseurs, advocaten en accountants die in de praktijk met btw te maken hebben.

Specificaties

ISBN13:9789012395489
Taal:Nederlands
Bindwijze:paperback
Aantal pagina's:668
Uitgever:Sdu
Druk:13
Verschijningsdatum:24-2-2016

Lezersrecensies

Wees de eerste die een lezersrecensie schrijft!

Geef uw waardering

Zeer goed Goed Voldoende Matig Slecht

Over Cora Ettema

Mr. C.M. Ettema (1967) studeerde Nederlands recht aan de Universiteit Utrecht, fiscaal recht aan de Universiteit van Amsterdam en kostprijsverhogende belastingen aan de Universiteit Leiden. Zij is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Andere boeken door Cora Ettema

Over G.J. van Slooten

Mr. G.J. van Slooten (1968) is afgestudeerd aan de Universiteit Leiden in de studierichting kostprijsverhogende belastingen. Hij is thans werkzaam bij Baker & McKenzie waar hij zich onder meer bezighoudt met procedures op het terrein van btw bij invoer.

Andere boeken door G.J. van Slooten

Over M.W.C. Soltysik

Mr. M.W.C. Soltysik (1978) is afgestudeerd aan de Universiteit van Maastricht. Tevens heeft hij de Post-Master Indirecte Belastingen gevolgd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is thans werkzaam als btw-adviseur bij Zeker Fiscaal. Tevens is hij rechter-plaatsvervanger bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Andere boeken door M.W.C. Soltysik

Inhoudsopgave

Voorwoord bij de dertiende druk / 25

Lijst van gebruikte afkortingen / 27

1 Inleiding / 31

1 Omzetbelasting en btw / 32
1.1 Verbruiksbelasting / 32
1.2 Indirecte belasting / 32
1.3 Wijze van heffing / 33
1.4 De neutraliteit / 36
1.5 Aftrek van vooromzet versus aftrek van voorbelasting / 37
1.6 Aftrek bij één ondernemer / 41

2 De kenbronnen van de omzetbelasting / 43
2.1 Algemeen / 43
2.2 Europees recht / 44
2.3 De belangrijkste richtlijnen / 45
2.4 De eerste btw-verordening / 45
2.5 Besluiten / 45
2.6 Formeel belastingrecht / 47
2.7 Jurisprudentie / 47
2.8 Samenvatting van de kenbronnen / 48

3 De opbouw van de Wet OB 1968 / 48
3.1 Algemeen / 48
3.2 De ondernemer (art. 7 Wet OB 1968) / 48
3.3 Leveringen en diensten (art. 3 en 4 Wet OB 1968) / 49
3.4 Intracommunautaire verwervingen en invoer / 49
3.4.1 Intracommunautaire verwervingen (art. 17a Wet OB 1968) / 49
3.4.2 De invoer van goederen (art. 18 Wet OB 1968) / 49
3.5 De plaats van de belastbare feiten (art. 5, 5a, 5b, 6 t/m 6j en 17b Wet OB 1968) / 49
3.6 De maatstaf van heffing (art. 8, 17c, 19 en 28b Wet OB 1968) / 50
3.7 Het tarief (art. 9, 17d en 20 Wet OB 1968) / 50
3.8 De vrijstellingen (art. 11, 17e en 21 Wet OB 1968) / 50
3.9 De verschuldigdheid (art. 12, 17f en 22 Wet OB 1968) / 51
3.10 Het recht op aftrek (art. 15 Wet OB 1968) / 52
3.11 Gebruiktegoederenregeling (art. 28b e.v. Wet OB 1968) / 52
3.12 Andere bijzondere regelingen / 53
4 Afschaffing van de fiscale grenzen / 54
4.1 Historie / 54
4.2 Bestemmings- of oorsprongslandbeginsel / 55
4.3 Onderling handelsverkeer tussen de lidstaten / 55
4.4 Uitzonderingen bij intracommunautaire transacties / 56
4.5 Begrippen / 56
4.5.1 Intracommunautair verkeer / 56

5 De BPM / 57

6 Accijns / 57

7 Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken / 57

2 Het ondernemerschap / 59

1 Het begrip ‘ondernemer’ / 59
1.1 De ondernemer in de Wet OB 1968 / 59
1.2 Het begrip belastingplichtige in de Btw-richtlijn / 60
1.3 ‘Ieder’ / 61
1.4 Economische activiteiten / 62
1.4.1 Algemeen / 62
1.4.2 Duurzaamheid / 63
1.4.3 Incidentele prestaties / 64
1.4.4 Prestaties om niet / 67
1.5 Zelfstandigheid / 69
1.5.1 De directeur-grootaandeelhouder (dga) / 70

2 De grenzen van het begrip ondernemer / 72
2.1 Een als zodanig handelende ondernemer (art. 1 Wet OB 1968) / 72
2.2 Nevenwerkzaamheden behoren tot het hoofdbedrijf / 73
2.2.1 Nevenwerkzaamheden staan niet in verband met het hoofdbedrijf / 73
2.2.2 Nevenwerkzaamheden door rechtspersonen / 73
2.2.3 Nevenwerkzaamheden in ondergeschiktheid / 74
2.2.4 Nevenwerkzaamheden als bestuurder van een organisatie / 74

3 Exploitatie van een vermogensbestanddeel / 75
3.1 Exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen / 75
3.1.1 Duurzame exploitatie / 76
3.1.2 Opbrengst uit exploitatie / 76
3.1.3 De verhuur van een onroerende zaak / 76
3.1.4 Vestiging van een zakelijk recht / 77
3.2 Quasi-ondernemerschap / 77

4 De fiscale eenheid / 78
4.1 Het begrip ‘fiscale eenheid’ / 78
4.2 Voorwaarden voor de fiscale eenheid / 79
4.2.1 Financiële verwevenheid / 79
4.2.2 Organisatorische verwevenheid / 80
4.2.3 Economische verwevenheid / 81
4.2.4 Bijzondere bepalingen met betrekking tot de fiscale eenheid / 82
4.2.5 Fiscale eenheid en holdingmaatschappijen / 83
4.2.6 Beschikking van de inspecteur en hoofdelijke aansprakelijkheid bij fiscale eenheid / 84
4.2.7 Fiscale eenheid over de grenzen / 85

5 Ondernemerschap van organisaties / 86

6 Ondernemerschap van artiesten / 87

7 Begin en einde van het ondernemerschap / 88
7.1 Begin van het ondernemerschap / 88
7.2 Einde van het ondernemerschap / 90

3 De belastbare feiten levering en dienst / 91

1 Belastbare feiten in de Wet OB 1968 / 92
1.1 Onderscheid tussen leveringen van goederen en verleende diensten / 93

2 Leveringen van goederen / 94
2.1 Levering van goederen in de Btw-richtlijn / 94
2.2 Levering van goederen Wet OB 1968 / 95
2.2.1 Levering / 95
2.2.2 Goederen / 95
2.3 De overdracht of overgang van de macht om als eigenaar over een goed te beschikken (art. 3, lid 1, onderdeel a, Wet OB 1968) / 97
2.4 De levering in huurkoop van art. 3, lid 1, onderdeel b, Wet OB 1968 / 103
2.5 De oplevering van onroerende zaken door de vervaardiger (art. 3, lid 1, onderdeel c, Wet OB 1968) / 104
2.5.1 Het begrip ‘oplevering’ / 104
2.5.2 Onroerende zaken / 105
2.5.3 Vervaardigen van onroerende zaken / 105
2.6 De levering van art. 3, lid 1, onderdeel d, Wet OB 1968 / 107
2.7 De levering van art. 3, lid 1, onderdeel f, Wet OB 1968 / 108
2.8 Interne leveringen / 109
2.8.1 De levering van art. 3, lid 3, onderdeel a, Wet OB 1968 / 109
2.8.2 De levering van art. 3, lid 3, onderdeel b, Wet OB 1968 / 111
2.8.3 Uitzondering voor andere terreinen dan bouwterreinen (art. 3, lid 9, slotzin) / 115
2.8.4 De levering van art. 3, lid 3, onderdeel c, Wet OB 1968 / 116
2.9 De levering van beperkte rechten / 116
2.9.1 Beperkte rechten zijn diensten / 117
2.10 Verhandeling door meer personen / 119
2.10.1 ABC-leveringen (art. 3, lid 4, Wet OB 1968) / 119
2.11 De levering van art. 3, lid 5, Wet OB 1968 / 120
2.12 De levering van art. 3, lid 6, Wet OB 1968 / 122

3 Het verlenen van diensten / 123
3.1 Interne diensten / 125
3.1.1 Art. 4, lid 2, onderdeel a (privégebruik goederen) / 125
3.1.2 Art. 4, lid 2, onderdeel b (gratis diensten) / 126
3.1.3 Samenloop met het BUA / 126
3.2 Integratieheffing voor diensten / 126
3.3 Diensten door bepaalde tussenpersonen / 127

4 Leasing, levering of dienst? / 128

5 Samenloop van prestaties en combinaties van goederen / 130
5.1 Samenloop van prestaties / 130

4 Intracommunautaire prestaties / 133

1 Inleidende opmerkingen / 133
1.1 Afschaffing van de fiscale grenzen / 133
1.2 Bestemmings- of oorsprongsland / 134
1.3 Onderling goederenverkeer tussen de lidstaten / 136
1.4 Begrippen / 136
1.4.1 Intracommunautaire leveringen / 137
1.4.2 Intracommunautaire verwervingen / 138
1.4.3 Fiscaal vertegenwoordiger / 138
1.4.4 Het btw-identificatienummer / 138
1.4.5 VAT Information Exchange System (VIES) / 139
1.5 Ondernemerschap bij intracommunautaire transacties / 139
1.5.1 Algemeen / 139
1.5.2 De overheid en intracommunautaire transacties / 140
1.5.3 De vaste inrichting / 141

2 Intracommunautaire prestaties / 143
2.1 Inleiding: de binnengrensoverschrijdende leveringen / 143
2.2 ICL en ICV: de intracommunautaire transactie (ICT) / 146
2.2.1 Intracommunautaire transactie / 146
2.2.2 De overbrenging van eigen goederen naar een andere lidstaat / 150
2.2.3 Intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen / 151
2.2.4 Intracommunautaire verwerving na invoer door rechtspersoon/niet-ondernemer / 152
2.2.5 Legermaterieel dat vanuit een andere lidstaat wordt overgebracht / 153
2.2.6 Overbrenging, maar geen ICT / 153
2.2.7 De ICT en de samenloop met douanewetgeving / 154
2.3 Overbrenging van goederen: heffing in de lidstaat van vertrek / 156
2.3.1 Algemeen / 156
2.3.2 Afstandsverkopen / 157
2.3.3 Overbrengingen naar gelijkgestelden / 161
2.3.4 Levering van bepaalde goederen / 163
2.4 Overbrenging van goederen: heffing in de lidstaat van aankomst / 165
2.4.1 Overschrijding van het drempelbedrag bij afstandsverkopen / 165
2.4.2 Overbrenging van bepaalde accijnsgoederen naar gelijkgestelden / 165
2.4.3 Overbrenging van goederen die onder de margeregeling vallen / 165
2.4.4 Geen verwerving bij installatie en montage / 165
2.5 Intracommunautaire diensten / 167

3 Maatstaf van heffing / 167
3.1 Algemeen / 167
3.2 Diensten die reeds in de douanewaarde begrepen zijn / 167
3.3 Maatstaf van heffing bij de levering van eigen goederen / 168
3.4 Maatstaf van heffing bij verwerving van accijnsgoederen / 169

4 Toepassing nultarief bij intracommunautaire transacties / 169
4.1 Inleiding / 169
4.2 Nultarieven bij intracommunautaire leveringen / 170
4.2.1 Algemeen / 170
4.2.2 De reguliere intracommunautaire levering / 171
4.2.3 Intracommunautaire levering van niet-communautaire goederen / 174
4.2.4 Levering van accijnsgoederen / 177
4.3 Nultarief bij verwervingen / 177
4.3.1 Verwerving van niet-ingevoerde goederen / 177
4.3.2 Verwerving van zeeschepen, luchtvaartuigen en bevoorrading / 177
4.3.3 Verwerving van goud door centrale banken / 178
4.3.4 Verwerving van accijnsgoederen / 178
4.3.5 Overbrenging van goederen naar een btw-entrepot / 178
4.4 Nultarief bij intracommunautaire diensten / 178
4.4.1 Algemeen / 178
4.4.2 Diensten die betrekking hebben op leveringen waarop een nultarief van toepassing is / 178
4.4.3 Diensten van bepaalde tussenpersonen / 179
4.4.4 Vervoer door middel van luchtvaartuigen of zeeschepen / 179
4.4.5 Vervoer van en naar de Azoren en Madeira / 179
4.4.6 Veredelingsdiensten / 179
4.4.7 Diensten waarvan de waarde in de douanewaarde is begrepen / 179
4.5 Voorwaarden voor toepassing van het nultarief / 180
4.5.1 De aard van de te verlangen bewijsmiddelen / 180
4.5.2 Boeken en bescheiden / 182
4.5.3 Toepassing van het nultarief bij ‘ex-works’-leveringen / 183
4.5.4 Aanvaarden van bewijsmiddelen / 184
4.5.5 Voorzichtigheidshalve toch omzetbelasting in rekening brengen bij een ICT? / 185
4.6 Toepassing van het nultarief bij fraude en misbruik van recht / 186

5 Vrijstellingen / 186
5.1 Vrijstelling voor intracommunautaire verwerving / 186
5.2 Goederen voor bepaalde internationale organisaties / 187
5.2.1 Algemeen / 187
5.2.2 Overbrenging van legermaterieel dat in andere lidstaten was gelegerd / 188

6 Wijze van heffing / 188
6.1 De belastingschuldenaar / 188
6.2 Toezicht, registratie, identificatie en Opgave ICP / 188
6.3 Heffingssystematiek: bijzondere regelingen / 190
6.3.1 Verlegging / 190
6.3.2 Consignatiegoederen en call-off stock / 193
6.3.3 Heffingssystematiek van omzetbelasting ter zake van accijnsgoederen / 194
6.3.4 Heffing ter zake van digitale diensten / 194
6.4 Fiscale vertegenwoordiging (art. 33a Wet OB 1968) / 194
6.4.1 Algemeen / 194
6.4.2 De fiscaal vertegenwoordiger met algemene vergunning (AFV) / 196
6.43 De fiscaal vertegenwoordiger met beperkte vergunning (BFV) / 196
6.4.4 Het vereiste van het stellen van een zekerheid / 197
6.5 Voldoening van de verschuldigde belasting / 198
6.5.1 Heffing bij de Nederlandse afnemer / 198
6.5.2 Heffing bij de buitenlandse afnemer / 198
6.5.3 Het doen van aangiften / 199
6.6 Aftrek van voorbelasting / 199
6.6.1 Aftrek van voorbelasting bij intracommunautaire verwervingen / 199
6.6.2 Aftrek van voorbelasting wegens overbrengen van eigen goederen / 199
6.6.3 Aftrek van voorbelasting bij een ICT met nieuwe vervoermiddelen / 200
6.6.4 Nummerverwevingen: teruggave in plaats van aftrek van voorbelasting / 201
6.6.5 Onjuiste omzetting van een richtlijn: ‘cherry picking’ / 202
6.6.6 Fraude, misbruik en de aftrek van voorbelasting / 203
6.7 Terugbetaling / 206
6.7.1 Geen aftrek voorbelasting maar teruggaaf bij ‘nummerverwervingen’ / 206
6.7.2 Teruggaaf bij weigering van geleverde goederen / 206
6.7.3 Teruggaaf voorbelasting voldaan in andere lidstaten / 207

7 Enkele bijzondere situaties / 207
7.1 Landbouwregeling / 207
7.1.1 Algemeen / 207
7.1.2 Landbouwregeling en afstandsverkopen / 208
7.1.3 De landbouwregeling en gelijkgestelden in een andere lidstaat / 208
7.1.4 Andere landbouwers en de intracommunautaire transacties / 209
7.2 De regeling voor ‘kleine ondernemers’ / 209
7.3 Toepassing margeregeling in het verkeer tussen de lidstaten / 210

5 In- en uitvoer van goederen en het nultarief / 213

1 Inleiding: invoer van goederen / 213

2 De uitgangspunten bij de heffing van douanerechten / 215
2.1 Douanetoezicht en douanestatus / 215
2.2 Binnenbrengen en aanbrengen van goederen / 218
2.3 Douaneregelingen / 219
2.3.1 In het vrije verkeer brengen / 220
2.3.2 Bijzondere regeling / 220
2.3.3 Goederen die het douanegebied van de Unie verlaten / 227
2.3.4 Verwijdering van de goederen / 227
2.4 Het doen van een douaneaangifte / 229

3 Grondslagen voor de heffing van douanerechten / 231
3.1 Indeling in het Douanetarief / 231
3.1.1 Het Douanetarief / 231
3.1.2 Indeling in het Douanetarief / 234
3.1.3 De indelingsverordeningen / 235
3.1.4 Bindende tariefinlichtingen / 237
3.1.5 Intrastat / 238
3.2 Douanerechten: toepasselijke tarieven / 239
3.2.1 De rechten van het GDT / 239
3.2.2 Oorsprong / 239
3.2.3 Schorsingen / 241
3.2.4 Bijzondere bestemmingen / 241
3.3 De maatstaf van heffing voor de heffing van douanerechten: de douanewaarde / 242
3.3.1 Algemene uitgangspunten / 242
3.3.2 Aanpassingen van de douanewaarde / 247
3.3.3 Een bruikbare transactiewaarde ontbreekt: alternatieve methoden / 249
3.3.4 Aanpassingen van de douanewaarde voor de heffing van omzetbelasting ter zake van invoer / 250

4 De Wet OB 1968 en het belastbare feit invoer / 255
4.1 Doel van de heffing van omzetbelasting bij invoer / 255
4.2 Belastbare feiten voor de heffing van omzetbelasting bij invoer / 255
4.2.1 Vanuit derde landen in Nederland in het vrije verkeer brengen / 256
4.2.2 Het brengen van goederen uit derde landsgebieden / 256
4.2.3 Het beëindigen of onttrekken van goederen aan een douaneregime / 256
4.2.4 Bevoorrading van vervoermiddelen / 257
4.3 De heffingssystematiek van omzetbelasting ter zake van invoer / 258
4.3.1 Inleiding / 258
4.3.2 Brengen van goederen in het vrije verkeer / 258
4.3.3 Heffingssystematiek: bijzondere regelingen / 263
4.4 Tarieven voor de heffing van btw ter zake van invoer / 268
4.4.1 Het algemene en het verlaagde tarief / 268
4.4.2 Het nultarief bij invoer / 268
4.4.3 Voorwaarden voor toepassing van nultarief / 271
4.4.4 Toepassing van het nultarief en niet-zuivering van douaneregelingen / 272
4.5 Vrijstellingen / 273
4.5.1 Algemeen / 273
4.5.2 Vrijstellingen bij invoer in verband met vrijstellingen van douanerechten / 273
4.5.3 Vrijstellingen in verband met binnenlandse vrijstellingen / 275
4.5.4 Vrijstelling bij invoer in geval van opvolgende intracommunautaire transactie / 275
4.5.5 Formaliteiten / 276
4.6 Vrijstelling van mededeling van de douaneschuld, terugbetaling en kwijtschelding / 277
4.6.1 Vrijstelling van mededeling van de douaneschuld / 277
4.6.2 Kwijtschelding en teruggave van douanerechten / 277
4.6.3 Bijzondere procedurele aspecten bij de ambtelijke vergissing en de billijkheidsbepaling / 285
4.6.4 Samenloop met de heffing van omzetbelasting ter zake van invoer / 286

5 Uitvoer en de heffing van omzetbelasting / 286

6 Bezwaar en beroep / 289
6.1 Algemeen / 289
6.2 Het unierechtelijke beginsel van effectieve rechtsbescherming / 290

6 Plaats en tijdstip van de leveringen van goederen, van intracommunautaire
verwervingen en van diensten / 293

1 Het belang van het vaststellen van de plaats waar de prestatie wordt verricht / 293

2 Plaats van de leveringen van goederen / 295
2.1 Algemeen / 295
2.2 Goederen die niet in verband met de levering worden vervoerd / 296
2.3 Goederen die in verband met de levering worden verzonden of vervoerd / 297
2.4 Uitzonderingen op de hoofdregel bij goederen die worden verzonden of vervoerd / 299
2.4.1 De regeling afstandsverkopen / 299
2.4.2 De levering in het kader van installatie en montage / 299
2.4.3 Levering aan boord van een schip, vliegtuig of trein / 300
2.5 Plaats van de leveringen bij ABC-transacties vanuit derde landen / 301


3 Plaats van intracommunautaire verwerving / 302
3.1 Algemeen / 302
3.2 Plaats van levering bij ABC-transacties in het intracommunautaire verkeer / 303

4 Plaats waar diensten worden verricht / 305
4.1 Algemeen: de hoofdregels / 305
4.1.1 Algemeen / 305
4.1.2 Diensten verricht voor ondernemers (B2B) / 305
4.1.3 Diensten verricht voor niet-ondernemers / 306
4.2 Uitzonderingen op de hoofdregels / 307
4.2.1 Tussenpersonen / 308
4.2.2 Onroerende zaken / 308
4.2.3 Vervoersdiensten / 309
4.2.4 Het verlenen van toegang tot evenementen / 311
4.2.5 Diensten belast in het land waar de dienst feitelijk plaatsvindt / 312
4.2.6 Restaurant- en cateringdiensten / 312
4.3 Digitale diensten en mini-onestopshop (MOSS) / 313
4.3.1 Btw-heffing van digitale diensten / 313
4.3.2 Plaatsbepaling van digitale diensten / 317
4.3.3 De digitale-dienstencommissionair / 319
4.3.4 Heffingssystematiek van digitale diensten: minionestopshop (MOSS) / 319
4.4 Verhuur van vervoermiddelen / 320
4.4.1 Algemeen / 320
4.4.2 Kortdurend verhuur van vervoermiddelen / 320
4.4.3 Ander verhuur dan kortdurend verhuur van vervoermiddelen / 321
4.5 Diensten voor niet-ondernemers buiten de Unie / 321
4.6 Voorkoming van niet-heffing / 322

5 Tijdstip van ontstaan van de verschuldigdheid / 324
5.1 Belang van het bepalen van het tijdstip waarop de prestatie plaatsvindt / 324
5.2 Het moment van uitreiken van de factuur / 325
5.3 Het tijdstip waarop de levering of dienst plaats heeft / 325
5.3.1 Tijdstip waarop een levering plaatsvindt / 325
5.3.2 Het tijdstip waarop een dienst wordt verricht / 326
5.3.3 Uitzondering op de hoofdregels / 327

7 Maatstaf en tarief van heffing bij leveringen en diensten / 329

1 De maatstaf van heffing / 330
1.1 Algemeen / 330
1.2 De vergoeding (art. 8, lid 2, Wet OB 1968) / 331
1.2.1 Het totale bedrag / 331
1.2.2 De totale waarde: vergoedingen in natura / 332
1.2.3 Ter zake van de prestatie / 335
1.2.4 In rekening gebracht of door de afnemer voldaan / 341
1.2.5 Doorlopende posten / 342
1.2.6 De maatstaf van heffing bij interne leveringen / 343
1.2.7 Vergoeding bij interne diensten / 349
1.2.8 Buiten de vergoeding blijvende bedragen / 349
1.2.9 Maatstaf van heffing bij vestiging van beperkte rechten / 352
1.2.10 Omrekening van vreemde valuta / 354
1.2.11 Maatstaf van heffing privégebruik ondernemingsgoederen / 355

2 De tarieven / 356
2.1 Systeem van indeling / 356
2.1.1 Btw-richtlijn en de toepassing van de tarieven / 357
2.2 Het verlaagde tarief / 357
2.3 Samenloop van prestaties / 358
2.4 Wijzigingen in het tarief / 358
2.5 Doorberekening van tariefwijzigingen / 360
2.6 Toepassing te laag tarief / 360
2.7 Tarief van heffing bij intracommunautaire transacties / 360

3 De gebruiktegoederenregeling / 361
3.1 De Zesde Richtlijn, de Btw-richtlijn en de margeregeling / 361
3.2 Wet OB 1968 en de margeregeling / 361
3.3 Goederen waarop de margeregeling van toepassing is / 362
3.3.1 Gebruikte goederen / 362
3.3.2 Kunstvoorwerpen / 363
3.3.3 Voorwerpen voor verzamelingen / 363
3.3.4 Antiquiteiten / 363

4 Basis van de heffing / 363

5 Ondernemers voor wie de regeling geldt / 365
5.1 Wederverkopers / 365
5.2 Inkoopverklaring / 365
5.3 Verschillende goederen tegen een prijs / 366
5.4 Facturering / 366

6 Wie kan onder de regeling vallende goederen aan een wederverkoper leveren? / 366
6.1 Niet-aftrekgerechtigden / 366
6.2 Aanvullende regeling voor levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten / 367
6.2.1 Algemeen / 367
6.2.2 Voorbelasting / 367
6.2.3 Beperkingen / 368
6.2.4 Intracommunautaire transacties en margeregeling / 368
6.3 Keuzerecht / 368

7 Globalisatieregeling / 368

8 Tarief / 372

9 In- en uitvoer en de margeregeling / 373

10 De marge- en de verleggingsregeling / 373

11 Margeregeling, aftrek van voorbelasting en administratieve verplichtingen / 373

12 Margeregeling en landbouwregeling / 373

13 Margeregeling en BPM / 374

14 Prijsvermindering, wanbetaling en de margeregeling / 374

8 Aftrek van voorbelasting / 375

1 Algemeen / 375

2 Btw-richtlijn en aftrek van voorbelasting / 375

3 Voorwaarden voor de aftrek van in rekening gebrachte btw / 376
3.1 Art. 15, lid 1, Wet OB 1968 / 376
3.2 Het tijdvak van aangifte / 377
3.3 Aan de ondernemer / 378
3.4 Ter zake van aan de ondernemer verrichte leveringen en verleende diensten / 380
3.5 De voorgeschreven factuur / 381
3.6 Gebruik voor belaste handelingen / 382
3.6.1. Niet-economische activiteiten en aftrek van voorbelasting / 383
3.6.2 Privégebruik en het recht op aftrek van voorbelasting / 385
3.7 Misbruik van recht en fraude / 388
3.8 Andere aftrekmogelijkheden / 389
3.8.1 Aftrek van voorbelasting en de margeregeling / 389
3.8.2 Aftrek van voorbelasting door reisbureaus / 389
3.8.3 Aftrek van voorbelasting bij intracommunautaire verwervingen / 390
3.8.4 Aftrek van bij invoer betaalde btw / 390
3.8.5 Aftrek van de op grond van art. 12, lid 2, 3 en 5, Wet OB 1968 verlegde btw / 391
3.8.7 Aftrek van belasting en art. 4, lid 3, Wet OB 1968 / 392
3.8.8 Aftrek van voorbelasting wegens overbrengen van eigen goederen in het intracommunautair verkeer / 392
3.8.9 Aftrek van voorbelasting bij intracommunautaire transacties met nieuwe vervoermiddelen / 393
3.8.10 Geen aftrek van voorbelasting bij onbelaste prestaties / 393
3.8.11 Uitsluiting van de aftrek van voorbelasting in andere gevallen / 395

4 Bijzondere bepalingen met betrekking tot de aftrek van voorbelasting / 395
4.1 Aftrek van voorbelasting als het gebruik van de ingekochte prestatie nog niet bekend is / 395
4.2 Geen aftrek van voorbelasting wegens horecaverstrekkingen / 397

5 Splitsing van voorbelasting / 397
5.1 Gevallen waarin de splitsing voorkomt / 397
5.2 Wettelijke splitsingsregels / 399
5.3 Wijzen van splitsing / 400
5.3.1 Inleiding / 400
5.3.2 Pro rata / 401
5.3.3 De teller van de ‘pro rata’ / 401
5.3.4 De noemer van de ‘pro rata’ / 401
5.3.5 Splitsing naar werkelijk gebruik / 402
5.4 Meerdere goederen van dezelfde soort / 404

6 Herziening van voorbelasting / 404
6.1 Herziening in boekjaar van ingebruikname / 405
6.2 Herziening na boekjaar van ingebruikname / 407
6.3 De gevolgen van leegstand op de aftrek / 411
6.4 Herziening ineens bij levering van een goed / 412
6.5 Herziening bij privégebruik en BUA-prestaties / 414
6.6 Verlies van goederen / 415
6.7 Geschenken van geringe waarde / 415

7 Uitsluiting van de aftrek / 416
7.1 Art. 16 Wet OB 1968; het BUA / 416
7.2 Het voeren van een zekere staat / 418
7.3 Relatiegeschenken en giften / 418
7.4 Verstrekkingen aan het personeel / 420
7.5 De € 227-grens in het BUA / 422
7.6 Vergoedingen voor BUA-prestaties / 424
7.7 Eten en drinken / 425

8 Aftrek op het gebruik van auto’s en kostenvergoedingen / 429
8.1 Aftrek op het gebruik van auto’s tot 1 juli 2011 / 429
8.2 Nieuwe regeling per 1 juli 2011 / 429

9 Ten onrechte in rekening gebrachte btw / 430

10 Teruggaaf algemeen / 433
10.1 Teruggaaf op verzoek / 433
10.2 Teruggaaf aan buiten de EU gevestigde ondernemers / 434
10.3 Teruggaaf aan ondernemers uit andere EU-lidstaten / 434

9 Levering en verhuur van onroerende zaken / 437

1 Inleiding / 439
1.1 De vrijstelling / 439
1.2 Het begrip onroerende zaak / 440

2 De levering van onroerende zaken / 442
2.1 Het begrip ‘levering van een onroerende zaak’; de vrijstelling / 442
2.2 De belaste levering van onroerende zaken; inleiding / 443
2.2.1 De belaste levering van onroerende zaken / 443
2.2.2 De belaste levering van bouwterreinen / 451
2.3 Koop-aannemingsovereenkomsten / 454
2.4 Levering op verzoek belast / 455
2.4.1 Formele voorwaarden voor de optie voor een belaste levering / 455
2.4.2 Indiening van een verzoek tot belaste levering zonder effect / 456
2.4.3 Verleggingsregeling bij optie voor belaste levering / 457
2.4.4 Beperking van de keuzemogelijkheid (art. 11, lid 1, onderdeel a, onder 2°, Wet OB 1968 en art. 6 Uitv.besch. OB 1968) / 457
2.4.5 Optiemogelijkheid bij 70% recht op aftrek van voorbelasting / 458
2.5 Herziening van voorbelasting / 459
2.5.1 Herziening bij levering / 460

3 Verhouding btw en overdrachtsbelasting bij levering / 461
3.1 Vrijstelling van overdrachtsbelasting in samenhang met btwheffing / 461
3.1.1 Levering en verkrijging / 463
3.1.2 Geheel of gedeeltelijk in aftrek brengen / 463
3.2 Het begrip bedrijfsmiddel / 463
3.3 Onroerende zaken in gemengd gebruik / 464
3.3.1 Privé- of bedrijfsvermogen / 464
3.4 Natrekking en overdrachtsbelasting / 466
3.5 Verhouding omzetbelasting en overdrachtsbelasting bij optie voor belaste levering / 466
3.5.1 Btw en overdrachtsbelasting bij optie wegens belaste verhuur / 466
3.6 Wettelijke beperkingen van de vrijstelling van overdrachtsbelasting / 467
3.6.1 Waarde in het economische verkeer / 467
3.6.2 Niet geheel of niet nagenoeg geheel / 467
3.6.3 Gedwongen verkoop beneden kostprijs / 468
3.7 Schema en voorbeelden omzetbelasting/overdrachtsbelasting / 468
3.8 Verkrijging van onroerende zaken in huurkoop / 470
3.9 Heffing van overdrachtsbelasting bij levering binnen zes maanden / 471
3.10 Leveringen die niet belastbaar zijn / 471
3.11 ABC-contracten bij levering van onroerende zaken / 471
3.11.1 ABC-leveringen met overdracht van de macht om als eigenaar over een onroerende zaak te beschikken / 471
3.11.2 ABC-leveringen zonder overdracht van de macht om als eigenaar over een onroerende zaak te beschikken / 472
3.12 Overdrachtsbelasting en economische eigendom / 472
3.12.1 Opeenvolgende leveringen / 473
3.13 Aandelen in een onroerendgoedlichaam / 473
3.14 Bijzondere bepalingen / 474
3.15 Aansprakelijkheid voor de overdrachtsbelasting / 474

4 De verhuur van onroerende zaken / 474
4.1 Inleiding / 474
4.1.1 Verhuur-plus / 475
4.1.2 Huurprijs / 478
4.2 Uitbreiding van het begrip ‘verhuur van onroerende zaken’ / 478
4.3 Verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines / 478
4.4 Verhuur in het kader van het hotel- en aanverwant bedrijf / 479
4.5 Verhuur van parkeerruimte en ligplaatsen / 481
4.5.1 Verhuur van parkeerruimte voor voertuigen en boten / 481
4.5.2 Parkeerplaatsen en publiekrechtelijke lichamen / 482
4.5.3 Overige vormen van parkeren / 483
4.6 Verhuur van safeloketten / 483
4.7 Belaste verhuur van onroerende zaken op verzoek / 483
4.7.1 De formele eisen die gesteld worden aan het optieverzoek / 483
4.7.2 Beperking van de keuzemogelijkheid bij de verhuur van onroerende zaken / 484
4.7.3 Optiemogelijkheid bij 70% recht op aftrek van voorbelasting / 486
4.7.4 Vervallen van de optie als niet aan de 90%-norm wordt voldaan / 486
4.7.5 Geen verleggingsregeling voor door de verhuurder verschuldigde btw / 487
4.7.6 Verhuur van zalen en dergelijke voor een korte periode / 487
4.7.7 Belaste verhuur en toepassing van de KOR / 487
4.7.8 Verhuur aan diplomatieke instellingen en internationale organisaties / 487
4.7.9 Verhouding btw en overdrachtsbelasting bij latere optie voor belaste verhuur / 487
4.7.10 Einde van de belaste huur / 488
4.8 Verhuur van onroerende zaken en servicekosten / 489
4.9 Ontbinden of wijzigen van overeenkomsten met betrekking tot onroerende zaken / 490

10 Vrijstellingen / 491

1 Inleiding / 491
1.1 De ‘vrijgestelde ondernemer’ / 491
1.2 Indeling van de vrijstellingen / 492
1.3 Genoemde vrijstellingen / 493
2 Bespreking van de vrijstellingen / 494
2.1 Art. 11, lid 1, onderdeel c, Wet OB 1968 (verpleeginrichtingen) / 494
2.2 Art. 11, lid 1, onderdeel d, Wet OB 1968 (jeugdwerk) / 496
2.3 Art. 11, lid 1, onderdeel e, Wet OB 1968 (sportorganisaties) / 496
2.4 Art. 11, lid 1, onderdeel f, Wet OB 1968 (prestaties van sociale en culturele aard) / 497
2.5 Art. 11, lid 1, onderdeel g, Wet OB 1968 (medische prestaties) / 500
2.6 Art. 11, lid 1, onderdeel h, Wet OB 1968 (lijkbezorgers) / 503
2.7 Art. 11, lid 1, onderdelen i en j, Wet OB 1968 (prestaties in het geldverkeer) / 504
2.8 Art. 11, lid 1, onderdeel k, Wet OB 1968 (verzekeringen) / 509
2.9 Art. 11, lid 1, onderdeel l, Wet OB 1968 (kansspelen) / 510
2.10 Art. 11, lid 1, onderdeel m, Wet OB 1968 (posterijen) / 510
2.11 Art. 11, lid 1, onderdeel n, Wet OB 1968 (radio- en televisieuitzendingen) / 511
2.12 Art. 11, lid 1, onderdeel o, Wet OB 1968 (onderwijs) / 511
2.13 Art. 11, lid 1, onderdeel p, Wet OB 1968 (wetenschappelijke voordrachten) / 514
2.14 Art. 11, lid 1, onderdeel q, Wet OB 1968 (componisten, schrijvers, journalisten) / 514
2.15 Art. 11, lid 1, onderdeel r, Wet OB 1968 (levering van bepaalde roerende zaken) / 515
2.16 Art. 11, lid 1, onderdeel s, Wet OB 1968 (menselijke organen) / 515
2.17 Art. 11, lid 1, onderdeel t, Wet OB 1968 (maatschappelijke organisaties) / 516
2.18 Art. 11, lid 1, onderdeel u, Wet OB 1968 (samenwerkingsverbanden) / 516
2.19 Art. 11, lid 1, onderdeel v, Wet OB 1968 (fondswerving) / 518
2.20 Art. 11, lid 1, onderdeel w, Wet OB 1968 (kinderopvang) / 519
2.21 Vrijstelling voor intracommunautaire verwerving / 520
2.22 Art. 11, lid 2, Wet OB 1968 (winst beogen) / 521

3 Bijzondere regeling voor beleggingsgoud (art. 28j t/m 28p Wet OB 1968) / 522
3.1 Algemeen / 522
3.2 Vrijstelling voor handelingen betreffende beleggingsgoud (art. 28k Wet OB 1968) / 523
3.3 Optierecht (art. 28l Wet OB 1968) / 524
3.4 Aftrekrecht (art. 28m Wet OB 1968) / 524
3.5 Bewerking tot niet-beleggingsgoud (art. 28o Wet OB 1968) / 525

4 De overgang van een algemeenheid van goederen / 525
4.1 Algemeen / 525
4.2 Is art. 37d Wet OB 1968 van toepassing op de overdracht van één onroerende zaak? / 526
4.3 Overgang / 527
4.3 Overdrachtsbelasting en art. 37d Wet OB 1968 / 528
4.4 Inbreng en omzetting / 529
4.5 Verhuur van een onderneming / 529

5 Diplomatieke vrijstelling / 530

11 De verschuldigdheid, voldoening en teruggave van btw / 531

1 De verschuldigdheid / 531
1.1 Algemeen / 531
1.2 Leveringen en diensten met verleggingsregelingen / 532
1.3 Verleggingsregelingen / 533
1.3.1 Verleggingsregeling voor levering gas en elektra en B2B-diensten (art. 12, lid 2, Wet OB 1968) / 533
1.3.2 Verleggingsregeling voor bepaalde leveringen of diensten door een buitenlandse ondernemer (art. 12, lid 3, Wet OB 1968) / 533
1.3.3 Antimisbruikbepalingen / 535
1.4 Intracommunautaire verwervingen en wijze van heffing / 544
1.4.1 Geen heffing van belasting bij intracommunautaire verwervingen / 544
1.5 Naheffing van voorbelasting als de 90%-grens bij levering van een onroerende zaak niet wordt gehaald / 545
1.6 Andere vormen van verschuldigdheid van de belasting / 545
1.6.1 Ten onrechte gefactureerde btw / 545
1.6.2 Intracommunautaire leveringen tegen het nultarief / 547

2 Het tijdstip van de verschuldigdheid / 547
2.1 Algemeen / 547
2.2 Leveringen en diensten / 547
2.2.1 Het factuurstelsel / 548
2.2.2 Geen verplichting tot het uitreiken van een factuur / 549
2.2.3 Tijdstip van verschuldigdheid als verplicht uitreiken van een factuur achterwege wordt gelaten / 549
2.2.4 Het kasstelsel / 549
2.2.5 Vooruitbetalingen / 550
2.2.6 Verschuldigdheid op het tijdstip van de prestatie / 551
2.2.7 Verschuldigdheid en verleggingsregeling / 551
2.2.8 Verschuldigdheid en margeregeling / 551
2.2.9 Tijdstip van de verschuldigdheid bij intracommunautaire transacties / 552
2.2.10 Verschuldigdheid en privégebruik / 553

3 Voldoening van de belasting / 553
3.1 Leveringen en diensten / 553
3.2 Intracommunautaire verwervingen / 555
3.3 Nieuwe vervoermiddelen / 555

4 Teruggaven / 555
4.1 Algemeen / 555
4.2 Oninbare vorderingen (wanbetaling) / 556
4.3 Kortingen en terugname / 559
4.3.1 Kortingen op de prijs / 559
4.3.2 Bonus en rabat / 559
4.3.3 Terugname van goederen in ongebruikte staat / 560
4.3.4 Formele bepalingen / 560
4.3.5 Toepassing van de margeregeling / 561
4.3.6 Intracommunautaire verwervingen en teruggaaf / 562
4.3.7 Art. 29 Wet OB 1968 en het kasstelsel / 562
4.4 Andere teruggaven / 562
4.4.1 Afwikkeling van door een leverancier teruggenomen goederen / 562
4.4.2 Terugbetaling van in aftrek gebrachte btw / 563
4.4.3 Teruggaaf op aangifte / 563
4.4.4 Kredietbeperkingstoeslag / 564
4.4.5 Overige teruggaafmogelijkheden / 564

5 De fiscaal vertegenwoordiger / 565
5.1 Inleiding / 565
5.2 De fiscaal vertegenwoordiger met algemene vergunning / 566
5.3 De fiscaal vertegenwoordiger met beperkte vergunning / 567
5.4 De fiscaal vertegenwoordiger en de verleggingsregeling / 567

6 Naheffing van belasting / 568

7 Invordering van btw-schulden / 568

8 Aansprakelijkheid / 568
8.1 Bestuurdersaansprakelijkheid / 568
8.2 Aansprakelijkheid van onderdelen van een fiscale eenheid / 569

12 De landbouwregeling / 571

1 Redenen voor een landbouwregeling / 571

2 Opzet van de landbouwregeling / 572

3 De begrippen landbouwer, veehouder, tuinbouwer en bosbouwer / 572

4 De prestaties die onder de regeling vallen / 573

5 Afwijkende eisen voor landbouwers / 576

6 De afnemer van de landbouwer / 576
6.1 Door afnemers opgemaakte afrekeningen / 577
6.2 Het in rekening gebrachte bedrag / 578
6.3 De landbouwveiling / 578

7 Landbouwers en intracommunautaire bepalingen / 579
7.1 Algemeen / 579
7.2 Landbouwregeling en afstandsverkopen / 580
7.3 De landbouwregeling en gelijkgestelden in een andere lidstaat / 580
7.4 Landbouwer die onder de landbouwregeling valt levert aan particulieren en ondernemers in een andere lidstaat / 581
7.5 Andere landbouwers en de intracommunautaire transacties / 581

8 De landbouwregeling en de margeregeling / 581

9 Optieregeling voor landbouwers / 581
9.1 De optie voor belast ondernemerschap / 581
9.2 Herzieningsregels in de landbouwregeling / 582

10 De KOR bij landbouwers / 583

11 De intensieve veeteelt / 584

12 Dienstverlening aan landbouwers die onder de landbouwregeling vallen / 585


13 De overdracht van een landbouwbedrijf / 585

14 Bijdragen in het kader van de bedrijfsuitoefening / 586

15 Overdracht en exploitatie van (landbouw)rechten / 587

16 De veehandelsregeling / 589

17 Bedrijfsverzorgingsdiensten / 590

18 Bijzondere regelingen / 590

19 Vissers / 590

13 Bijzondere regels en bepalingen / 593

1 De vermindering voor kleine ondernemers in de Wet OB 1968 / 593
1.1 De reden voor een kleineondernemersregeling / 593
1.2 Ondernemers op wie de regeling van toepassing is / 594
1.2.1 De kleineondernemersregeling en de vaste inrichting / 594
1.3 De werking van de regeling / 595
1.4 Voor wie de KOR niet geldt / 595
1.5 De KOR bij verlegging van de verschuldigdheid / 596
1.6 De KOR en belastingcorrecties / 600
1.7 Vermindering per ondernemer / 600
1.8 Staking van een onderneming in de loop van een jaar / 600
1.9 Kalenderjaar = boekjaar / 601
1.10 Voorlopige verminderingen in de loop van een jaar / 601
1.11 Ontheffing van de administratieve verplichtingen / 602
1.11.1 Het verlenen van de ontheffing / 602
1.11.2 Het vervallen van de ontheffing / 603
1.11.3 Ontheffing en intracommunautaire transacties / 604
1.11.4 Belasting verschuldigd door ontheven ondernemers / 605


2 De forfaitaire berekeningsmethoden / 605
2.1 Noodzaak forfaitaire methoden / 605

3 Zegelsystemen en bonnen / 606
3.1 Algemeen / 606
3.2 Gratis zegels die inwisselbaar zijn tegen geld / 607
3.3 Tegen geld inwisselbare waardebonnen in of op de verpakking / 608
3.4 Gratis zegels die inwisselbaar zijn tegen goederen / 608
3.5 Verstrekking van koopzegels / 609
3.6 Cadeaubonnen en toegiftartikelen / 610
3.7 Rechtspraak over zegels / 611

4 Factureerplicht / 612
4.1 De reden van de factureerplicht / 612
4.2 Welke factureringsregels zijn van toepassing / 612
4.3 Omvang van de factureerplicht / 613
4.4 Eisen waaraan een factuur moet voldoen / 615
4.4.1 Vereenvoudigde factuur / 616
4.4.2 Elektronisch factureren / 616
4.5 Tijdstip van uitreiking van de facturen / 617
4.6 Vooruitbetalingen / 617
4.7 Bewaren van facturen / 617
4.8 Gevolgen van gebreken aan facturen / 618
4.9 Ontheffing van de factureringsverplichting / 619
4.10 Factureerplicht en intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen / 619
4.11 Wederverkopers / 620

5 De administratieve eisen / 620
5.1 De algemene boekhoudverplichting / 620
5.2 De boekhoudverplichting voor de heffing van btw / 621
5.3 Het houden van regelmatige aantekeningen / 621
5.4 Aantekening van facturen / 622
5.5 Afwijkingen / 622
5.6 Register bij overbrengingen / 623
5.7 Rechtspersonen/niet-ondernemers / 623
5.8 Administratieve verplichtingen voor wederverkopers / 623
5.9 Sancties / 624
5.10 Bewijskracht van de administratie / 625
5.11 Btw-identificatienummer / 625
5.12 Opgave van de intracommunautaire leveringen en diensten – listing / 626
5.13 Prijzen aanbieden inclusief of exclusief btw / 628
5.14 Bijzondere regelingen / 628

14 Overheidslichamen / 629

1 Overheidslichamen en de btw-Richtlijn / 629
1.1 Optreden als overheid / 629
1.2 Overheidstaak en concurrentieverstoring / 630
1.2.1 Concurrentieverstoring / 630
1.2.2 Verplicht ondernemerschap voor publiekrechtelijke lichamen / 630
1.2.3 Samenvatting onderscheid ondernemers- en overheidstaak / 631

2 Overheidslichamen in de Wet OB 1968 / 631
2.1 Inleiding / 631
2.2 Eenheid of verscheidenheid van een overheidslichaam / 632
2.3 Verschillende sferen / 633
2.4 Wet OB 1968 en optreden als overheid / 634
2.4.1 Handelingen als overheid / 634
2.4.2 Concurrentieverstoring en de Wet OB 1968 / 635
2.5 De ondernemerssfeer / 636
2.6 De niet-ondernemerssfeer / 636

3 De Wet op het BTW-compensatiefonds (Wet BCF) / 637
3.1 Algemeen / 637
3.2 Reden voor de bijdrage/compensatie / 637
3.3 Voeding van het fonds / 638
3.4 Systematiek van de Wet BCF / 638
3.5 Bijdrage uit het BTW-compensatiefonds / 638
3.6 Formaliteiten ten aanzien van de bijdrage / 639

4 Aftrek van voorbelasting ondernemershandelingen / 640
4.1 Algemeen / 640
4.2 Aftrek voorbelasting bij uitvoering van een bestemmingsplan / 640
4.2.1 Situatie tot 1 januari 2003 / 641
4.2.2 Situatie na 1 januari 2003 / 643
4.3 Uitbesteding van de uitvoering van bestemmingsplannen / 644

5 Uitbesteding van een overheidstaak / 645

6 Prestaties binnen het gemeentelijk apparaat / 645
6.1 Onderlinge prestaties / 645
6.2 Onderlinge diensten / 645
6.3 Onderlinge leveringen / 646
6.4 Het begrip ‘onderling’ tot 1 januari 2003 / 647

7 Samenwerkingsverbanden / 648
7.1 Wet gemeenschappelijke regelingen / 648
7.2 Samenwerkingsverbanden na inwerkingtreding Wet BCF / 649

8 Terbeschikkingstelling van personeel / 649

9 Publiekrechtelijke lichamen en intracommunautaire transacties / 650

Trefwoordenregister / 651

Managementboek Top 100

Rubrieken

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden

        Wegwijs in de btw