Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Achtergrond

De strijd om het minimumloon

De laatste 35 jaar zijn degenen die het minimumloon verdienen steeds armer geworden. Dit komt omdat de jaarlijkse aanpassing van het minimumloon onvoldoende mee stijgt met de ontwikkeling van de welvaart en de lonen.

Dave van Ooijen | 15 december 2020 | 7-10 minuten leestijd

Er zijn in Nederland een half miljoen mensen die een baan hebben op het minimumloon. Maar ook mensen net boven het minimumloon ervaren de gevolgen dat welvaart en de ontwikkeling van de lonen niet als leidraad fungeren voor de indexatie van het minimumloon. Om de koopkracht van degenen met een minimuminkomen te kunnen herstellen zou hun loon met bijna dertig procent omhoog moeten, aldus Wiemer Salverda, emeritus hoogleraar Arbeidsmarkt en Ongelijkheid. Salverda is een van de ongeveer twintig auteurs die in het zeer toegankelijke boek Denkend aan 14 euro. Over het minimumloon en de lageloonindustrie hun visie geven over de ontwikkeling van het minimumloon, de lage loonsectoren en de oorzaken van de groeiende loonkloof in Nederland.

Loon en welvaart
De korte, kernachtige artikelen laten zien dat dat de achteruitgang van koopkracht voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt doordat het minimumloon tussen 1979 en 1997 bevroren is. Met als gevolg een koopkrachtdaling van 23 procent. Sinds 1997 volgen de minimumlonen de gemiddelde stijging van de cao-lonen. De cao-lonen volgen evenwel alleen de inflatie en zijn geen goede graadmeter voor hoe alle lonen zich ontwikkelen. De cao-lonen volgen daarnaast niet de ontwikkeling van de welvaart. Dit in tegenstelling tot artikel 20 van de Grondwet, waarin staat dat bestaanszekerheid en spreiding van welvaart voorwerp van zorg van de overheid zijn. Artikel 20 vormde zelfs een van de uitgangspunten bij invoering van het minimumloon in 1969. Zo stelde de regering bij de voorbereiding van het wettelijk minimumloon in 1968 dat iedereen ‘een zodanig loon ontvangt dat dit, de algemene welvaartssituatie in aanmerking genomen, als een sociaal aanvaardbare tegenprestatie' kan worden gezien. Het minimumloon diende te garanderen dat een gezin daar rond van kon komen. Gaat het beter met Nederland, dan vertaald zich dit op dit moment niet in de lonen en het minimumloon. Daar komt bij dat het minimumloon alleen geldt voor werknemers en niet voor zelfstandigen. Zo hebben zelfstandige schoonmakers, kappers, beveiligers, vertalers, fotograven, journalisten en kunstenaars vaak een veel te laag uurloon om van rond te komen.

FNV-eis: minimumloon naar € 14
Sinds 2019 voert de FNV actie voor verhoging van het minimumloon, zo lezen we in Denkend aan 14 euro. Over het minimumloon en de lageloonindustrie. Volgens de FNV is Nederland een rijk land. Het gaat al jaren goed met de economie en de winsten blijven stijgen. Daar hoort volgens de federatie iedereen van te profiteren. Helaas is dat niet het geval. Want de lonen groeien niet mee met de groei van de economie. De FNV wil dat iedereen kan leven in plaats van overleven. Dat iedereen zich vrij voelt in plaats van beperkt. Dat iedereen een fatsoenlijk inkomen heeft en mee kan doen. De oplossing volgens de FNV: verhoging het minimumloon van 10 naar 14 euro per uur. Lukt dat, dan gaan miljoenen Nederlanders erop vooruit. Nederland telt namelijk 2,2 miljoen werkende Nederlanders die het minimumloon (of net daarboven) verdienen. Deze groep is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Zo verdubbelde tussen 2009 en 2017 het aantal banen dat tussen de 100 en 105 procent van het minimumloon verdient. Daarnaast nam het aantal banen met een loon tussen de 105 en 110 procent met ruim 35 procent toe. En omdat de uitkeringen gekoppeld zijn aan het minimumloon hebben ook nog eens de 4,5 miljoen uitkeringsgerechtigden steeds minder te besteden. Hoe realistisch is verhoging van het minimumloon, wat gaat het bedrijven en overheid kosten, en wat staat er in de eerste verkiezingsprogramma's over het minimumloon?

Stijging welvaart
In feite gaat de strijd om het minimumloon om herstel van de koppeling van het minimumloon aan de welvaartsontwikkeling. Vooral voor degenen die aan de basis van de arbeidsmarkt werken is dit heel erg belangrijk. Want twee derde van de werknemers met een minimumloon werkt in deeltijd. Driekwart is afhankelijk van flexibele contracten. Daarnaast is het zo dat inkomensvooruitgang bij het aanvaarden van werk vanuit een bijstandsuitkering uiterst summier is. Ondanks een kleine verhoging van het sociaal minimum blijkt uit de SZW-begroting voor 2021 dat tussen 2020 en 2021 nauwelijks sprake is van verschuivingen in percentages tussen een uitkering en het minimumloon. Werken vanuit de bijstand is dus nauwelijks lonend. Dat komt volgens de Landelijke Cliëntenraad (LCR) vooral door het korten op fiscale voordelen. De gevolgen van het te lage minimumloon zijn ook bij gemeenten zichtbaar. Want wanneer het gemeenten lukt inwoners vanuit de bijstand aan werk te helpen, dan zien gemeenten bijna 90% van de voormalige bijstandspopulatie alsnog weer terug in het kader van armoedebeleid en schuldhulpverlening. Armoedebeleid en arbeidsmarktbeleid hebben dus met elkaar te maken.

Toeslagen
Er ligt evenwel ook een relatie met het toeslagenbeleid. Mede door het lage minimumloonniveau zijn tal van inwoners en huishoudens in de afgelopen decennia afhankelijk geworden van toeslagen om rond te komen. Door het lage minimumloon en de te lage uitkeringen zijn een toenemend aantal inwoners afhankelijkheid van toeslagen en van met meerdere banen om rond te komen. Maar zeggen anderen weer, verhoging van het minimumloon zal, zeker ten tijde van corona, leiden tot toename van de werkloosheid. De onderbouwing hiervan is evenwel uiterst dun. Volgens een op 25 september 2020 door het CPB gepubliceerd achtergronddocument ('Beleidsvarianten met Saffier II.1') blijkt dat verhoging van het minimumloon met 10% niet alleen tot verbetering van het besteedbare inkomen leiden, maar het zal (in het tweede en derde jaar) ook leiden tot daling van de werkloosheid. Verhoging van het minimumloon leidt met andere woorden niet tot afname van het aantal banen. Mits goed toegepast, kan verhoging van het minimumloon zelfs leiden tot meer banen, verbetering van de koopkracht en vermindering van de ongelijkheid, vooral aan de basis van de arbeidsmarkt. Verhoging van het minimumloon leidt ook tot extra belastingopbrengsten.

Verkiezingen 2021
Kunnen de verkiezingen in 2021 leiden tot een eerste stap in verhoging van het minimumloon? Die kans is zeker aanwezig. De eerste verkiezingsprogramma's (D66, GL en SP) zijn inmiddels verschenen. Zo kiest D66 voor verhoging van het minimumloon met tenminste 10 procent. D66 laat de aan het minimumloon gerelateerde uitkeringen, zoals de bijstand en de AOW, deels meestijgen. Als het effect op de werkgelegenheid dit toelaat, wil D66 het minimumloon zelfs verhogen met 20 procent. Ook in het onlangs gepresenteerde verkiezingsprogramma van GroenLinks wordt het minimumloon verhoogd. GroenLinks wil toewerken naar 14 euro per uur. Iedereen vanaf achttien jaar krijgt recht op het minimumloon. De hoogte van het minimumloon wordt gekoppeld aan het gemiddelde loon in Nederland. Het einddoel is dat het minimumloon standaard 60 procent van het gemiddelde loon gaat bedragen. Het verkiezingsprogramma van de SP is tot nu toe het meest radicaal te noemen. De SP is de enige partij die tot nu toe in haar verkiezingsprogramma voor 2021 heeft aangegeven te kiezen om het minimumloon tot 14 euro per uur te verhogen. De AOW-uitkering, de Wajong en het sociaal minimum (bijstand) stijgen bij de SP automatisch mee. In tegenstelling tot D66 en GL gaat de SP niet uit van fasering.

Eén uniform minimumuurloon
De verwachting is dat verhoging van het minimumloon ook in het verkiezingsprogramma van de PvdA zal komen te staan. Het was het PvdA-kamerlid Gijs van Dijk, oud-FNV-vakbondsman, die vooruitlopend daarop al een wetsvoorstel indiende voor invoering van een minimumuurloon. Op dit moment is namelijk sprake van een minimumloon, ongeacht het aantal uren dat men werkt. Hierdoor ontvangt iemand in een sector waar 40 uur de norm is een minimumuurloon van € 9,44 en iemand in een sector waar 36 uur de norm is een minimumuurloon van € 10,49. Met het wetsvoorstel wil de PvdA dat iedereen een minimumuurloon van € 10,49 per uur gaat verdienen. Dat betekent dat degenen die nu een minimumuurloon van € 9,44 verdienen er met € 10,49 substantieel op vooruit zullen gaan. Met het wetsvoorstel gaan volgens een doorrekening van het CPB de totale loonkosten in Nederland met ongeveer € 140 miljoen omhoog. De effecten op werkgelegenheid en overheidsuitgaven zijn volgens het CPB bijna nihil. Dat is niet het geval bij verhoging van het minimumloonuurloon naar € 14 per uur zoals bepleit in Denkend aan 14 euro. Over het minimumloon en de lageloonindustrie. Bij een dergelijke verhoging gaan de loonkosten namelijk met € 5,8 miljard groeien en kost verhoging de overheid, vanwege de koppeling aan de uitkeringen, € 24,7 miljard. Aldus medeauteur Wimar Bolhuis in een doorwrocht vervolg op zijn bijdrage in Socialisme & Democratie van augustus. Zijn conclusie: het gaat niet om de vraag of het wettelijk minimumloon moet worden verhoogd, maar over de vraag hoe en in welk tempo?

Dave van Ooijen studeerde tussen 1979 en 1985 sociologie en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde twee keer 'cum laude' af; bij de vakgroep Toegepaste Sociologie en de vakgroep Internationale Betrekkingen. Van 1979 tot 2014 was hij werkzaam bij Vereniging Milieudefensie, de gemeente Amsterdam, Nicis Institute en Platform31. Vanaf maart  2014 is hij raadslid/fractievoorzitter voor de PvdA in de gemeente Castricum. Sinds 1 juli 2017 is hij strategisch adviseur bij de gemeente Den Haag op het gebied van sociale zaken en werkgelegenheid. Zijn blogs, artikelen en recensies verschijnen (op persoonlijke titel) onder meer op zijn website.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden