Op werkdagen voor 23:00 besteld, morgen in huis Gratis verzending vanaf €20

Interview

Marc Schabracq

‘Alles waar je niet aan dood gaat, maakt je sterker’

Een handleiding om gelukkig te worden, wil Marc Schabracq zijn boek ‘Wat nu?’ niet noemen. Hij ziet het eerder als een uitnodiging om je leven en jezelf onder de loep te nemen. ‘Wie ben je eigenlijk, wat wil je nu werkelijk, en wat houdt je tegen? Wat zou je nodig hebben om gelukkig te zijn?’

Pierre Spaninks | 25 augustus 2010 | 7-9 minuten leestijd

Op het eerste gezicht lijkt Marc Schabracq niet de gedroomde auteur voor een boek dat ‘Wat nu?’ heet en dat als ondertitel ‘De inrichting van je verdere loopbaan’

meekreeg. De meeste mensen zullen zich daarbij toch eerder iemand voorstellen die op een ochtend wakker is geworden met het idee dat het allemaal anders moest, die zelf succesvol heeft gebroken met de sleur van alledag, en die daar nu hallelujaverhalen over vertelt. Niet dus. Schabracq (Amsterdam, 1949) is een gewone jongen met hersens en zonder kapsones, die zijn studie psychologie cum laude afsloot, die een baan kreeg aan de universiteit, die daar wel promoveerde maar geen hoogleraar werd, die dankzij zijn productiviteit de nodige reorganisaties overleefde, die naast zijn baan wat advieswerk deed en trainingen gaf, en die zichzelf heel geleidelijk heeft verzelfstandigd. ‘Dat is niet wat je noemt: carrière maken,’ stelt hij zelf nuchter vast. ‘Eerder een hele vlakke lijn.’

Is dit alles?

Carrière maken, de top van de piramide bereiken – als dat is wat je graag wilt, moet je het vooral doen, vindt Schabracq. En dan heeft hij nog wel een paar goeie tips ook. Maar dat is niet waar het hem om te doen is. Wat dan wel? ‘Het gaat er mij om hoe je je leven inricht. Leef je het leven dat past bij wie je bent, en bij wie je wilt zijn? Die vraag, daar heb ik wat mee.’ Het antwoord op de vraag die Schabracq zichzelf stelt, en die iedereen zich volgens hem op gezette tijden zou moeten stellen, kan ook heel goed zijn dat je inderdaad goed bezig bent. Dan hoef je hooguit een beetje bij te sturen om je leven op het juiste spoor te houden en dicht bij jezelf te blijven. Maar in bijna ieder mensenleven komt er wel een moment dat je je afvraagt: Is this all there is? ‘De ene keer komt het uit jezelf, als je je realiseert dat je al te lang op je automatische piloot vliegt en dat je het contact bent kwijtgeraakt met wat je ooit motiveerde om deze kant op te gaan. De andere keer komt het van buitenaf, als je ergens al jaren hebt gewerkt en je moet bij de baas komen voor een slechtnieuwsgesprek.’

Dan is het soort ‘transitiemoment’ aangebroken waar Schabracq zich in heeft gespecialiseerd. Als psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam deed hij onderzoek naar zulke overgangen in de loopbanen van mensen. Waarbij we het begrip ‘loopbaan’ ruim mogen opvatten, want juist op zulke transitiemomenten blijkt volgens Schabracq dat werk en privé alles met elkaar te maken hebben. Bovendien is betaald werk in formele arbeidsorganisaties lang niet de enige vorm waarin mensen zichzelf kunnen verwezenlijken. Inmiddels heeft hij afscheid genomen van de academische wereld – met behalve een proefschrift, drie romans en een verhalenbundel ook nog eens 24 wetenschappelijke en professionele boeken op zijn naam – en helpt hij individuen, teams en organisaties die ingrijpende veranderingen doormaken. Dat doet hij samen met zijn collega Iva Embley, onder de naam Human Factor Development.

Nieuwe werkelijkheid

‘Verandering doet leven,’ weet Schabracq. ‘Hoe vaak hoor je niet mensen die iets ingrijpends hebben meegemaakt achteraf zeggen dat ze er beter aan toe zijn dan voor die tijd? Overgangen, hoe pijnlijk ook, geven je een ander perspectief op je leven. Nietzsche zei al dat alles waar je niet aan doodgaat je sterker maakt. En dat is ook wel zo. Je richt je leven op een bepaalde manier in, je doet wat met je mogelijkheden, je legt je neer bij je beperkingen, en het gaat allemaal zo zijn gangetje. Totdat er iets ingrijpends gebeurt, waardoor de werkelijkheid niet meer klopt met het beeld dat je van jezelf had. Dat is een situatie waarin mensen heel veel stress ervaren. De meesten lukt het om zich na verloop van tijd aan die nieuwe werkelijkheid aan te passen, of om de werkelijkheid weer naar hun hand te zetten. Dat levert dan een positieve ervaring op, die je inderdaad sterker maakt.’

In de aanpak van Schabracq staat het begrip ‘zelfsturing’ centraal. ‘Het gaat erom dat je regelmatig naar jezelf kijkt, naar waar je mee bezig bent, en dat je bedenkt: kan dit beter, en zo ja hoe? Vorm geven aan je eigen leven doe je door je sterkste motieven en drijfveren je bestemming te laten bepalen en je van daaruit verder te ontwikkelen. Dat geeft richting en betekenis. Zolang je op koers ligt, gaat dat gepaard met het plezierige gevoel dat alles op rolletjes loopt.’ Idealiter houdt zelfsturing dus in dat je je eigen leven de kant op leidt waar het kennelijk vanzelf al heen wilde, maar dan gericht en meer bewust. Dat klinkt makkelijker dan het is, en dat is waar Schabracq’s nieuwe boek in beeld komt.

Het reine

‘Wat nu?’ bestaat uit drie delen. ‘Als je wat wilt met jezelf en met je werk,’ raadt Schabracq aan, ‘moet je in ieder geval het eerste deel lezen. Dat gaat over het veranderen van werk, over de ins en outs van het vinden van een nieuwe baan.’ Het tweede deel diept vier punten uit die daar een rol in spelen: stress en vervreemding, invloeden uit eerdere levensfasen, de motieven die mensen drijven, en het begrip ‘rijpheid’. Dat laatste staat voor in het reine komen met je eigen sterfelijkheid – ‘Maak je je ook zo druk over de tijd dat je nog niet geboren was?’ – en het verwerkt hebben van alles wat je tot nu toe hebt meegemaakt, op zo’n manier dat het nu geen energie meer kost of dat het zelfs energie oplevert. ‘Daar kunnen voor iemand individueel belangrijke punten liggen,’ zegt Schabracq, ‘maar het is moeilijk om daar in zijn algemeenheid iets over te zeggen.’ Het derde deel ten slotte bevat methoden en technieken die de lezer kan gebruiken om een verandering van loopbaan bewust door te maken en er alles uit te halen wat erin zit, gebaseerd op ervaringen die Schabracq heeft opgedaan tijdens de vele trainingen die hij heeft gegeven. ‘Dit is wat ik daar heb gevonden en wat ik de moeite waard vind om door te geven.’

Bij de dingen die Schabracq de moeite waard vindt om door te geven hoort ook het ‘enneagram’ – een populair model om de drijfveren van mensen te ordenen en te interpreteren. In de wereld van de academische psychologie is dat absoluut not done, realiseert hij zich. ‘Maar het kan je wel aan het denken zetten: kijk maar of het klopt of niet.’ Wat Schabracq in elk geval positief vindt aan het enneagram als hulpmiddel, is dat het de psychologie weer koppelt aan de ethiek. ‘Mensen laten zich leiden door bepaalde kernwaarden in hun leven. Ze zeggen bijvoorbeeld van zichzelf dat ze graag anderen willen helpen. Dat geeft richting, daar meten ze hun eigen gedrag en dat van anderen aan af. Maar het gevaar is dat ze daarin doorschieten. Als je zo in elkaar zit moet je niet in een ziekenhuis gaan werken, want dan weten ze je te vinden. Zo’n eigenschap moet je dan corrigeren met een waarde als sereniteit, met leren loslaten.’ Zo zijn drijfveren te clusteren, zegt Schabracq, en dan zou je best eens in de buurt van het enneagram terecht kunnen komen. Een meer geaccepteerd model van persoonlijkheidskenmerken als de ‘Big Five’ vindt hij in elk geval geen alternatief: ‘Dat gaat niet over psychologie maar over taal. Factoranalyse van het woordenboek, noem ik het altijd. Plus het misverstand dat factoren iets onderliggends, iets ‘dieps’ zouden zijn, waar het slechts gaat om een rubricering van correlaties. Het verklaart niks en het geeft geen richting.’

In de boekhandel zal ‘Wat nu?’ onvermijdelijk terechtkomen tussen de stapels zelfhulpboeken die de afgelopen decennia over al over loopbaanverandering zijn geproduceerd. Toch zijn de verschillen groter dan de overeenkomsten. Schabracq stelt zich niet alleen een stuk bescheidener op dan veel van zijn collega’s, hij doet ook veel meer moeite om zijn verhaal wetenschappelijk te onderbouwen. De aartsvader van het genre is Eric Nelson Bolles, die met ‘Welke kleur heeft jouw parachute?’ een ware jobhuntersbijbel heeft geschreven. Schabracq moet een beetje lachen om de vergelijking. ‘Bolles heeft als Amerikaan inderdaad iets religieus. Ik houd het liever wat nuchterder, wat luchtiger ook. Als ik een cursus geef, wordt er altijd veel gelachen, zelfs bij zo’n zwaar onderwerp. Een beetje volkstoneel. Mag het?’

Over Pierre Spaninks
Pierre Spaninks (Eindhoven, 1955) is zelfstandig professional in journalistiek en communicatie. Behalve in de media heeft hij ook gewerkt in het hoger onderwijs en de consultancy. Hij studeerde Tekstwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en volgde op Harvard het Senior Manager in Government Program. Als journalist is Spaninks gespecialiseerd in management en organisatie. Voor Managementboek Magazine schrijft hij regelmatig interviews, achtergrondverhalen en recensies. Voor Managementboek.nl draagt hij bij aan de totstandkoming van luisterboeken. Naast zijn betaalde werk vervult Pierre Spaninks functies als bestuurder en toezichthouder, onder andere als voorzitter van de Vereniging van Schrijvers en Vertalers en als bestuurslid van de Stichting Reprorecht en het Platform Zelfstandige Ondernemers.

Deel dit artikel

Wat vond u van dit artikel?

0
0

Populaire producten

    Personen

      Trefwoorden