Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Willem Wansink

‘Laat maar eens een ziekenhuis failliet gaan’

Medisch specialisten graaien net zo hard als bankiers en het is niet erg om af en toe een ziekenhuis failliet te laten gaan. In het boek Alles is anders in de zorg trappen Jaap Maljers en Willem Wansink flink wat heilige huisjes omver. Ze pleiten voor ‘marktwerking met een sociaal gezicht’.

Rob Hartgers | 24 juni 2009 | 4-6 minuten leestijd

‘Salarissen van medisch specialisten en ziekenhuisbestuurders moeten aan banden worden gelegd. Specialisten werken niet al die uren waarvoor ze betaald worden. Laten we de zorgsalarissen aftoppen naar een Balkenende-salaris en hooguit een paar uitzonderingen toestaan.’ Willem Wansink neemt geen blad voor de mond. En hij weet waarover hij spreekt. Wansink werkte jarenlang als redacteur gezondheidszorg van het weekblad Elsevier waar hij verantwoordelijk was voor het jaarlijkse onderzoek naar de beste ziekenhuizen en de beste specialisten. Vorig jaar schreef hij met zorgverzekeraar Hans Feenstra ‘Zo gaat het in de zorg’. Nu is er Alles is anders in de zorg, geschreven samen met zorgondernemer Jaap Maljers. Opnieuw een boek waarin de polemiek niet wordt geschuwd.

Met name de medisch specialisten krijgen er flink van langs in Alles is anders in de zorg. Wansink: ‘Ik verzet mij tegen de mythe dat de dokter altijd goed is. Ik heb er geen bezwaar tegen dat een medisch specialist in een academisch ziekenhuis 150.000 tot 160.000 euro verdient. Vreemder is het dat diezelfde man drie ton gaat verdienen als hij op zijn vijftigste overstapt naar een streekziekenhuis. En wat te denken van de anesthesioloog, radioloog, of microbioloog die door een nieuwe betalingsstructuur opeens vijf ton tot een miljoen verdient? Net als in de financiële sector is in de zorg sprake van typisch menselijk graaigedrag. Het verband tussen prestatie en beloning volledig zoek. In een goed functionerende markt wordt kwaliteit beloond, en slecht functioneren afgestraft.’

Volgens Wansink en Maljers wordt in Nederland de discussie over de gezondheidszorg ernstig bemoeilijkt door een aantal mythes. De meest hardnekkige mythe is de gedachte dat economische wetmatigheden die in andere sectoren gelden, op de zorg niet van toepassing zijn. De zorg wordt vooral als een kostenpost gezien. Wansink: ‘De Nederlandse gezondheidszorg is over het algemeen vrij goed, maar kan en moet beter. Als je écht goede zorg wilt, moet je accepteren dat er verschillen ontstaan. We moeten de kwaliteit die er wel degelijk is, verder ontwikkelen en duidelijke keuzes maken. Accepteer dat we niet alle 96 ziekenhuizen in de lucht kunnen houden en concentreer gespecialiseerde zorg. Dat gebeurt nu al op kleine schaal, bijvoorbeeld met de kinderhartchirurgie. Het betekent dat je als burger voor ingewikkelde operaties wat verder moet reizen, terwijl je voor simpele ingrepen dicht bij huis terecht kunt in een polikliniek. Ik ben ook een groot voorstander van "voorkruipzorg". Als jij als bedrijf met een ziekenhuis afspreekt dat jouw medewerkers ’s avonds met voorrang worden geopereerd, dan vind ik dat prima. Voorwaarde is wel dat het geld dat ziekenhuis hiermee verdient, wordt ingezet om de wachtlijsten in te krimpen en niet in de zakken van de dokters verdwijnt.’

Het felle verzet tegen meer marktwerking in de zorg berust volgens Wansink op een misvatting: ‘Veel mensen roepen dat marktwerking fout is. Diezelfde mensen doen wel ieder weekend boodschappen op de markt. Als je daar appels koopt, ga je toch ook naar de kraam waar de beste appels tegen de laagste prijs verkocht worden? Concurrentie betekent keuzevrijheid voor de consument, ook in de zorg. De vooroordelen over marktwerking vertroebelen het veranderingproces. Daardoor is er nu slechts sprake van voorzetjes tot marktwerking in onderdelen van de zorg. Minister Klink is op de goede weg, maar hij moet de vaart er in houden en zich niet laten intimideren door het verbale geweld van sommige belangengroepen. Net als in de financiële sector worden in de zorg slecht functionerende organisaties met kostbare steunoperaties in de lucht gehouden. Dat is lang niet altijd terecht. We hebben met zijn allen bedacht dat er systeembanken zijn die onmisbaar zijn en dus met staatssteun gered moeten worden. In het debat over de IJsselmeerziekenhuizen gebruikte minister Klink plots de term "systeemziekhuis". Dat is onzin. Er zijn geen systeemziekenhuizen. Laat maar eens een ziekenhuis failliet gaan.’

Wansink pleit voor ‘marktwerking met een sociaal gezicht’. Hij gebruikt daarvoor het begrip ‘marktrand’: ‘Dat is een idee uit de jaren dertig van de vorige eeuw van de Duitse econoom en socioloog Alexander Rüstow die aan de basis stond van het economische herstel van West-Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. Marktrand betekent dat je de markt centraal stelt en concurrentie belangrijk vindt, maar tegelijkertijd oog hebt voor moraal, ethiek, gemeenschapszin en integratie. We moeten niet vergeten waar het in de zorg in essentie om gaat: een verpleger die tijd heeft voor patiënten en een arts die mensen beter maakt.’

De zorg is meer dan een kostenpost, stellen Wansink en Maljers. Er valt juist geld mee te verdienen. Ze wijzen naar India, dat zich ten doel heeft gesteld om van zorg het derde exportproduct te maken. Aan die ambitie kan Nederland een voorbeeld nemen, stellen de auteurs. Wansink: ‘De zorg is een banengroeimachine, een economische sector die zelfs in een tijd van grote economische neergang solide is gebleken. De overheid moet daar meer oog voor hebben. Nu gaan mensen die het zich kunnen veroorloven in toenemende mate naar het buitenland om zich te laten opereren. Dat proces moeten we omkeren. Buitenlanders moeten naar Nederland komen vanwege de kwaliteit van onze zorg.’

Deel dit artikel

Boek bij dit artikel

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden